INTERVIEW Duncan Watts: ‘Sociale wetenschappers, stop met navelstaren’

Dossier

Probleemoplossende sociale wetenschappen

Een eeuw sociale wetenschappen heeft ons veel theorieën opgeleverd maar weinig kennis, vindt netwerkwetenschapper en Microsoft-onderzoeker Duncan Watts. De discipline zou zich daarom meer moeten richten op het oplossen van praktische problemen.

In het lab van Microsoft Research in New York heeft Duncan Watts (45) veelal te maken met computerwetenschappers. Die zijn het over het algemeen behoorlijk met elkaar eens. En als ze het al oneens zijn, dan is de onenigheid een technische discussie. Oplosbaar bovendien: ze schrijven vergelijkingen uit, bouwen modellen en testen algoritmes om na te gaan welk van de geopperde oplossingen de beste is.

Diezelfde collega’s vragen Watts vaak: wat is eigenlijk de sociaalwetenschappelijke kijk op deze kwestie? En dan staat hij met zijn mond vol tanden.

‘Er zijn vaak honderden zaken die sociale wetenschappers zouden kunnen opwerpen. Maar er is geen consensus. Integendeel: er is enorm veel onenigheid. En zelfs over die onenigheid zijn sociale wetenschappers het niet eens.’

Het was een confronterende boodschap die Watts te berde bracht op een feest van de Nederlandse sociologie. De geboren Australiër was in september te gast bij het lustrum van het ICS, de onderzoeksschool (Groningen, Utrecht, Nijmegen) die graag benadrukt de Nederlandse sociologie te hebben verwetenschappelijkt met een samenhangend onderzoeksprogramma van theorievorming, hypothese-toetsend onderzoek en geavanceerde analysetechnieken.

Watts verontschuldigt zich terstond voor zijn ongemakkelijke bijdrage. ‘Ik heb nooit de intentie gehad een polemiek te beginnen.’

De parallelle werelden van sociologen en economen

Hij is, geeft hij toe, een relatieve buitenstaander. Als afgestudeerd natuurkundige belandde hij via zijn baanbrekende onderzoek naar het verschijnsel van ‘kleine werelden’ – het artikel dat hij in 1998 als 27-jarige promovendus met zijn promotor Steven Stogatz in Nature publiceerde is inmiddels ruim 30 duizend keer geciteerd – via de netwerkwetenschap in de sociale wetenschappen. Na een hoogleraarschap aan Columbia University stapte hij over naar de wereld van softwaregiganten. Eerst werkte hij voor Yahoo!, en sinds 2012 voor de onderzoeksafdeling van Microsoft.

‘Ik beschouw mezelf als socioloog, in die zin dat ik mezelf niet meer als iets anders beschouw. Ik heb altijd een probleem gehad met disciplinaire grenzen. De sociale wetenschappen hebben zich een boel ellende op de hals gehaald door zich zo van elkaar af te scheiden. Economen, sociologen, psychologen, politicologen: we proberen allemaal ongeveer hetzelfde te begrijpen. Maar als je een artikel van een econoom en een van een socioloog leest over hetzelfde onderwerp, dan waan je je in parallelle werelden. Iedereen hanteert z’n eigen gereedschap. Dat frustreert me.

‘Er zijn invloedrijke artikelen over verspreidingsprocessen die precies hetzelfde probleem behandelen op onverenigbare wijzen. Alsof ze elkaars bestaan niet opmerken. Het ergste is: niemand lijkt het problematisch te vinden. De artikelen blijven maar geciteerd worden. Deze theorieën kunnen simpelweg niet allebei kloppen, maar ze blijven naast elkaar bestaan.’

Duncan Watts
Duncan Watts (TEDX Midatlantic - Flickr Creative Commons)

Alsof het een kwestie van smaak is

Al in 1996 verscheen er een belangwekkend rapport over de herstructurering van de sociale wetenschappen. De conclusie was: de grenzen moeten geslecht. Maar, zegt Watts: twintig jaar later is er niets veranderd. Nog steeds vliegen ideeën in het rond en bijna niemand doet ook maar een poging die ideeën op elkaar te betrekken of tegen elkaar af te zetten.

‘In de natuurwetenschappen bouw je een apparaat om een theorie te testen. In de sociale wetenschappen ontbreekt zo’n feedbackmechanisme. We blijven maar ideeën produceren waarvan vervolgens anderen zeggen: interessant! En dan komen er weer nieuwe ideeën met aanhangers en citaties. Studenten zeggen: ‘Oh, ik hou van deze theorie of die onderzoeker.’ Alsof het een kwestie van smaak is, alsof het om romanschrijvers gaat: ‘Ik ben een liefhebber van Murakami.’

Neem de organisatiewetenschappen. ‘Een enorme verzameling theorieën die dezelfde kwesties adresseren, maar met totaal verschillende concepten, analyse-eenheden en aannames. Ze zijn niet tot elkaar te herleiden. Dat maakt de verbinding tussen wetenschap en praktijk haast onmogelijk.’

‘Denk je dat toen onze CEO Satya Nadella Microsoft ging hervormen, hij de organisatiekundige literatuur er op nageslagen heeft? Natuurlijk niet. En als hij het mij had gevraagd, had ik het hem afgeraden. Hij zou er slechts meer verward door zijn geraakt. Maar als de organisatiewetenschap de vraag niet kan beantwoorden hoe je een miljardenbedrijf met honderdduizenden personeelsleden het beste kunt reorganiseren, wat zijn we dan aan het doen?’

Sociale wetenschappers doen niet wat mensen denken dat ze doen

‘Wat zijn we aan het doen?’ Die vraag heeft Watts zich de afgelopen tijd vaak gesteld. Zijn antwoord: ‘We doen in ieder geval niet wat mensen buiten de sociale wetenschappen denken dat we doen, namelijk: antwoorden zoeken op dit soort maatschappelijke problemen. Honderd jaar sociale wetenschappen heeft ons enorm veel theorieën geleverd, maar geen verzameling inzichten waar we het over eens zijn.’

Watts is een exponent van computational social science, een stroming die big data en de rekenkracht van computers benut voor het modelleren, simuleren en analyseren van sociale vraagstukken. Een belofte, vindt Watts nog steeds.

Toch is hij minder optimistisch dan tien jaar geleden. Toen voorzag hij 'een gouden tijdperk voor sociale wetenschappen', een revolutie zoals de astronomie die tweehonderd jaar eerder doormaakte. Onze talrijke digitale sporen – e-mailconversaties, sociale netwerkconnecties, creditcardgegevens – en voortschrijdende technologie zouden het onmeetbare meetbaar maken: toen het heelal, nu de netwerken en gedragingen van miljoenen mensen.

‘Tien jaar geleden dacht ik: big data gaan het incoherentieprobleem oplossen, nu kunnen we échte wetenschap gaan bedrijven. Maar: meer data en betere analysetechnieken blijken niet genoeg. Theorieën worden niet beter getoetst. We hebben hoofdzakelijk meer modellen gekregen en in zekere zin meer verwarring, niet meer vooruitgang. ’

Navelstaren zit ingebakken in het wetenschappelijk bedrijf

Het komt Watts steeds meer voor dat het systeem dat kennis produceert zélf het probleem is. ‘Het stelsel van prikkels is nog net zo kapot als twintig jaar geleden. Wat goed is voor de wetenschapper, is niet per se goed voor de wetenschap.’

Het navelstaren, zegt Watts, zit ingebakken in het wetenschappelijk bedrijf. Onderzoek is een doel op zich geworden, in plaats van een middel. Als je een handvol modellen heb, heeft het weinig zin er nog tienduizend te maken. ‘Maar zo werkt wetenschap: iemand maakt een model, dat wordt bestudeerd, en dan volgen honderd artikelen over minuscule details van dat model.’

Neem zijn eigen baanbrekende model van kleine werelden. ‘Ik heb wel eens gezegd: ons model van kleine werelden is eigenlijk een dom model. Het is een conceptueel hulpstuk, een bewuste simplificatie, een karikatuur. Maar er verschenen honderden artikelen over het model zelf.  Men vergat dat het model bedoeld was om de wereld beter te begrijpen. We hebben een op zichzelf staand en een zichzelf in stand houdend systeem geschapen. We worden beloond voor het schrijven van artikelen. En het is makkelijker schrijven over een model dat er al is. Maar: wat leren we nu van, laten we zeggen, al die artikelen over het prisoner’s dilemma? Heeft iemand de inzichten ooit mee naar buiten genomen om samenwerking te bevorderen? We zouden kunnen blijven navelstaren zonder enig maatschappelijk effect. Terwijl dat toch was waar het oorspronkelijk om te doen was: de wereld verbeteren.’

Een meer probleemoplossende oriëntatie

Dat – het oplossen van problemen – is waar het Watts nog steeds om te doen is. De incoherente en naar binnen gekeerde sociale wetenschap zou de blik daartoe naar buiten moeten richten. ‘Een manier om de kloof tussen de buitenwereld en onze binnenwereld van theorieën te overbruggen, is door de theorieën te dwingen echte problemen op te lossen. Er zijn veel mensen van buiten de sociale wetenschappen die daar om staan te springen. Zoals Satya Nadella, die wil weten hoe hij zijn bedrijf moet reorganiseren.’

Een meer probleemoplossende oriëntatie hoeft niet te koste te gaan van wetenschappelijke vooruitgang, denkt Watts. ‘Onderzoek naar oplossingen voor praktische problemen kan juist enorm veel fundamentele kennis genereren. In het bedrijfsleven en de medische wetenschap zie je dit al veel meer gebeuren. Voor het bestrijden van kanker is heel wat fundamenteel onderzoek nodig.’

Toegegeven: een risico is dat probleemoplossende sociale wetenschap minder wetenschappelijk wordt. ‘We hebben al een hele pseudowetenschappelijke adviesindustrie. Consultants spreken een paar mensen binnen een organisatie, schrijven een rapportje, geven een Powerpoint-presentatie. Een wetenschappelijk sausje, that’s it. Het is makkelijk om in die val te trappen. Maar het is diep onwetenschappelijk en draagt niet bij aan de accumulatie van kennis.’

Rommeltje

Eenvoudig zal het niet zijn. Zijn natuurkundige arrogantie heeft Watts lang geleden afgezworen. De sociale wereld, zo weet hij, is intrinsiek veel complexer dan de fysieke wereld. ‘Het is een rommeltje, een perfecte storm van complexiteit en ambiguïteit. Gezondheid, onderwijs, ongelijkheid, de fysieke omgeving, normen, beleid – alles is met elkaar verweven. Het is heel ingewikkeld een stukje af te bijten dat behapbaar is zonder iets buiten beschouwing te laten dat essentieel is. Neem systeemrisico’s in de financiële wereld. Absoluut een probleem dat we zouden willen oplossen. Eerst denk je: we hebben veel modellen om risico’s te kwantificeren. Maar dan blijken zo veel zaken relevant: bankbalansen, financiële instituties en hun onderlinge relaties, wisselkoersen, huizenmarkten, regels voor accountants. Langzaam vervagen de grenzen tussen alle problemen in de wereld.’

Veel sociale vraagstukken hebben die eigenschap, erkent Watts. ‘Daarom moeten we zoeken naar voorbeelden van problemen die behapbaar zijn. Ik weet niet hoe dat gaat uitpakken. Maar het alternatief is terugvallen op business as usual, het zoveelste artikel over het prisoner’s dilemma, en dat is volstrekt onbevredigend. ’

Jurre van den Berg is redacteur van socialevraagstukken.nl en correspondent Noord-Nederland bij de Volkskrant.

Foto: Sylvia Sala (Flickr Creative Commons)

Reacties op dit artikel (1)

  1. De fysicus Watts heeft niets begrepen van hoe de sociale wetenschappen zouden moeten werken. Hij denkt dat er te veel theorieën zijn; in werkelijkheid ontbreekt het aan gepaste theorievorming in deze sectoren. Ik beperk me tot psychologen en sociologen: wij hebben een abstract studieobject. Voor psychologen zijn dit psychische patronen (meer stabiel zoals intelligentie) en psychische processen (fluïde zoals stemming). Vergelijkbaar is dit voor de sociologie; sociale patronen (bv. onze rechtstaat) en processen (oorlog voeren). Theorieën over dit complexe studieobject zijn noodzakelijkerwijs ook complex en dus niet klein, simpel en vooral toetsbaar zoals de methodologie predikt. Deze methodologie is in hoofdzaak nog Newtoniaans en beperkt de theorievorming vanuit de eis dat er een directe relatie moet zijn met de empirie. Indien we in de sociale wetenschappen echt vooruit willen komen ontwikkelen we een methodologie die niet meer de mechanica na-aapt maar zich eerder spiegelt aan de kwantumtheorie. Nadat er op voldoende abstract niveau kennis wordt gegenereerd over een abstract object kunnen met die theorieën de sociale problemen van Watts worden geanalyseerd. Zolang het niveau van de theorievorming beperkt blijft zitten we in een pré-paradigmatische fase.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *