<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Socialevraagstukken.nl</title>
	<atom:link href="http://www.socialevraagstukken.nl/m/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.socialevraagstukken.nl/m</link>
	<description>Wetenschappers en denkers in debat over maatschappelijke kwesties</description>
	<lastBuildDate>Mon, 19 Mar 2012 06:00:40 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.3.1</generator>
		<item>
		<title>Wat mag de zorg kosten?</title>
		<link>http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/wat-mag-de-zorg-kosten/</link>
		<comments>http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/wat-mag-de-zorg-kosten/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 19 Mar 2012 06:00:40 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Claudine Meijer</dc:creator>
				<category><![CDATA[Gezondheidszorg]]></category>
		<category><![CDATA[Ouderen]]></category>
		<category><![CDATA[Claudine Meijer]]></category>
		<category><![CDATA[kostenpost]]></category>
		<category><![CDATA[ouderdom]]></category>
		<category><![CDATA[ouderen]]></category>
		<category><![CDATA[vergrijzing]]></category>
		<category><![CDATA[zorgkosten]]></category>
		<category><![CDATA[zorgstelsel]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.socialevraagstukken.nl/site/?p=6473</guid>
		<description><![CDATA[De vergrijzing zou de belangrijkste oorzaak zijn van de almaar stijgende zorgkosten en het zorgstelsel op den duur onbetaalbaar maken. Dat beeld behoeft nuancering. Toch is een fundamenteel debat in de samenleving over wat gezondheid mag kosten, hard nodig. &#160; In 2040 &#8230; <a href="http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/wat-mag-de-zorg-kosten/">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong><a title="Wat mag de zorg kosten?" href="http://www.socialevraagstukken.nl/site/2012/03/15/wat-mag-de-zorg-kosten/"><img class="alignleft size-full wp-image-6475" title="" src="http://www.socialevraagstukken.nl/site/wp-content/uploads/2012/03/Dames-op-padklein.jpg" alt="" width="240" height="175" /></a>De vergrijzing zou de belangrijkste oorzaak zijn van de almaar stijgende zorgkosten en het zorgstelsel op den duur onbetaalbaar maken. Dat beeld behoeft nuancering. Toch is een fundamenteel debat in de samenleving over wat gezondheid mag kosten, hard nodig.<br />
</strong></p>
<p><span id="more-6473"></span></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>In 2040 is meer dan 25 procent van de Nederlandse bevolking ouder dan 65 jaar. Dat gegeven roept onmiddellijk de vraag op of de vergrijzing bijdraagt aan de almaar stijgende zorgkosten, en in welke mate dan. Voor mijn proefschrift heb ik die vraag onderzocht.</p>
<p><strong>Misvattingen over vergrijzing als kostenpost voor de langdurige zorg<br />
</strong>De gedachte dat de vergrijzing per definitie zal leiden tot een forse stijging van de zorgkosten berust op het gegeven dat zorgkosten stijgen met de leeftijd. Het is echter een misvatting dat een hogere leeftijd op zich tot meer zorggebruik leidt. Mensen kunnen namelijk ook gezond oud worden. Mijn onderzoek heeft uitgewezen dat een hogere levensverwachting alleen nauwelijks invloed heeft op de zorgkosten. Sterker nog, zoals de trend nu aangeeft zullen de ouderen van straks langer in goede gezondheid leven. Dit betekent dat ze in hun extra levensjaren geen extra beroep zullen doen op de gezondheidszorg. Wel is het te verwachten dat hun zorggebruik naar latere leeftijd verschuift.</p>
<p>De constatering dat de vergrijzing als kostenpost wordt overschat, betekent overigens niet dat de invloed van de vergrijzing op de zorgkosten onbelangrijk is. Want, het <em>toenemend aantal</em> <em>ouderen</em> heeft natuurlijk wel zijn gevolgen. Geschat wordt dat de kosten van langdurige zorg bij onveranderd beleid met 56 procent zullen stijgen tussen 2008 en 2030.</p>
<p>De mate waarin de kosten van langdurige zorg stijgen, wordt behalve door de vergrijzing ook bepaald door de mantelzorg. Mits goed en toegankelijk georganiseerd leidt mantelzorg tot een minder gebruik van publiek gefinancierde thuiszorg en tot latere opname in een verpleeg- of verzorgingshuis. Zoals het er nu naar uitziet, zal het aanbod van mantelzorg de komende jaren echter afnemen. Daarvoor zijn ten minste twee oorzaken aan te wijzen: de stijging van de pensioengerechtigde leeftijd en de hogere arbeidsparticipatie van vrouwen.</p>
<p>Omdat de kosten van verpleeg- of verzorgingshuisopname aanzienlijk zijn, is het belangrijk voor de beleidsmakers om te overwegen of de baten van een hogere arbeidsparticipatie opwegen tegen de kosten van opname in een zorginstelling. De generieke verhoging van de pensioenleeftijd, dus ook voor personen die opname van geliefden in een verzorgingshuis kunnen voorkomen door het geven van mantelzorg, zou wel eens kunnen leiden tot hogere publieke lasten.</p>
<p><strong>Curatieve zorgkosten stijgen vooral door technologische vernieuwing<br />
</strong>Behalve op de langdurige zorgkosten heeft de vergrijzing ook effect op de curatieve zorguitgaven. Een groot deel van de kostenstijging in deze zorg is het gevolg van technologische vooruitgang. Hierdoor komen patiënten die voorheen niet behandeld konden worden, nu wel in aanmerking voor een behandeling. Dankzij technologische vernieuwingen komen er behandelingen die het leven kunnen verlengen, maar die niet per se de kwaliteit van het leven verbeteren. En juist dat laatste leidt vaak tot een aanzienlijke stijging van zowel het volume als de kosten van de curatieve en langdurige zorg.</p>
<p>Technologische vooruitgang wordt vaak als een autonoom proces gezien. Dit is alles behalve waar. De overheid heeft grote invloed op het aanbod van behandelingen en technologische vooruitgang, en kan de doelmatigheid in vergoedingsbesluiten bevorderen. Verder kan prioritering van technologieën gericht op het verbeteren van de kwaliteit van leven mogelijk tot besparingen in zowel de curatieve als langdurige zorg bijdragen. Ook verzekeraars kunnen hun bijdrage leveren door enerzijds zorgverleners te stimuleren therapieën doelmatig in te zetten en best practices over te nemen en anderzijds te zorgen dat verzekerden bewuster gebruik maken van zorg, door bijvoorbeeld alleen het goedkoopste geneesmiddel in een groep van gelijkwaardige geneesmiddelen volledig te vergoeden.</p>
<p><strong>Goede gezondheid komt economische groei ten goede<br />
</strong>Politiek en samenleving zien de stijgende zorgkosten als een negatieve ontwikkeling. Die zouden een bedreiging vormen voor de concurrentiepositie en overheidsfinanciën. Toch moeten we niet vergeten wat we ervoor terugkrijgen. We vinden gezondheid steeds belangrijker. Bovendien komt een goede gezondheid ten goede aan de economische groei. Een fundamenteel debat over de vragen ‘wat zijn wij bereid te betalen voor een nog langer en/of gezonder leven?’ en ‘in hoeverre moet de zorg voor gezondheid uit de publieke portemonnee gefinancierd worden?’ is dus onvermijdelijk.</p>
<p><em>Claudine Meijer is op 1 maart gepromoveerd aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR)op haar proefschrift ‘Studies  of health and long-term care expenditure growth in aging populations’.</em> <em>Ze is verbonden aan het instituut voor Beleid en Management Gezondheidszorg aan de EUR.</em></p>
<p>Foto: Bas Bogers</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/wat-mag-de-zorg-kosten/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Tijd voor een nieuwe kijk op managers</title>
		<link>http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/tijd-voor-een-nieuwe-kijk-op-managers/</link>
		<comments>http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/tijd-voor-een-nieuwe-kijk-op-managers/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 16 Mar 2012 06:00:04 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Bas de Wit</dc:creator>
				<category><![CDATA[Onderwijs]]></category>
		<category><![CDATA[Publiek management]]></category>
		<category><![CDATA[Bas de Wit]]></category>
		<category><![CDATA[bestuurders]]></category>
		<category><![CDATA[kwaliteit onderwijs]]></category>
		<category><![CDATA[loyaliteit]]></category>
		<category><![CDATA[managers]]></category>
		<category><![CDATA[onderwijs]]></category>
		<category><![CDATA[onderwijsmanagers]]></category>
		<category><![CDATA[professionals]]></category>
		<category><![CDATA[publieke sector]]></category>
		<category><![CDATA[scholen]]></category>
		<category><![CDATA[schoolleiders]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.socialevraagstukken.nl/site/?p=6437</guid>
		<description><![CDATA[Managers in de publieke sector krijgen er vaak de schuld van dat professionals geen ruimte hebben om hun werk goed te doen. Bas de Wit stelt dat van ‘de manager ’ een karikatuur is gemaakt. Pleidooien voor ‘meer ruimte voor &#8230; <a href="http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/tijd-voor-een-nieuwe-kijk-op-managers/">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong><a title="Tijd voor een nieuwe kijk op managers" href="http://www.socialevraagstukken.nl/site/2012/03/15/tijd-voor-een-nieuwe-kijk-op-managers/"><img class="alignleft size-full wp-image-6445" title="" src="http://www.socialevraagstukken.nl/site/wp-content/uploads/2012/03/managerklein.jpg" alt="" width="240" height="180" /></a>Managers in de publieke sector krijgen </strong><strong>er vaak de schuld van dat professionals geen ruimte hebben om hun werk goed te doen. Bas de Wit stelt dat van ‘de manager ’ een karikatuur is gemaakt. Pleidooien voor ‘meer ruimte voor de professional’ en het terugdringen van ‘management’ zijn onterechte versimpelingen van de werkelijkheid.</strong></p>
<p><span id="more-6437"></span></p>
<p>De vermeende tegenstelling tussen managers en professionals in de publieke dienstverlening is uitgegroeid tot een maatschappelijk probleem. Managers zouden als leden van uitdijende managementlagen – ‘leemlagen’ – zorgen voor de verdere verspreiding van bedrijfsmatige modellen, inclusief alle perverse effecten, zoals overhead, schaalvergroting en hoge salarissen. Eind januari 2012 wijdde De Volkskrant een speciaal katern (‘F*ck the manager’) aan de ‘strijd tussen vakmensen en managers’, vanuit de constatering dat die strijd relevanter is dan de strijd tussen arm en rijk, hoog en laag opgeleid en autochtoon en allochtoon.</p>
<p>Met name in het onderwijs heeft de discussie over managers en docenten zich ontwikkeld tot een polemiek. Diverse wetenschappers, publicisten en vertegenwoordigers van bewegingen als Beter Onderwijs Nederland, hebben als ware ‘Kloofdenkers’ een Groot Verhaal geconstrueerd waarin De Goeden (docenten) het van De Slechten (managers) verliezen. Vermeende tegenstellingen tussen managers en professionals worden sterk uitvergroot (‘docenten slachtoffer van management’) of gepresenteerd als een wedstrijd (‘managers versus docenten’). De manager is de oorzaak geworden van alles wat niet goed gaat in het onderwijs.</p>
<p><strong>Hardnekkige vanzelfsprekendheden over managers<br />
</strong>Bestuurders en schoolleiders in het onderwijs zouden alleen nog denken in processen, immoreel zijn, een rationele bestuurdersmentaliteit hebben en bezieling missen. Het denken van onderwijsmanagers zou doordrenkt zijn van opbrengsten, groei, rendement en effectiviteit, als de enige graadmeters van goed onderwijs. Docenten zouden ze louter nog als productiemiddelen en groeiende kostenposten zien. Onderwijsmanagers zouden volgens de Kloofdenkers boekhouders zijn geworden, die zich alleen nog bekommeren om kostenbesparingen en efficiëntie. Dat heeft er volgens velen toe geleid dat de kwaliteit van het onderwijs te wensen over laat; de positie van docenten zou ernstig zijn ondermijnd.</p>
<p>Deze hardnekkige vanzelfsprekendheden voeden het maatschappelijk en politieke onbehagen en leiden tot pleidooien voor nieuw beleid en organisatieverandering, bijvoorbeeld in het Regeerakkoord en de verkiezingsprogramma’s van politieke partijen. De veelgehoorde oplossing is simpel: meer ruimte voor de professional, weg met de manager.</p>
<p>Daarmee wordt het debat over managers en docenten in het onderwijs onterecht versimpeld. De alledaagse werkelijkheid binnen scholen is in het politieke en het publieke debat steeds verder uit beeld geraakt; ze lijkt vervangen te zijn door mediaverhalen, beeldvorming en retoriek.</p>
<p><strong>Nuancerende kanttekeningen<br />
</strong>De voortdurende recycling van stereotypen over ‘de manager’ is een vertekening en komt niet overeen met de realiteit van houding en gedrag van bestuurders, schoolleiders en middenmanagers, zo blijkt uit mijn promotieonderzoek.</p>
<p>De belangrijkste kanttekening is dat onderwijsmanagers geen louter rationeel, bedrijfsmatig opererende functionarissen zijn. Hun handelen is veel emotioneler en gevoelsmatiger. De meeste leidinggevenden zijn ook niet vervreemd van docenten, ze gedragen zich van tijd tot tijd ook loyaal aan docenten, bijvoorbeeld door weerstand te bieden aan veranderingen.</p>
<p>Een tweede gebrek van het bedrijfsmatige beeld van de onderwijsmanager is het vermeende amorele karakter. Leiding geven aan onderwijs zou een wereld zijn die louter bestaat uit bedrijfskundige processen, zonder dat morele principes of gevoelens van leidinggevenden daar een rol van belang in spelen. Dat beeld is onjuist. Managers in het onderwijs zijn niet onverschillig over de gevolgen van hun beslissingen voor docenten. Bestuurders, schoolleiders en vooral middenmanagers ervaren loyaliteitsconflicten bij onderwijsvernieuwingen en wijzigingen in het onderwijsbeleid: zij laveren tussen externe ontwikkelingen en de interne zorg en inzet voor hun docenten. Net als docenten, kunnen ook managers zich slachtoffer voelen van hervormingen in het onderwijs en politiek-bestuurlijke ‘incidentenpolitiek’.</p>
<p>Tot slot moet de eenvormigheid van discussies over managers en docenten in het onderwijs worden bekritiseerd. Mijn onderzoek laat zien dat leidinggevenden in het onderwijs geen homogene ‘kaste’ van bestuurders en managers zijn geworden. Ze zijn eerder een heterogene beroepsgroep van individuele bestuurders, schoolleiders en middenmanagers, die zich op soms heel verschillende manieren tot docenten verhouden.</p>
<p><strong>Tijd voor een nieuwe omgang met managers<br />
</strong>De tijd is rijp voor een nieuwe omgang met managers. Het onderwijs moet af van de populistische beeldvorming, van het afserveren van managers, van de miskenning van het belang van bestuur en management en van het idee dat aandacht voor sturing, leiderschap en organisatie verspilde moeite is.</p>
<p>Leidinggevenden zouden duidelijker moeten maken dat problemen in het onderwijs, maar ook in andere publieke sectoren, niet onverkort aan managers kunnen worden toegeschreven, dat omgevingen in en rond scholen problemen veroorzaken en dat nieuwe opgaven in het onderwijs individuele docenten te boven gaan, en juist om ‘management’ vragen. Tevens zou in het debat meer plaats moeten zijn voor overeenkomsten tussen managers en professionals, bijvoorbeeld voor het feit dat veel leidinggevenden in het onderwijs een achtergrond hebben als docent en hun relatie met docenten als betekenisvol ervaren. Managers en docenten hebben ook meer parallelle belangen dan ze denken.</p>
<p>In plaats van het bepleiten van meer ruimte voor docenten, of van managers die alleen dienstbaar zijn aan docenten, is het veel belangrijker om het gemeenschappelijke doel van managers en docenten voor ogen te houden: de kwaliteit van onderwijs. In het onderwijsdebat zou het dan ook veel beter kunnen gaan over de werkelijke discussiepunten, bijvoorbeeld hoe passend onderwijs op scholen georganiseerd kan worden, of over hoe kwaliteitsverbetering gestalte kan krijgen. Dan zou kunnen blijken dat managers en professionals, en voor- en tegenstanders van managers, misschien wel dichter bij elkaar staan dan ze denken. Op die manier kan de saamhorigheid op scholen beter worden benut en het ‘wij-zij’-denken binnen onderwijsinstellingen worden doorbroken. Daarmee is uiteindelijk ook de kwaliteit van onderwijs gediend.</p>
<p><em>Bas de Wit is verbonden aan het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap van de Universiteit Utrecht. Eind januari 2012 promoveerde hij op het proefschrift: <a href="http://igitur-archive.library.uu.nl/dissertations/2012-0103-200352/UUindex.html" target="_blank">‘Loyale leiders. Een onderzoek naar de loyaliteit van leidinggevenden aan docenten in het voortgezet onderwijs’</a>. </em></p>
<p><em> </em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/tijd-voor-een-nieuwe-kijk-op-managers/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Leidraden voor bezuinigen</title>
		<link>http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/leidraden-voor-bezuinigen/</link>
		<comments>http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/leidraden-voor-bezuinigen/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 15 Mar 2012 06:00:33 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[De crisis en sociaal beleid]]></category>
		<category><![CDATA[Politiek]]></category>
		<category><![CDATA[bezuinigingen]]></category>
		<category><![CDATA[democratie]]></category>
		<category><![CDATA[financieel-economische crisis]]></category>
		<category><![CDATA[maatschappelijke implicaties]]></category>
		<category><![CDATA[Mirko Noordegraaf]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>
		<category><![CDATA[tussenformatie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.socialevraagstukken.nl/site/?p=6403</guid>
		<description><![CDATA[Wat betekenen nieuwe bezuinigingen voor de Nederlandse economie? Vormen ze een antwoord op de acute financieel-economische problemen? De extra bezuinigingen waarover regeringspartijen VVD en CDA en gedoogpartner PVV praten, zijn oplossing en probleem ineen geworden. De onderhandelaars laveren tussen twee strategieën. Aan &#8230; <a href="http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/leidraden-voor-bezuinigen/">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong><img class="alignleft  wp-image-6404" title="" src="http://www.socialevraagstukken.nl/site/wp-content/uploads/2012/03/naamloosklein2.jpg" alt="" width="240" height="160" />Wat betekenen nieuwe bezuinigingen voor de Nederlandse economie? Vormen ze een antwoord op de acute financieel-economische problemen? De extra bezuinigingen waarover regeringspartijen VVD en CDA en gedoogpartner PVV praten, zijn oplossing en probleem ineen geworden.</strong></p>
<p><span id="more-6403"></span></p>
<p>De onderhandelaars laveren tussen twee strategieën. Aan de ene kant luisteren ze naar economische adviezen van rekenmeesters van het CPB en allerhande economische experts. Vooral economen weten precies wat nodig is. Koppelen van bezuinigingen aan structurele hervormingen zien zij als onvermijdelijk. Aan de andere kant zijn daar de politieke overwegingen en electorale belangen. Een mogelijke bezuiniging op ontwikkelingssamenwerking dient bijvoorbeeld vooral politieke doelen, ofwel om structurele hervormingen (opnieuw) uit te stellen, ofwel om ze juist te legitimeren.</p>
<p><strong>Leidraden<br />
</strong>De vraag is straks niet zozeer wat de uitkomst van de onderhandelingen zijn, maar hoe we bepalen of die uitkomst <em>waardevol</em> is. Daarbij gaat het om meer dan economische en politieke ijkpunten alleen.</p>
<p>Hoe kunnen we de tussenformatie op <em>andere</em>, minder economische en politieke manieren bekijken en beoordelen? Drie leidraden.</p>
<ol>
<li><em>Houd eigenaarschap in de gaten.<br />
</em>Grote vraag bij het nieuwe bezuinigingspakket is wie worden getroffen. Oftewel:<em> wie zijn de ‘eigenaren’?</em> Raakt het vooral de kwetsbaren, zoals GGZ-patiënten, of toekomstige generaties, dan zullen de bezuinigingen een onevenwichtige maatschappelijke uitwerking hebben. Ook minder kwetsbare en juist krachtige burgers moeten zich ‘mede-eigenaar’ voelen, zeker als voor structurele hervormingen wordt gekozen. Dan gaat de notie van kwetsbaarheid niet alleen om het onderscheid tussen rijk en arm, maar ook bijvoorbeeld tussen oud en jong.</li>
<li><em>Heb oog voor indirecte      en bijeffecten<br />
</em>Veel publieke en maatschappelijke instellingen hebben last van de bezuinigingen, maar vooral ook van de manier waarop zij worden gepresenteerd en doorgevoerd. Onvoorspelbaarheden in het proces en de (strategische) onzekerheden die voor de langere termijn worden gecreëerd, zijn problematisch voor gezonde bedrijfsvoering en betrokken publieke dienstverlening, of het nu geestelijke gezondheidszorg betreft, onderwijs of politiezorg.</li>
</ol>
<p>Natuurlijk zijn onzekerheden en risico’s ook in die sectoren onvermijdelijk, moet idealiter met minder middelen meer bereikt worden, en zijn innovaties meer dan ooit gewenst. Maar de politieke ambivalentie waarmee publieke diensten tegemoet worden getreden, is improductief. Het Nederlandse onderwijs moet tot het beste van de wereld behoren, maar tegelijkertijd wordt het met ondoordachte plannen rond prestatiebeloning negatief bejegend en belast. Politie, justitie en reclassering moeten zorgen voor een superveilige samenleving, maar het moet wel steeds efficiënter en productiever, met protocollen en richtlijnen en uitgebreide meet- en monitoringsystemen die de dienstverlening extra belasten. De vraag is: <em>worden zware bezuinigingen licht ingevoerd?</em></p>
<p>Dat heeft ook symbolische kanten; wordt de overheid als betrouwbare partner gezien die verantwoord doorvoeren van bezuinigingen mogelijk maakt? Snijdt de overheid ook in eigen vlees als productiviteit leidend wordt? Versterkt dat niet de <em>uitval</em> die we juist met zorg, GGZ, onderwijs en politie en justitie moeten aanpakken?</p>
<ol start="3">
<li><em>Ga uit van redelijkheid<br />
</em>Bezuinigingspakketten hebben allerlei maatschappelijke implicaties en die kunnen als meer of minder rechtvaardig worden beschouwd. Dat heeft ook met ideologische voorkeuren te maken. Daar zullen we het niet over eens worden. Waar wél overeenstemming over kan zijn, is of de bezuinigingsmaatregelen <em>geen</em> <em>onredelijke</em> gevolgen hebben. Daarbij speelt het eerder genoemde punt van kwetsbaarheid een belangrijke rol. Zoals gezegd, het is verleidelijk kwetsbaren een flink aandeel in de bezuinigingsopgave te laten nemen, aangezien hun ‘opbrengst’ en ‘productiviteit’ gering is. Dat geldt voor de genoemde GGZ-patiënten, maar ook voor kunstenaars, asielzoekers, verstandelijk gehandicapten, zorgleerlingen, et cetera. Maar het is onredelijk, niet alleen vanwege het onnodig belasten van groepen en dienstverlening, maar ook omdat de overheid de verantwoordelijkheid draagt voor de minder productieven in onze samenleving.</li>
</ol>
<p>Los van deze kwetsbaarheid is het helemaal problematisch om de harde aanpak van bepaalde groepen als teken van politieke moed te etaleren. Dat speelt vooral bij de vrolijkheid waarmee hardvochtig beleid wordt geformaliseerd. Betrokkenen begrijpen best dat staatssecretaris Zijlstra bijvoorbeeld moet bezuinigen op kunst, cultuur en hoger onderwijs. Maar het schijnbare genoegen waarmee hij bezuinigingen doorvoerde, dát zette kwaad bloed.</p>
<p><strong>De wijze waarop wordt bezuinigd maakt het verschil<br />
</strong>De wijze waarop er wordt bezuinigd, gesaneerd en hervormd maakt dus verschil. De effectiviteit neemt af als er onduidelijkheid bestaat over wie de bezuinigingen betaalt, als de nadruk komt te liggen bij de gevolgen voor kwetsbare groepen, de bijeffecten zwaar wegen en de aanpak onredelijk is. Zowel burgers als instellingen worden dan minder uitgedaagd om de economische dip met nieuwe energie aan te gaan.</p>
<p><em>Prof.dr Mirko Noordegraaf is hoogleraar Publiek management aan de Universiteit Utrecht. Daarnaast is hij tevens onder meer voorzitter van de Raad van Toezicht van Riagg Rijnmond.</em></p>
<p><em>Prof.dr Mirko Noordegraaf<br />
</em>Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO)<br />
Universiteit Utrecht<br />
<a href="mailto:m.noordegraaf@uu.nl">m.noordegraaf@uu.nl</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/leidraden-voor-bezuinigen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De crisis is vooral een moreel tekort</title>
		<link>http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/de-crisis-is-vooral-een-moreel-tekort/</link>
		<comments>http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/de-crisis-is-vooral-een-moreel-tekort/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 14 Mar 2012 06:00:31 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Ringo Ossewaarde</dc:creator>
				<category><![CDATA[De crisis en sociaal beleid]]></category>
		<category><![CDATA[Politiek]]></category>
		<category><![CDATA[democratie]]></category>
		<category><![CDATA[economische crisis]]></category>
		<category><![CDATA[Nederland]]></category>
		<category><![CDATA[ringo ossewaarde]]></category>
		<category><![CDATA[Rutte]]></category>
		<category><![CDATA[topsectorenbeleid]]></category>
		<category><![CDATA[tussenformatie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.socialevraagstukken.nl/site/?p=6391</guid>
		<description><![CDATA[Rutte c.s. moeten beseffen dat het bij de tussenformatie niet zozeer draait om het begrotings-tekort maar om het versterken van de democratische besluit-vorming. Ringo Ossewaarde vreest dat deze politieke leiders daartoe de prudentie en commitment aan de democratie missen. Wat &#8230; <a href="http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/de-crisis-is-vooral-een-moreel-tekort/">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong><a title="De crisis is vooral een moreel tekort" href="http://www.socialevraagstukken.nl/site/2012/03/13/de-crisis-is-vooral-een-moreel-tekort/"><img class="alignleft  wp-image-6392" title="" src="http://www.socialevraagstukken.nl/site/wp-content/uploads/2012/03/naamloosklein1.jpg" alt="" width="240" height="160" /></a>Rutte c.s. moeten beseffen dat het bij de tussenformatie niet zozeer draait om het begrotings-tekort maar om het versterken van de democratische besluit-vorming. Ringo Ossewaarde vreest dat deze politieke leiders daartoe de prudentie en commitment aan de democratie missen.</strong></p>
<p><span id="more-6391"></span></p>
<p>Wat zou het vertrekpunt moeten zijn voor de onderhandelingen tijdens de tussenformatie? Om te beginnen moeten de onderhandelaars beseffen dat het niet zo zeer gaat om het terugbrengen van het begrotingstekort, maar om het versterken van de democratische besluitvorming. Het uitgangspunt zou een dieper gaande diagnose van de huidige crisis, van tekorten, moeten zijn. Ofwel, dat de crisis niet zo zeer een economische crisis is maar een democratisch tekort, een moreel en politiek deficit.</p>
<p>Wat ik hiermee bedoel is dat Rutte c.s. zich nadrukkelijk zouden moeten presenteren als hoeders van de Nederlandse democratie. In die hoedanigheid hebben de onderhandelingen betrekking op de vraag hoe een politieke gemeenschap te vormen, hoe daarin persoonlijkheden te vormen, die in staat zijn om hun leven richting te geven in een tijdperk van wereldwijde crises. Dit betekent dat publieke diensten als taak hebben om een publieke en democratische moraal te promoten. Waardoor politieke vermogens kunnen worden ontwikkeld en politieke tegenstellingen mogelijk kunnen worden overbrugd; en maatschappelijke alternatieven kunnen worden ontwikkeld die een weg bieden uit het huidige verval. Kortom, het uitgangspunt moet zijn de vorming van een democratische geest.</p>
<p><strong>Ik vrees dat Rutte de morele verplichting laat varen<br />
</strong>Ik vrees evenwel dat Rutte c.s. de vorming van een kwalitatief hoogwaardige democratie als politieke uitdaging en morele verplichting laten varen. Ik vrees dus een onverantwoordelijke en ondemocratische (en hiermee immorele) politieke elite die wordt gekenmerkt door een gebrek aan prudentie en politiek commitment aan het democratische erfgoed. Ik vrees dat deze georganiseerde onverantwoordelijkheid tot uitdrukking gaat komen in ondemocratische besluitvorming die dan zal worden ingegeven door economische motieven.</p>
<p>Dat deze elite de democratie gaat plaatsen in een marktomgeving (democratie als een aspect van het kapitalisme), in plaats van de markt te plaatsen binnen de kaders van een democratische omgeving (kapitalisme als een aspect van de democratie). Ik vrees dat het antwoord van onze politieke leiders meer markt (gepaard met striktere bureaucratische controle) zal zijn – de ondemocratische trend van de afgelopen 25 jaar. Dat niet ze niet zozeer zullen onderhandelen met de stem van de rede, maar dat financiële cijfers en ideologie de onderhandelingen zullen determineren en reduceren tot handel. Ofwel, dat als koopmannen en niet als staatsmannen (zoals de Griekse staatsman Pericles) wordt besloten. Dat er met andere woorden geen democratische besluitvorming zal plaatsvinden over fundamentele zaken.</p>
<p>De onderhandelaars moeten dan ook niet in de eerste plaats uitgaan van economische groei in de toekomst. Daarnaast zouden zij de taal waarin de onderhandelingen worden gevoerd niet als vanzelfsprekend mogen aanvaarden.  In een werkelijk democratische staat worden onderhandelingen gevoerd in de taal van democratie, en kwesties geduid in termen van politieke rechtvaardigheid, politieke vrijheid en democratische gemeenschapsvorming - in het spreken van die taal heeft de politieke elite een voorbeeldfunctie. Wat zij dus niet mogen doen is besprekingen voeren buiten deze termen om, en louter spreken in technocratisch en bureaucratisch jargon. Immers, daarmee zou uit het oog worden verloren waar het in deze besprekingen nu daadwerkelijk om gaat.</p>
<p><strong>Concrete suggestie: heroverweeg topsectorenbeleid<br />
</strong>Vanuit deze benadering zou ik de onderhandelaars tot slot een concrete bezuinigingssuggestie wil doen: het her-evalueren van het zogenaamde topsectorenbeleid, waarmee belastinggeld wordt gebruikt om de zogenaamde zesde industriële revolutie – de convergentie van biotechnologie, neurowetenschappen, nanotechnologie, ICT, en robotica – te sponsoren. In een dergelijke visie op wetenschap wordt wetenschap buiten de kaders geplaatst van de democratie en binnen de kaders van het (wereldwijde) kapitalisme, hetgeen leidt tot biotechnologische innovatie in combinatie met democratisch verval.</p>
<p>Met zo’n nadruk op technologische vooruitgang, in plaats van op democratische vooruitgang, gedraagt onze politieke elite zich communistisch. Immers, zij geeft hiermee nadrukkelijk uitdrukking uiting aan de wens om productieve menselijke robots te maken, in plaats van democratische geesten met verlangens naar politieke vrijheid.</p>
<p><em>Ringo Ossewaarde is universitair hoofddocent sociologie aan de Universiteit Twente, waar hij vakken doceert als maatschappelijke organisatie,inleiding in de sociologie, maatschappelijke problemen en global social problems voor de studies bestuurskunde, bedrijfskunde en Europese Studies.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/de-crisis-is-vooral-een-moreel-tekort/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Hervorm liever dan alleen te bezuinigen</title>
		<link>http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/hervorm-liever-dan-alleen-te-bezuinigen/</link>
		<comments>http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/hervorm-liever-dan-alleen-te-bezuinigen/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 13 Mar 2012 08:25:08 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[De crisis en sociaal beleid]]></category>
		<category><![CDATA[Politiek]]></category>
		<category><![CDATA[adviezen voor de tussenformatie]]></category>
		<category><![CDATA[Bas van Bavel]]></category>
		<category><![CDATA[bezuinigen]]></category>
		<category><![CDATA[economische crisis]]></category>
		<category><![CDATA[hervormen]]></category>
		<category><![CDATA[Instituties van de Open Samenleving]]></category>
		<category><![CDATA[Nederland]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.socialevraagstukken.nl/site/?p=6374</guid>
		<description><![CDATA[Haastig bezuinigen zonder fundamentele hervormingen brengt de Nederlandse economie in een neerwaartse spiraal. Het zou beter zijn om de economie sterker, groener en rechtvaardiger te maken. Dat zouden zowel liberalen, christendemocraten als populisten moeten willen. Bezuinigen is noodzakelijk. Over het tempo &#8230; <a href="http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/hervorm-liever-dan-alleen-te-bezuinigen/">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong><a title="Hervorm liever dan alleen te bezuinigen" href="http://www.socialevraagstukken.nl/site/2012/03/13/hervorm-liever-dan-alleen-te-bezuinigen/"><img class="alignleft size-full wp-image-6376" title="" src="http://www.socialevraagstukken.nl/site/wp-content/uploads/2012/03/naamloosklein.jpg" alt="" width="240" height="160" /></a>Haastig bezuinigen zonder fundamentele hervormingen brengt de Nederlandse economie in een neerwaartse spiraal. Het zou beter zijn om de economie sterker, groener en rechtvaardiger te maken. Dat zouden zowel liberalen, christendemocraten als populisten moeten willen.</strong></p>
<p><span id="more-6374"></span></p>
<p>Bezuinigen is noodzakelijk. Over het tempo en de omvang waarin dat moet gebeuren, en wat hiervan de korte termijneffecten zijn, valt te twisten. Maar veel belangrijker nog zijn de effecten op de langere termijn. Hoe voorkomen we dat een langdurige hapering van de  Nederlandse economie en een verlies aan concurrentiekracht ons over een tijd dwingen tot weer een volgende bezuinigingsronde? Hoe zorgen we ervoor dat het succes en de slagkracht van onze economie juist in deze moeilijke omstandigheden worden vergroot, om de uitdagingen van de toekomst aan te kunnen? Die slagkracht is al niet groot, als gevolg van de structurele problemen op drie terreinen die noodzakelijk zijn voor economische ontwikkeling en groei:</p>
<p>- de uitbouw van menselijk kapitaal (<em>human capital</em>) en daaraan gekoppeld de investering in onderwijs en onderzoek;<br />
- verduurzaming van de economie;<br />
- maatschappelijke gelijkwaardigheid en brede participatie.</p>
<p>Terecht wordt er op gewezen dat hervormingen van de arbeidsmarkt, de woonsector en de financiële sector noodzakelijk zijn, maar nog belangrijker voor onze welvaart zijn de dieperliggende fundamenten die welvaart op de lange termijn kunnen creëren. Recent economisch en economisch-historisch onderzoek laat, nog duidelijker dan we eerder al wisten, zien dat juist deze drie terreinen cruciaal zijn voor een succesvolle economie die ook internationaal concurrerend blijft. En op alle drie terreinen presteert Nederland op dit moment matig.</p>
<p><strong>Drie terreinen waarop Nederland achterblijft<br />
</strong>De Nederlandse samenleving en het bedrijfsleven investeren ten eerste  relatief weinig in onderwijs en de kwaliteit van de arbeid. Het aandeel van het Bruto Binnenlands Product (BBP) dat de Nederlandse overheid uitgeeft aan onderwijs ligt lager dan in Frankrijk en Groot-Brittannië, en veel lager dan in de Scandinavische landen. Het BBP-aandeel dat wordt uitgegeven aan <em>Research &amp; Development</em>, en dan met name het aandeel van het bedrijfsleven daarin, ligt volgens OESO-cijfers in Nederland eveneens laag.</p>
<p>Op het gebied van ecologische duurzaamheid van de economie doet Nederland het ook slechter dan het gemiddelde van de vijftien kernlanden van de Europese Unie. Wat betreft hoogte van het energieverbruik, het aandeel van duurzame energie en de uitstoot van CO<sub>2</sub> scoort Nederland matig, volgens cijfers van het CBS.</p>
<p>Op het gebied van maatschappelijke gelijkwaardigheid tenslotte is met name de vermogensongelijkheid in Nederland zeer hoog. De gini-coëfficiënt, dat die ongelijkheid uitdrukt, is bij ons meer dan 0,8, op een schaal van 0 tot 1. Daarmee is de Nederlandse vermogensongelijkheid, die met inkomensongelijkheid de belangrijkste component van ongelijkheid vormt,  een van de hoogste in de Westerse wereld (volgens cijfers van het CBS, zie ook <a href="http://www.socialevraagstukken.nl/site/2011/09/06/vermogensongelijkheid-terug-op-agenda/" target="_blank">mijn eerdere artikel</a> op Sociale Vraagstukken).</p>
<p><strong>Hervorming levert ook geld op<br />
</strong>Dat Nederland op deze cruciale terreinen zo matig scoort is overigens niet alleen deze en voorgaande regeringen te verwijten, maar ook de werkgevers en werknemers. De maatschappelijke partners zouden net zo goed de huidige crisis en bezuinigingsopgave moeten aangrijpen om op deze drie terreinen gezamenlijk tot structurele hervormingen te komen. Eerder is een dergelijke hervorming de Nederlandse samenleving en economie ook gelukt. Rond 1950 werd uit de puinhopen van de oorlog en de voorgaande crisis de opbouw van de economie en de sociale welvaartsstaat ter hand genomen, en in jaren 1980 vond men in de economische problemen de kracht om de hervorming van de verzorgingsstaat ter hand te nemen. Nu wacht een soortgelijke opgave.</p>
<p>Kost deze hervorming dan geen geld? Wel als het gaat om de investeringen in onderzoek en onderwijs. Maar daarbij kan met name worden gezocht naar instrumenten om het bedrijfsleven hierin zijn verantwoordelijkheid te laten nemen. Verduurzaming van de economie hoeft geen belastinggeld te kosten, integendeel, die kan juist bijdragen aan het in balans brengen van de overheidsfinanciën, bij voorbeeld door het belasten van vervuilende activiteiten en het afschaffen van subsidies en vrijstellingen voor vervuilende activiteiten. Verzachting van de scherpe vermogensongelijkheid levert zelfs een grote bijdrage aan de overheidsfinanciën. De verschillende vermogensbelastingen op het peil van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk te brengen, dat wil zeggen 1 à 2 procentpunten hoger dan ze nu in Nederland liggen (volgens cijfers van de OESO), zou zo’n 10 tot 20 miljard euro per jaar kunnen opleveren. Dat is ruim voldoende voor de noodzakelijke investeringen in onderwijs en onderzoek en draagt daarnaast substantieel bij aan de financiering van de noodzakelijke hervorming van de Nederlandse economie en samenleving.</p>
<p><strong>Resultaat past christendemocraten, liberalen en populisten<br />
</strong>Het resultaat is dat we kansen tot ontplooiing geven aan brede groepen uit de samenleving, die door hun vergrote kennis en werkkracht bijdragen aan de welvaart en het concurrentievermogen van de Nederlandse economie. Dat is een resultaat dat behoort tot de klassieke doelen van christendemocraten, liberalen en populisten, en dus alle politieke grenzen overstijgt. Het is ook een gezamenlijk belang van de maatschappelijke partners.</p>
<p>Zo benutten we deze crisis om de Nederlandse economie klaar te maken voor de toekomst, in plaats van haar slagkracht uit te hollen en terecht te komen in een neerwaartse spiraal.</p>
<p><em>Bas van Bavel is </em><em><em>hoogleraar aan de Universiteit Utrecht en coördinator van het kenniscentrum ‘Instituties van de Open Samenleving’. </em></em><em><em>Het centrum maakt deel uit van de Universiteit Utrecht. Op 22 maart organiseert het IOS een symposium over &#8216;<a href="http://www.uu.nl/faculty/humanities/NL/Actueel/Agenda/Pages/20120322-symposium-ios.aspx">De institutionele verbouwing van Nederland</a>&#8216;.</em></em></p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/hervorm-liever-dan-alleen-te-bezuinigen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Hoe blijft de verpleging betaalbaar?</title>
		<link>http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/hoe-blijft-de-verpleging-betaalbaar/</link>
		<comments>http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/hoe-blijft-de-verpleging-betaalbaar/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 12 Mar 2012 06:00:14 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Evelien Eggink</dc:creator>
				<category><![CDATA[Gezondheidszorg]]></category>
		<category><![CDATA[Ouderen]]></category>
		<category><![CDATA[Debbie Oudijk]]></category>
		<category><![CDATA[Evelien Eggink]]></category>
		<category><![CDATA[mantelzorg]]></category>
		<category><![CDATA[ouderen]]></category>
		<category><![CDATA[ouderenzorg]]></category>
		<category><![CDATA[scp]]></category>
		<category><![CDATA[thuiszorg]]></category>
		<category><![CDATA[vergrijzing]]></category>
		<category><![CDATA[verpleeghuiszorg]]></category>
		<category><![CDATA[verpleging]]></category>
		<category><![CDATA[verzorging]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.socialevraagstukken.nl/site/?p=6360</guid>
		<description><![CDATA[Het gebruik van verpleging en de verzorging voor mensen thuis of in instellingen zal de komende jaren blijven doorgroeien. Van 11 miljard in 2009 zal dit bedrag groeien tot 25 miljard in 2030. Gesteld dat we dit als een probleem &#8230; <a href="http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/hoe-blijft-de-verpleging-betaalbaar/">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong><a href="http://www.socialevraagstukken.nl/site/wp-content/uploads/2012/03/Waitingbogersklein.jpg"><img class="alignleft size-full wp-image-6365" title="" src="http://www.socialevraagstukken.nl/site/wp-content/uploads/2012/03/Waitingbogersklein.jpg" alt="" width="240" height="175" /></a>Het gebruik van verpleging en de verzorging voor mensen thuis of in instellingen zal de komende jaren blijven doorgroeien. Van 11 miljard in 2009 zal dit bedrag groeien tot 25 miljard in 2030. Gesteld dat we dit als een probleem zien, wat kunnen we ertegen doen? Een verhoging van de eigen bijdrage zal geen soelaas bieden.</strong></p>
<p><span id="more-6360"></span></p>
<p>In 2009 gebruikten 940.000 mensen een vorm van publiek gefinancierde thuiszorg, verpleeghuiszorg of verzorgingshuiszorg. De vergrijzing zal het beroep op deze zorg opstuwen. Wij hebben <a href="http://www.scp.nl/content.jsp?objectid=29250" target="_blank">becijferd</a> dat er in2030 intotaal 1,25 miljoen gebruikers kunnen worden verwacht. Dit betekent een stijging van ongeveer 1,5 procent per jaar. De meer intensieve vormen van zorg, met name van de instellingen, zullen sterker toenemen dan de lichtere en goedkopere zorgvormen.</p>
<p>Op basis van de vergrijzing hadden we wel een veel sterkere stijging van het gebruik verwacht. Zo komt de groei van het aantal 65-plussers tot 2030 uit op 2 procent per jaar, en die van het aantal 80-plussers zelfs op 2,5 procent per jaar. Het zorggebruik wordt gedempt doordat ouderen steeds langer in goede gezondheid verkeren en door een hoger inkomen en opleidingsniveau minder afhankelijk zullen zijn van publiek gefinancierde zorg. Bij deze berekeningen is geen rekening gehouden met moeilijk te voorspellen effecten van beleid of veranderde voorkeuren van gebruikers.</p>
<p><strong>Van 11 miljard euro in 2009 tot 25 miljard in 2030<br />
</strong>Hoewel deze stijging van <em>het gebruik</em> dus meevalt vergeleken bij de groei van het aantal ouderen, zijn <a href="http://www.scp.nl/content.jsp?objectid=28848" target="_blank"><em>de kosten</em> </a>wel sneller gestegen dan het aantal gebruikers. Dat komt doordat het gebruik van de duurdere (intensievere) vormen van zorg sneller toenam dan de goedkopere. Daarnaast neemt de zorgbehoefte van met name de tehuisbewoners toe. De kwaliteit van de zorg is daar ook verbeterd, bijvoorbeeld doordat de bestaande meer-persoonskamers zijn omgezet in eenpersoonskamers. Dat betekende een verbetering van de privacy en het comfort van bewoners, maar resulteerde ook in <a href="http://www.scp.nl/Publicaties/Alle_publicaties/Publicaties_2010/Zorgen_voor_Zorg" target="_blank">stijgende kosten</a>.</p>
<p>De publieke uitgaven aan verpleging en verzorging bedroegen in 2009 bijna 11 miljard euro. Als we ervan uitgaan dat de stijging in zorgprijzen van de afgelopen periode ook in de toekomst doorzet, zullen de reële uitgaven opnieuw veel sterker toenemen (4,1 procent  per jaar) dan het aantal gebruikers (1,5 procent per jaar). Dit betekent dat de reële uitgaven oplopen tot 25 miljard euro in 2030. Uitgaande van de gebruikelijke aanname van een jaarlijkse toename van het BBP van 2 procent op lange termijn zullen de publieke uitgaven aan deze sector dan toenemen van 1,9 procent van het BBP in 2009 tot 2,9 procent in 2030.</p>
<p><strong>Is de betaalbaarheid een probleem?<br />
</strong>Zijn de toenemende zorguitgaven een probleem? Een voor de hand liggend antwoord op die vraag is: nee, mits we met z’n allen bereid zijn meer aan de zorg voor kwetsbaren bij te dragen. Maar daar zit nu ook net de crux, want waar ligt de grens aan de zorg die we willen leveren? En hoe ligt de balans tussen de kwaliteit van de zorg en de prijs die we daarvoor collectief willen betalen?</p>
<p>Uit <a href="http://www.scp.nl/content.jsp?objectid=27975" target="_blank">internationaal onderzoek</a> blijkt dat men in Nederland reeds bij relatief lichte beperkingen recht heeft op zorg. De verantwoordelijkheid voor de zorg ligt daarmee vooral bij de overheid. Gezien de kwaliteitsimpuls die het kabinet Rutte voor de ouderenzorg voorstaat, is hiervoor ook politiek draagvlak.</p>
<p>Tegelijkertijd wordt er in een welvarende verzorgingsstaat als Nederland ook weer niet minder informele zorg verleend dan in andere landen, getuige de bijdrage van <a href="http://www.socialevraagstukken.nl/site/2012/02/06/nederlanders-zorgen-goed-voor-elkaar-ook-dankzij-de-overheid/" target="_blank">Dykstra</a> op deze site. Daarmee lijkt niet alleen de overheid, maar ook de samenleving een substantieel deel van de verantwoordelijkheid voor de zorg te nemen.  <strong></strong></p>
<p><strong>Beperking van de thuiszorg zal waarschijnlijk weinig uitrichten<br />
</strong>In theorie zijn er verschillende mogelijkheden om de verantwoordelijkheid meer naar de bevolking te verleggen. Zo kan de toegang tot zorggebruik worden beperkt. Maatregelen om de toegang tot één specifieke zorgvorm, zoals de thuiszorg, te bepreken, zullen waarschijnlijk echter weinig uitrichten. Om te beginnen zullen de gebruikers mogelijk uitwijken naar andere en soms meer intensieve en dus duurdere zorgvormen, zoals de tehuiszorg. Een dergelijke verschuiving van zorg levert juist een kostentoename op in plaats van de beoogde afname. Daar komt bij dat volgens onze ramingen juist het gebruik van de zwaardere zorgvormen het hardst toeneemt. Alleen het beperken van de toegang tot alle zorgvormen zal dan ook soelaas kunnen bieden.</p>
<p>Een alternatieve manier om de verantwoordelijkheid meer bij de burger te leggen is de gebruiker meer te laten betalen, bijvoorbeeld door de eigen bijdragen voor de zorg te verhogen. Maar hebben mensen wel de mogelijkheden om af te zien van zorggebruik en voor een alternatief te kiezen? Het is natuurlijk mogelijk dat relatief draagkrachtige mensen afzien van publieke zorg, en in de particuliere sfeer een oplossing zoeken.</p>
<p><strong>Juist kwetsbare groepen kunnen een hogere bijdrage niet dragen<br />
</strong>Echter, juist in de toekomst zijn het steeds meer de kwetsbare groepen die gebruik maken van verpleging en verzorging. Zij kunnen een verhoging van de eigen bijdragen niet of nauwelijks dragen, zodat zij moeten afzien van zorggebruik, met alle gevolgen van dien. Hiervoor is weinig ruimte gezien het grote aantal reeds <a href="http://www.scp.nl/Publicaties/Alle_publicaties/Publicaties_2010/Mantelzorg_uit_de_doeken" target="_blank">zwaar belaste mantelzorgers</a>.</p>
<p>Voor het leggen van meer verantwoordelijkheid bij de burger is dus geen wondermiddel voorhanden. Het kansrijkst is een beperking van de toegang tot de zorg over de gehele linie. Beperking van de kwaliteit van de zorg ligt in deze sector, waar de tevredenheid al niet zo hoog is, niet voor de hand.</p>
<p><em>Evelien Eggink en Debbie Oudijk zijn werkzaam bij het Sociaal en Cultureel Planbureau.</em></p>
<p>Foto: Bas Bogers</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><em> </em></p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/hoe-blijft-de-verpleging-betaalbaar/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>‘Marktwerking in de zorg leidt tot verkwisting’</title>
		<link>http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/marktwerking-in-de-zorg-leidt-tot-verkwisting/</link>
		<comments>http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/marktwerking-in-de-zorg-leidt-tot-verkwisting/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 09 Mar 2012 06:00:17 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Tobias Reijngoud</dc:creator>
				<category><![CDATA[Gezondheidszorg]]></category>
		<category><![CDATA[Marktwerking]]></category>
		<category><![CDATA[artsen]]></category>
		<category><![CDATA[collectieve verzekering]]></category>
		<category><![CDATA[Evelien Tonkens]]></category>
		<category><![CDATA[gezondheidszorg]]></category>
		<category><![CDATA[Tobias Reijngoud]]></category>
		<category><![CDATA[toezicht]]></category>
		<category><![CDATA[weten is meer dan meten]]></category>
		<category><![CDATA[ziekenhuizen]]></category>
		<category><![CDATA[zorgaanbieders]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.socialevraagstukken.nl/site/?p=6331</guid>
		<description><![CDATA[‘Marktwerking in de gezondheidszorg is een gedrocht.’ Dat zegt hoogleraar Evelien Tonkens in het nieuwe boek Weten is meer dan meten van journalist en publicist Tobias Reijngoud. Als toezichthouder in de zorg ziet zij zelf de nadelige effecten van de &#8230; <a href="http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/marktwerking-in-de-zorg-leidt-tot-verkwisting/">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong><a title="‘Marktwerking in de zorg leidt tot verkwisting’" href="http://www.socialevraagstukken.nl/site/2012/03/08/marktwerking-in-de-zorg-leidt-tot-verkwisting/"><img class="alignleft size-full wp-image-6332" title="Gezondheidszorg+geld" src="http://www.socialevraagstukken.nl/site/wp-content/uploads/2012/03/Gezondheidszorg+geld.jpg" alt="" width="240" height="180" /></a>‘Marktwerking in de gezondheidszorg is een gedrocht.’ Dat zegt hoogleraar Evelien Tonkens in het nieuwe boek <em>Weten is meer dan meten</em> van journalist en publicist Tobias Reijngoud. Als toezichthouder in de zorg ziet zij zelf de nadelige effecten van de marktwerking. ‘</strong><strong>Huisartsen laten steeds meer onderzoekjes doen.’ </strong></p>
<p><span id="more-6331"></span></p>
<p>‘Marktwerking zet zorgaanbieders zoals huisartsen, specialisten en ziekenhuizen aan tot fout gedrag, namelijk tot maximale productie. Want hun persoonlijke inkomsten en die van hun instelling zijn door de invoering van marktwerking voor een belangrijk deel afhankelijk van het aantal patiënten dat ze zien en het aantal onderzoeken dat ze doen. Marktwerking leidt tot behandelingen en onderzoeken die vanuit medisch oogpunt tamelijk nutteloos zijn maar wel worden uitgevoerd omdat ze de zorgaanbieder geld opleveren.</p>
<p>Zo stimuleert marktwerking precies wat de voorstanders ervan – terecht &#8211; zeggen te willen bestrijden: de voortdurende snelle stijging van de kosten van de gezondheidszorg. De betaalbaarheid van ons collectieve stelsel komt door de invoering van marktwerking ernstig in het gedrang. Een ruimhartig stelsel waar mensen die écht medische hulp nodig hebben altijd terecht kunnen, is op lange termijn alleen gegarandeerd als alle actoren permanent ‘op zuinig’ staan. En niet, zoals dat door marktwerking het geval is, op uitgeven en verkwisten. Door het aanzetten tot maximale productie legt marktwerking de bijl aan de wortels van ons zorgstelsel.</p>
<p><strong>Huisartsen krijgen stukloon<br />
</strong>Hoe werkt het aanzetten tot maximale productie? Neem huisartsen. Die krijgen in het huidige financieringsstelsel stukloon: hun inkomen bestaat voor een kleiner deel uit vaste inkomsten en voor een groter deel uit productieafhankelijke betaling. Is de productie te laag, dan komt het voortbestaan van hun praktijk in gevaar.</p>
<p>De meest eenvoudige manier om inkomsten te generen is via het doen van medisch onderzoek. Want in tegenstelling tot medische <em>behandelingen</em>, zijn <em>onderzoeken</em> risicovrij. Een onderzoek heeft weinig tot geen kans op complicaties of bijwerkingen bij de patiënt, in tegenstelling bijvoorbeeld het slikken van medicijnen. En dus blijkt in de praktijk dat huisartsen steeds meer onderzoeken en onderzoekjes doen. Daartoe worden ze nog eens extra gestimuleerd door de hedendaagse mondige patiënt die zelf vaak vraagt om onderzoek.</p>
<p>De patiënt tegengas geven en ‘nee’ zeggen wordt door het financieringsstelsel niet direct gestimuleerd. Integendeel. Vroeger was de huisarts de poortwachter tot de zorg. Hij selecteerde en zorgde ervoor dat alleen patiënten die werkelijk onderzoek en behandeling nodig hadden, de medische molen ingingen. Tegenwoordig gaat de huisarts steeds meer lijken op een winkelbediende die geneigd is om zoveel mogelijk van zijn waar te slijten aan de klant. Want het gaat om omzet.</p>
<p><strong>De druk om omzet te genereren wordt groter<br />
</strong>Marktwerking in de zorg is bedoeld om concurrentie tussen instellingen te stimuleren en ervoor te zorgen dat er een soort selectie optreedt: de ‘goede’ instellingen blijven overeind, de ‘slechte’ vallen om. Daarbij wordt de prestatie voor een belangrijk deel bepaald met financiële criteria: omzet en rendement.</p>
<p>Ik ben zelf toezichthouder in de zorg. In de gesprekken met medetoezichthouders, directie en specialisten komt de afweging tussen financiële en medisch-inhoudelijke argumenten regelmatig terug. Door de grote financiële risico’s die marktwerking genereert, dreigen enerzijds medische afwegingen over de noodzaak van bepaalde onderzoeken op het tweede plan te komen. Anderzijds wordt de druk om omzet te genereren groter. Want als een instelling zou omvallen kunnen helemaal geen patiënten meer worden geholpen.</p>
<p>Marktwerking brengt zorgaanbieders dus op een hellend vlak. Door artsen en instellingen medeverantwoordelijk te maken voor het genereren van omzet, ontstaat een troebele situatie op het moment dat er afwegingen moeten worden gemaakt over het wel of niet aanbieden van bepaalde vormen van zorg. Medische motieven raken vermengt met financiële. De artsen die ik spreek beamen dat het voor henzelf in toenemende mate onduidelijk is waarom ze een bepaalde vorm van zorg al dan niet aanbieden. Ze voelen zich meegezogen in het omzetdenken. Medische en financiële motieven vormen voor hen een ondoorzichtige moes. Financiële motieven gaan steeds meer deel uitmaken van het hart van de medische ethiek.</p>
<p>Dat is in niemands belang, en al helemaal niet in die van de patiënt. Want een patiënt moet ervan uit kunnen gaan dat een arts of zorgverlener alles in het werk stelt om hem beter te maken. Het is voor een patiënt onheilspellend als hij het vermoeden krijgt dat de arts bepaalde onderzoeken voorstelt omdat hij daar een financieel belang bij heeft.</p>
<p>Gelukkig laat de praktijk van vandaag een genuanceerder beeld zien. Zeker als het gaat om medische behandelingen waar gezondheidsrisico’s aan verbonden zijn, handelen artsen uiteraard medisch gezien verantwoord. Maar hoe het ook zij, het gaat om het principe: door de introductie van marktwerking ontstaat een ander soort logica binnen de zorg. Niet langer staat alleen de vraag naar het medisch nut voorop maar ineens spelen ook financiële motieven een rol. En dat moeten we niet willen.</p>
<p><strong> Hoe ziet dan het ideale stelsel eruit?<br />
</strong>De vraag is natuurlijk: hoe zou het ideale zorgstelsel eruit moeten zien, gegeven het feit dat het beroep op de gezondheidszorg de komende decennia verder zal stijgen vanwege de vergrijzing? Bij het beantwoorden van die vraag kunnen we inspiratie putten uit de stelsel zoals dat in Scandinavische landen bestaat. En uit ons ‘eigen’, vroegere ziekenfonds.</p>
<p>Het ideale stelsel is een soort ziekenfonds-plus: een collectieve verzekering voor iedereen. Een stelsel dat toegankelijkheid, betaalbaarheid en kwaliteit van de zorg garandeert. Dat fonds is óf in handen van de overheid óf van partijen die niet op winst uit zijn. Het zijn sociale, regionale verzekeraars, die lokaal gebonden zijn en zich verantwoordelijk voelen voor ‘hun’ regio. Er zijn geen commerciële belangen aan gekoppeld, niet van verzekeraars en niet van zorgverleners. Het stelsel is daarmee gericht op zuinigheid en terughoudendheid. De overheid is de regisseur die de zorg coördineert en bovendien sturingsmacht heeft.</p>
<p>Ondanks het ontbreken van commerciële doelen, biedt een ideaal stelsel toch ruimte voor kleinschalige vernieuwing op basis van eigen initiatieven van professionals of cliënten. Wie denkt dat hij betere zorg kan aanbieden tegen dezelfde prijs, krijgt de ruimte om dat te  proberen. Er is daarbij geen sprake van concurrentie op prijs, maar uitsluitend op kwaliteit. De kinderopvang in Denemarken is een voorbeeld van een stelsel dat deze mogelijkheid voor eigen initiatief kent.’</p>
<p><em>Evelien Tonkens is hoogleraar actief burgerschap aan de Universiteit van Amsterdam en drager van <a href="http://www.socialevraagstukken.nl/">www.socialevraagstukken.nl</a>. </em></p>
<p><em>Dit is een verkorte versie van een hoofdstuk uit het boek ‘Weten is meer dan meten’, over de economisering van de samenleving door Tobias Reijngoud, 2012, uitgeverij Lias, ISBN  978 90 8803 005 5). In het boek komen aan het woord: Herman Wijffels, Klaas van Egmond, Hans Achterhuis, Frank Ankersmit, Jan Blokker,  Peter Blom, Arnoud Boot, Arjo Klamer, Jos van der Lans, Grahame Lock, Rob Riemen, Abram de Swaan, Evelien Tonkens, Marian Verkerk.</em></p>
<p><a href="http://www.bol.com/nl/p/nederlandse-boeken/weten-is-meer-dan-meten/1001004011530652/index.html">www.bol.com/nl/p/nederlandse-boeken/weten-is-meer-dan-meten/1001004011530652/index.html</a></p>
<p><a href="http://www.uitgeverijlias.nl">www.uitgeverijlias.nl</a></p>
<p><a href="http://www.tobiasreijngoud.nl">www.tobiasreijngoud.nl</a></p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/marktwerking-in-de-zorg-leidt-tot-verkwisting/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Mannen, bekwaam je persoonlijke eigenschappen!</title>
		<link>http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/mannen-bekwaam-je-persoonlijke-eigenschappen/</link>
		<comments>http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/mannen-bekwaam-je-persoonlijke-eigenschappen/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 08 Mar 2012 12:00:45 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Ton van Elst</dc:creator>
				<category><![CDATA[Emancipatie]]></category>
		<category><![CDATA[8 maart]]></category>
		<category><![CDATA[aandacht]]></category>
		<category><![CDATA[emancipatie]]></category>
		<category><![CDATA[mannelijk]]></category>
		<category><![CDATA[recessie]]></category>
		<category><![CDATA[testosteron]]></category>
		<category><![CDATA[Ton van Elst]]></category>
		<category><![CDATA[vechten]]></category>
		<category><![CDATA[vrouwelijk]]></category>
		<category><![CDATA[vrouwelijke eigenschappen]]></category>
		<category><![CDATA[vrouwendag]]></category>
		<category><![CDATA[zorg]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.socialevraagstukken.nl/site/?p=6345</guid>
		<description><![CDATA[8 maart noopt mannen tot reflectie, vindt Ton van Elst. Zeker nu het ook nog crisis is, waardoor mannen gemakkelijk een vechtstand aannemen. Maar meer zorg en minder door mannelijk testosteron gestuurd gedrag op het werk – daarmee is voor &#8230; <a href="http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/mannen-bekwaam-je-persoonlijke-eigenschappen/">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong><a title="Mannen, bekwaam je persoonlijke eigenschappen!" href="http://www.socialevraagstukken.nl/site/2012/03/08/mannen-bekwaam-je-persoonlijke-eigenschappen/"><img class="alignleft size-full wp-image-6349" title="" src="http://www.socialevraagstukken.nl/site/wp-content/uploads/2012/03/Manmetbloemen.jpg" alt="" width="240" height="160" /></a>8 maart noopt mannen tot reflectie, vindt Ton van Elst. Zeker nu het ook nog crisis is, waardoor mannen gemakkelijk een vechtstand aannemen. Maar meer zorg en minder door mannelijk testosteron gestuurd gedrag op het werk – daarmee is voor iedereen wat te winnen.</strong></p>
<p><span id="more-6345"></span></p>
<p>Het is weer 8 maart en het is recessie. Een goed moment om eens stil te staan bij emancipatie van vrouwen én bij die van mannen. En bij hoe wij die recessie als mannen én vrouwen te lijf kunnen gaan.</p>
<p>Ook ik heb last van de recessie: overal om mij heen worden vrienden, collega’s ontslagen. Hele bedrijven blijken opeens op veel te grote voet geleefd te hebben. Ik merk dat ik het opmerk en ondertussen denk: ze moeten niet proberen mij te ontslaan, want dat zal niet gebeuren…</p>
<p>Mannen gaan bij een crisis gewoontegetrouw in de vechtstand. Eigenlijk is recessie een geweldig moment voor mannen om hun mannelijkheid eens goed te laten gelden. Het is uit allerlei onderzoek al gebleken dat een beetje meer testosteron je minder angstig maakt. Nu hebben mannen daar sowieso al meer van, dus kom maar op met die bedreigingen. Er zit ook een mindere kant aan dit voordeel: mannen hebben daardoor de neiging om iets te weinig angst te hebben en het vooral alleen te willen oplossen. Met als resultaat dan je dan misschien wel hebt gewonnen, maar wel erg alleen.</p>
<p><strong>Mannen zouden wel eens achter vrouwen kunnen gaan staan<br />
</strong>De recessie is eigenlijk ook een mooi moment voor mannen om het eens anders te doen. Anders in elk geval dan het nu nog vaak gaat, bijvoorbeeld als er ouderschapsverlof moet worden opgenomen. Saskia Keuzekamp (SCP) schreef dat <a href="http://www.socialevraagstukken.nl/site/2011/11/08/zorgverlof-stelt-werknemers-voor-het-blok/">op deze site</a> al: ‘Vrouwen blijken vaker dan mannen een beroep te doen op ouderschapsverlof, ook als zij evenveel uren werken, net zo hoog zijn opgeleid en net als hun man een leidinggevende positie hebben. Blijkbaar worden zij nog altijd meer dan mannen verantwoordelijk gehouden voor de opvoeding van kinderen.’</p>
<p>Mannen zouden in plaats daarvan met al die vechttestosteron achter vrouwen kunnen gaan staan en misschien met wat minder inkomen of carrière meer tijd aan de kinderen kunnen besteden, of aan hun partner. Wat eerder thuis te zijn of wat later te vertrekken. Misschien is het een goed moment om eens met je partner te overleggen over wat de dreiging van ontslag eigenlijk voor het gezin zou kunnen betekenen en wie daarin welke rol opneemt?</p>
<p><strong>Stilstaan bij de mannelijke manier waarop je je werk doet<br />
</strong>Misschien ook een goed moment om met je collega’s te overleggen over wat krimp en bezuinigingen eigenlijk betekenen voor het uithoudingsvermogen op je werk in plaats van te denken: ze moeten mij niet proberen te ontslaan. Een mooi moment ook om ook eens stil te staan bij de ‘mannelijke’ manier waarop je je werk doet.</p>
<p>Wat bedoel je daar nu weer mee? hoor ik mannen geagiteerd vragen. Nou, ik merk als trainer bij Movisie dat bedrijven een enorme behoefte hebben aan anders geconditioneerde mannen. Persoonlijke kwaliteiten als contact kunnen leggen, komen steeds meer centraal te staan. Dat is niet handig als je, typisch mannelijk, het liefste al je werktijd achter een beeldscherm doorbrengt. Als je liever een mail stuurt in plaats van even langsloopt bij je collega. Paul van Loon schreef onlangs in zijn boek <a href="http://www.bol.com/nl/p/nederlandse-boeken/echte-kerels-doen-het-anders/9200000001067172/index.html" target="_blank"><em>Echte kerels doen het anders</em> </a>dat het bedrijfsleven een ander type manager nodig heeft die meer vrouwelijke kwaliteiten zoals empathie en vermogen tot cocreatie in zich heeft. Volgens mij is dat niet alleen op het werk handig, maar hard nodig om privé mee te kunnen.</p>
<p>Mannen hoeven daarvoor geen vrouwen te worden, zoals ze wel eens vrezen, maar ze moeten zich wel meer gaan bekwamen in die vrouwelijke kanten van verbinden die ze nu zo veronachtzamen, of afdoen met: je weet toch dat ik oog heb voor je welzijn en geluk, of met: ‘doe eens normaal man’.</p>
<p>Het is een enorme uitdaging voor mannen: je bekwamen in persoonlijke vaardigheden. Mannen hebben alleen al voor hun eigen carrière veel meer vrouwelijke eigenschappen nodig, ze hebben nog een gigantische inhaalslag te maken.</p>
<p>8 maart is een dag is om als man eens na te denken over de vanzelfsprekende rol die je kiest in tijden van recessie. Ik ga vanavond maar eens wat eerder naar huis om mijn lief een goede maaltijd te bereiden. En morgen ga ik bij al die collega’s langs in plaats van ze een mail te sturen.</p>
<p><em>Ton van Elst is werkzaam als trainer bij MOVISIE.</em></p>
<p><em> </em></p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/mannen-bekwaam-je-persoonlijke-eigenschappen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De crisis is een mooie kans voor mannen</title>
		<link>http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/de-crisis-is-een-mooie-kans-voor-mannen/</link>
		<comments>http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/de-crisis-is-een-mooie-kans-voor-mannen/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 08 Mar 2012 06:00:39 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Vincent Duindam</dc:creator>
				<category><![CDATA[Arbeidsmarkt]]></category>
		<category><![CDATA[Dagindeling]]></category>
		<category><![CDATA[Emancipatie]]></category>
		<category><![CDATA[crisis]]></category>
		<category><![CDATA[emancipatie]]></category>
		<category><![CDATA[het nieuwe werken]]></category>
		<category><![CDATA[HNW]]></category>
		<category><![CDATA[ouderschap]]></category>
		<category><![CDATA[part time werk]]></category>
		<category><![CDATA[thuis werken]]></category>
		<category><![CDATA[Vincent Duindam]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.socialevraagstukken.nl/site/?p=6313</guid>
		<description><![CDATA[Mannen gaan waarschijnlijk meer last van de crisis krijgen dan vrouwen. Dit geeft een geweldige kans om taken (binnenshuis) te gaan herverdelen,  betoogt Vincent Duindam. Uit onderzoek dat hij deed komt naar voren dat mannen graag vaderschap en werk willen combineren. Dan is &#8230; <a href="http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/de-crisis-is-een-mooie-kans-voor-mannen/">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong><a title="De crisis is een mooie kans voor mannen" href="http://www.socialevraagstukken.nl/site/2012/03/06/de-crisis-is-een-mooie-kans-voor-mannen/"><img class="alignleft size-full wp-image-6314" title="" src="http://www.socialevraagstukken.nl/site/wp-content/uploads/2012/03/Werkendevader4.jpg" alt="" width="240" height="180" /></a>Mannen gaan waarschijnlijk meer last van de crisis krijgen dan vrouwen. Dit geeft een geweldige kans om taken (binnenshuis) te gaan herverdelen,  betoogt Vincent Duindam. Uit onderzoek dat hij deed komt naar voren dat mannen graag vaderschap en werk willen combineren. Dan is een part-time baan dus een ideaal perspectief.</strong></p>
<p><span id="more-6313"></span></p>
<p>Waarschijnlijk weten niet veel mensen dat de aanleiding voor de eerste Internationale Vrouwendag (Kopenhagen 8 maart, 1910) een massale staking was waarin Amerikaanse vrouwen eisten dat ze niet méér dan 8 uur per dag hoefden te werken. Behalve minder uren werken wilden ze betere arbeidsomstandigheden en kiesrecht. Er is veel veranderd in de afgelopen eeuw. En de hierboven genoemde eisen zijn in het Westen in elk geval grotendeels werkelijkheid geworden.</p>
<p>Sinds de jaren zestig is (vrouwen)emancipatie veel breder geworden. Het heeft te maken met zelfbeschikking: mogen beschikken over je eigen lichaam (inclusief seksualiteit, voortplanting, ouderschap), je eigen keuzes kunnen maken (vrije partnerkeuze, betaalde arbeid, zorg,  relaties, onderwijs, politiek).</p>
<p>In 1978 hing Joke Kool Smit een affiche op met <a href="http://home.wxs.nl/~evenwild/wsts210/simjes/teksten/10voord/tienvijf.htm" target="_blank">TIEN VOORDELEN VAN DE 5-URIGE WERKDAG</a>. Voor vrouwen én mannen wel te verstaan. Ook hier dus een radicalisering van de eisen uit 1910. Alle tien de voordelen zijn m.i. nog steeds actueel. Hieronder geef ik er drie van de tien:</p>
<p><em>1. De ongelijkheid tussen vrouwen en mannen wordt minder.</em></p>
<p><em>2. Meer mensen kunnen deelnemen aan het arbeidsproces.</em></p>
<p><em>3. Het ziekteverzuim kan afnemen, minder mensen hoeven arbeidsongeschikt verklaard te worden.</em></p>
<p>Deze drie zijn niet toevallig gekozen. De kranten staan bol van de economische recessie waar we in beland zijn, met enorme bezuinigingen, en voorspellingen over sterk toenemende werkloosheid. Geeft de aanstormende crisis met de daarbij behorende werkloosheid rampspoed voor de man-vrouwverhoudingen? Of juist kansen – misschien?</p>
<p><strong>Mannen gaan waarschijnlijk meer last krijgen van de crisis</strong><br />
Een eerste vraag is in welke sector gaan de klappen vooral gaan vallen en (dus) meer bij mannen – of meer bij vrouwen? Hier kunnen we wel een idee over krijgen. Uit de meeste recente <a href="http://www.scp.nl/content.jsp?objectid=default:23757" target="_blank">Emancipatiemonitor </a>blijkt dat zowel de arbeidsdeelname als de economische zelfstandigheid van vrouwen verder is toegenomen <em>ondanks de crisis. </em>De arbeidsdeelname van vrouwen is nu 60 procent. De arbeidsdeelname van mannen daalde tijdens de crisis juist met 2 procent en bedroeg 74 procent in 2010.</p>
<p>Mannen gaan waarschijnlijk dus meer last krijgen van de crisis dan vrouwen. Dit geeft natuurlijk een geweldige kans om taken (binnenshuis) te gaan herverdelen. In de Emancipatiemonitor lezen we eveneens dat veel vrouwen ‘en vooral mannen aangeven de taken thuis gelijk te willen verdelen’. Maar in de praktijk blijkt daar weinig van terecht te komen. Tot nu toe overleggen stellen ook maar heel weinig over dit thema. Veertig procent blijkt dat zelfs nog nooit gedaan te hebben.</p>
<p>Hun kans komt eraan!</p>
<p><strong>Idealiter houden mannen hun part time baan</strong><br />
Mannen zullen meer ‘thuis komen te zitten’. Hier heeft de politiek wel een grote verantwoordelijkheid. Volgens mij kan de deeltijd-WW een belangrijk instrument zijn. Mannen die nu vijf dagen werken kunnen (in elk geval tijdelijk) terug naar drie dagen, zonder dat het inkomensverlies dramatisch is. Banen hoeven dan niet definitief te verdwijnen. Op dat moment krijgen mannen de gelegenheid om meer voor hun kinderen te zorgen, voor het huishouden, maar – afhankelijk van de levensfase &#8211; ook op school, voor oudere (schoon)ouders, mantelzorg dus, voor vrijwilligerswerk in de buurt, etc.</p>
<p>Uit eerder onderzoek is al gebleken dat mannen die part-time werken vaak meer zorgen dan mannen die helemaal niet meer buitenshuis werken – vaak omdat ze onvrijwillig werkloos geworden zijn. En Ed Spruijt en ik vonden in ons <a href="http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/15797152" target="_blank">onderzoek </a>hoe belangrijk betaalde arbeid is voor de identiteit van mannen. Werkloosheid lijkt hun zelfrespect en gezondheid aan te tasten. Idealiter houden mannen dus een part-time baan en komen zij in de situatie waarin er een beroep op hen gedaan wordt om meer te zorgen. Zij kunnen dat en zij willen dat ook, zeggen ze. In elk geval wordt de onderhandelingspositie van de vrouwelijke partner in deze situatie sterker.</p>
<p><strong>Terug naar de boerderij</strong><br />
Pauline Terreehorst voorzag in 1994 in haar boek <em><a href="http://www.paulineterreehorst.nl/?attachment_id=102" target="_blank">“Het boerderijmodel : wenken voor een postmodern gezin”</a></em> al welke kant het op zou kunnen gaan. Vóór de industriële revolutie woonden de meeste mensen in boerderijen waar arbeid en zorg op één plek met elkaar verbonden waren &#8211; en organisch in elkaar overliepen. We kunnen opnieuw naar een soortgelijk scenario: met thuiswerken, internet, laptops, smart phones zijn arbeid en zorg  vaak ook heel goed op één locatie te delen. Zeker nu de kinderopvang steeds duurder wordt, lijkt dit een voor de hand liggende optie.</p>
<p>Mannen moeten er misschien even aan wennen. Maar het is een win-win situatie.</p>
<p>V<em>incent Duindam is psycholoog, gender-expert en publicist. Hij is part time verbonden aan de Universiteit Utrecht.</em></p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/de-crisis-is-een-mooie-kans-voor-mannen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Nederlanders willen nog altijd goed doen</title>
		<link>http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/nederlanders-willen-nog-altijd-goed-doen/</link>
		<comments>http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/nederlanders-willen-nog-altijd-goed-doen/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 07 Mar 2012 06:00:03 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Govert Joan Buijs</dc:creator>
				<category><![CDATA[Civil society]]></category>
		<category><![CDATA[De crisis en sociaal beleid]]></category>
		<category><![CDATA[Adam Smith]]></category>
		<category><![CDATA[Augustinus]]></category>
		<category><![CDATA[caritas]]></category>
		<category><![CDATA[civil society]]></category>
		<category><![CDATA[Gabriel van den Brink]]></category>
		<category><![CDATA[Govert Joan Buijs]]></category>
		<category><![CDATA[instituties]]></category>
		<category><![CDATA[oratie]]></category>
		<category><![CDATA[vrije markt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.socialevraagstukken.nl/site/?p=6299</guid>
		<description><![CDATA[Caritas is als woord tegenwoordig niet bijster populair. In de grote-mensen-wereld van samenleving, politiek en economie heeft ze nauwelijks meer plaats. Daar draait het om macht, procedures, eigenbelang, efficiency, geld. Govert J. Buijs stelt die verdeling van privaat tegenover publiek ter discussie. Een belangrijke &#8230; <a href="http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/nederlanders-willen-nog-altijd-goed-doen/">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong><a title="Nederlanders willen nog altijd goed doen" href="http://www.socialevraagstukken.nl/site/2012/03/06/nederlanders-willen-nog-altijd-goed-doen/"><img class="alignleft  wp-image-6302" title="" src="http://www.socialevraagstukken.nl/site/wp-content/uploads/2012/03/Voedselbank2klein.jpg" alt="" width="240" height="173" /></a>Caritas is als woord tegenwoordig niet bijster populair. In de grote-mensen-wereld van samenleving, politiek en economie heeft ze nauwelijks meer plaats. Daar draait het om macht, procedures, eigenbelang, efficiency, geld. Govert J. Buijs stelt die verdeling van privaat tegenover publiek ter discussie. </strong></p>
<p><span id="more-6299"></span></p>
<p>Een belangrijke conclusie uit ‘De Lage Landen en het hogere’, een <a href="http://www.socialevraagstukken.nl/site/2011/12/12/politiek-en-overheid-schuldig-aan-chagrijn-in-samenleving/" target="_blank">onderzoek </a>van de Tilburgse hoogleraar Gabriël van den Brink luidt dat Nederlanders werken omdat zij van betekenis willen zijn en iets aan de samenleving willen bijdragen.</p>
<p>Nu is het opvallend dat we vooral door ons denken en spreken in economische termen, nauwelijks meer begrijpen hoezeer deze behoefte de westerse cultuur heeft gevormd. Ook hebben we nauwelijks meer een publieke taal waarin deze behoefte erkend en gestimuleerd wordt.</p>
<p>Een bijna vergeten begrip dat in deze context toch opnieuw van groot belang kan blijken te zijn, is <em>caritas, </em>te omschrijven als<em> </em>de concrete inzet voor een bepaalde persoon in een specifieke situatie. Het begrip omvat alle mensen en is dus universeel. De kerkvader Augustinus (354-430) sprak in dit verband echter wel van een orde in de liefde: ze begint in je eigen omgeving en komt vervolgens in steeds grotere kringen van verbondenheid terecht.</p>
<p><strong>Caritas uit zich in drie institutionele domeinen<br />
</strong>Caritas is sterk in de sfeer van de directe relaties tussen mensen, in familieverband, in een dorp, in een stad, op straat, in de buurt, op het werk. De vraag die ik hier aan de orde wil stellen, is hoe instituties zich met caritas verhouden. In het Westen is door de eeuwen heen bewust gewerkt aan een liefde die zich uit via en in instituties. We kunnen drie institutionele domeinen aanwijzen.</p>
<p>Het eerste domein is dat van de vrije associaties, <em>civil society</em>, het maatschappelijk middenveld: voor een belangrijk deel geprofessionaliseerd tot een non-profitsector. Hier is de invloed van het begrip caritas vanaf de vroege Middeleeuwen tot vandaag het meest direct zichtbaar in associaties voor allerlei doeleinden, zowel religieuze, als gezellige en sociale, charitatieve doeleinden. <em></em></p>
<p>Een tweede domein is de politiek. In Noordwest Europa zou de geschiedenis van de caritas in dit domein heel kort kunnen worden samengevat als de voortdurende pogingen om een bestuur te vormen dat rechtsbescherming biedt aan mensen, in plaats van hen angst aan te jagen.</p>
<p>Een derde domein is dat van de vrije markteconomie. In 1759 publiceerde Adam Smith <em><a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/The_Theory_of_Moral_Sentiments" target="_blank">The Theory of Moral Sentiments</a>.</em> Centraal begrip in dat werk is <em>sympathy</em>, het vermogen van mensen om zich te verplaatsen in de situatie van een ander en zo diens gevoelens en ervaringen mee te voelen. Vanuit deze opvatting fulmineert Smith tegen mensen die neerkijken op arme en achtergestelde mensen, fulmineert hij tegen rijkdom zonder plichtsbesef, fulmineert hij tegen de glitter en glamour van de <em>nouveau riche</em> die op frauduleuze wijze hun rijkdom verkregen hebben. Vandaag zouden we zeggen: hij fulmineert tegen de bonuscultuur.</p>
<p><strong>We kunnen ons te verplaatsen in het eigenbelang van de ander<br />
</strong>Ruim 17 jaar later publiceert Smith een werk dat hem bij het nageslacht beroemd zou maken: <em><a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/The_Wealth_of_Nations" target="_blank">An Inquiry into the Nature and Causes of the Wealth of Nations</a>- </em> het beginpunt van de moderne economische wetenschap. Hier luidt de meest geciteerde zin: ‘It is not from the benevolence of the butcher, the brewer, or the baker, that we expect our dinner, but from their regard to their own self-interest. We address ourselves, not to their humanity but to their self-love, and never talk to them of our own necessities but of their advantages.’</p>
<p>Geen ‘sympathy’ maar <em>self-love</em>, geen <em>benevolence</em> maar <em>self-interest</em>. De economie draait om het nastreven van eigenbelang. Deze zin is de hoeksteen geworden van nu ruim twee eeuwen economische theorie én economische praktijk. Maar wat Smith feitelijk beweert is dat de markt mogelijk wordt gemaakt omdat mensen zich wederzijds kunnen verplaatsen in elkaars situatie: ‘ik heb iets wat jij nodig hebt’ (aanbod), ‘jij hebt iets wat ik nodig heb’ (vraag). ‘We address ourselves to their self-love’. Op deze wijze komen op de markt gedeelde belangen tot stand. De goede marktkoopman praat niet over zijn eigen belangen, maar doet een appel op de belangen van de ander, die hij door <em>sympathy </em>kennen kan. De vrije markt is primair het platform waarop wij de producten van onze arbeid met elkaar uitwisselen, op basis van ‘mutual sympathy’, ons bijzondere vermogen ons te verplaatsen in het eigenbelang – van de ander.</p>
<p><strong>Instituten raken op vier manieren ontzield<br />
</strong>Dat de wereld van de directe, intermenselijke betrekkingen, op allerlei manieren beschadigd kan raken, is overal tastbaar. Ook de wereld van de instituties wordt op vele wijzen geperverteerd. Staten en markten kunnen onvoorstelbaar destructief zijn. Ook non-gouvernementele, non-profit organisaties kunnen vervreemdend werken op mensen. Kerken kunnen dekmantel worden voor misbruik. Banken, ooit maatschappelijke organisaties, kunnen tot zelfzuchtige winstmachines worden.</p>
<p>Door de wisseling van generaties kan een instituut zijn uiterlijke vorm behouden maar zijn ziel verliezen; procedures kunnen belangrijker worden dan het doel en de waarden van de private sfeer enerzijds en de publieke sfeer anderzijds kunnen te veel uit elkaar gaan lopen. En tenslotte kunnen instituties zich voornamelijk laten leiden door zaken die niet tot de kern van de eigen missie horen, uitwendige zaken als geld, macht, status.</p>
<p><strong>Caritas is springlevend, maar moet wel aangeboord  worden<br />
</strong>Is er iets tegen ontzieling van instituties te doen? Het is denkbaar dat een maatschappelijk klimaat ontstaat waarbinnen caritas eenvoudigweg geen kans meer heeft. Een klimaat waarin alles in het teken staat van de exclusieve gerichtheid op het zelf. Er is ook een andere mogelijkheid.</p>
<p>Het onderzoek van Gabriël van den Brink is een aanwijzing dat veel mensen in Nederland het dagelijkse leven inclusief de wereld van instituties nog steeds beschouwen als een terrein waarop men geroepen wordt het goede te doen voor en met anderen. Als deze analyse klopt, dan wordt het zaak dit reservoir daadwerkelijk aan te boren, met name in de wereld van instituties, van politiek en economie, van onderwijs, sociale zorg, woningbouw, gezondheidszorg. Dat betekent vooral ook dat in al die instituties een nieuwe taal ontwikkeld wordt, die niet langer afrekening, cijfers en financiën centraal stelt, maar uitdrukking geeft aan inspiratie, betrokkenheid, en professionele inhoud.</p>
<p><em>Dit artikel is een bewerking van de rede die Govert Joan Buijs op 3 februari uitsprak bij de aanvaarding van de benoeming vanwege het Dr. Abraham Kuyperfonds tot bijzonder hoogleraar Politieke Filosofie en Levensbeschouwing aan de Vrije Universiteit. </em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/nederlanders-willen-nog-altijd-goed-doen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Kijk mannen niet weg uit de kinderopvang</title>
		<link>http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/kijk-mannen-niet-weg-uit-de-kinderopvang/</link>
		<comments>http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/kijk-mannen-niet-weg-uit-de-kinderopvang/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 06 Mar 2012 09:05:10 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Marijke Lammers</dc:creator>
				<category><![CDATA[Opvoeding]]></category>
		<category><![CDATA[kinderopvang]]></category>
		<category><![CDATA[mannen]]></category>
		<category><![CDATA[Marijke Lammers]]></category>
		<category><![CDATA[misbruik]]></category>
		<category><![CDATA[MOVISIE]]></category>
		<category><![CDATA[preventie]]></category>
		<category><![CDATA[veiligheid]]></category>
		<category><![CDATA[zedenzaak]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.socialevraagstukken.nl/site/?p=6284</guid>
		<description><![CDATA[Vorig jaar werd de kinderopvang opgeschrokken door een ernstige zedenzaak. Dat mag er niet toe leiden dat mannen daar niet meer mogen werken. Waarom wordt er toch zo slecht geleerd, bijvoorbeeld van de gehandicaptensector? Het is schrikken als je leest dat er &#8230; <a href="http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/kijk-mannen-niet-weg-uit-de-kinderopvang/">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong><a title="Kijk mannen niet weg uit de kinderopvang" href="http://www.socialevraagstukken.nl/site/2012/03/06/kijk-mannen-niet-weg-uit-de-kinderopvang/"><img class="alignleft size-full wp-image-6285" title="" src="http://www.socialevraagstukken.nl/site/wp-content/uploads/2012/03/kinderopvang3klein.jpg" alt="" width="231" height="163" /></a>Vorig jaar werd de kinderopvang opgeschrokken door een ernstige zedenzaak. Dat mag er niet toe leiden dat mannen daar niet meer mogen werken. Waarom wordt er toch zo slecht geleerd, bijvoorbeeld van de gehandicaptensector?</strong></p>
<p><span id="more-6284"></span></p>
<p>Het is schrikken als je leest dat er nu in de kinderopvang wordt gesproken over aparte protocollen voor mannen. Over argwaan naar iedere mannelijke medewerker. Over angst dat ouders kinderen weghalen omdat er een man op de groep staat.</p>
<p>Er ontstaat een angstcultuur, met het risico dat preventie bestaat uit regels als: niet meer met een kind alleen, geen arm meer om een kind, niet op de rand van het bed zitten als een kind huilend wakker wordt… Risicomijdend gedrag van het management tot de werkvloer, met alle ongewenste gevolgen van dien. Als je kinderen nabijheid en aanraking onthoudt, is er in feite sprake van een vorm van verwaarlozing. En medewerkers worden hierdoor niet toegerust om op een professionele en veilige manier wel nabij te kunnen zijn.</p>
<p>Mannen weggekeken uit de kinderopvang. Dadelijk ook uit het zwembad, de sport, de kerk, de…? Hoe is het zover kunnen komen? Waarom hebben we zo weinig lering getrokken uit eerdere incidenten?</p>
<p><strong>Met protocollen kun je niet alles onder controle hebben</strong><br />
Toen duidelijk werd dat grensoverschrijdingen en seksueel misbruik binnen de hulp- en zorgverlening vaker voorko­men dan ons lief is, ontstond de vraag naar beleid. De belangrijkste drijfveer van managers bij dit be­leid, lijkt met name het juridisch ingedekt zijn voor inciden­ten en het kunnen voldoen aan de eisen van de Inspec­tie voor de Gezondheidszorg. En zo kan gebeuren dat men opgelucht adem haalt als het beleids­plan en vooral de protocollen er liggen: ‘Zo, dat is duidelijk, dit mag wel en dat mag niet&#8230;’</p>
<p>Niet alleen is een dergelijk antwoord gebaseerd op een wel heel naïeve kijk op dadergedrag, maar het is ook een illu­sie om te denken dat je met regels alles onder controle kunt hebben. Alsof hulpverlening, het contact met kinderen en jongeren volledig in protocollen te pakken zou zijn.</p>
<p>Is er naast die protocollen wel voldoende oog voor het feit dat er op dit terrein nogal wat wordt gevraagd van medewerkers? Want hoe doe je dat: &#8216;professio­nele intimi­teit&#8217;? Hoe zie je wat iemand bedoelt, waar hij of zij behoefte aan heeft? Hoe kun je dichtbij komen en laten komen en tegelijkertijd voldoende professionele afstand bewa­ren? Hoe weet je dat in de ene situatie, bij het ene kind iets heel acceptabel kan zijn, terwijl het bij een ander ontoelaatbaar is?</p>
<p>Dat zijn vragen die zich in de dagelijkse omgang met kinderen en jongeren op blijven dringen en die niet met &#8216;ja&#8217; of &#8216;nee&#8217; te beant­woorden zijn. Met &#8216;mag wel en mag niet&#8217; ga je ook voorbij aan grenzen en aan twijfels en onzeker­heden van wer­kers, èn niet in de laatste plaats aan de soms funda­mentele behoef­te van jongeren aan nabij­heid en intimi­teit.</p>
<p>Natuurlijk zijn sommige grenzen haarscherp en moeten dan ook keihard vastlig­gen: erotisch en seksueel contact horen niet thuis in de hulpverle­ning; evenmin als ander misbruik van je machtspositie. Maar een té grote waarde hechten aan regels en protocollen om seksueel misbruik te bestrijden, kan maken dat de werkelijk­heid wordt verhuld, dat er nòg minder wordt gepraat over eigen emoties, dilemma’s en onzekerheden, met het risico dat men elkaar niet meer aanspreekt, dat signalen over het hoofd worden gezien. Bovendien werken gedetailleerde voor­schriften belemme­rend bij het ontwikkelen van inzicht, eigen verant­woorde­lijk­heidsge­voel en gevoeligheid. En strenge verboden leiden makkelijk tot stiekem gedrag.</p>
<p><strong>We kunnen leren van de gehandicaptensector</strong><br />
Wat en hoe dan wel? Ik denk dat we kunnen leren van de gehandicaptensector, die vaker met misbruikzaken te maken heeft gehad. Die sector accepteert in toenemende mate dat misbruik door medewerkers voor kán komen. Dát hun doelgroep ideaal is voor mensen met minder goede bedoelingen. Zij hebben preventief en meldbeleid. Het aantal meldingen bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg is toegenomen.</p>
<p>Reden tot onrust? Ik denk het niet. Het is goed dat het boven tafel komt. Maar bovenal beseffen organisaties uit die sector dat ze het nooit voor 100 procent kunnen voorkomen. Ze investeren in het voeren van een gedragscode (voor iedereen en niet een specifieke voor mannen!), in de bespreekbaarheid van zaken als beroepshouding, afstand en nabijheid, grenzen in het contact met cliënten. Ze weten ook dat je cliënten heel goed kunt bevragen of ze zich veilig voelen in de instelling.</p>
<p>Managers in de kinderopvang en elders waar met kinderen wordt gewerkt, kunnen in woord en gedrag een voorbeeldfunctie vervullen en een klimaat creëren voor een goede omgang met kinderen. Leer het personeel hoe ze professioneel om kunnen gaan met nabijheid én hoe ze signalen van mogelijk misbruik kunnen herkennen. Zorg dat je als manager weet hoe je een preventief beleid kunt voeren en mogelijke risico’s kunt verminderen. Zorg dat je weet hebt van plegerstrategieën en dat je weet hoe te handelen bij mogelijke signalen. Laat je als manager daarbij niet leiden door incidenten, maar voer proactief beleid.</p>
<p>Hoezo mannen weg uit de kinderopvang? Ken de realiteit en zorg voor een goed veiligheidsbeleid.</p>
<p><em>Marijke Lammers is senior adviseur huiselijk en seksueel geweld bij MOVISIE.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/kijk-mannen-niet-weg-uit-de-kinderopvang/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Laaggeletterde jongeren moeilijk in beeld te krijgen</title>
		<link>http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/laaggeletterde-jongeren-krijg-je-maar-moeilijk-in-beeld/</link>
		<comments>http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/laaggeletterde-jongeren-krijg-je-maar-moeilijk-in-beeld/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 05 Mar 2012 06:00:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[Arbeidsmarkt]]></category>
		<category><![CDATA[Jongeren]]></category>
		<category><![CDATA[anafalbetisme]]></category>
		<category><![CDATA[jongeren]]></category>
		<category><![CDATA[Kitty Jurius]]></category>
		<category><![CDATA[laaggeletterdheid]]></category>
		<category><![CDATA[Maartje Willemse]]></category>
		<category><![CDATA[screening]]></category>
		<category><![CDATA[Stijn Verhagen]]></category>
		<category><![CDATA[taalvaardigheid]]></category>
		<category><![CDATA[werknemers]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.socialevraagstukken.nl/site/?p=6227</guid>
		<description><![CDATA[Ondanks de schoolplicht en de hoge kwaliteit van het onderwijs, zijn er in Nederland zo’n 60.000 laaggeletterde jongeren. Ze kunnen onvoldoende lezen, schrijven en rekenen om volwaardig deel te nemen aan de samenleving. Helaas slagen zij er goed in om &#8230; <a href="http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/laaggeletterde-jongeren-krijg-je-maar-moeilijk-in-beeld/">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong><a title="Laaggeletterde jongeren moeilijk in beeld te krijgen" href="http://www.socialevraagstukken.nl/site/2012/02/28/laaggeletterde-jongeren-krijg-je-maar-moeilijk-in-beeld/"><img class="alignleft  wp-image-6229" title="" src="http://www.socialevraagstukken.nl/site/wp-content/uploads/2012/02/Tornpagesklein.jpg" alt="" width="240" height="166" /></a>Ondanks de schoolplicht en de hoge kwaliteit van het onderwijs, zijn er in Nederland zo’n 60.000 laaggeletterde jongeren. Ze kunnen onvoldoende lezen, schrijven en rekenen om volwaardig deel te nemen aan de samenleving. Helaas slagen zij er goed in om onzichtbaar te blijven. Hoogste tijd om ze in beeld te krijgen.</strong></p>
<p><span id="more-6227"></span></p>
<p>De vaardigheden op het gebied van lezen en schrijven van kinderen in Nederland nemen af. Tegelijkertijd vraagt de huidige kennissamenleving juist steeds meer van onze vaardigheden om informatie te verwerken. Zo moeten laaggeschoolde werknemers tegenwoordig veiligheidsvoorschriften kunnen lezen, grafieken begrijpen en percentages berekenen.<a title="" href="#_edn1">[i]</a></p>
<p>Dat is een kwestie van <em>laaggeletterdheid</em>: het gaat namelijk niet om het onvermogen technisch te kunnen lezen en schrijven (analfabetisme), maar veel meer om het gebrek aan taalvaardigheid in brede zin. Om informatie te begrijpen die functioneel is in het alledaags leven.</p>
<p>Het gevaar is groot dat het aantal laaggeletterden in Nederland nog verder zal stijgen – ook onder jongeren. Hebben professionals en beleidsmakers deze groep voldoende in beeld om het probleem aan te pakken?</p>
<p><strong>Laaggeletterde jongeren zijn onzichtbaar<br />
</strong>Laaggeletterden doen ogenschijnlijk gewoon mee in de maatschappij, ze gaan naar school en zijn actief op sociale media. Hun problemen ontstaan meestal pas wanneer ze aan het werk willen en stuk lopen op het schrijven van een sollicitatiebrief bijvoorbeeld. Naar schatting is zo’n 7 procent van de jongeren (16 tot 24 jaar) laaggeletterd, zo’n 60.000 jonge mensen.<a title="" href="#_edn2">[ii]</a></p>
<p>Omdat de meesten van die jongeren tot op zekere hoogte wel kunnen lezen en schrijven is deze laaggeletterdheid lastig te herkennen. Zelf erkennen jongeren hun probleem ook vaak niet. Ze kunnen toch immers een sms versturen? Laaggeletterde jongeren zijn bijzonder vindingrijk in het verbloemen van hun gebrek aan basisvaardigheden.</p>
<p><strong>Hoe pakken we laaggeletterdheid aan?<br />
</strong>Maar ook als<strong> </strong>de jongeren wél in beeld zijn, is het moeilijk een passend en doeltreffend aanbod voor het verbeteren van hun taalachterstand te bieden. Niet in het minst omdat laaggeletterdheid vaak samen gaat met andere problemen, zoals een moeilijke thuissituatie of psychiatrische problematiek.</p>
<p>Dat bleek ook toen in Utrecht een jongerenloket en een ROC iets aan het probleem van laaggeletterde jongeren wilden doen. Het jongerenloket zou laaggeletterde jongeren identificeren met behulp van een &#8211; speciaal voor dat doel ontwikkeld &#8211; screeningsformulier. Deze jongeren zouden vervolgens worden doorverwezen naar het taalaanbod van het ROC. Ondanks de goede intenties leverde de screening geen jongeren op die verder geholpen konden worden. Wat was er aan de hand?</p>
<p>Uit onderzoek van ons lectoraat bleek dat de definitie van laaggeletterdheid niet helder was voor de betrokkenen. Ben je laaggeletterd als je niet goed kunt lezen en schrijven, of zijn er meerdere niveaus van laaggeletterdheid? Door deze onduidelijkheid vonden de coaches van het jongerenloket het lastig om laaggeletterde jongeren te identificeren.</p>
<p>De gebruikte screeningsinstrumenten bleken daarnaast vooral gericht op het schrijven en veel minder op spreek-, luister- en leesvaardigheid. Daarbij kwam ook nog eens dat de ingevulde formulieren niet door de werkcoach werden ingezameld, maar door baliemedewerksters en stagiaires, en formulieren zoek raakten. <strong></strong></p>
<p><strong>Aanpak van laaggeletterdheid onder jongeren<br />
</strong>Op basis van het onderzoek formuleerde het lectoraat acht aanbevelingen. Het zijn praktische tips die gemeenten kunnen helpen bij het maken van effectief beleid gericht op de bestrijding van laaggeletterdheid onder jongeren. Want alleen bewustwording van de problematiek is daarvoor niet voldoende.</p>
<p>1. Voor een goede signalering van laaggeletterdheid onder jongeren is het van belang dat er een eenduidige definitie van laaggeletterdheid wordt gehanteerd.</p>
<p>2. Het screenen en toetsen op laaggeletterdheid moet aansluiten bij de doelen van professionals die met jongeren werken.</p>
<p>3. Het moment van screenen op laaggeletterdheid moet goed afgestemd zijn op de jongeren: soms moeten andere problemen eerst worden opgelost.</p>
<p>4. Het is vooral zinvol om jongeren te screenen die al aan een aantal kenmerken voldoen. Niet alle jongeren hoeven gescreend te worden.</p>
<p>5. Screenen en toetsen moet leiden tot een aantrekkelijk aanbod op het vlak van het verbeteren van vaardigheden van jongeren; bijvoorbeeld door het te koppelen aan doelen die zij zelf willen bereiken. Bij het vormgeven van dit aanbod kan gebruik worden gemaakt van lokale kennis.</p>
<p>6. Het screeningsproces moet geborgd en geïntegreerd worden in werkprocessen van professionals.</p>
<p>7. Betrokken professionals moeten voldoende kennis hebben van het thema.</p>
<p>8. Ketenpartners moeten met elkaar de definitie en screening van laaggeletterdheid afstemmen en communiceren over het screeningsproces.</p>
<p><em>Stijn Verhagen is lector bij het lectoraat Participatie en Maatschappelijke Ontwikkeling (PMO) van Hogeschool Utrecht. Kitty Jurrius is onderzoeker bij het lectoraat PMO en werkzaam bij Stichting Alexander. Maartje Willemse is zelfstandig onderzoeker en voerde dit onderzoek uit vanuit het lectoraat PMO. Voor meer informatie over dit thema kunt u contact met ons opnemen via de website van het lectoraat: <a href="http://www.lectoraatpmo.nl/">www.lectoraatpmo.nl</a>.</em></p>
<p>Noten:</p>
<hr align="left" size="1" width="33%" />
<p>&nbsp;</p>
<div>
<div>
<p><a title="" href="#_ednref1">[i]</a> CINOP (2007). <em>Vooronderzoek Laaggeletterdheid in de provincie Zuid-Holland: Een analyse van de doelgroep</em>. Den Bosch: Cinop.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ednref2">[ii]</a> Vos, M., de Vries, M. en Duvekot, C. (2007). <em>Handreiking Wmo en laaggeletterdheid, Tips hoe gemeenten aandacht aan laaggeletterde burgers kunnen besteden in hun Wmo-beleid. </em>Ministerie VWS/VNG.</p>
<p>&nbsp;</p>
</div>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/laaggeletterde-jongeren-krijg-je-maar-moeilijk-in-beeld/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Teevens aandacht voor slachtoffers kan nog beter</title>
		<link>http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/teevens-aandacht-voor-slachtoffers-kan-nog-beter/</link>
		<comments>http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/teevens-aandacht-voor-slachtoffers-kan-nog-beter/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 02 Mar 2012 06:00:31 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jan van Dijk</dc:creator>
				<category><![CDATA[Rechtspraak]]></category>
		<category><![CDATA[beleid]]></category>
		<category><![CDATA[Jan van Dijk]]></category>
		<category><![CDATA[justitie]]></category>
		<category><![CDATA[slachtofferkunde]]></category>
		<category><![CDATA[slachtoffers van misdaad]]></category>
		<category><![CDATA[spreekrecht]]></category>
		<category><![CDATA[Teeven]]></category>
		<category><![CDATA[vergelding]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.socialevraagstukken.nl/site/?p=6264</guid>
		<description><![CDATA[Slachtoffers van misdaad krijgen terecht meer aandacht van staatssecretaris van Justitie Fred Teeven. Toch schiet zijn aanpak nog schromelijk tekort. Spreekrecht wordt nu een gunst van de rechter. Dat is onhoudbaar.   Staatssecretaris Teeven  profileert zich als de voortrekker van meer rechten &#8230; <a href="http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/teevens-aandacht-voor-slachtoffers-kan-nog-beter/">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong><a title="Teevens aandacht voor slachtoffers kan nog beter" href="http://www.socialevraagstukken.nl/site/2012/03/01/teevens-aandacht-voor-slachtoffers-kan-nog-beter/"><img class="alignleft  wp-image-6265" title="" src="http://www.socialevraagstukken.nl/site/wp-content/uploads/2012/03/Microfoon2.jpg" alt="" width="240" height="159" /></a>Slachtoffers van misdaad krijgen terecht meer aandacht van staatssecretaris van Justitie Fred Teeven. Toch schiet zijn aanpak nog schromelijk tekort. Spreekrecht wordt nu een gunst van de rechter. Dat is onhoudbaar.  </strong></p>
<p><span id="more-6264"></span></p>
<p>Staatssecretaris Teeven  profileert zich als de voortrekker van meer rechten voor slachtoffers van misdrijven. Het blijft niet bij mooie woorden alleen maar hij toont ook daadkracht. Hij staat open voor verzoeken van individuele gedupeerden en probeert daaraan zoveel mogelijk tegemoet te komen.</p>
<p>Dit alles is een goede zaak. Het werd hoog tijd dat er in Den Haag nu eens echt voorrang wordt gegeven aan het versterken van de rechtspositie van de gedupeerden. Zo is het goed dat er een voorschotregeling is gekomen voor de betaling van schadevergoedingen en dat die vervolgens zoveel mogelijk op de dader worden verhaald. Ook valt het toe te juichen dat het spreekrecht voor nabestaanden en ouders van minderjarige kinderen wettelijk zal worden gewaarborgd en dat bij voorwaardelijke invrijheidsstelling voortaan meer rekening zal worden gehouden met de belangen en gevoelens van de gedupeerden.</p>
<p>Indien sommige van deze verbeteringen misschien enigszins ten koste gaan van de rechten van de daders, is dat op zichzelf geen reden er vanaf te zien. Als concrete belangen van de gedupeerden in het spel zijn, moeten de belangen van de daders daarvoor soms wijken. Er moet een nieuwe balans worden gevonden tussen de legitieme belangen van de twee bij een strafproces betrokken partijen.  Dit vereist fundamentele afwegingen en een herbezinning op de doelstellingen van het strafproces.</p>
<p><strong>Teeven voert een reactief beleid<br />
</strong>Van de regering mag worden verwacht dat zij dit debat structureert. En dit is nu precies waarin het beleid van staatssecretaris Teeven schromelijk tekortschiet. Zijn beleidsdaden en wetsvoorstellen zijn steeds reacties op incidenten. De bal wordt hard weggeschopt. Dit biedt de staatssecretaris dan weer even politieke lucht, maar zo kan geen wedstrijd worden gewonnen. Dit reactieve beleid leidt  slechts tot marginale verbeteringen voor de gedupeerden. Er zullen zich bovendien voordurend nieuwe problemen aandienen waarop dan weer op een geïmproviseerde wijze moet worden gereageerd. Het ontbreekt tot nu toe aan een omvattende beleidsvisie. Wat zijn de belangrijkste noden en wensen van de gedupeerden van misdrijven en in hoeverre en tot welke prijs en volgens welk tijdspad is de regering bereid daaraan tegemoet te komen?</p>
<p>Dat een strategische beleidsvisie node wordt gemist, kan worden geïllustreerd met twee actuele voorbeelden. De eerste betreft de zojuist genoemde voorschotregeling. Hoe is nu eigenlijk de verhouding tot de uitkeringen van het reeds langer bestaande Schadefonds Geweldmisdrijven? Naar mijn mening zijn gedupeerden beter af bij het Schadefonds want dat keert veel sneller uit. Nadeel is dat er niet wordt verhaald op de dader. Waarom eigenlijk niet? Er fungeren in Nederland nu twee voorschotregelingen naast elkaar zonder dat goed is doordacht hoe ze zich tot elkaar verhouden. Wat vindt de staatssecretaris hiervan? Die heeft zich hierover nog nooit uitgesproken.</p>
<p><strong>Spreekrecht bij Benno L.<br />
</strong>Het tweede voorbeeld betreft het spreekrecht. De wettelijke regeling wordt keer op keer gerepareerd zonder dat er overeenstemming is over wat de regeling nu eigenlijk beoogt. De toezegging van de staatssecretaris dat de betrokken ouders of hun raadslieden in het proces tegen zwemschoolhouder Benno L. spreekrecht zullen mogen uitoefenen, zal daarom vrijwel zeker uitlopen op een teleurstelling. De ouders hebben laten weten dat zij met hun spreekrecht willen bereiken dat Benno L. TBS krijgt opgelegd en dus waarschijnlijk nooit meer vrijkomt.</p>
<p>Zich uitspreken over de straf is echter, anders dan in veel andere landen, binnen het Nederlandse spreekrecht nu juist uitdrukkelijk verboden. De gedupeerden mogen zich uitsluitend uitspreken over de gevolgen die het delict voor hen heeft gehad. De gedupeerden worden dus door de wet in de slachtofferrol gedrukt.</p>
<p>Voordat er nog meer marginale reparaties in de huidige regeling worden aangebracht, zou eerst eens overeenstemming moeten worden bereikt over de doelstellingen en grenzen van deze rechtsfiguur. In de rechtspraktijk blijken de meeste rechters de gedupeerden in strijd met de wet vrijuit te laten spreken over dader en straf. Volgens sommigen zou de wettelijke muilkorving van de gedupeerden in de praktijk dus geen probleem vormen.</p>
<p>Mij lijkt dit een onhoudbare opvatting. De huidige regeling maakt van het volledige spreekrecht een door de rechter te verlenen gunst. Men stelle zich voor dat de rechten van de verdachten op zo’n manier zouden zijn geregeld. Het spreekrecht dient bij de wet op een nieuwe, ruimere leest te worden geschoeid.  Dat vereist een grondige maatschappelijke en academische discussie.</p>
<p>Het wachten is op een brede beleidsnota over de rechtspositie van gedupeerden van misdrijven. De aanbieding en verdediging van zo’n nota is de echte vuurproef voor praktijkman Teeven in zijn Haagse functie. De afloop van het debat daarover zal bepalen of hij inderdaad de eretitel van Slachtoffer Staats verdient.</p>
<p><em>Jan van Dijk is als hoogleraar slachtofferkunde verbonden aan de Universiteit Tilburg.</em></p>
<p><em>Dit stuk verscheen ook op 29 februari in het Brabants Dagblad.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/teevens-aandacht-voor-slachtoffers-kan-nog-beter/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Maakt Van Bijsterveld de voorschool wel beter?</title>
		<link>http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/maakt-van-bijsterveld-de-voorschool-wel-beter/</link>
		<comments>http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/maakt-van-bijsterveld-de-voorschool-wel-beter/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 01 Mar 2012 08:35:06 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[Onderwijs]]></category>
		<category><![CDATA[Opvoeding]]></category>
		<category><![CDATA[Geert Driessen]]></category>
		<category><![CDATA[HBO]]></category>
		<category><![CDATA[Judi Mesman]]></category>
		<category><![CDATA[leerachterstanden]]></category>
		<category><![CDATA[leidsters]]></category>
		<category><![CDATA[Marja van Bijsterveld]]></category>
		<category><![CDATA[minister van onderwijs]]></category>
		<category><![CDATA[Ministerie Onderwijs]]></category>
		<category><![CDATA[opleiding]]></category>
		<category><![CDATA[taalachterstanden]]></category>
		<category><![CDATA[Trouw]]></category>
		<category><![CDATA[voorschool]]></category>
		<category><![CDATA[vroegschoolse educatie]]></category>
		<category><![CDATA[VVE]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.socialevraagstukken.nl/site/?p=6251</guid>
		<description><![CDATA[Trouw opende woensdag met de kop ‘Niveau leidster voorschool moet omhoog’. Minister Marja van Bijsterveld trekt dit jaar 95 miljoen euro per jaar extra uit voor verbetering van de voor- en vroegschoolse educatie (VVE). Recentralisatie van de VVE, zoals maandag &#8230; <a href="http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/maakt-van-bijsterveld-de-voorschool-wel-beter/">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong><em><a title="Maakt Van Bijsterveld de voorschool wel beter?" href="http://www.socialevraagstukken.nl/site/2012/03/01/maakt-van-bijsterveld-de-voorschool-wel-beter/"><img class="alignleft size-full wp-image-6252" title="" src="http://www.socialevraagstukken.nl/site/wp-content/uploads/2012/03/marja-van-bijsterveldt1-klein.jpg" alt="" width="240" height="172" /></a>Trouw</em></strong><strong> opende woensdag met de kop ‘Niveau leidster voorschool moet omhoog’. Minister Marja van Bijsterveld trekt dit jaar 95 miljoen euro per jaar extra uit voor verbetering van de voor- en vroegschoolse educatie (VVE). Recentralisatie van de VVE, zoals maandag op deze site werd bepleit, wijst de minister af.</strong></p>
<p><span id="more-6251"></span></p>
<p>De verantwoordelijkheid voor de voor- en vroegschools educatie is een gedeelde: voor de voorschoolse fase (peuterspeelzalen en kinderopvang) ligt die bij de gemeenten en voor de vroegschoolse fase (kleutergroepen van basisscholen) bij de schoolbesturen. Uit het onderzoek van <a href="http://www.socialevraagstukken.nl/site/2012/02/27/voorschool-recentralisatie-gewenst/">Geert Driessen</a> blijkt dat ‘gemeenten, peuterspeelzalen, kinderopvang en scholen met veel overtuiging en enthousiasme werken om vorm te geven aan een kwalitatief goede VVE’. Ze hebben daarbij veel bereikt, maar, aldus de Nijmeegse onderzoeker, ‘er is op een aantal punten nog veel werk aan de winkel’.</p>
<p>Hij wijst met name op het ongewenste effect van de vrijheid die gemeenten en schoolbesturen hebben gekregen. Elk gemeente lijkt volgens Driessen het wiel opnieuw uit te willen vinden. Dit heeft geleid ‘tot een buitengewoon grote variatie in de uitvoering van het beleid’. Recentralisatie kan volgens Driessen ‘een belangrijke doelmatigheids- en kwaliteitsimpuls geven en stevige besparingen opleveren.’ Minister Van Bijsterveldt heeft al  aangegeven dat niet van plan te zijn. Haar woordvoerster liet in Trouw weten dat het ‘heil vooral wordt gezocht in betere leidsters’.</p>
<p><strong>Veel gevraagd van leidsters voorschool</strong><br />
Op 15 november van het vorige jaar schreef bijzonder hoogleraar Opvoeding en onderwijs in de multiculturele samenleving aan de Universiteit Leiden<em> </em><a href="http://www.socialevraagstukken.nl/site/2011/11/15/kwaliteit-van-vroegschoolse-educatie-moet-omhoog/">Judi Mesman</a> op deze site dat VVE ‘in potentie er aan kan bijdragen dat kinderen hun thuis opgelopen leerachterstanden (deels) inlopen’. Maar zo vervolgt zij: ‘Om dat te bewerkstelligen, wordt er veel gevraagd van de leidsters en pedagogische medewerkers van de voor- en vroegschoolse educatie. Beiden worden verondersteld de rol van ouders in zekere zin over te nemen; zij moeten met de kinderen praten en hen kleuren, letters en cijfers leren benoemen en herkennen. Ik heb echter moeten constateren dat leidsters en pedagogische medewerkers daartoe niet altijd voldoende geëquipeerd zijn. Op het Leidse instituut Pedagogische Wetenschappen zie ik regelmatig video-opnamen langskomen waarop medewerkers uit de kinderopvang zelf onvoldoende taalbeheersing etaleren. Ook uit onderzoek blijkt dat de taalvaardigheid van pedagogische medewerkers vaak te wensen overlaat. Dat is fnuikend, want het achterliggende idee van de voor- en vroegschoolse educatie is nu juist dat kinderen verbaal sterker worden.’</p>
<p>Opvallend is dat Mesman nu precies een jaar geleden een gesprek had met de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de voor- en vroegschoolse educatie. De minister vroeg haar toen wat belangrijk is voor de omgang met kinderen in VVE-groepen en of daar, in de opleiding tot pedagogisch medewerker, voldoende aandacht aan wordt besteed. ‘Ik heb toen gepleit voor een aparte en volledige beroepsopleiding voor het werken met jonge kinderen waarbij het accent ligt op cognitieve vaardigheden en op bejegening’.</p>
<p>Volgens het artikel in Trouw wil de minister ‘dat er meer mensen met een hbo-opleiding in de voorschool aan het werk gaan, naast de leidsters met een mbo-diploma die nu het werk doen’. Dat lijkt een stap in de goede richting, maar Judi Mesman wees er in haar artikel met nadruk op dat opleiding en methoden belangrijk zijn maar dat het er ook vooral om gaat ‘dat de leidster of pedagogische medewerker de hele dag door een stimulerende en uitnodigende houding moet hebben. Het heeft weinig zin als je een uurtje heel precies volgens een bepaalde methode werkt en de rest van de ochtend nauwelijks of niet adequaat reageert als een kind wat zegt, geen dingen benoemt waarmee het kind bezig is.’</p>
<p><strong>Voor wie is de voorschool?</strong><br />
Tot slot is er nog de kwestie van de doelgroep van de voor- en vroegschoolse educatie. Driessen wijst er in zijn artikel op dat VVE ‘oorspronkelijk is ontwikkeld voor kinderen uit lagere sociaaleconomische milieus’. Maar, zo schrijft hij: ‘In een aantal gemeenten is die doelgroep uitgebreid met kinderen met sociaal-medische problematiek en met kinderen van ouders met sociaalpsychiatrische problemen’. De vraag is of het idee dat de minister in Trouw oppert dat er ‘meer mensen met een hbo-opleiding in de voorschool aan het werk gaan naast de leidsters met een mbo-diploma die nu het werk doen’ voldoende soelaas biedt. Immers om tot een adequate uitvoering van VVE te komen, moet er volgens Driessen en Mesman eerst overeenstemming zijn over de kwalificaties van de leidsters die het moeten uitvoeren. Wat moeten zij kunnen en vooral voor wie? Op welke doelgroep is de voor- en vroegschoolse educatie nu eigenlijk gericht?</p>
<p>Te veel kinderen komen het basisonderwijs in met grote ontwikkelingsachterstanden. Minister Van Bijsterveld zegt in Trouw dat ze er ernaar streeft dat in 2015 ‘kinderen niet langer met taalachterstanden aan de basisschool beginnen.’ Een nobel streven maar daar is meer voor nodig dan 95 miljoen extra voor betere peuterleidsters.</p>
<p><em>Dit artikel is geschreven door de redactie.</em></p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/03/maakt-van-bijsterveld-de-voorschool-wel-beter/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Rechters zullen wet minimumstraffen omzeilen</title>
		<link>http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/02/rechters-zullen-wet-minimumstraffen-gaan-omzeilen/</link>
		<comments>http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/02/rechters-zullen-wet-minimumstraffen-gaan-omzeilen/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 29 Feb 2012 06:00:51 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Nico Kwakman</dc:creator>
				<category><![CDATA[Rechtspraak]]></category>
		<category><![CDATA[justitie]]></category>
		<category><![CDATA[kabinet]]></category>
		<category><![CDATA[Nico Kwakman]]></category>
		<category><![CDATA[rechtspraak]]></category>
		<category><![CDATA[samenleving]]></category>
		<category><![CDATA[strengere straffen]]></category>
		<category><![CDATA[vergelding]]></category>
		<category><![CDATA[wetsvoorstel minimumstraffen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.socialevraagstukken.nl/site/?p=6217</guid>
		<description><![CDATA[Met zijn wetsvoorstel voor minimumstraffen zegt het kabinet tegemoet te komen aan de roep uit de samenleving om strengere straffen. De vraag is of die roep wel zo luid klinkt als de regering beweert. En of het wetsvoorstel niet meer is &#8230; <a href="http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/02/rechters-zullen-wet-minimumstraffen-gaan-omzeilen/">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong><a title="Rechters zullen wet minimumstraffen gaan omzeilen" href="http://www.socialevraagstukken.nl/site/2012/02/28/rechters-zullen-wet-minimumstraffen-gaan-omzeilen/"><img class="alignleft size-full wp-image-6218" title="" src="http://www.socialevraagstukken.nl/site/wp-content/uploads/2012/02/Jailcell.jpg" alt="" width="240" height="170" /></a>Met zijn wetsvoorstel voor minimumstraffen zegt het kabinet tegemoet te komen aan de roep uit de samenleving om strengere straffen. De vraag is of die roep wel zo luid klinkt als de regering beweert. En of het wetsvoorstel niet meer is dan symboolpolitiek. De rechterlijke macht ziet er in ieder geval niets in.</strong></p>
<p><span id="more-6217"></span></p>
<p>Onlangs heeft het kabinet het ‘wetsvoorstel minimumstraffen’ ingediend bij de Tweede Kamer. De Raad van State, de Raad voor Strafrechttoepassing en Jeugdbescherming en de Vereniging voor Rechtspraak: allemaal adviseerden ze het kabinet de wet niet in te voeren. Maar het kabinet zet haar plannen door. Die plannen houden kort gezegd in dat daders die binnen tien jaar voor de tweede keer een ernstig gewelds-, levens- of zedenmisdrijf plegen (waar ten minste een maximum straf van 8 jaar op staat en dat een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer met zich mee brengt), een minimumstraf opgelegd krijgen. Dit betekent minstens de helft van de wettelijke maximumstraf waarmee het vergrijp wordt bedreigd.</p>
<p>Inhoudelijk valt er veel op het wetsvoorstel af te dingen en bovendien mist het zijn doel. In de eerste plaats laat wetenschappelijk onderzoek zien dat zware straffen de kans op recidive niet of nauwelijks verkleinen. Ook is nog nooit aangetoond dat zware straffen leiden tot een daling van de misdaadcijfers.</p>
<p>In de tweede plaats is het van groot belang dat de rechter de straf zo precies mogelijk kan toesnijden op de individuele dader. Dat vergroot de kans op een succesvolle terugkeer in de maatschappij. Voor zulk maatwerk is straks geen plaats meer.</p>
<p><strong>Straks zes jaar voor tweede ongewenste tongzoen<br />
</strong>Een sprekend voorbeeld is de ongewenste tongzoen. Officieel geldt een ongewenste tongzoen als een verkrachting, maar de rechter zal er over het algemeen een relatief milde straf voor opleggen. Straks is de rechter gedwongen om iemand die zich voor de tweede keer schuldig maakt aan een ongewenste tongzoen, de helft van de maximum straf voor verkrachting op te leggen (hetgeen 6 jaar gevangenisstraf oplevert). Dat wordt als een zeer rigide uitkomst van de wet beschouwd, temeer omdat de ernst van het eerste vergrijp niet wordt afgemeten aan de straf die de rechter in de eerste zaak heeft opgelegd, maar aan het wettelijk maximum van de straf waarmee het delict wordt bedreigd. Alleen in zéér uitzonderlijke gevallen kan van de beoogde minimumstraf worden afgeweken.</p>
<p>Het kabinet zegt met de nieuwe wet tegemoet te komen aan de belangen van de slachtoffers en aan een roep uit de samenleving om strengere straffen. En dat terwijl internationale vergelijkingen laten zien dat de rechters in Nederland al veel strenger zijn gaan straffen, ook zonder dat de politiek hen daartoe opdracht heeft gegeven. Deze wet doet daar, geheel overbodig, nog een schepje bovenop.</p>
<p><strong>Vanwege voorgeschreven minimumstraf gaan rechters wet omzeilen<br />
</strong>En daarin schuilt meteen één van de grootste gevaren van de nieuwe wet. Rechters die de voorgeschreven minimumstraf niet passend vinden, zullen proberen de wet te omzeilen. Bijvoorbeeld door strafbare feiten minder snel bewezen te achten, de wet op eigen houtje heel ruim te interpreteren, of ‘noodconstructies’ te bedenken. Op die manier zou de rechter steeds meer wetgevende en rechtsvormende taken naar zich toe trekken. En dat is jammer. De wetgever en de rechterlijke macht moeten in elkaars verlengde werken. Door deze nieuwe wet gaat men stellingen betrekken. De verhoudingen tussen wetgever en rechter zullen verharden.</p>
<p>Kortom, de effectiviteit van de wet is twijfelachtig. Maar erkend moet worden dat het in het strafrecht om meer draait dan om effectiviteit alleen. Strafrecht heeft ook een belangrijke symbolische betekenis. Het strafrecht drukt uit dat we bepaalde normen zó belangrijk vinden, dat ze niet ongestraft kunnen worden overtreden. Hoe ernstiger het delict, hoe zwaarder de straf. Dat is wat anders dan de vraag of zware straffen ook echt effectief zijn.</p>
<p><strong>Wetsvoorstel is vooral symboolpolitiek<br />
</strong>Waarschijnlijk is het het kabinet dan ook allemaal om de symboliek, om de ‘normbevestiging’ te doen. De regering heeft, als de democratisch gekozen (mede)wetgever, natuurlijk ook het recht om een dergelijk krachtig signaal af te geven en daarmee de rechter in een bepaalde richting te sturen. Wie het er niet mee eens is, moet de volgende keer maar op een andere partij stemmen en in de tussentijd de wetgever ervan proberen te overtuigen dat dit wetsvoorstel tot absurde uitkomsten kan leiden.</p>
<p>De belangrijkste reden om kritisch naar de argumenten van het kabinet te kijken schuilt in een andere belangrijke functie van het strafrecht. Strafrecht beoogt niet alleen een krachtig signaal af te geven dat bepaalde gedragingen niet worden getolereerd, maar beoogt ook de behoefte aan vergelding te binden aan rechtsregels en waarborgen. Daarmee wordt de mateloosheid die gepaard kan gaan met vergelding, aan banden gelegd. Het wordt aan de wetgever – een aantal wijze, verstandige en ervaren vertegenwoordigers van de samenleving – overgelaten om de emoties die strafbare feiten bij burgers kunnen oproepen, te kanaliseren in rationele en wetenschappelijk verantwoorde wetgeving.</p>
<p>Hoewel de wetgever de gevoelens in de samenleving zeker niet mag veronachtzamen, mag van hem meer worden verwacht dan dat hij zijn oren laat hangen naar de ‘vox populi’. In plaats van irrationele onrust- of onveiligheidsgevoelens als uitgangspunt te nemen, of misschien zelfs aan te wakkeren, dient de volksvertegenwoordiging deze te temperen en te beantwoorden met beschaafde, verstandige, redelijke en inhoudelijk verdedigbare wetgeving en beslissingen. ‘De roep om strengere straffen’ of een beroep op ‘de belangen van het slachtoffer’ zijn in die zin een zwaktebod. Ook de solidariteit met het slachtoffer mag nooit een legitimatie vormen voor mateloosheid in het strafrecht (zie mijn bijdrage in <em>Themis</em> 1999, nr. 6).</p>
<p>Kortom: voorkomen moet worden dat het door sommigen omarmde adagium ‘de markt heeft altijd gelijk’ wordt opgerekt tot ‘het volk heeft altijd gelijk’. Een verstandige wetgever weet wel beter.</p>
<p><em>Nico Kwakman is universitair docent aan de vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Rijksuniversiteit Groningen.</em></p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.socialevraagstukken.nl/m/2012/02/rechters-zullen-wet-minimumstraffen-gaan-omzeilen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

