Nudgen werkt en is meer dan verleiden

Dossier

Nudging

In het overgewichtdebat staan mensen die menen dat overheidsbemoeienis slechts mag bestaan uit informeren en mensen die vinden dat de  overheid veel ongezonde producten zou moeten verbieden vaak lijnrecht tegenover elkaar. Nudgen kan een uitkomst bieden.

Mirjam Plantinga stelt in haar bijdrage van gisteren dat minister Schippers in de strijd tegen overgewicht mensen via betrouwbare informatie wil verleiden tot het maken van gezondere keuzes. Zij meent dat dit vaak onvoldoende is en pleit voor het verbieden van bepaalde voedingsmiddelen. Zij gaat er in haar betoog aan voorbij dat nudging veel verder kan gaan dan verleiden; bepaalde keuzes kunnen met een nudge ook echt moeilijker of makkelijker gemaakt worden. Dit is weliswaar niet het soort  nudgen dat Schippers momenteel voorstaat, maar het kan wel de kloof dichten tussen de voor- en tegenstanders van restrictief overgewichtbeleid.

Wat is nudgen en waarom werkt het?
Voor veel mensen is het lastig om hun korte-termijn-genot op te geven voor lange-termijndoelen, zoals een goede gezondheid. Dit verklaart waarom veel mensen met een abonnement op de sportschool zich ondanks hun goede voornemens ’s avonds zappend terugvinden op de bank. Ze hebben problemen met hun zelfcontrole. Daarnaast houden mensen vaak vast aan vastgeroeste patronen: wie gewend is ongezond te kiezen, wijkt hier moeilijk van af. Ook kiezen mensen vaak voor datgene wat de standaard is. Het donorregister illustreert dit: in landen zoals Nederland waar mensen actief moeten aangeven dat ze donor willen zijn, staan veel minder donoren geregistreerd dan in landen waar mensen juist in actie moeten komen als ze niet als donor geregistreerd willen staan.

Nudging houdt rekening met deze menselijke gedragingen. Bijvoorbeeld door kantines zo in te richten dat de toetjes op de moeilijker bereikbare hoogste plank staan en de salades direct voor je neus als je kantine binnenkomt. Of door op de menukaart de gezondere opties bovenaan te zetten en de minder gezonde opties ergens in een hoekje op de achterkant weg te moffelen. Kortom, een nudge kan een gezonde keuze echt makkelijker maken en ongezonde moeilijker, zonder dat mensen hier eerst heel bewust over moeten nadenken.

Wat nudgen voor heeft op verbieden en informeren
Het grote voordeel van nudgen boven verbieden is dat alle opties mogelijk blijven. In tegenstelling tot bijvoorbeeld roken, kun je van voedingsmiddelen zelden zeggen dat het consumeren zonder meer ongezond is. Een lekker stuk taart kan prima passen in een gevarieerd en verantwoord eetpatroon. Een algemeen verbod doet geen recht aan het adagium dat het de overdaad is die schaadt. Bovendien tast verbieden in grote mate de keuzevrijheid aan. Bij nudgen is weliswaar ook sprake van beïnvloeding van de keuze, maar uiteindelijk kan iemand hier bewust van afwijken. Nudgen is dus veel minder schadelijk voor de autonomie van mensen dan verbieden.

Zoals Plantinga terecht stelt, schuift informeren alle verantwoordelijkheid in de schoenen van de burger. Informeren doet hiermee geen recht aan de grote worsteling met gezond leven die veel mensen moeten doormaken. Of aan de beperkte mate waarin mensen zelf hun eigen keuzes kunnen bepalen. Het is waar dat verbieden/gebieden mensen niet zelf verantwoordelijk maakt, maar ook door te nudgen onderken je juist de beperkingen van mensen om datgene te kiezen wat ze uiteindelijk graag willen en
help je ze hiermee. Dit zou je – naast de aanwezigheid van keuzeopties - kunnen zien als een andere vorm van autonomie: dat je datgene kiest waar je (uiteindelijk) het meest gelukkig mee bent. Het voordeel van nudgen is dus dat het geen keuzeopties onmogelijk maakt (waar tegenstanders van hard ingrijpen bang voor zijn) en wel kan leiden tot gezondere keuzes en tot keuzes waar mensen ook op langere termijn ook echt tevreden mee zijn (wat mensen die meer overheidsbemoeienis voorstaan graag willen). Hiermee kan nudging de kloof tussen voor- en tegenstanders van een restrictief overheidsbeleid slechten.

Tot slot ben ik het op een aantal punten zeer met Plantinga eens. Zo vind ik ook dat het overgewichtbeleid evenwichtig de verantwoordelijkheid moet verdelen onder de betrokken partijen en dat niet alleen de burger de schuld moet krijgen van diens ongezonde leefstijl. Daarvoor is de invloed van de omgeving te groot. Partijen als de overheid, de commercie en het bedrijfsleven zijn hiervoor medeverantwoordelijk. Beïnvloeding van overgewicht is complex en ik ben het er mee eens dat per situatie bekeken moet worden welk instrument het meest geschikt lijkt. Hoewel ik niet voor verbieden ben, sta ik wel achter het idee van prijsmaatregelen, al zou ik dan pleiten voor het goedkoper maken van bijvoorbeeld groente en fruit en niet voor een vettax. Nudges moeten bij deze overweging echter zeker de revue passeren omdat ze een mooi  midden vormen tussen vrijblijvend informeren en met harde hand verbieden.

Krispijn Faddegon is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR).

Reacties op dit artikel (3)

  1. Rondom het onderwerp ‘overgewicht en voeding’ mis ik nuanceringen.

    Nuanceringen als familiare aanleg, effecten van hormonen, bijwerkingen van medicijnen. Het wordt nu te eenvoudig neergezet: iedereen met overgewicht ‘snackt’ te veel en eet ongezond.

    Zelf heb ik ook overgewicht, maar voor mij zijn de meeste ‘gezonde’ voedingsstoffen juist ongezond. Het veel gebruikte en vaak toegevoegde soja, maar ook plantaardige oliën, vis of paprika: ik ben er allergisch voor. Door zorgvuldig telkens opnieuw zelf de etiketten te lezen moet ik inschatten of producten goed of fout zijn voor mij en geregeld probeer ik producten uit.
    Als ik dan producten ‘goedkeur’, zitten vooral ‘volle’ producten hierbij. Want in light-producten zitten vaak de verkeerde voedingsstoffen.

    Daarnaast zie ik mijn postuur in een deel van mijn familie simpelweg terug: een oudoom, oudtantes, dochters van een oudtante en niet te vergeten mijn moeder. Moet ik dan denken dat ik ongezond ben met de evenbeelden in mijn familie?
    En wat te denken van een aantal jaren frequent gebruik van prednison en chronisch gebruik van de neefjes in het assortiment van astmamedicatie?

    Als tiener heb ik uiteindelijk geconcludeerd dat mijn overgewicht ‘gezond’ is. Later stelde mijn huisarts vast dat mijn cholesterol ook goed was.
    Het betekent niet dat ik niet probeer af te vallen, maar mijn diëtiste (en ook haar collega’s) kon met mijn dieetlijst vanwege de voedselallergieën geen kant op!! Ondanks dat ik ‘de deskundige’ ben, heb ik veel aan haar. En ik kan nu al, met de ministeriële voornemens inzake dieetadvisering in het vooruitzicht, voorspellen dat mijn huisarts er niets van zal bakken.

    En de mensen, die mij veroordelend aankijken, als ik een Twix eet tijdens een lange autorit of een andere ‘goedgekeurd’ product opeet: ZE KUNNEN HET DAK OP!!
    Want het is altijd makkelijker om te veroordelen dan te oordelen.

  2. Pingback: Createurs de Luxe

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *