Hervorm de inspectie, stop de boete

Minister Bijsterveldt wil zeer zwakke scholen sneller sluiten. Maar hoe zwak is zwak eigenlijk, vraagt Evelien Tonkens zich af.  Voor de onderwijsinspectie draait alles om de scores van de Citotoets. Door het voorbijgaan aan andere factoren doen ze kansarme kinderen tekort.  

Neem basisschool de Klimroos. 170 leerlingen, in een middelgrote stad. Over de Klimroos valt veel goeds te melden. ‘Op de school heerst een rustige, ontspannen sfeer, waarin de betrokkenen zich veilig voelen. Leraren en leerlingen gaan op een plezierige manier met elkaar om.’ Het didactisch handelen deugt. Men gebruikt moderne methoden. De Klimroos houdt enquêtes onder ouders, leraren en leerlingen. Directeur, intern begeleider en leraren onderling observeren de lessen. De leraren volgen de ontwikkelingen van de leerlingen goed, ook op sociaal gebied. De directeur houdt goed toezicht op uitvoering van verbeterplannen op basis van kwartaalevaluaties.

Aldus de inspectie over de Klimroos. Toch vindt de inspectie de Klimroos een ‘zwakke’ school. De registratie schiet tekort. Het is bijvoorbeeld bij sommige groepen ‘weinig zichtbaar dat de resultaten op methodegebonden toetsen worden geanalyseerd’. Bovendien is de gemiddelde Citoscore van de leerlingen 531,4. Een hele vooruitgang ten opzichte van 2008 (529,4) en 2009 (528,9). Maar te laag, want het landelijk gemiddelde is 534,8. De kinderen op de Klimroos scoren lager, niet doordat het onderwijs slechter is, maar door hun gezinsomstandigheden en IQ. Ze komen relatief vaak uit gezinnen die kampen met leerverstorende problemen als ziekte, huiselijk geweld, dramatische scheidingen, taalachterstanden of verslaving. Hun IQ ligt ook nog eens 5,9 punten lager dan de controlegroep. De inspectie weegt dit alles niet mee. (Opleidingsachtergrond van de ouders wordt wel enigszins meegerekend, maar zo grofmazig dat de Klimroos gelijkgesteld wordt aan een school met veel hoger opgeleide ouders.)

Inspecteur-generaal Roeters erkent: ‘We werken grofmazig’, maar ‘wat we ermee doen – die scholen eruit filteren waar kinderen onvoldoende onderwijs krijgen – dat gaat niet mis.’ Een opvallende redenering, want als scholen zo te werk gaan, zet de inspectie daar een rode streep door. Klimroos evalueert bijvoorbeeld het aanbod van hulp aan leerlingen, maar toch ‘beoordeelt de inspectie ook dit als onvoldoende, omdat een duidelijke procesevaluatie ontbreekt.’ Omdat het proces niet goed geëvalueerd wordt, keuren we de resultaten af, zegt de inspectie hiermee. Waarom geldt dit niet voor de eigen werkwijze?

Scholen genoodzaakt tot beter scoren
Onze meting is te grof, maar scholen gaan na een negatieve evaluatie bijna altijd beter scoren, zegt Roeters, dus het werkt. Maar beter scoren is iets anders dan beter les geven. Als je al het maximale uit kinderen hebt gehaald, kun je de scores alleen nog omhoog krijgen door noodgrepen. Toetstraining bijvoorbeeld. Of minder tijd voor sociale vaardigheden, ten gunste van rekenen en taal. Onzin, vindt Roeters: scholen die goed zijn in rekenen en taal zijn ook goed in sociale vaardigheden. Een brutale uitspraak, want sociale vaardigheden neemt de inspectie niet mee in haar oordeel. De Klimroos maakt namelijk veel werk van sociale vaardigheden, maar ‘omdat de inspectie geen normen heeft voor het gehanteerde instrument, kan zij de resultaten niet beoordelen’. Dus rekent ze sociale vaardigheden niet mee.

Een technische discussie, maar met verstrekkende consequenties. Op het spel staan de kansen van kansarme leerlingen. Want doordat achtergrond, intelligentie en sociale problemen van kinderen nauwelijks meewegen, worden vooral scholen met veel kansarme kinderen als zwak bestempeld. Met ernstige demotivatie en leegloop tot gevolg. Met een boete komen daar nog extra financiële problemen bij.

De Citotoets was ooit bedoeld als hulpmiddel om onderschatting van meisjes en arbeidersjongens te corrigeren. Als prestatietoets voor scholen is hij totaal ongeschikt. Onderwijs is een veel te complex proces om in zo’n getal te vangen. Prestatiemeting – met een begin- en een eindmeting, niet alleen een eindmeting – kan soms een bescheiden rol spelen, maar alleen als aanleiding voor een gesprek, nooit als middel tot afrekenen. En alleen met inspraak van degenen die gemeten worden. Vrijheid van onderwijs betekent ook vrijheid in visie op het belang van sociale vaardigheden, kunst, prestatiedruk en toetsing.
Hervorm dus de inspectie, stop de boete.

Dit artikel van Evelien Tonkens verscheen op 30 maart 2011 als column in De Volkskrant.

Dit artikel behandelt het vraagstuk Onderwijs. Bewaar de permalink. Volg reacties op dit artikel via RSS feed van dit artikel. Reageer of laat een trackback achter.

Reageer!

Uw e-mailadres wordt nooit gepubliceerd of met derden gedeeld. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *

*
*