<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Sociale Vraagstukken</title>
	<atom:link href="http://www.socialevraagstukken.nl/site/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.socialevraagstukken.nl/site</link>
	<description>Wetenschappers en denkers in debat over maatschappelijke kwesties</description>
	<lastBuildDate>Tue, 21 May 2013 05:01:03 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.4.2</generator>
		<item>
		<title>De apotheker achter de voordeur scheelt mensenlevens</title>
		<link>http://www.socialevraagstukken.nl/site/2013/05/21/de-apotheker-achter-de-voordeur-scheelt-mensenlevens-2/</link>
		<comments>http://www.socialevraagstukken.nl/site/2013/05/21/de-apotheker-achter-de-voordeur-scheelt-mensenlevens-2/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 21 May 2013 05:01:03 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Ad van Dooren</dc:creator>
				<category><![CDATA[Achter de voordeur]]></category>
		<category><![CDATA[Gezondheidszorg]]></category>
		<category><![CDATA[A. A. van Dooren]]></category>
		<category><![CDATA[Ab Klink]]></category>
		<category><![CDATA[apotheek]]></category>
		<category><![CDATA[apotheker]]></category>
		<category><![CDATA[beleid]]></category>
		<category><![CDATA[geld]]></category>
		<category><![CDATA[geneesmiddelen]]></category>
		<category><![CDATA[geneesmiddelengebruik]]></category>
		<category><![CDATA[huisarts]]></category>
		<category><![CDATA[inkomsten]]></category>
		<category><![CDATA[interventies]]></category>
		<category><![CDATA[Kenniscentrum Innovatie van Zorgverlening]]></category>
		<category><![CDATA[Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie]]></category>
		<category><![CDATA[kuur]]></category>
		<category><![CDATA[medicatie]]></category>
		<category><![CDATA[medicatiebeoordeling]]></category>
		<category><![CDATA[medicijnen]]></category>
		<category><![CDATA[medicijngebruik]]></category>
		<category><![CDATA[Nederlandse Zorg Autoriteit]]></category>
		<category><![CDATA[patiënten]]></category>
		<category><![CDATA[prijzen]]></category>
		<category><![CDATA[therapietrouw]]></category>
		<category><![CDATA[verantwoordelijkheid]]></category>
		<category><![CDATA[vergoeding]]></category>
		<category><![CDATA[werkgelegenheid]]></category>
		<category><![CDATA[WHO]]></category>
		<category><![CDATA[ziekenhuisopnames]]></category>
		<category><![CDATA[zorgverzekeraar]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.socialevraagstukken.nl/site/?p=12378</guid>
		<description><![CDATA[Patiënten die hun medicijnkuur niet afmaken, doen hun gezondheid geen goed en kosten de samenleving geld, veel geld. Om de therapietrouw te verbeteren, moet de apotheker de patiënt thuis opzoeken. Daar behoort hij dan wel behoorlijk voor worden beloond. Hoe minder tijd er aan de patiënt wordt besteed, des te goedkoper de zorg. Zo valt [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Patiënten die hun medicijnkuur niet afmaken, doen hun gezondheid geen goed en kosten de samenleving geld, veel geld. Om de therapietrouw te verbeteren, moet de apotheker de patiënt thuis opzoeken. Daar behoort hij dan wel behoorlijk voor worden beloond. <span id="more-12378"></span></strong></p>
<p>Hoe minder tijd er aan de patiënt wordt besteed, des te goedkoper de zorg. Zo valt het huidige, op efficiëntie gerichte zorgbeleid volgens Ab Klink te omschrijven. In zijn recente <a href="http://www.socialevraagstukken.nl/site/2013/04/18/budgettering-in-zorg-kost-alleen-maar-geld/" target="_blank">artikel </a>op deze site geeft  Klink aan hoe deze gedachte kan worden doorbroken, om te beginnen in de (openbare) farmacie. Helaas is zijn eerste suggestie dan om 2 euro te korten op de receptregelvergoeding: de gedeeltelijke vergoeding die apotheken ontvangen voor hun praktijkkosten.</p>
<h3>Therapietrouw is gezamenlijke verantwoordelijkheid</h3>
<p>Korten op de inkomsten van de apotheek hebben we de afgelopen jaren meer gezien, onder anderen door het ‘preferentiebeleid’ waarbij zorgverzekeraars het goedkoopste label van een geneesmiddel voor een bepaalde periode aanwijzen als voorkeursmiddel en alleen dat geneesmiddel vanuit de basisverzekering vergoeden. Dat beleid heeft ertoe geleid dat bij meer dan de helft van alle apotheken het water tot aan de lippen staat, een derde van alle apotheken aan het infuus van de bank hangt en de werkgelegenheid in deze sector tot een zodanig minimum is gedaald dat het ten koste dreigt te gaan van de zorgverlening aan de patiënt.</p>
<p>Overigens bestaat de receptregelvergoeding formeel niet meer. Daarvoor is in 2012 een systeem van vrije prijzen gekomen. Prijzen worden nu in onderhandeling tussen zorgverzekeraars en apothekers vastgesteld. De prijzen hebben betrekking op elf door de Nederlandse Zorg Autoriteit vastgestelde ‘prestatiebeschrijvingen farmaceutische zorg’. Bevordering van de therapietrouw wordt niet apart als prestatie genoemd. Onder (medicamenteuze) therapietrouw wordt verstaan de mate waarin het gedrag van de patiënt overeenkomt met de afgesproken manier van innemen. De WHO definieert ‘adherence’ als volgt: <em>‘the extent to which a person’s behavior – taking medicines, following a diet and/or executing lifestyle changes, corresponds with agreed recommendations from a health care provider’</em>. Therapietrouw is dus een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de patiënt en zijn zorgverleners (‘<em>shared decision making’</em>).</p>
<h3>Helft van patiënten negeert voorschriften</h3>
<p>Therapie<strong>on</strong>trouw kan allerlei oorzaken hebben. Het kan (1) therapie-gerelateerd zijn (merkbare effectiviteit, bijwerkingen, gebruiksgemak); (2) betrekking hebben op kennis, motivatie, beleving en verwachtingen van de patiënt, (3) liggen aan de sociale omgeving van de patiënt (of zijn economische status), of (4) verband houden met zijn ziekte (ernst van de symptomen, co-morbiditeit en gebruik van andere geneesmiddelen). En het kan liggen aan (5) de relatie met en samenwerking tussen zorgverleners. Het steeds ontvangen van verschillende doosjes, zelfs al gaat het telkens om hetzelfde actieve bestanddeel, is, als uitvloeisel van het huidige preferentiebeleid, zeker een belangrijke factor waardoor therapieontrouw in de hand wordt gewerkt.</p>
<p>Bij onderzoek blijkt de therapietrouw te variëren, maar gemiddeld volgt 50 procent van de patiënten een advies niet of niet op de juiste manier op. Of iemand trouw is aan de therapie, is overigens nog zo niet eenvoudig vast te stellen. De patiënt vragen naar hoe hij zelf vindt dat hij het doet, is niet zeer betrouwbaar en het analyseren van urine &#8211; of bloedmonsters is duur en belastend en zegt slechts iets over de laatste paar dagen voor monstername. Een combinatie van verschillende controlemethoden is ook kostbaar, maar vermoedelijk het meest betrouwbaar. Daarbij moet worden gedacht aan het checken van apotheek-databases (komt de patiënt op tijd terug om zijn herhaalmedicatie op te halen?) en het bij huisbezoek tellen van wat er zich nog in het medicijnkastje bevindt (klopt het aantal medicijnen met wat het zou moeten zijn als steeds op de juiste manier is ingenomen?).</p>
<h3>Voor therapietrouw komt apotheker achter de voordeur</h3>
<p>De mogelijke interventies ter bevordering van de therapietrouw kunnen in verschillende categorieën worden verdeeld: sociale en economische interventies (educatie en motivatie); zorgverlener-gerelateerde interventies (optimaliseren van voorschrijfmethodieken en synchronisatie van afleveringen); therapiegerelateerde interventies (medicijnrollen, doseringsaanpassingen, aanpassing van verpakking of toedieningsvorm); conditiegerelateerde interventies (het monitoren van bijwerkingen); patiëntgerelateerde interventies (herinneringsapps, hulpgroepen (social media) of regelmatige zelfrapportage, en ten slotte combinaties van bovenstaande interventies (blijken vaak het best te werken).</p>
<p>Een beredeneerde keuze voor deze of gene interventie vereist creativiteit en ervaring; succes is niet op voorhand verzekerd en de wetenschappelijke evidentie is gering. En bovendien kosten al deze door de zorgverleners uit te voeren interventies geld. De vraag is dus of het bevorderen van therapietrouw de inspanningen en investeringen wel waard zijn. Volgens <a href="http://gebu.artsennet.nl/Archief/Tijdschriftartikel/Therapietrouw-2.htm" target="_blank">het <em>Geneesmiddelbulletin</em></a> kan door het ontbreken van harde gegevens de vraag of therapietrouwbevorderende maatregelen op de lange termijn de mortaliteit en morbiditeit verlagen, niet eenduidig worden beantwoord. Aan de andere kant is er ruim voldoende informatie beschikbaar die aangeeft dat de kosten van therapieontrouw hoog zijn, hetgeen ook gevoelsmatig mag worden verwacht. Als je je medicijnen niet inneemt, dan werken ze nu eenmaal niet.</p>
<p>Te weinig therapietrouw kan leiden tot verhoogde geneesmiddelafhankelijkheid; rebound &#8211; of abstinentieverschijnselen, verhoogde resistentie tegen de therapie, verhoogde toxiciteit, en een verhoogde kans op bijwerkingen en ongevallen. In het HARM (<em>Hospital Admissions Related to Medication</em>) <a href="http://www.knmp.nl/downloads/medicijnen-zorgverlening/medicatieveiligheid/harm-rapport" target="_blank">onderzoek</a> uit 2006 werd gevonden dat bijna 6 procent van alle niet-geplande ziekenhuisopnames veroorzaakt wordt door (verkeerd) medicijngebruik, hetgeen neerkomt op ongeveer 16 duizend opnames per jaar. Een groot deel daarvan is waarschijnlijk terug te voeren op therapieontrouw. Daarom kan gerust gesteld worden dat meer therapietrouw verspilling tegengaat en kosten bespaart. Ze leidt ook tot gezondheidswinst bij patiënten en scheelt mensenlevens.</p>
<p>Indien het gaat om medicamenteuze therapietrouw is, naar mijn stellige overtuiging, de apotheker, als geneesmiddeldeskundige bij uitstek, de aangewezen persoon om de patiënt hierin te begeleiden en te sturen. Vreemd genoeg valt een activiteit als medicatiebeoordeling als deze door de apotheek geschiedt wel onder het eigen risico van de patiënt, maar als de huisarts het doet niet. Als de overheid het belang van verbetering van therapietrouw onderkent, dient zij aan deze anomalie snel een einde te maken.</p>
<p>De apotheker zal deze rol, uiteraard in nauwe samenwerking met de huisarts, waar kunnen maken door op huisbezoek te gaan, achter de voordeur van de patiënt te komen, en regelmatig met hem zijn geneesmiddelgebruik door te nemen. En daartoe moet hij niet, zoals Klink voorstelt, eerst worden gekort op zijn inkomsten, maar moet hij beloond worden op basis van heldere en haalbare, vooraf met zorgverzekeraars overeengekomen, resultaten. Een prestatiebekostiging dus die ook op basis van no cure no pay mogelijk is.</p>
<p>De Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie heeft 2013 geoormerkt als <a href="http://www.knmp.nl/downloads/over-de-knmp/knmp-vereniging/beleid/Beleidsplan_KNMP_20132016.pdf" target="_blank">jaar van de therapietrouw</a>, en heeft plannen om geschikte interventies te implementeren bij haar leden, in eerste instantie in de vorm van een pilot en na bepaling van de haalbaarheid en de bereikte resultaten, ook bij andere apotheken. Een veelbelovend initiatief.</p>
<h4><em>A. A. van Dooren is lector disseminatie van farmaceutische innovaties aan het Kenniscentrum Innovatie van Zorgverlening van de Hogeschool Utrecht.</em></h4>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.socialevraagstukken.nl/site/2013/05/21/de-apotheker-achter-de-voordeur-scheelt-mensenlevens-2/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het affectieve offensief van de overheid</title>
		<link>http://www.socialevraagstukken.nl/site/2013/05/18/het-affectieve-offensief-van-de-overheid/</link>
		<comments>http://www.socialevraagstukken.nl/site/2013/05/18/het-affectieve-offensief-van-de-overheid/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 18 May 2013 05:00:43 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Imrat Verhoeven</dc:creator>
				<category><![CDATA[Sociale cohesie]]></category>
		<category><![CDATA[Wmo]]></category>
		<category><![CDATA[affectief offensief]]></category>
		<category><![CDATA[autonomie]]></category>
		<category><![CDATA[buren]]></category>
		<category><![CDATA[buurtbewoners]]></category>
		<category><![CDATA[De affectieve burger]]></category>
		<category><![CDATA[Ellen Grootegoed]]></category>
		<category><![CDATA[familie]]></category>
		<category><![CDATA[Femianne Bredewold]]></category>
		<category><![CDATA[hulp]]></category>
		<category><![CDATA[Imrat Verhoeven]]></category>
		<category><![CDATA[Jaarboek]]></category>
		<category><![CDATA[kabinet]]></category>
		<category><![CDATA[kanteling]]></category>
		<category><![CDATA[kwetsbare burgers]]></category>
		<category><![CDATA[liefdadigheid]]></category>
		<category><![CDATA[Loes Verplanke]]></category>
		<category><![CDATA[mantelzorg]]></category>
		<category><![CDATA[overheid]]></category>
		<category><![CDATA[Thomas Kampen]]></category>
		<category><![CDATA[Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken]]></category>
		<category><![CDATA[verzorgingsstaat]]></category>
		<category><![CDATA[vrouwen]]></category>
		<category><![CDATA[wmo]]></category>
		<category><![CDATA[zorg]]></category>
		<category><![CDATA[zorgbehoeftigen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.socialevraagstukken.nl/site/?p=12396</guid>
		<description><![CDATA[Opdat we meer voor elkaar gaan zorgen wil de overheid dat we meer warme gevoelens voor elkaar gaan ontwikkelen. Maar dat staat op gespannen voet met het autonomie-ideaal waarmee we zijn opgevoed en waar de staat borg voor stond. Het wordt tijd dat we hierover eens goed gaan nadenken. In China is het bezoek van kinderen [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Opdat we meer voor elkaar gaan zorgen wil de overheid dat we meer warme gevoelens voor elkaar gaan ontwikkelen. Maar dat staat op gespannen voet met het autonomie-ideaal waarmee we zijn opgevoed en waar de staat borg voor stond. Het wordt tijd dat we hierover eens goed gaan nadenken.<span id="more-12396"></span></strong></p>
<p>In China is het bezoek van kinderen aan hun ouders wettelijk verplicht gesteld. Ouders die het gevoel hebben dat de kinderen hen verwaarlozen kunnen voortaan via de rechter proberen om het nakomen van familieverplichtingen af te dwingen. Dit soort harde maatregelen wekt geen verbazing in een totalitair regime zoals China. Toch verschilt de achterliggende intentie niet zo van de plannen over langdurige zorg die staatssecretaris Van Rijn onlangs lanceerde. Hij wil dat mensen het weer ‘normaal’ gaan vinden om voor hun familie, en zelfs voor onbekenden in hun omgeving te zorgen. Van Rijn geeft meteen toe dat hij dit niet kan afdwingen, we leven nou eenmaal niet in China. Daarom bepleit hij een cultuurverandering waarbij iedereen die zorg nodig heeft eerst naar familie, vrienden en kennissen kijkt, alvorens een beroep op professionele zorg te doen.</p>
<h3>De overheid wil dat we warme gevoelens voor elkaar gaan krijgen</h3>
<p>De staatssecretaris ziet de door hem bepleitte cultuurverandering als een revolutie. Het zijn grote woorden die een al langer lopend en sluipend veranderingsproces in onze verzorgingsstaat zichtbaar maken: het beroep op affectief burgerschap van de overheid, die wil dat burgers warme gevoelens voor elkaar ontwikkelen en daardoor meer zorgzaamheid voor zichzelf en anderen aan de dag leggen. Via positieve gevoelens die bijdragen aan de inzet van burgers als vervangers van betaalde krachten tracht de overheid te bezuinigen op de kosten van de zorg. Dit affectieve offensief is niet nieuw. Het kwam op gang met de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in 2007 en past binnen een lange geschiedenis van kritiek op de verzorgingsstaat. Kritiek die stelt dat de verzorgingsstaat te ruimhartig is opgezet en burgers zo afhankelijk maakt dat ze calculerend gedrag vertonen, te weinig persoonlijke verantwoordelijkheid nemen en dat ze samenleven in zwakke gemeenschappen. De Wmo is het startschot van het affectieve offensief: kwetsbare burgers moeten zichzelf meer zien te redden en de niet-kwetsbaren moeten zich meer om hen bekommeren.</p>
<p>Binnen de gemeentelijke praktijk van de Wmo is de cultuurverandering die Van Rijn wil al jaren de inzet: burgers worden op alle mogelijke manieren gestimuleerd om eerst in hun nabije omgeving naar hulp te zoeken, en pas als dit niet mogelijk is naar professionele hulp te kijken. Dit gebeurt al via ‘keukentafelgesprekken’ en ‘Eigen Kracht-conferenties’. In gemeentelijk jargon heet dit proces ‘de kanteling’. Juist omdat die kanteling al enige tijd aan de gang is, kunnen we ons op grond van recent onderzoek een beeld vormen van de gevolgen voor kwetsbare burgers, hun directe omgeving en voor degenen die hen vrijwillig te hulp willen schieten.</p>
<h3>Hoe reëel is het te vertrouwen op affectief burgerschap?</h3>
<p>Het affectieve offensief van de overheid leunt binnen de Wmo op twee belangrijke veronderstellingen: kwetsbare mensen willen en durven in hun sociale netwerk om hulp te vragen, en de hulp die andere mensen daarop geven is ook langdurig. Uit onderzoeken blijkt dat deze veronderstellingen onterecht zijn. <a href="http://www.socialevraagstukken.nl/site/boekrecensie/nico-de-boer-zorgkracht/" target="_blank">Onderzoek van sociologe Ellen Grootegoed</a> laat zien dat zorgbehoevenden bij voorkeur geen, of in ieder geval niet een nog groter beroep willen doen op hun familie, vrienden en buren. Zij willen hun naasten niet belasten; dat tast hun idee van ‘zelfstandigheid’ aan. Daarom houden ze niet zelden hun behoeften verborgen voor hun omgeving. Een eenzame oude vrouw die haar dagopvang is kwijtgeraakt zegt over hulp vragen aan haar kinderen: ‘Al zou het niet goed gaan, dan zeg ik dat niet. Dat wil ik ze niet aandoen.’</p>
<p>Tegelijkertijd komen langdurige relaties tussen zorgbehoeftigen en buurtbewoners maar moeilijk tot stand, omdat geven en nemen niet in evenwicht zijn, zo blijkt uit <a href="http://www.surfsharekit.nl:8080/get/smpid:2660/DS5/" target="_blank">onderzoek van Femianne Bredewold</a>. Een dame vertelt dat ze ‘afscheid heeft genomen van een overbuurvrouw met een psychiatrische achtergrond’, omdat die te veel met zichzelf bezig was: ‘In het begin voelde het als gelijkwaardig contact, maar later niet meer.’ Na verloop van tijd blijkt de onbalans in de relatie tussen zorgbehoevende en vrijwillige hulpgever op te breken.</p>
<p>Deze ontluisterende bevindingen plaatsen grote vraagtekens bij de aaneenschakeling van plannen waarmee de overheid haar affectieve offensief uitrolt. Hoe reëel is het om te verwachten dat kwetsbare mensen hun eigen zorg kunnen organiseren of dat ze daarvoor een beroep willen doen op hun ‘netwerk’, áls van zo’n netwerk al sprake van is? Het is goed dat het affectieve offensief van de overheid nu meer aan het licht komt door de plannen van het huidige kabinet. We hebben het namelijk over een fundamentele verandering van de verzorgingsstaat die een nieuwe visie op ons collectieve bestaan ontwikkelt zonder dat de bevolking daar expliciet over wordt geraadpleegd.</p>
<h3>Wordt de veenbrand een vuur dat we niet meer kunnen blussen?</h3>
<p>Een belangrijke bouwsteen van de verzorgingsstaat is het autonomie-ideaal. De zorg van de staat maakte mensen minder afhankelijk van familie, vrienden, anderen in de buurt en charitas. Vooral vrouwen, die veel zorgtaken vervulden, zagen dit als een bevrijding, omdat het minder belastend was om van de overheid afhankelijk te zijn dan van familie en buren. Dit ideaal wordt in het sluipende affectieve overheidsoffensief omgekeerd. De afhankelijkheid van de staat wordt weer ingeruild voor persoonlijke afhankelijkheden tussen individuen. We zien dit terug in de populariteit van termen als ‘eigen kracht’, ‘ burgerkracht’, ‘eigen verantwoordelijkheid’, ‘meedoen’ en ‘Big Society’.</p>
<p>De staatssecretaris beweert dat hij niet terug wil naar een situatie waarin hulpbehoevenden afhankelijk zijn van liefdadigheid. Ondertussen is hij wel een belangrijke vertegenwoordiger van het affectieve offensief dat ons allen terug moet doen verlangen naar broers die ons verschonen, de buurvrouw die boodschappen voor ons haalt en de onbekende vrijwilliger die de afstandbediening opnieuw komt instellen. Het wordt tijd dat we indringend stil staan bij de vraag hoe ver we willen en kunnen meegaan in dit affectieve offensief, voordat deze veenbrand door nieuwe maatregelen oplaait tot een vuur dat we niet meer kunnen blussen.</p>
<p><em>Dit stuk is een verkorte versie van de inleiding van het op 16 mei te verschijnen boek<a href="http://www.vanstockum.nl/boeken/mens-en-maatschappij-algemeen/nl/de-affectieve-burger-imrat-verhoeven-loes-verplanke-thomas-kampen-9789461642448/" target="_blank"> ‘De affectieve burger. Hoe de overheid verleidt en verplicht tot zorgzaamheid’</a>, onder redactie van Thomas Kampen, Imrat Verhoeven en Loes Verplanke. Dit boek verschijnt als een van de twee <a href="http://www.socialevraagstukken.nl/site/duojaarboek-tijdschrift-voor-sociale-vraagstukken/">jaarboeken van het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken</a>.</em><em> Een ingekorte versie van dit artikel bverschijn vandaag ook in Trouw.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.socialevraagstukken.nl/site/2013/05/18/het-affectieve-offensief-van-de-overheid/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>5</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De wijkaanpak: experimenteren met affectieve interventies</title>
		<link>http://www.socialevraagstukken.nl/site/2013/05/17/de-wijkaanpak-experimenteren-met-affectieve-interventies/</link>
		<comments>http://www.socialevraagstukken.nl/site/2013/05/17/de-wijkaanpak-experimenteren-met-affectieve-interventies/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 17 May 2013 05:00:30 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Mandy de Wilde</dc:creator>
				<category><![CDATA[Wijkaanpak]]></category>
		<category><![CDATA[achterstandswijken]]></category>
		<category><![CDATA[affectieve interventies]]></category>
		<category><![CDATA[Akbarstraat]]></category>
		<category><![CDATA[Als meedoen pijn doet]]></category>
		<category><![CDATA[bewoners]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersinitiatieven]]></category>
		<category><![CDATA[burgers]]></category>
		<category><![CDATA[effectiviteit]]></category>
		<category><![CDATA[emoties]]></category>
		<category><![CDATA[erkenning]]></category>
		<category><![CDATA[Evelien Tonkens]]></category>
		<category><![CDATA[Felix Rottenberg]]></category>
		<category><![CDATA[Jaarboek 2013]]></category>
		<category><![CDATA[kloof]]></category>
		<category><![CDATA[leefbaarheid]]></category>
		<category><![CDATA[Mandy de Wilde]]></category>
		<category><![CDATA[middenklasse]]></category>
		<category><![CDATA[nieuwbouw]]></category>
		<category><![CDATA[overheid]]></category>
		<category><![CDATA[politie]]></category>
		<category><![CDATA[Slotermeer]]></category>
		<category><![CDATA[sociale cohesie]]></category>
		<category><![CDATA[sociale interventies]]></category>
		<category><![CDATA[symbolische functie]]></category>
		<category><![CDATA[Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken]]></category>
		<category><![CDATA[Vasco Lub]]></category>
		<category><![CDATA[veiligheid]]></category>
		<category><![CDATA[verleiding]]></category>
		<category><![CDATA[verzorgingsstaat]]></category>
		<category><![CDATA[Vogelaarwijken]]></category>
		<category><![CDATA[voorzieningen]]></category>
		<category><![CDATA[waardering]]></category>
		<category><![CDATA[wantrouwen]]></category>
		<category><![CDATA[welzijn]]></category>
		<category><![CDATA[werkloosheid]]></category>
		<category><![CDATA[wijkaanpak]]></category>
		<category><![CDATA[wijkenbeleid]]></category>
		<category><![CDATA[woningcorporaties]]></category>
		<category><![CDATA[zorginstellingen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.socialevraagstukken.nl/site/?p=12533</guid>
		<description><![CDATA[Vasco Lub opende een discussie over het wijkenbeleid van de afgelopen jaren. Hij rekent interventies in achterstandswijken af op hun bijdrage aan een beter leefbare en veiligere wijk en concludeert dat het beleid heeft gefaald. Maar er is ook een symbolische, rituele functie van de wijkaanpak. Begin deze eeuw waren er grote zorgen over de kloof tussen [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Vasco Lub opende <a href="http://www.socialevraagstukken.nl/site/2013/04/24/wijkenbeleid-te-vaak-symbolisch/" target="_blank">een discussie</a> over het wijkenbeleid van de afgelopen jaren. Hij rekent interventies in achterstandswijken af op hun bijdrage aan een beter leefbare en veiligere wijk en concludeert dat het beleid heeft gefaald. Maar er is ook een symbolische, rituele functie van de wijkaanpak. <span id="more-12533"></span></strong></p>
<p>Begin deze eeuw waren er grote zorgen over de kloof tussen burgers en de overheid, woningcorporaties en zorg- en welzijnsinstellingen. Die zorgen waren het meest schrijnend zichtbaar in achterstandswijken. Illustratief was de documentaireserie van Felix Rottenberg uit 2002 over de Akbarstraat in de Amsterdamse Kolenkitbuurt, die liet zien hoe bewoners zich in de steek gelaten voelden door de overheid en meenden dat de politiek mijlenver afstond van de alledaagse werkelijkheid. Een deel van de bewoners in achterstandswijken voelde zich ook gestigmatiseerd. De overheid trok zich de kritiek aan en kwam met een antwoord: zij zocht nabijheid en toenadering. Sindsdien doorspekt de overheid haar beleid met positieve emotionele oproepen, mooie beloftes over vooruitgang en plannen voor vernieuwing.</p>
<p>Deze benadering gaat in de wijkaanpak inmiddels goed samen met een herziening van de verzorgingsstaat. Vanwege bezuinigingen en beperking van de toegang tot voorzieningen, zoekt de overheid haar toevlucht in erkenning: in schouderklopjes uitdelen aan burgers en hen een goed gevoel geven. Bij de wijkaanpak gaat het bij die erkenning om waardering van bijdragen aan de samenleving van activiteiten met een lage status, bijvoorbeeld vrijwilligerswerk in het buurthuis, en om erkenning van groepen als gelijkwaardige burgers. Vooral voor bewoners van achterstandswijken is erkenning niet gemakkelijk te krijgen. Achterstandswijken herbergen relatief veel werklozen en bewoners die kampen met gevoelens van nutteloosheid en falen.</p>
<h3>Een verleidende overheid: affectieve interventies</h3>
<p>De overheid heeft zich in achterstandswijken ontwikkeld tot een verleidende overheid die door middel van <em>affectieve</em> interventies vooral probeert op het gemoed en het gevoel van bewoners in te werken: zo wil ze bewerkstelligen dat bewoners meedoen aan de samenleving. Ze probeert participatie als leuk, gezellig en bevredigend voor te stellen. Hoe krijg je bewoners zo ver dat ze meedoen? Door ze te inspireren, stimuleren en faciliteren, door een wijkbudget ter beschikking te stellen, door ze met ambtenaren en professionals hulp en aandacht te geven, bijvoorbeeld via achter-de-voordeur beleid en de vele sociale activeringsprogramma’s voor werklozen.</p>
<p>De kracht van deze affectieve interventies moet niet onderschat worden. Deze benadering creëert soms daadwerkelijk samenhang en nieuwe verbanden, en gevoelens van hoop en erkenning. Dit zien we onder nieuwe Nederlanders met perspectief op vooruitgang, en in het bijzonder bij de vrouwen onder hen. Zij komen door buurtactiviteiten uit hun isolement, sociale activeringsprogramma’s geven hen respect en erkenning en door nieuwbouw maken zij kans op een grotere woning en soms op een beter pedagogisch klimaat voor hun kinderen. In Slotermeer zijn er opvallend veel (post)migrantenvrouwen actief in allerlei kleine bewonersinitiatieven, een eerste stap op de burgerschapsladder. In Kanaleneiland biedt de Marokkaanse vrouwenorganisatie Al Amal en het Drie Generatie Centrum vrouwen een podium voor erkenning van hun kwaliteiten voor de samenleving.</p>
<p>Gevoelens van hoop en erkenning vinden we ook onder een tweede, kleinere groep nieuwkomers in de achterstandswijk: de middenklasse, die op zoek zijn naar een betaalbare woning en een levendige, groene stadswijk. Sommigen van hen kiezen bewust voor een sociaaleconomisch en cultureel gemengde wijk en zetten zich daar actief in. Zij proberen banden te smeden met allochtone nieuwkomers. Beleid gericht op sociale cohesie en leefbaarheid middels een bewonersbudget stimuleert zulke banden en kan de relatiepijnen die gepaard gaan met het samenleven in achterstandswijken verlichten.</p>
<h3>Nieuwe scheidslijnen in de wijk</h3>
<p>Maar beleid dat als doel heeft om mensen een gevoel van eenheid te geven creëert soms, paradoxaal genoeg, ook gevoelens van miskenning en wantrouwen, en nieuwe scheidslijnen. Een overheid die de gemeenschap probeert te maken, frustreert mensen die zelf andere ideeën hebben over die gemeenschap, zo blijkt. Zij bevoordeelt bepaalde typen bewoners boven andere, dient sommige belangen meer en andere minder en spreekt sommige bewoners meer aan dan andere. Deze verschillen blijven vaak onbenoemd: er wordt gesproken over ‘de wijk’ en ‘de bewoners’.</p>
<p>Toch voeden ze zo de ‘relatiepijn’ tussen bewoners en roepen ze sterke emoties op: miskenning, woede en frustratie, die bij sommigen uitmondt in rancune. Het gaat daarbij voornamelijk om autochtone, oudere bewoners die al lang in achterstandswijken wonen en zich ondanks, soms zelfs dankzij het intensieve beleid, verlaten en verdrongen voelen. Zij ontwikkelen een sluimerend wantrouwen jegens wijkinstituties en soms ook jegens andere bewoners, voornamelijk nieuwe Nederlanders. Zij zien inspraakprocedures afbrokkelen, ervaren bewonersinitiatieven als zoethoudertjes en zien sloop en nieuwbouw eerst en vooral als afbraak van hun dierbare wijk en levenswijze.</p>
<h3>Het belang van symboliek</h3>
<p>De affectieve interventies in de wijkaanpak van de afgelopen jaren bestempelt Vasco Lub als symbolisch of ritueel van karakter: ze zijn niet effectief, dragen niet bij aan de leefbaarheid en veiligheid en benemen het zicht op het ‘echte’ harde werk van professionals in de wijk.</p>
<p>Maar, de beleidsinterventies in achterstandswijken kun je ook vanuit een ander perspectief bezien: die van toenemende affectieve verhoudingen tussen de overheid en burgers, ook al worden daarbij sommige bewoners dus ook over het hoofd gezien. Beleid gaat niet alleen om effectief ingrijpen en doelmatigheid, het draait ook om het managen van emoties. Een overheid die wil dat burgers meedoen aan de samenleving moet zelf ook meevoelen, want empathie, genegenheid en respect voor anderen zijn essentieel voor affectief burgerschap. De symbolische, rituele functie van beleid speelt daarin een belangrijke rol en maakt dat we bij de wijkaanpak naar meer dan louter dan de kale effectiviteit van interventies moeten kijken.</p>
<h4><em>Mandy de Wilde is onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam</em></h4>
<h4><em>Dit stuk is gebaseerd op het op 17 mei te verschijnen boek Als meedoen pijn doet. Affectief burgerschap in de wijk</em><em>, (redactie: Evelien Tonkens &amp; Mandy de Wilde). Dit boek verschijnt als een van de twee </em><a href="http://www.socialevraagstukken.nl/site/duojaarboek-tijdschrift-voor-sociale-vraagstukken/"><em>jaarboeken van het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken</em></a><em>. </em></h4>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Literatuur</strong></p>
<p>Muehlebach, A. (2012) <em>The Moral Neoliberal. Welfare and Citizenship in Italy</em>. Chicago: Chicago University Press</p>
<p>Thompson, S. (2006) <em>The Political Theory of Recognition. A Critical </em><em>Introduction</em>. Cambridge: Polity Press</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.socialevraagstukken.nl/site/2013/05/17/de-wijkaanpak-experimenteren-met-affectieve-interventies/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Er zijn grenzen aan acceptatie seksuele diversiteit</title>
		<link>http://www.socialevraagstukken.nl/site/2013/05/16/grenzen-aan-acceptatie-seksuele-diversiteit/</link>
		<comments>http://www.socialevraagstukken.nl/site/2013/05/16/grenzen-aan-acceptatie-seksuele-diversiteit/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 16 May 2013 08:27:06 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Lisette Kuyper</dc:creator>
				<category><![CDATA[Emancipatie]]></category>
		<category><![CDATA[aanstootgevend]]></category>
		<category><![CDATA[acceptatie]]></category>
		<category><![CDATA[Barak Obama]]></category>
		<category><![CDATA[biseksuelen]]></category>
		<category><![CDATA[erkenning]]></category>
		<category><![CDATA[gay]]></category>
		<category><![CDATA[gelijkwaardigheid]]></category>
		<category><![CDATA[gender]]></category>
		<category><![CDATA[hetero]]></category>
		<category><![CDATA[homo's]]></category>
		<category><![CDATA[homohuwelijk]]></category>
		<category><![CDATA[homoseksueel]]></category>
		<category><![CDATA[IDAHO]]></category>
		<category><![CDATA[Job Cohen]]></category>
		<category><![CDATA[kerkgangers]]></category>
		<category><![CDATA[lesbiennes]]></category>
		<category><![CDATA[lesbo's]]></category>
		<category><![CDATA[Lisette Kuyper]]></category>
		<category><![CDATA[MOVISIE]]></category>
		<category><![CDATA[Saskia Keuzenkamp]]></category>
		<category><![CDATA[scp]]></category>
		<category><![CDATA[seksuele diversiteit]]></category>
		<category><![CDATA[sociale acceptatie]]></category>
		<category><![CDATA[transgenders]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.socialevraagstukken.nl/site/?p=12521</guid>
		<description><![CDATA[De sociale acceptatie van homo’s en lesbo’s in Nederland is relatief groot. Transgenders echter worden door geen enkele bevolkingsgroep breed geaccepteerd omdat ze niet voldoen aan de gangbare seksecriteria. De strijd om hun erkenning is nog lang niet gestreden. ‘Wij verklaren vandaag dat de meest evidente waarheid – dat wij allen gelijk zijn – nog [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>De sociale acceptatie van homo’s en lesbo’s in Nederland is relatief groot. Transgenders echter worden door geen enkele bevolkingsgroep breed geaccepteerd omdat ze niet voldoen aan de gangbare seksecriteria. De strijd om hun erkenning is nog lang niet gestreden. <span id="more-12521"></span></strong></p>
<p><em>‘Wij verklaren vandaag dat de meest evidente waarheid – dat wij allen gelijk zijn – nog steeds de ster is die ons leidt […] Onze reis is niet compleet tot onze homoseksuele naasten voor de wet gelijk zijn  &#8211; want als wij écht gelijk geboren zijn, dan moet zeker de liefde die mensen elkaar betuigen gelijk worden gerespecteerd’, </em>sprak Obama tijdens zijn tweede inaugurele rede als president. Hiermee schreef hij geschiedenis. Nog nooit steunde een Amerikaanse president zo duidelijk de openstelling van het Amerikaanse burgerlijk huwelijk voor paren van gelijk geslacht.</p>
<h3>Vooral frequente kerkgangers staan negatief tegenover homoseksualiteit</h3>
<p>In Nederland bestaat het ‘homohuwelijk’ inmiddels twaalf jaar. Daardoor weten wij ook dat wettelijke gelijkheid geen waarborg is voor sociale acceptatie. Toen op 1 april 2001 Job Cohen, als burgemeester van Amsterdam, de eerste paren van gelijk geslacht in het echt met elkaar verbond, vond iets meer dan één op de tien Nederlanders dat geen goed idee  (<a href="http://www.scp.nl/english/Publications/Publications_by_year/Publications_2007/Out_in_the_Netherlands" target="_blank">Keuzenkamp en Bos 2007</a>). Vijf jaar later bleek dat de helft van de Nederlanders het aanstootgevend vond als twee mannen elkaar zoenen op straat en bijna 1 op de 5 inwoners het onacceptabel zou vinden als de eigen zoon of dochter gaat samenwonen met een partner van dezelfde sekse (zie ook <a href="http://www.google.nl/url?sa=t&amp;rct=j&amp;q=&amp;esrc=s&amp;frm=1&amp;source=web&amp;cd=1&amp;ved=0CCsQFjAA&amp;url=http%3A%2F%2Fwww.scp.nl%2Fdsresource%3Fobjectid%3D20597%26type%3Dorg&amp;ei=Ep2UUeekFM2b0wX-54FQ&amp;usg=AFQjCNE8UA2BPJ_VkqekAjzb51ntEHr0OQ&amp;bvm=bv.46471029,d.d2k" target="_blank">Keuzenkamp et al. 2006</a>). Nadat de roze wolk rond de openstelling van het burgerlijk huwelijk was opgetrokken, brachten deze cijfers de noodzaak aan het licht om de sociale acceptatie van homoseksualiteit te bevorderen. Sindsdien monitort het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) actief de sociale acceptatie van homoseksualiteit in Nederland in opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).</p>
<p>Op 16 mei 2013 is de nieuwe editie van deze monitor uitgekomen (<a href="http://www.scp.nl/Publicaties/Alle_publicaties/Publicaties_2013/Acceptatie_van_homoseksuelen_biseksuelen_en_transgenders_in_Nederland_2013" target="_blank">Keuzenkamp en Kuyper 2013</a>). De huidige stand van zaken is met behulp van verschillende nationale en internationale bronnen in kaart gebracht. De algemene boodschap is dat het goed gaat met de sociale acceptatie van homoseksualiteit. Nog nooit vonden zoveel Nederlands het OK dat homo’s kunnen trouwen, adopteren, in het openbaar zoenen, lesgeven op scholen of iemands zoon dan wel dochter zijn. Op basis van een maat die gebaseerd is op 11 stellingen over homoseksualiteit bleek dat in 2006 nog 15 procent van de Nederlanders homonegatief was en dit percentage inmiddels tot 4 procent is geslonken.</p>
<p>Niet in alle delen van de Nederlandse samenleving wordt de acceptatie van homoseksualiteit echter breed gedragen. Zoals al eerder bleek, bestaan er tussen bevolkingsgroepen grote verschillen. In bepaalde kringen lijkt homonegativiteit anno 2013 nog nauwelijks voor te komen, terwijl in andere kringen nog steeds sprake is van intolerantie. Van de Nederlanders die nooit ter kerke gaan, is slechts 2 procent homonegatief, maar van de frequente kerkgangers is 26 procent homonegatief. Onder de aanhang van GroenLinks, VVD, SP en D66 zijn amper homonegatievelingen te vinden, maar van de PVV-stemmers is 1 op de 10 kiezers homonegatief. Onder autochtone Nederlanders is de acceptie groot, maar bij veel Turkse en Marokkaanse Nederlanders stuiten het homohuwelijk en een homoseksuele oriëntatie van het eigen kind op weerstand (zie ook <a href="http://www.scp.nl/Publicaties/Alle_publicaties/Publicaties_2012/Dichter_bij_elkaar" target="_blank">Huijnk en Dagevos 2012</a>).</p>
<p>Ook jongeren staan niet onverdeeld positief tegenover homo- of biseksuelen. Ongeveer de helft van de Nederlandse scholieren vindt het vies als twee jongens of twee meisjes met elkaar zoenen.</p>
<h3>De homo of lesbo die ‘gewoon’ doet, wordt geaccepteerd</h3>
<p>Acceptatie van homoseksualiteit hangt nauw samen met normen over hoe mannen en vrouwen ‘gewoon’ moeten doen. Zolang iemand zich qua uiterlijk en gedrag gedraagt zoals dat van mannen en vrouwen wordt verwacht, lijkt de sociale acceptatie in een vergevorderd stadia te verkeren. Ons onderzoek leert dat Nederlanders positiever staan tegenover homoseksuele mannen, dan tegenover mannen die zich vrouwelijk gedragen. Vaak zal men daarbij denken dat het om homo’s gaat, maar uiteraard kunnen dit ook heteromannen zijn. Datzelfde geldt ook voor lesbische vrouwen en vrouwen die zich mannelijk gedragen.</p>
<p>Mannelijk ogende homoseksuele mannen met een voorliefde voor voetbal zullen weinig afkeuring ontmoeten. Lesbische vrouwen met een vrouwelijke look zullen veelal op sociale acceptatie kunnen rekenen. Maar als homomannen roze glittershirtjes dragen en zich ‘verwijfd’ gedragen, dan wordt dat minder gewaardeerd. Als lesbische vrouwen zich een mannelijke coupe en tred aanmeten, is de sociale acceptatie minder groot. Normen over mannen en vrouwen, mannelijkheid en vrouwelijkheid zijn aldus erg bepalend voor de acceptatie van homoseksuele mannen, lesbische vrouwen en biseksuelen.</p>
<p>Die normen spelen ook transgenders parten. De acceptatie van genderambivalentie in Nederland  is beperkt (zie ook <a href="http://www.rutgerswpf.nl/sites/default/files/TVS%2036-2%20%20Kuyper%20Transgenders%20in%20Nederland%20-%20prevalentie%20en%20attitudes_0.pdf" target="_blank">Kuyper 2012</a>). Ruim een kwart vindt dat er iets mis is met mensen die zich niet man of vrouw voelen en gaat ook liever niet om met mensen van wie niet meteen duidelijk is in welk hokje ze passen. Meer dan 60 procent wil gewoon bij de eerste ontmoeting weten met welke sekse men van doen heeft. Het lijkt er dus op dat homoseksualiteit redelijk geaccepteerd is, maar dat genderdeviant gedrag wordt afgekeurd. Men hoeft niet in het heterohokje te passen om geaccepteerd te worden, maar moet zich wel houden aan de gedragsregels en de uiterlijke kenmerken die we aan beide seksen hebben toebedeeld. Transgenders hebben ook anno 2013 in Nederland vaak nog heel wat uit te leggen.</p>
<p>Op 17 mei is het IDAHO: I<em>nternational Day Against Homophobia and Transphobia</em>. In Den Haag wordt dit jaar een internationale conferentie georganiseerd voor Europese beleidmakers die zich bezig houden met dit thema. Op deze conferentie wordt ook een rapport van de<em> European Union Agency for Fundamental Rights </em>gepresenteerd dat de ervaringen in kaart brengt van meer dan 90 duizend homoseksuele, lesbische, biseksuele en transgender Europeanen. Nederland zal ongetwijfeld in dat rapport ook weer naar voren komen als een land waar het relatief goed gaat. Laten we inderdaad niet vergeten hoe vergevorderd de sociale acceptatie hier is. Maar laten we tijdens het vieren van onze successen ook aandacht blijven houden voor die groepen waarin de acceptatie hapert en voor bredere acceptatie van seksuele diversiteit. Uiteindelijk is dat van belang voor het welzijn en de ervaringen van iedereen die niet ‘gewoon doet’.</p>
<h4><em>Lisette Kuyper is wetenschappelijk medewerker van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Zij is verbonden aan de sectie Onderwijs, Minderheden en Methodologie.</em></h4>
<h4><em>Saskia Keuzenkamp werkt is manager van de afdeling Effectiviteit bij MOVISIE.</em></h4>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Referenties</strong></p>
<p>Huijnk, Willem en Jaco Dagevos (2012). <a href="http://www.scp.nl/Publicaties/Alle_publicaties/Publicaties_2012/Dichter_bij_elkaar" target="_blank"><em>Dichter bij elkaar? De sociaal-culturele positie van niet-westerse migranten in Nederland. </em></a>Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.</p>
<p>Keuzenkamp, Saskia en David Bos (2007). <a href="http://www.scp.nl/english/Publications/Publications_by_year/Publications_2007/Out_in_the_Netherlands" target="_blank"><em>Out in the Netherlands.</em></a> Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.</p>
<p>Keuzenkamp, Saskia, David Bos, Gert Hekma en Jan Willem Duyvendak (2006) <a href="http://www.google.nl/url?sa=t&amp;rct=j&amp;q=&amp;esrc=s&amp;frm=1&amp;source=web&amp;cd=1&amp;ved=0CCsQFjAA&amp;url=http%3A%2F%2Fwww.scp.nl%2Fdsresource%3Fobjectid%3D20597%26type%3Dorg&amp;ei=Ep2UUeekFM2b0wX-54FQ&amp;usg=AFQjCNE8UA2BPJ_VkqekAjzb51ntEHr0OQ&amp;bvm=bv.46471029,d.d2k" target="_blank"><em>Gewoon doen. Acceptatie van homoseksualiteit in Nederland.</em></a> Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.</p>
<p>Keuzenkamp, Saskia en Lisette Kuyper (2013). <em><a href="http://www.scp.nl/Publicaties/Alle_publicaties/Publicaties_2013/Acceptatie_van_homoseksuelen_biseksuelen_en_transgenders_in_Nederland_2013" target="_blank">Acceptatie van homoseksuelen, biseksuelen en transgenders in Nederland 2013</a>.</em> Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.</p>
<p>Kuyper, Lisette (2012). <a href="http://www.rutgerswpf.nl/sites/default/files/TVS%2036-2%20%20Kuyper%20Transgenders%20in%20Nederland%20-%20prevalentie%20en%20attitudes_0.pdf" target="_blank">Transgenders in Nederland: Prevalentie en attitudes.</a> In: <em>Tijdschrift voor Seksuologie</em>, jrg. 36, nr. 2, p. 129-135.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.socialevraagstukken.nl/site/2013/05/16/grenzen-aan-acceptatie-seksuele-diversiteit/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Geloven doe je zelf, als je wat ouder bent</title>
		<link>http://www.socialevraagstukken.nl/site/2013/05/15/geloven-doe-je-zelf-als-je-wat-ouder-bent/</link>
		<comments>http://www.socialevraagstukken.nl/site/2013/05/15/geloven-doe-je-zelf-als-je-wat-ouder-bent/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 15 May 2013 05:00:13 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Joep de Hart</dc:creator>
				<category><![CDATA[Religie]]></category>
		<category><![CDATA[achterban]]></category>
		<category><![CDATA[bovenzintuigelijk]]></category>
		<category><![CDATA[christelijk]]></category>
		<category><![CDATA[dogma's]]></category>
		<category><![CDATA[dominee]]></category>
		<category><![CDATA[Emile Durkheim]]></category>
		<category><![CDATA[geloof]]></category>
		<category><![CDATA[herdenking]]></category>
		<category><![CDATA[Joep de Hart]]></category>
		<category><![CDATA[kerken]]></category>
		<category><![CDATA[leven na de dood]]></category>
		<category><![CDATA[monument]]></category>
		<category><![CDATA[morele voorschriften]]></category>
		<category><![CDATA[orthodox]]></category>
		<category><![CDATA[pastoor]]></category>
		<category><![CDATA[religie]]></category>
		<category><![CDATA[scp]]></category>
		<category><![CDATA[solidariteit]]></category>
		<category><![CDATA[spiritualiteit]]></category>
		<category><![CDATA[spontane beleving]]></category>
		<category><![CDATA[stille tocht]]></category>
		<category><![CDATA[subjectieve beleving]]></category>
		<category><![CDATA[theologie]]></category>
		<category><![CDATA[toekomst]]></category>
		<category><![CDATA[traditie]]></category>
		<category><![CDATA[verdieping]]></category>
		<category><![CDATA[verlichte voorhoede]]></category>
		<category><![CDATA[waarheid]]></category>
		<category><![CDATA[wonderen]]></category>
		<category><![CDATA[zelfhulp]]></category>
		<category><![CDATA[zwevende gelovigen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.socialevraagstukken.nl/site/?p=12369</guid>
		<description><![CDATA[Voor wat waarheid is, leggen de meeste Nederlanders hun oor niet langer te luisteren bij de dominee of de pastoor. Zij willen de waarheid innerlijk ervaren. Die houding contrasteert met de orthodoxe leer, zoals kort geleden treffend werd verwoord in het gereformeerde tijdschrift De Waarheidsvriend. Wat betekent het dat religie verdwijnt? De toekomst van religie [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Voor wat waarheid is, leggen de meeste Nederlanders hun oor niet langer te luisteren bij de dominee of de pastoor. Zij willen de waarheid innerlijk ervaren. Die houding contrasteert met de orthodoxe leer, zoals <strong>kort geleden treffend werd verwoord in het gereformeerde tijdschrift <em>De Waarheidsvriend</em></strong>. <span id="more-12369"></span></strong></p>
<p>Wat betekent het dat religie verdwijnt? De toekomst van religie is ten slotte niet hetzelfde als de toekomst van het dragen van een paardenstaartje door mannen. Religie is traditioneel sterk verankerd in vele van onze instituties en organisaties, en ook nog altijd in de leefstijl en het privéleven van velen. De inhoud van geloofsovertuigingen is de afgelopen 50 jaar onderhevig geweest aan sterke veranderingen, maar allerlei oude functies van religie lijken te blijven bestaan: de behoefte aan troost, verdieping, saamhorigheid, aan momenten waarop je boven jezelf uitstijgt. Als de kerken daarin niet of onvoldoende kunnen voorzien, lijkt menigeen op zoek te gaan naar alternatieven die er in zijn beleving wel aan tegemoet komen.</p>
<h3>Religie als event</h3>
<p>De antropologische kern of oerbron van religie, het geloof in het bestaan van een boven zintuiglijke wereld, van een leven na de dood, het volvoeren van rituelen en de deelname aan rituele bijeenkomsten, is voor veel Nederlanders nog altijd in tact. Zij moet onderscheiden worden van wat daar aan historische en culturele varianten omheen is gebouwd. In het voetspoor van de klassieke socioloog Emile Durkheim bijvoorbeeld wordt de essentie van religie door veel auteurs niet in dogma’s, synodes en encyclieken gelegd, maar in samenkomsten die de maalstroom van dagelijkse beslommeringen doorbreken. Die kunnen ook betrekking hebben op de deelname aan een stille tocht, op Koninginnedag, het WK voetbal, het massale meeleven na een terroristische aanslag of ecologische ramp. Of dat allemaal wel religie genoemd moet worden, daarover wordt in de sociale wetenschappen al sinds hun ontstaan gediscussieerd. Eén ding is zeker: religieuze vormen veranderen.</p>
<p>Aan religie kunnen uiteenlopende dimensies of elementen onderscheiden worden, zoals instituties en doctrines, een bepaald ethos, voorwerpen en gebouwen, emoties en ervaringen, heilige plaatsen, mythen, bijeenkomsten en riten. Het belang van bijvoorbeeld dogma’s en morele voorschriften kan afnemen, terwijl dat niet of veel minder geldt voor andere aspecten, denk aan riten of spirituele ervaringen. Wij lijken momenteel op weg naar een sterkere beklemtoning van die laatsten. Een grotere gerichtheid op flexibele en ad hoc, meer spontane beleving van religie, verbonden met specifieke momenten in het leven en ervaringen die indruk maken, met religie als event.</p>
<p>De afgelopen halve eeuw is religie onmiskenbaar sterk van karakter veranderd. De ontkerkelijking vormt daarvan maar één, zij het opvallend, onderdeel. Spiritualiteit krijgt binnen en buiten de kerkmuren nieuwe contouren in veranderende sociale contexten. Zij heeft een open en erg persoonlijk karakter gekregen, is dynamisch en ambulant geworden. In mijn boek Zwevende gelovigen is een aantal aspecten van de gedaantewisseling van religie in ons land gedocumenteerd aan de hand van gegevens die zijn verzameld in een aantal grootschalige en sinds de jaren 60 herhaalde enquêtes.</p>
<h3>Vooral grijs gelooft</h3>
<p>In Nederland heb je van oudsher twee groepen die zeker zijn van zichzelf. Dat zijn om te beginnen de traditionele gelovigen, die van kaft tot kaft in de God van de Bijbel geloven. Aan de andere kant heb je een zelfbenoemde verlichte voorhoede die de christelijke religie als het beoefenen van een oud ambacht zien, gedoemd om uit te sterven; een soort theologisch kantklossen of godvrezend mandenvlechten. Beide vormen een luidruchtig gezelschap in de media, maar feitelijk zijn de twee groepen niet zo heel groot. De meerderheid van de Nederlanders is niet orthodox gelovig en beschouwt zich evenmin als een atheïst. Mensen die het allemaal niet zo zeker weten, twijfelen, vaak meer gegrepen zijn door intrigerende vragen dan door pasklare antwoorden, en die veelal op zoek zijn naar een spirituele dimensie van het leven.</p>
<p>Op de meest uiteenlopende plaatsen blijkt deze te worden gevonden: bijvoorbeeld in de vorm van een herdenkingsplek of een bermmonumentje, in de natuur of bij een indrukwekkend landschap, op een parabeurs of tijdens het volgen van een cursus, bij de deelname aan een stille tocht of een bezinningsweekend, via de collectieve solidariteit na een ramp.</p>
<p>Onder de Nederlanders van 18 jaar en ouder zijn er, naast de ruim 4 miljoen kerkelijke gelovigen en ruim vijf miljoen personen zonder religieuze belangstelling, bijna 2 miljoen die wel belang hechten aan spiritualiteit, maar geen binding hebben met een kerk of godsdienstige gemeenschap. Zo manifesteert de zwevende kiezer zich ook op religieus gebied. Het geloof geldt voor deze als iets wat meer is dan een mening en minder dan een zekerheid. Ervaring, het zelf geraakt worden, is de toetssteen. De nadruk op subjectief beleven en het persoonlijke gevoel – de psychologische kant van religie – keert overal terug. Bij de sterke groei van de ‘hallelujakerken’ – zoals de pinkstergemeenten – maar ook bij de verkoopcijfers van populaire zelfhulp en therapieboeken, het cursusaanbod in bezinningscentra, in wat er op televisie te zien is en in de rubrieken van de krant en weekbladen.</p>
<p>Donkere wolken pakken zich samen boven de grote Nederlandse kerken. De achterban van de Protestantse Kerk in Nederland slonk sinds 1970 met ruim 50 procent, die van de Rooms Katholieke Kerk met 16 procent. Het percentage regelmatige kerkgangers onder de bevolking is sinds halverwege de jaren zestig gedaald van 50 naar 16 procent. Wat niet betekent dat het holistische milieu nu zoveel betere papieren heeft. In de kerken komt een sterk vergrijsd gezelschap bijeen en de oudste leeftijdsgroepen vormen de belangrijkste dragers van het traditionele christelijke geloof. Maar ook het milieu van de alternatieve spiritualiteit vertoont qua leeftijd geen heel gemêleerd beeld. Bij het lezerspubliek van de tijdschriften en de deelnemers van cursussen die erop gericht zijn, is er sprake van een duidelijke concentratie van Nederlanders die nauwelijks een generatie jonger zijn dan de leden van de grote kerkrichtingen: zij die opgroeiden tijden de jaren 60 en 70. Veel ex-kerkleden combineren het geloof in een aantal christelijke elementen (zoals religieuze wonderen, een leven na de dood, bidden) met een interesse voor alternatieve spiritualiteit. Na het afruimen van de tafel zijn blijkbaar nog wat kliekjes ingevroren voor schrale dagen. Die kunnen dan weer opgediend worden te midden van verse spijzen.</p>
<h4><em>Joep de Hart is senior onderzoeker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau en hoogleraar aan de Protestantse Theologische Universiteit. Dit artikel is gebaseerd op het boek <a href="http://www.scp.nl/Publicaties/Alle_publicaties/Publicaties_2013/Zwevende_gelovigen_Oude_religie_en_nieuwe_spiritualiteit" target="_blank">Zwevende gelovigen: oude religie en nieuwe spiritualiteit</a>, waarvan op 15 mei 2013 de tweede druk verschijnt. </em></h4>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.socialevraagstukken.nl/site/2013/05/15/geloven-doe-je-zelf-als-je-wat-ouder-bent/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De koning kan niet authentiek zijn</title>
		<link>http://www.socialevraagstukken.nl/site/2013/05/14/de-koning-kan-niet-authentiek-zijn/</link>
		<comments>http://www.socialevraagstukken.nl/site/2013/05/14/de-koning-kan-niet-authentiek-zijn/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 14 May 2013 05:01:14 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Josip Kesic</dc:creator>
				<category><![CDATA[Nationalisme]]></category>
		<category><![CDATA[Publieke omgangsvormen]]></category>
		<category><![CDATA[authenticiteit]]></category>
		<category><![CDATA[authentiek]]></category>
		<category><![CDATA[Beatrix]]></category>
		<category><![CDATA[bestaansrecht]]></category>
		<category><![CDATA[interview]]></category>
		<category><![CDATA[jezelf zijn]]></category>
		<category><![CDATA[Josip Kesic]]></category>
		<category><![CDATA[Koning]]></category>
		<category><![CDATA[koningschap]]></category>
		<category><![CDATA[legitimatie]]></category>
		<category><![CDATA[Maxima]]></category>
		<category><![CDATA[monarchie]]></category>
		<category><![CDATA[Nederland]]></category>
		<category><![CDATA[retoriek]]></category>
		<category><![CDATA[traditie]]></category>
		<category><![CDATA[vertegenwoordiging]]></category>
		<category><![CDATA[Willem Alexander]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.socialevraagstukken.nl/site/?p=12234</guid>
		<description><![CDATA[Volgens Willem Alexander is ‘de belangrijkste les’ voor zijn koningschap om ‘authentiek’ en ‘jezelf’ te zijn. Maar een authentieke koning is praktisch onmogelijk. Willem Alexander kan wel stellen dat hij ‘geen nummer’ is, maar het is precies doordat hij wél een nummer is dat hij koning mag en kan zijn. Het televisie-interview op met Willem [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Volgens Willem Alexander is ‘de belangrijkste les’ voor zijn koningschap om ‘authentiek’ en ‘jezelf’ te zijn. Maar een authentieke koning is praktisch onmogelijk. Willem Alexander kan wel stellen dat hij ‘geen nummer’ is, maar het is precies doordat hij wél een nummer is dat hij koning mag en kan zijn.<span id="more-12413"></span></strong></p>
<p>Het televisie-interview op met Willem Alexander en Maxima van 17 april is exemplarisch voor de manier waarop er in Nederland over het huidige koningschap, ook door de koninklijke familie zelf, wordt gesproken. Op de vraag welke implicaties de kroonswisseling heeft voor de te gebruiken toon als koning (‘afstandelijk’ of ‘volkser’), geeft Willem Alexander een relativerend antwoord: de toon is contextafhankelijk. De toon gebruikt de toekomstige koning als aanleiding om het domein buiten de functie aan te kaarten: ‘Je bent een koning, maar ook een mens. Je hebt ook emoties en gevoelens. Soms moet je die ook uiten, anders dan kan je niet echt jezelf zijn. Het belangrijkste is dat je authentiek blijft. Als je niet authentiek bent, dan kan je het in zo een nieuwe functie niet goed volbrengen.’ Maxima beaamt de authenticiteit van haar echtgenoot door te wijzen op de continuïteit van zijn persoonlijkheid (‘hij is zoals hij altijd is geweest, dat zal niet veranderen’) en op zijn gewoonheid (‘staat dicht bij de mensen’).</p>
<p>Dat er uiteenlopende kenmerken van het koningschap naar voren komen in het gesprek, suggereert dat Willem Alexander en Maxima op gelijke voet staan met andere burgers. Het primaat ligt bij authenticiteit; dat komt treffend naar voren in het antwoord op de vraag of Willem Alexander van zijn moeder, ‘die het 33 jaar heeft gedaan, één belangrijk advies [heeft] meegekregen?’. Zijn moeder, die vaak verweten werd te koud en afstandelijk te zijn, gaf hem blijkbaar het volgende advies: ‘Blijf jezelf, houd je koers vast en probeer niet met alle winden populair mee te waaien, want dat breekt je op. Dus als je authentiek bent, en gewoon jezelf blijft, en aantoont waarvoor je staat, dan kan je het lang volhouden op deze manier.’ Kortom: ‘Ik ben geen nummer.’</p>
<h3>Een koning die samenbindt kan niet authentiek zijn</h3>
<p>Historisch gezien is dit een zeer opmerkelijk interview. Authenticiteit werd vanaf de 18<sup>e</sup> eeuw gezocht in ‘gewone’ mensen of kunstenaars. Het begrip was in het geval van de koning betekenisloos (het ging immers om andere deugden), of de koning werd gezien als het tegenovergestelde van authenticiteit omdat zijn leven werd beheerst door talloze maniertjes en voorschriften, tradities. Maar de monarchie is wanneer het gaat om authenticiteit een kind van haar tijd. Immers, het afgelopen decennium zijn we niet alleen veelvuldig getuige geweest van hoe authenticiteit een politiek middel werd (gewone Nederlanders versus onoprechte elite), maar ook van een gemediatiseerde celebritycultuur waarin authenticiteit het belangrijkste product blijkt te zijn (denk aan het succes van ‘realitysterren’ als Brit of van Oh Oh Cherso). Maar de koning is niet enkel voor vermaak en fungeert in tegenstelling tot een politieke partij niet als vertegenwoordiger van een bepaalde groep Nederlanders. Eerder het tegendeel.</p>
<p>De toekomstige koning stelt in hetzelfde interview dat zijn ‘functie’ ‘voortbouwt op de traditie van zijn voorgangsters, die staat voor continuïteit en stabiliteit in dit land’. Met andere woorden, een koning als ‘een samenbindend element van de samenleving, dienend aan de samenleving […] die een samenleving in de 21<sup>e</sup> eeuw kan samenbinden, vertegenwoordigen, aanmoedigen’. En gezien deze functie, is authenticiteit onmogelijk, onbelangrijk en onwenselijk.</p>
<h3>Authenticiteit is een hol begrip</h3>
<p>Dat heeft allereerst te maken met het herkenbare maar nevelige karakter van het begrip. Wat is authentiek of jezelf zijn eigenlijk? Alleen al het betreffende interview laat zien dat het begrip meerdere betekenissen heeft; soms betekent het spontaan je emoties uiten, soms is het juist bij een standpunt blijven en niet meelopen met anderen. Of het staat voor dicht bij ‘gewone’ mensen staan. En aangezien iedereen meerdere zelven heeft, welke zelf is het echte zelf? Hoe bepaal je dat? Waarom zijn sommige zelven wel van jezelf en andere niet? En hoe weet je of iemand niet heel goed doet alsof hij/zij zichzelf is (zeker in het geval van de koning die al zijn heel leven omringd is door een arsenaal aan mediatrainers, spindoctors, en imago-experts)?</p>
<p>Authenticiteit heeft de curieuze eigenschap dat het voor iedereen vanzelfsprekend klinkt maar hoe meer je er over nadenkt hoe meer lagen je ontdekt en hoe holler het wordt. En een ongrijpbaar en hol begrip lijkt mij, hoe sympathiek en herkenbaar ook, niet een goede ideologie van diegene die mij en andere meeburgers moet vertegenwoordigen.</p>
<h3>Kan een koning zijn emoties uiten?</h3>
<p>Laten we de ongrijpbaarheid van authenticiteit even vergeten en aannemen dat authentiek zijn toch mogelijk is. Wat houdt dat precies in als het gaat om een koning wiens leven door mediaspelletjes en protocollen wordt gedicteerd? En wat betekent authenticiteit wanneer het gaat om de bindende en vertegenwoordigende activiteiten van het koningschap? Wat als de koning op een van zijn vele werkbezoeken onder ‘gewone’ mensen zich verveelt, of iemand niet aardig vindt? Kan en zal hij zijn emoties uiten? En als hij zichzelf is door bij zijn standpunt te blijven terwijl de politieke omstandigheden en de formele machtsverdeling (ministeriële verantwoordelijkheid) om een ander standpunt vragen? Dan is hij of niet authentiek, of hij bindt en vertegenwoordigt Nederland niet omdat hij zich niet dienend en symbolisch voor het geheel opstelt. Een heel belangrijke functie van Koninklijke staatsbezoeken is het stimuleren van economische bindingen, vandaar dat vaak een stoet aan topmensen uit het bedrijfsleven met Willem Alexander en Maxima meegaat. Maar het is juist in het belang van Nederland dat de koning zijn opvattingen en de ermee gepaarde gevoelens over bijvoorbeeld martelingen en mensenrechten niet eerlijk uit naar Poetin of Obama.</p>
<p>Ook vanuit het perspectief van de vorst is authenticiteit onmogelijk: daar waar het als een strategie kan dienen om sympathie te wekken bij Nederlandse burgers, is het ook een last voor hem zelf, een belofte die in de gemediatiseerde samenleving kan omslaan in wantrouwen. Immers, iemand die steeds zegt dat je authentiek moet zijn, komt over als iemand die dat juist niet is. De ‘traan van Maxima’, de politieke partijdigheid van Beatrix en het vakantiehuis in Mozambique zijn slechts enkele voorbeelden van hoe de persoonlijke gevoelens en acties niet alleen het onderscheid privé-publiek problematiseren, maar ook dat het in het belang van het koningshuis zelf is om niet al te veel ‘jezelf’ te willen zijn. Kortom, zelfs al was het mogelijk om vast te stellen wat authenticiteit is, dan zijn de meerdere opvattingen niet alleen tegenstrijdig, maar ook onbelangrijk en onwenselijk, gezien de praktische uitvoering van de bindende en vertegenwoordigende rol van de koning.</p>
<h3>Authenticiteit is in strijd is met het bestaansrecht van de monarchie</h3>
<p>Het grootste probleem echter is dat de vermeende authenticiteit van de koning in strijd is met het bestaansrecht van de monarchie. Zijn koninklijke positie is immers niet op persoonlijke merites gebaseerd maar op een 200 jaar oude traditie, die hem dit onpersoonlijke, op willekeur gebaseerde privilege mogelijk maakt. In het verleden, toen het koningschap meer politieke speelruimte had, waren er meerdere legitimeringen die door voorstanders van de monarchie werden aangedragen, en waar de kwaliteiten van de individuele vorst er nog toe deden. Nu is er eigenlijk één &#8211; maar tegelijk als nooit tevoren onwrikbare &#8211; reden voor behoud van de monarchie, en net zoals de oorsprong van de koningsfunctie ligt deze in het onpersoonlijke karakter die de persoon in kwestie ontstijgt: als symbool dat de natie bindt en vertegenwoordigt. Willem Alexander kan wel stellen dat hij ‘geen nummer’ is, maar het is precies doordat hij wél een nummer is dat hij koning mag en kan zijn. In deze symbolische functie doen de gevoelens van Willem Alexander er niet echt toe, of beter gezegd, zouden er niet toe mogen doen. Als we al een koning accepteren waarvan we denken dat hij ons kan binden en vertegenwoordigen, dan ligt het primaat zowel praktisch als principieel bij zijn koningschap, niet bij de holle authenticiteitsretoriek.</p>
<h4><em>Josip Kesic is medewerker bij de Capaciteitsgroep Europese studies van de Faculteit der Geesteswetenschappen Amsterdam.</em></h4>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.socialevraagstukken.nl/site/2013/05/14/de-koning-kan-niet-authentiek-zijn/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Hoezo niet werkzaam?</title>
		<link>http://www.socialevraagstukken.nl/site/2013/05/13/hoezo-niet-werkzaam-2/</link>
		<comments>http://www.socialevraagstukken.nl/site/2013/05/13/hoezo-niet-werkzaam-2/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 13 May 2013 05:01:37 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Nanne Boonstra</dc:creator>
				<category><![CDATA[Sport]]></category>
		<category><![CDATA[Wijkaanpak]]></category>
		<category><![CDATA[achterstandswijken]]></category>
		<category><![CDATA[antisociaal gedrag]]></category>
		<category><![CDATA[beleidstheorieen]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[buurtactiviteiten]]></category>
		<category><![CDATA[buurtbewoners]]></category>
		<category><![CDATA[Crooswijk]]></category>
		<category><![CDATA[integrale aanpak]]></category>
		<category><![CDATA[interventietheorie]]></category>
		<category><![CDATA[jongeren]]></category>
		<category><![CDATA[leefbaarheid]]></category>
		<category><![CDATA[normen]]></category>
		<category><![CDATA[politie]]></category>
		<category><![CDATA[positief effect onderzoek]]></category>
		<category><![CDATA[Rotterdam]]></category>
		<category><![CDATA[sociaal beleid]]></category>
		<category><![CDATA[sociale interventies]]></category>
		<category><![CDATA[sociale programma]]></category>
		<category><![CDATA[sport]]></category>
		<category><![CDATA[straatcoaches]]></category>
		<category><![CDATA[Vasco Lub]]></category>
		<category><![CDATA[vechtsport]]></category>
		<category><![CDATA[veiligheid]]></category>
		<category><![CDATA[waarden]]></category>
		<category><![CDATA[wijken]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.socialevraagstukken.nl/site/?p=12277</guid>
		<description><![CDATA[Vasco Lub zet met zijn boek Het boek Schoon, heel en werkzaam? de discussie over de zin en onzin van buurtactiviteiten op scherp. Kritisch kijken naar de heilzame werking van gesubsidieerde sociale activiteiten kan nooit kwaad. Maar Lubs kijk is wel heel beperkt. Het kritisch beschouwen van sociale interventies in de buurt zoals Vasco Lub doet [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Vasco Lub zet met zijn boek Het boek <a href="http://www.socialevraagstukken.nl/site/2013/04/24/wijkenbeleid-te-vaak-symbolisch/">Schoon, heel en werkzaam?</a> de discussie over de zin en onzin van buurtactiviteiten op scherp. Kritisch kijken naar de heilzame werking van gesubsidieerde sociale activiteiten kan nooit kwaad. Maar Lubs kijk is wel heel beperkt. </strong></p>
<p><span id="more-12277"></span></p>
<p>Het kritisch beschouwen van sociale interventies in de buurt zoals Vasco Lub doet is zinvol als het leidt tot een antwoord op de vraag onder welke omstandigheden een specifieke sociale interventie zou kunnen werken. We betwijfelen of dit gaat gebeuren. De media lijken vooral aandacht te besteden aan de eendimensionale conclusie van het boek, namelijk dat de door Lub onderzochte programma’s niet bijdragen aan een leefbare en veilige buurt. Stoppen lijkt de enige logische conlusie. Het onderzoek van Lub is heel zinvol en nuttig, maar kent ook een aantal beperkingen. Met name als het gaat om sport zijn er ook andere conclusies te trekken.</p>
<h3>Wijkenbeleid is nu nog vaak te vrijblijvend</h3>
<p>Uit het onderzoek van Lub komt haarscherp naar voren dat slechts een klein deel van de sociale interventies in wijken (uitgaande van de onderliggende interventietheorie) zijn gebaseerd op gefundeerd wetenschappelijk onderzoek. Hij concludeert op basis daarvan terecht dat er meer aandacht moet zijn voor de resultaten en effecten van sociale programma’s. Enerzijds door voorafgaand  aan de inzet van sociale interventies op basis van wetenschappelijke inzichten te bekijken welke interventie werkt in de betreffende situatie, voor het betreffende doel in de betreffende wijk (een zogenoemde ex ante evaluatie). Anderzijds door de resultaten van de interventies nauwlettend te volgen.</p>
<p>Helaas is het sociaal beleid op deze punten vaak nog te vrijblijvend. Lub noemt buurtgerichte interventies, zoals straatcoaches en sportbuurtactiviteiten, daarom uitingen van symboolpolitiek: de politiek laat zien dat ze oog heeft voor de problemen in de buurt, in plaats van dat de activiteiten <em>gericht</em> worden ingezet om leefbaarheids- en veiligheidsproblemen op te lossen. Je zou kunnen stellen dat Lub met zijn boek een einde wil maken aan de <em>vrijblijvendheid</em> van veel wijkbeleid. Tot zover kunnen we ons vinden in zijn verhaal.</p>
<h3>Lubs studie kijkt te geïsoleerd</h3>
<p>Het grootste bezwaar van Lubs studie is dat buurtinterventies geïsoleerd worden onderzocht. Hij kijkt of één enkele interventie effectief is, terwijl de dynamiek en multidiciplinaire vraagstukken in wijken nu juist vragen om een integrale benadering. Integrale wijkaanpakken richten zich op veiligheid (politie), leefbaarheid (bewonersparticipatie), economie (werkgelegenheid, ondernemerschap) en fysieke ingrepen (herstructurering, renovatie). De combinatie moet bijdragen aan een leefbaardere en veiligere woonomgeving. Anders gezegd: het geheel (integrale aanpak) is meer dan de som der delen. Stel dat de wijkveiligheid toeneemt in wijk X. Komt dit door de inzet van meer politie, wijksportactiviteiten, de sloop van een aantal huurwoningen, het uithuisplaatsen een aantal overlastgevende gezinnen? Wie zal het zeggen?</p>
<p>Ons onderzoek op het Generaal van der Heijdenplein in de Rotterdamse wijk Crooswijk laat een voorbeeld zien van een integrale aanpak. De sport- en spelactiviteiten op het plein dragen bij aan meer bewonersparticipatie, gezelligheid op het plein, maar helaas ook aan een groter gevoel van onveiligheid bij een deel van de buurtbewoners. De politie, de wijkregisseur, sociale professionals en bewoners hebben daarom gezamenlijk een plan ontwikkeld om de onveiligheidsgevoelens van de bewoners tegen te gaan. Met jongeren worden afspraken gemaakt dat ze niet gaan hangen voor de woningen, activiteiten worden verder van de woningen af georganiseerd en de buurtbewoners worden betrokken bij de organisatie van pleinactiviteiten.</p>
<h3>Interventies worden slechts afgerekend op een leefbare en veilige wijk</h3>
<p>Een ander bezwaar is dat Lub in zijn onderzoek alle sociale interventies afgerekend op hun bijdrage aan een beter leefbare en veiligere wijk. Maar wat als bijvoorbeeld een sportprogramma, inderdaad onder de juiste sociale condities, wel bijdraagt aan het voorkomen van emotionele problemen (Sund e.a. 2011; Sagatun e.a. 2007) en de ontwikkeling van prosociaal gedrag (Rutten e.a. 2008), het versterken van bestaande sociale banden (Vermeulen, 2010) en zelfregulatieve vaardigheden (Diamonds &amp; Lee, 2011; Jonker, 2011)? Moeten we er dan mee stoppen omdat volgens de interventietheorie niet wetenschappelijk is aangetoond dat de buurt er heel direct veiliger en leefbaarder door wordt? Wat werkt er dan eigenlijk niet?</p>
<p>Een andere kanttekening bij de studie van Lub is dat hij zich door een gebrek aan gedegen Nederlands onderzoek (dat is opgesteld volgens ‘rct-design’ met een controlegroep, zodat causaliteit van interventie kan worden aangetoond) baseert op internationaal en vooral veel Amerikaans onderzoek. De wijkproblemen in Amerikaanse steden staan echter in geen verhouding met de sociale en veiligheidsproblemen in Nederlandse wijken. Ook de Amerikaanse sportcultuur laat zich slecht vergelijken met de Nederlandse sportcultuur die wordt gekenmerkt door sportverenigingen en vrijwillige inzet. Je moet dus heel voorzichtig zijn met het trekken van stellige, algemene en generaliserende conclusies voor de Nederlandse situatie op basis van internationaal onderzoek.</p>
<p>Toch is Lub bijvoorbeeld heel stellig over de onzin van (vecht)sport voor de ontwikkeling van kinderen en jongeren.Dit illustreert hij onder andere met Noors onderzoek waaruit blijkt dat jongeren die boksen, worstelen, martial arts of gewichtheffen beoefenen, hierdoor meer gewelddadig en antisociaal gedrag gaan vertonen (Endresen &amp; Olweus, 2005). Op het onderzoek is weinig af te dingen, het zit methodologisch sterk in elkaar. Maar, de conclusie dat vechtsporten agressie aanwakkeren is te kort door de bocht. In de sporten waar de Noorse onderzoekers naar kijken heerst, zoals de onderzoekers ook zelf al concluderen, een cultuur waarin macho-gedrag en hardheid de norm is. Zonder aandacht voor een sociaal veilige omgeving en pedagogisch verantwoorde begeleiding is de kans dan groot dat de jeugdigen tijdens het sporten antisociaal gedrag ontwikkelen.</p>
<p>Samengevat lijkt het er op dat het niet de sport is die het antisociale gedrag aanwakkert, maar de normen en waarden tijdens het sporten. En de kans daarop is inderdaad groter bij sporten met een machocultuur. De onderzoekers Diamands en Lee concluderen in hun studie uit 2011 dat deelname aan de sport Taekwondo juist een positief effect heeft op de executieve functies zoals plannen en zelfcontrole van de deelnemende jeugdigen (Diamonds &amp; Lee, 2011). Dit komt volgens de onderzoekers juist omdat trainers hieraan bij de uitoefening van de sport veel aandacht besteden.</p>
<p>En laten we eerlijk zijn. We weten allemaal dat alleen een bal opgooien en jeugdigen laten sporten en bewegen inderdaad niet voldoende is om het gedrag van de deelnemers positief te beïnvloeden (vgl. Danish e.a. 2008). Daarom is het onzinnig om te stellen dat sport <em>altijd</em> werkt, maar het is net zo onzinnig om te stellen dat het <em>nooit</em> werkt.</p>
<h3>We weten wat er werkt bij sportieve interventies</h3>
<p>De vraag is vooral onder welke omstandigheden sociale activiteiten, zoals sportieve sociale interventies, bijdragen aan persoonlijke ontwikkeling van deelnemers en de leefbaarheid en veiligheid in de buurt. Goed onderzoek kan helpen bij het beantwoorden van die vraag. Over de werkzame elementen van zulke sportieve interventies weten we wel iets:</p>
<ol>
<li>Sportprogramma’s die zich richten op de ontwikkeling van prosociaal gedrag van jeugdigen vergroten de kans op succes doordat ze zich op hun welzijn richten. Dit doen begeleiders door de ontwikkelingen van jeugdigen te vergelijken met hun eigen situatie en niet met die van anderen.</li>
<li>Begeleiders moeten zowel een vriendschappelijke als een hiërarchische relatie opbouwen met de jeugdigen. Oudere jongeren uit de wijken blijken hier erg goed in te zijn (Vermeulen &amp; Verweel, 2013).</li>
<li>De kans dat jongeren zich tijdens het sporten positief ontwikkelen wordt groter als de sportleiders aandacht schenken aan vaardigheden die ook buiten de sport, bijvoorbeeld op school, waardevol zijn, zoals doelmatig werken en zelfcontrole (Haudenhuyse e.a. 2012; Danish e.a. 2008).</li>
<li>Ten slotte  is ook samenwerking tussen de sportsector en andere sectoren (denk aan politie, jeugdzorg en onderwijs) een belangrijke verklaring voor succesvolle sportieve interventies (Boonstra &amp; Hermens, 2012).</li>
</ol>
<p>Lub waarschuwt terecht voor vrijblijvende en eenmalige activiteiten &#8211; window dressing events &#8211; van bestuurders en beleidsmakers. Onderzoek naar de werkende elementen, en dat is in de werkelijkheid van de wijk vaak niet mogelijk met onderzoek met controlegroepen, helpt beleidsmakers kiezen voor geschikte interventies. Zulk onderzoek is ook veel nuttiger voor professionals dan alleen het toetsen van beleidstheorieën op basis van algemene wetenschappelijke studies en theorieën, waarop Lub zich baseert.</p>
<h4><em>Nanne Boonstra is hoofd onderzoek bij Stichting De Verre Bergen. Niels Hermens werkt als onderzoeker bij het Verwey-Jonker instituut.</em></h4>
<p>Literatuur</p>
<p>Boonstra, N. &amp; Hermens, N. (2012). Sport als medicijn. In: Uitermark, J., Gielen, A.J. &amp; Ham, M. (red.) <a href="http://www.watwerktnuwerkelijk.nl/" target="_blank">Wat werkt nu werkelijk? Politiek en praktijk van sociale interventies</a>. Amsterdam: Van Gennep.</p>
<p>Danish, S.J., Forneris, T. &amp; Wallace, I. (2008). <a href="http://www.tandfonline.com/doi/abs/10.1300/J370v21n02_04#.UYj9qDTCTIU" target="_blank">Sport-Based Life Skills Programming in the Schools</a>. Journal of Applied School Psychology, 21(2), 41-62.</p>
<p>Diamonds, A. &amp; Lee, K. (2011). <a href="http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3159917/" target="_blank">Interventions Shown to Aid Executive Function Development in Children 4 to 12 Years Old</a>. Science, 333: 959-964.</p>
<p>Endresen, I.M., &amp; Olweus, D. (2005). <a href="http://home.planet.nl/~braam371/Artikelnoorwegen.pdf" target="_blank">Participation in power sports and antisocial involvement in preadolescent and adolescent boys</a>. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 46(5), 468-478.</p>
<p>Jonker, L. (2011) <a href="http://dissertations.ub.rug.nl/faculties/medicine/2011/l.jonker/" target="_blank">Self-regulation in sport and education achievement for elite youth athletes</a>. Groningen: Rijksuniversiteit Groningen (dissertatie)</p>
<p>Rutten, E. A., Stams, G.J.J.M., Biesta, G.J.J., Schuengel, C., &amp; Hoeksma, J.B. (2007). <a href="http://dare.ubvu.vu.nl/bitstream/handle/1871/17048/Rutten_Journal?sequence=2" target="_blank">The contribution of organized youth sport to antisocial and prosocial behavior in adolescent athletes</a>. Journal of Youth and Adolescence, 36: 255-264.</p>
<p>Sagatun, A., Sogaard, A.J., Bjertness, E., Selmer, R. En Heyerdahl, S. (2007).<a href="http://www.biomedcentral.com/1471-2458/7/155" target="_blank"> The association between weekly hours of physical activity and mental health: A three-year follow-up study of 15-16-year-old students in the city of Oslo, Norway</a>. BMC Public Health, 7.</p>
<p>Sund, A.M., Larsson, B., &amp; Wichstrøm (2011). <a href="http://extranet.nuorisuomi.fi/download/attachments/3245041/The+Contribution+of+Physical+Activity+and+sedentary+behaviours+to+the+growth+and+development+of+children+and+adolescents.pdf" target="_blank">Role of physical and sedentary activities in the development of depressive symptoms in early adolescence</a>. Social Psychiatry and Psychiatric Epidemiology, 46, pp. 431–441.</p>
<p>Vermeulen, J. (2010). <a href="http://www.nisb.nl/webshop/meedoen-boek/sociaal-kapitaal-op-de-playgrounds.pdf" target="_blank">Sociaal kapitaal op de playgrounds van de Richard Krajicek foundation</a>. In F. Kemper (Ed.), Samenspel. studies over etniciteit, integratie en sport. Bennekom: NISB.</p>
<p>Vermeulen, J. &amp; Verweel, P. (2013). <a href="http://kic.nisb.nl/site/catalogus/show/15607" target="_blank">Een voorbeeld voor jongeren in de wijk. De betekenis van de Krajicek Scholarship.</a> Den Haag: Richard Krajicek Foundation.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.socialevraagstukken.nl/site/2013/05/13/hoezo-niet-werkzaam-2/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Wie wil zich nu laten douchen door de buurman?</title>
		<link>http://www.socialevraagstukken.nl/site/2013/05/12/wie-wil-zich-nu-laten-douchen-door-de-buurman/</link>
		<comments>http://www.socialevraagstukken.nl/site/2013/05/12/wie-wil-zich-nu-laten-douchen-door-de-buurman/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 12 May 2013 12:32:53 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Evelien Tonkens</dc:creator>
				<category><![CDATA[Activering en reïntegratie]]></category>
		<category><![CDATA[Bemoeizuchtige overheid]]></category>
		<category><![CDATA[Zelforganisatie]]></category>
		<category><![CDATA[affectief]]></category>
		<category><![CDATA[affectieve]]></category>
		<category><![CDATA[AWBZ]]></category>
		<category><![CDATA[beleid]]></category>
		<category><![CDATA[bezuinigingen]]></category>
		<category><![CDATA[gezondheidszorg]]></category>
		<category><![CDATA[mantelzorg]]></category>
		<category><![CDATA[ouderen]]></category>
		<category><![CDATA[overheid]]></category>
		<category><![CDATA[professionals]]></category>
		<category><![CDATA[samenleving]]></category>
		<category><![CDATA[wmo]]></category>
		<category><![CDATA[zorg]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.socialevraagstukken.nl/site/?p=12330</guid>
		<description><![CDATA[Burgers moeten meer voor elkaar zorgen. Die moeten dat wel willen en kunnen, vinden Evelien Tonkens en Jan Willem Duyvendak. We staan veel te weinig stil bij de stapsgewijze ontmanteling van de verzorgingsstaat. De zorg moet goedkoper en de gemeenschapszin moet beter. ‘We moeten elkaar proberen te helpen voordat we de rekening naar de overheid [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Burgers moeten meer voor elkaar zorgen. Die moeten dat wel willen en kunnen, vinden Evelien Tonkens en Jan Willem Duyvendak. We staan veel te weinig stil bij de stapsgewijze ontmanteling van de verzorgingsstaat.<span id="more-12330"></span></strong></p>
<p>De zorg moet goedkoper en de gemeenschapszin moet beter. ‘We moeten elkaar proberen te helpen voordat we de rekening naar de overheid sturen’, betoogde staatssecretaris Van Rijn (Volksgezondheid, PvdA) onlangs bij de lancering van zijn nieuwe plannen voor versobering van de langdurige zorg (NRC Handelsblad 26 april). Tegelijkertijd bezwoer hij dat ‘we mensen die echt zorg nodig hebben, niet in de steek laten’.</p>
<p>Wat dat precies betekent, bleef in het interview onduidelijk. Eén ding stond echter voorop: mensen moesten minder rechten claimen en zich meer van hun plichten bewust zijn. Van Rijn: ‘Het kan zijn dat een persoon alleen hulp bij het douchen nodig heeft. Of bij het boodschappen doen. Moet je dat allemaal als rechten definiëren? Eenzaamheid bestrijden met een recht lijkt me niet logisch.’</p>
<p>De staatssecretaris herhaalt hier een beproefde tactiek van de afgelopen jaren: wat de overheid niet meer wil betalen, noemt ze geen ‘echte zorg’, en dus kan de overheid die met een gerust hart overlaten aan ‘de gemeenschap’. Maar hoezo is hulp bij douchen of boodschappen een kwestie van eenzaamheidsbestrijding? Wie niet kan douchen, heeft hulp bij douchen nodig, geen gezelschapsdame. En hoezo zou ‘de gemeenschap’ de wekelijkse douchebeurt overnemen? Wie wil worden gedoucht door de buurman?</p>
<h3><strong>Er is sprake van een sociale revolutie</strong></h3>
<p>De herziening van de verzorgingsstaat is echter vol op stoom. Van Rijns recente plannen vormen slechts een stap in een ingrijpende sociale revolutie. Die beperkt zich niet tot de zorg, maar voltrekt zich in vrijwel alle sociale voorzieningen: van bibliotheek, buurthuis en ouderenzorg tot wijkbeheer, arbeidsre-integratie en jeugdhulpverlening.</p>
<p>De kern van deze sociale revolutie is dat burgers een grotere verantwoordelijkheid krijgen voor eigen en andermans gezondheid en welzijn. Zij moeten minder van de overheid verwachten en meer voor elkaar gaan zorgen, en meer voor en met elkaar doen. Dat zou goed zijn voor de gemeenschapszin en noodzakelijk voor ‘onze portemonnee’.</p>
<p>Deze revolutie verloopt stapsgewijs: elk jaar worden er rechten uit de AWBZ geschrapt en elk jaar verwacht de politiek meer eigen verantwoordelijkheid van burgers. Elke stap wordt gebracht als een financieel onvermijdelijke maar inhoudelijk beperkte, tamelijk onschuldige verandering. In de loop van vijftien jaar (van de invoering van de Wmo in 2007 tot pakweg 2022) gaat het echter om een totale verbouwing van de verzorgingsstaat – met zeer ingrijpende gevolgen voor alle inwoners van Nederland.</p>
<h3><strong>Kleine stappen, een gigantische herziening</strong></h3>
<p>Dit is echter geen onvermijdelijke of ‘logische’ ontwikkeling, ook al suggereren politici dit voortdurend. Er valt wel degelijk wat te kiezen. Het is dan ook hoog tijd om dat te doen, voordat we straks wakker worden in een geheel andere wereld en ons verbaasd afvragen wanneer we daartoe eigenlijk hadden besloten.</p>
<p>Dat het een gigantische herziening van de verhoudingen is, wordt niet meteen duidelijk. In de laatste plannen van staatssecretaris Van Rijn, aangepast na protesten van de vakbonden en vastgelegd in het zorgakkoord, gaat het bijvoorbeeld om relatief bescheiden veranderingen. Wat minder geld voor thuiszorg. Wat hogere drempels voor opname in een verzorgings- of verpleeghuis.</p>
<p>Hulpbehoevenden moeten, in de woorden van de staatssecretaris, ‘in huiselijke kring’ worden geholpen. Nu gaat het nog om ouderen die zelf geen boodschappen meer kunnen doen of hulp nodig hebben bij het douchen, straks gaat het ook om intensievere hulp. En zoals gezegd blijft de omwenteling niet beperkt tot de zorg. Van burgers wordt in toenemende mate ook verwacht dat zij bibliotheken, speeltuinen en buurthuizen beheren, gezamenlijk hun straat en buurt schoonhouden, criminelen weren, elkaar via een onderlinge burenhulpcentrale opvangen, in psychische nood bijstaan en nog veel meer.</p>
<p>Binnen ‘de zorg’ is de verandering veel groter dan alleen wat meer zorg bieden aan mensen thuis. Er zijn al zorginstellingen waar familieleden verplicht ‘vrijwillig’ diensten draaien. Verplicht vrijwilligerswerk is allang geen oxymoron meer, maar een standaardingrediënt van deze revolutie. Om de bezuinigingen op personeel op te vangen, is het namelijk heel ‘logisch’ dat mensen wegbezuinigd betaald werk als vrijwilliger overnemen. Steeds meer gemeenten gaan over tot het verplichten van vrijwilligerswerk voor bijstandsgerechtigden, inburgeraars en anderen die aanspraak maken op hulp van de overheid. Wie iets krijgt, moet ook iets terugdoen, zo luidt het nieuwe motto. Het is dus ‘logisch’ om deze plicht uit te breiden naar bijvoorbeeld Wajongers en AOW’ers.</p>
<h3><strong>Waarom die omwenteling?</strong></h3>
<p>Redenen voor deze grote sociale omwenteling zijn niet alleen geldgebrek en beoogde gemeenschapszin. Er zijn nog minstens twee andere redenen. Ten eerste is er het wantrouwen jegens de ontvanger van overheidshulp. Heeft die het echt nodig of is hij gewoon een luie profiteur, een klaploper die wel neemt maar niet geeft? Om dit wantrouwen weg te nemen, wordt iedere ontvanger tot een wederdienst verplicht.</p>
<p>Daarnaast speelt ook weerzin tegen de sociale sector zelf een rol. De afgelopen decennia is de sociale sector zo overgereguleerd en bekneld geraakt door prestatiemetingen, afrekenen, aanbestedingen, minuten registreren en andere bureaucratische ballast, dat informele zorg al snel veel ‘warmer’ en ‘menswaardiger’ oogt dan professionele zorg. In Noord-Italië, waar deze ontwikkeling al langer gaande is, signaleert de antropoloog Andrea Muehlebach in haar recente boek <em>The moral neoliberal</em> precies deze ontwikkeling: door de ‘ontmenselijking’ van de sociale sector wordt vrijwilligerswerk de enige vluchtheuvel voor ‘echte’ hulp en ‘echt’ contact.</p>
<p>Deze spectaculaire wending van betaalde diensten naar informeel vrijwilligerswerk en mantelzorg gaat echter niet vanzelf. De overheid kampt met het probleem dat ze meer van mensen gedaan wil krijgen, terwijl ze zelf minder te bieden heeft. Gedurende de opbouw van de verzorgingsstaat kon de overheid diensten en voorzieningen creëren, nu moet ze burgers in beweging krijgen zonder een beloning in de vorm van een dienst, recht of voorziening. En terwijl in de jaren negentig het idee nog bestond dat mensen vanzelf in beweging kwamen als de overheid zich terugtrok, realiseert de overheid zich nu dat dit nauwelijks het geval is. Dus lanceert ze een heus emotioneel offensief.</p>
<h3><strong>De overheid speelt op het gevoel: affectief burgerschap</strong></h3>
<p>De overheid weet wat ze wil: burgers moeten veel meer voor elkaar gaan doen. Dit staat niet ter discussie. Maar burgers moeten het voelen alsof ze dit uit eigen beweging doen. Immers, ze moeten zélf veel gaan doen. De overheid moet dus wel op het gevoel spelen. Mensen moeten zich moreel verplicht gaan voelen om nieuwe zorgtaken op zich te nemen. Voelen is immers een voorwaarde voor doen.</p>
<p>Wat de overheid aldus beoogt, is affectief burgerschap: het creëren van zorgzame burgers die door affectieve banden in beweging komen. Die positieve gevoelens koesteren voor elkaar en hun omgeving en door die gevoelens betrouwbare vervangers van betaalde krachten zullen zijn.</p>
<p>De overheid kan de gevoelens van burgers beïnvloeden door blijk te geven van erkenning. Niet toevallig zijn vrijwilligers en mantelzorgers de nieuwe helden: actief zijn ze, behulpzaam, zorgzaam en bovendien gratis. Vele gemeenten delen ‘vrijwilligers-complimenten’ uit.</p>
<p>Al die complimentjes nemen niet weg dat de gedwongen toename van ‘vrijwillige’ zorg voor een groeiend aantal mensen een zware last is. Het aantal overbelaste mantelzorgers – voor wie mantelzorg ten koste van eigen gezondheid en welbevinden gaat – nam tussen 2001 en 2008 toe van 300.000 naar 450.000, op een totaal van 3,5 miljoen mantelzorgers.</p>
<p>Veel mensen zorgen al voor hun naasten en doen dit, binnen grenzen, graag. Maar ze willen niet dat de overheid hen hiertoe dwingt. Voor sommige, ook intieme, handelingen zoals douchen, zijn ze liever afhankelijk van professionele hulp dan van familie. Zo meent een ruime meerderheid van de bevolking dat ‘het voor oude mensen beter is om in een tehuis te wonen dan afhankelijk te zijn van hun kinderen’ (NIDI/NKPS 02-04).</p>
<p>Ook sociale samenhang versterken vinden de meeste mensen belangrijk, maar opnieuw geldt hier dat dit vooral niet moet worden afgedwongen. Ze willen wel bij een gemeenschap horen, maar willen die gemeenschap bij voorkeur zelf kiezen. De hoop van de staatssecretaris dat we voor onze, willekeurige, buren gaan zorgen, is dan ook ijdel (en riskant).</p>
<p>De toegenomen aandacht voor het belang van mantelzorgers en vrijwilligers biedt tegelijkertijd nieuwe kansen op waardering en erkenning die zij vaak node misten. En meer aandacht voor wederkerigheid kan groepen die eerder, vaak tot eigen frustratie, slechts object van hulp en bijstand waren, mogelijkheden bieden om ‘iets terug te doen’.</p>
<h3><strong>Risico’s van affectief burgerschap</strong></h3>
<p>De nieuwe agenda van het affectief burgerschap kent echter ook een groot aantal risico’s. De genoemde overbelasting van een aanzienlijke groep mantelzorgers is er één.</p>
<p>Een tweede risico hangt hier direct mee samen: het beleid leidt tot nader order tot grotere sekseongelijkheid, want de meeste mantelzorgers en zorgvrijwilligers zijn vrouwen. Het extra beroep op vrijwilligers en mantelzorgers zal dus vooral bij hen terecht komen. Terwijl vrouwen zich vanaf de jaren zeventig in toenemende mate hebben bevrijd van ‘het aanrecht’ en de publieke sfeer hebben veroverd, zal dit beleid er toe leiden dat ze weer terugkeren naar de huiselijke sfeer – niet alleen naar het aanrecht, maar ook naar de wastafel en het bed.</p>
<p>Een derde risico is dat er grote gaten vallen in sociale voorzieningen doordat er veel te veel van vrijwilligers wordt verwacht. Zijn vrijwilligers duurzaam bereid en in staat om buurthuizen, bibliotheken en speeltuinen te runnen en burenhulp te organiseren? In eerste instantie kan dit veel enthousiasme genereren, maar onderzoek onder burgerinitiatieven laat zien dat veel complexe, veeleisende initiatieven na verloop van tijd weer verdwijnen door onderlinge conflicten die juist, doordat men vrijwillig deelneemt, hoog op kunnen lopen. Het hangt vaak op één trekker en als die ruzie krijgt of wegvalt, stort het kaartenhuis ineen.</p>
<p>Een vierde risico is dat affectief burgerschap feitelijk tot horig burgerschap verwordt. Dat burgers wel extra verantwoordelijkheid krijgen, maar niet de kans om mee te praten over wat ze wel en niet tot hun burgerplichten vinden horen. Over die zeggenschap is weinig geregeld. Gemeenten moeten weliswaar een Wmo-raad hebben, maar de representativiteit, invloed en reikwijdte hiervan is doorgaans beperkt.</p>
<h3><strong>Hoog tijd om de risico’s in te dammen</strong></h3>
<p>Het is hoog tijd om deze risico’s in te dammen. De overbelasting van met name vrouwelijke mantelzorgers moet worden bestreden door een actieve feministische agenda. Een gelijke verdeling van informeel burgerschap over de seksen moet het doel zijn. Belemmeringen voor mannen om hun aandeel op zich te nemen, moeten worden weggenomen. Deels liggen deze in opvattingen, deels ook in veeleisend betaalde werk. Voor dat laatste moeten eerder verworpen voorstellen voor een wettelijk recht op zorgverlof van stal gehaald en gemoderniseerd worden.</p>
<p>Ten tweede moeten overspannen verwachtingen van vrijwilligerswerk getemperd worden: vrijwilligers zullen niet in staat en bereid blijken om grote delen van de sociale sector over te nemen. In plaats van een naïeve overschatting van vrijwilligers is het beter om het formele werk weer ‘menselijker’ te maken, door de overmatige bureaucratisering van de sociale sector aan te pakken. Daarin liggen ook enorme kansen voor kostenbesparingen.</p>
<p>Ten derde is het van groot belang om burgers met meer verantwoordelijkheid ook meer zeggenschap te geven. Organisaties van patiënten en cliënten, mantelzorgers, vrijwilligers en andere actieve burgers moeten meer inspraak krijgen. Ze zouden vertegenwoordigd moeten zijn in bijvoorbeeld de SER. Bij de revolutionaire ombouw van de verzorgingsstaat staan immers niet alleen veel banen op het spel. Moet de discussie niet minstens zo vaak gaan over de vraag wie de zorgtaken die nu nog door professionals worden gedaan op zich gaat nemen.</p>
<h3><strong>Willen we deze ontmanteling van de verzorgingsstaat wel?</strong></h3>
<p>Aangezien deze risico’s groot zijn, en de veranderingen zich staps- en sluipenderwijs voltrekken, moet de discussie nog fundamenteler zijn. Willen we deze vergaande ontmanteling van de verzorgingsstaat wel? Is iedereen die roept dat mantelzorgers en vrijwilligers meer kunnen doen, zelf ook bereid dit te doen of denkt hij impliciet aan zijn vrouw, zuster of buurvrouw? Waarom zou informele zorg beter zijn dan formele? En waarom zou belangrijk werk niet gewoon betaald moeten worden?</p>
<p><em>Evelien Tonkens en Jan Willem Duyvendak zijn respectievelijk bijzonder hoogleraar Actief Burgerschap en hoogleraar Algemene Sociologie </em><em>aan de Universiteit van Amsterdam. </em><em>Dit artikel verscheen zaterdag 11 mei in Nrc Handelsblad.</em></p>
<p><em>Aanstaande donderdag en vrijdag presenteren Tonkens en Duyvendak twee boeken, die tevens verschijnen als <a href="http://www.socialevraagstukken.nl/site/duojaarboek-tijdschrift-voor-sociale-vraagstukken/">jaarboeken van het Tijdschrift voor sociale Vraagstukken</a>.</em></p>
<p><em>• Evelien Tonkens &amp; Mandy de Wilde (2013, red.) ‘Als meedoen pijn doet. Affectief burgerschap in de wijk’, Amsterdam: Van Gennep.</em></p>
<p><em>• Thomas Kampen, Imrat Verhoeven &amp; Loes Verplanke (2013, red.) ‘De affectieve burger. Hoe de overheid verleidt en verplicht tot zorgzaamheid’, Amsterdam: Van Gennep.</em></p>
<p><em> </em></p>
<p> <a href="http://www.socialevraagstukken.nl/site/2013/05/12/wie-wil-zich-nu-laten-douchen-door-de-buurman/#more-12330" class="more-link">(more)</a>]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.socialevraagstukken.nl/site/2013/05/12/wie-wil-zich-nu-laten-douchen-door-de-buurman/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>12</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Aantrekkelijk wonen in krimpgebied kan prima</title>
		<link>http://www.socialevraagstukken.nl/site/2013/05/10/aantrekkelijk-wonen-in-de-leegte/</link>
		<comments>http://www.socialevraagstukken.nl/site/2013/05/10/aantrekkelijk-wonen-in-de-leegte/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 10 May 2013 07:30:03 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Rixt Bijker</dc:creator>
				<category><![CDATA[Wonen, huren, kraken]]></category>
		<category><![CDATA[huizen]]></category>
		<category><![CDATA[krimpgebieden]]></category>
		<category><![CDATA[leefomgeving]]></category>
		<category><![CDATA[Parkstad Limburg]]></category>
		<category><![CDATA[verhuizen]]></category>
		<category><![CDATA[woonomgeving]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.socialevraagstukken.nl/site/?p=12286</guid>
		<description><![CDATA[In de discussie over krimp ligt de nadruk vaak op leegloop en doemt al snel het beeld van spookdorpen op. Dat beeld is onvolledig. Er verhuizen namelijk ook nog steeds mensen náár krimpgebieden, vanwege de betaalbaarheid van de huizen en de kwaliteit van de leefomgeving. In zijn bijdrage aan de discussie over krimp zegt Nol [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>In de discussie over krimp ligt de nadruk vaak op leegloop en doemt al snel het beeld van spookdorpen op. Dat beeld is onvolledig. Er verhuizen namelijk ook nog steeds mensen náár krimpgebieden, vanwege de betaalbaarheid van de huizen en de kwaliteit van de leefomgeving.<span id="more-12415"></span></strong></p>
<p>In zijn bijdrage aan <a href="http://www.socialevraagstukken.nl/site/2011/07/21/krimpgebieden-niet-overlaten-aan-politici">de discussie over krimp</a> zegt Nol Reverda dat krimpgebieden dynamiek en nieuwe energie nodig hebben. Waar hij betoogt dat Parkstad Limburg meer moet inzetten op stedelijke kwaliteiten, blijken het in noordelijke  krimpgebieden, naast betaalbare woningen, eerder plattelandskwaliteiten te zijn die nieuwe bewoners aantrekken. En, misschien verrassend, ook jonge verhuizers trekken naar deze gebieden. Het dominante beeld over verhuizen naar het platteland is dat van de welvarende stedeling op zoek naar een nieuw leven in een idyllische omgeving.</p>
<p>In mijn onderzoek heb ik het klassieke beeld van verhuizen naar het platteland kritisch tegen het licht gehouden door de verhuisstroom naar plattelandsgebieden die minder in trek in zijn nader te onderzoeken. Ik heb me daarbij gericht op Noord-Nederland. Behalve wetenschappelijk relevant is dit ook vanuit beleidsoogpunt interessant. Grote delen van het Nederlandse platteland hebben of krijgen in de toekomst te maken met bevolkingskrimp. Omdat de instroom één van de factoren is die van invloed zijn op de bevolkingsontwikkeling, naast geboorte, sterfte en het aantal vertrekkers, is het belangrijk meer inzicht te hebben in de verschillende migratiestromen naar verschillende soorten plattelandsgebieden.</p>
<h3>Minder populair en populair platteland</h3>
<p>Als maatstaf voor de populariteit van plattelandsgebieden als woongebied is de gemiddelde huizenprijs per gemeente genomen. De minder populaire gebieden, met relatief lage huizenprijzen, liggen langs de noordelijke en oostelijke grens van Noord-Nederland. Deze gebieden met voornamelijk een zeer open landschap krijgen volgens de prognoses te maken met een krimp van zowel bevolking als huishoudens. In sommige van deze gemeentes is deze ontwikkeling al begonnen. Om te bepalen of de gevonden uitkomsten specifiek zijn voor minder populaire plattelandsgebieden heb ik een directe vergelijking gemaakt met verhuizers naar populaire gebieden in dezelfde regio: de meer half-open zandgebieden in het noorden en zuiden van de provincie Drenthe en het merengebied in het zuidwesten van Friesland. Ook deze gebieden hebben te maken met krimp, maar in iets mindere mate. Vooral het probleem van de krimp van huishoudens speelt hier veel minder.</p>
<h3>Krimpgebieden met lage huizenprijzen trekken jonge verhuizers</h3>
<p>Om erachter te komen wie er naar minder populaire plattelandsgemeenten verhuizen en waarom ze dat doen, zijn voor het onderzoek vragenlijsten verspreid onder nieuwe inwoners van vier noordelijke gemeenten. Ter vergelijking is dezelfde vragenlijst ook verspreid onder nieuwe inwoners in drie ‘populaire’ noordelijke gemeenten. Bijna de helft van de recente verhuizers naar de minder populaire plattelandsgemeenten blijkt jong te zijn, tussen de 20 en 34 jaar en niet van ver te komen, maar uit de omliggende gemeenten en elders uit Noord-Nederland. Gelet op de sociaaleconomische kenmerken, valt op dat de verhuizers naar minder populaire plattelandsgebieden weliswaar minder vaak hoogopgeleid zijn dan de verhuizers naar populaire gemeenten, maar nog steeds is het aandeel hoogopgeleiden groot, namelijk 43 procent. Verder valt op dat de inkomens van de verhuizers naar minder populaire gebieden gemiddeld lager liggen dan die van de verhuizers naar populaire gebieden en het platteland in het algemeen. Niettemin is het aandeel van de laagste inkomensgroep slechts klein en is de groep werkenden relatief groot.</p>
<p>Naast deze meer traditionele kenmerken blijkt dat verhuizers naar minder populaire gebieden meer belang hechten aan de waarden ‘rationeel zijn’ en ‘uitdaging en verandering’ dan de verhuizers naar populaire gemeenten. Verhuizen naar minder populair platteland kan dus gezien worden als een rationele keuze, meer huis voor je geld, of misschien zelfs wel als een avontuurlijke keuze.</p>
<h3>Betaalbaar wonen in het groen</h3>
<p>Wat is het dan dat mensen trekt naar deze, in het algemeen, minder in trek zijnde gebieden? Het meest genoemde motief, door een kwart van de nieuwe inwoners, is de beschikbaarheid van een geschikte en betaalbare woning. Ook de kwaliteit van de woonomgeving wordt door ruim een vijfde van de verhuizers genoemd. Hierbij horen antwoorden als ‘ruimte’, ‘weidse uitzichten’ en ‘prachtige omgeving’. Dit motief wordt voornamelijk genoemd door hogeropgeleiden, verhuizers met hogere inkomens en verhuizers tussen de 35 en 64 jaar.  Verder komen meer persoonlijke redenen naar voren, zoals intrekken bij een partner en dichtbij familie en vrienden willen wonen. En ten slotte worden sociale kwaliteiten als vrijheid, vriendelijkheid en gemoedelijkheid genoemd als reden om te verhuizen naar de krimpgebieden.</p>
<h3>Benadruk het beeld van leegloop niet</h3>
<p>De uitkomsten van mijn onderzoek laten zien dat het aandeel lokale en regionale verhuizers groot is, vooral in de krimpgebieden met lage huizenprijzen. Dit maakt het voor beleidsmakers de moeite waard om deze groepen voor het gebied te behouden, in plaats van veel tijd en geld te steken in pogingen om mensen van verder weg aan te trekken. Verder blijkt de kwaliteit van de omgeving een belangrijke rol te spelen bij het verhuizen naar minder populaire plattelandsgebieden, zoals recent ook bleek uit <a href="http://www.scp.nl/Publicaties/Alle_publicaties/Publicaties_2013/De_dorpenmonitor">de Dorpenmonitor</a> van het SCP. Dit betekent dat het nodig is om kwaliteiten als rust, ruimte, natuur en landschap in deze gebieden te bewaren.</p>
<p>Bij verhuizen blijken beelden die mensen van plaatsen en gebieden hebben een belangrijke rol te spelen. Het bevorderen van toerisme kan een indirecte manier zijn om nieuwe inwoners aan te trekken, evenals experimenten als het uitdelen van gratis treinkaartjes en ‘proefwonen&#8217;. Maar de beleidsmakers moeten er wel rekening mee houden dat kennis van een gebied niet altijd leidt tot een positief beeld en dat negatieve percepties lastig zijn te veranderen. De discussie over bevolkingskrimp in Nederland gaat vaak vergezeld van beelden van dichtgespijkerde ramen en lege winkels. Het is voor beleidsmakers zaak deze beelden niet te benadrukken in hun drang om het probleem van krimp op de kaart te zetten. Voor het aantrekken van nieuwe inwoners is dit geen goede strategie.</p>
<p><em>Rixt Bijker promoveerde onlangs aan de Rijksuniversiteit Groningen op het proefschrift &#8216;Migration to less popular rural areas: the characteristics, motivations and search process of migrants&#8217;. Ze is nu als postdoc onderzoeker werkzaam bij dezelfde universiteit. Het volledige proefschrift kunt u <a href=" http://dissertations.ub.rug.nl/faculties/rw/2013/r.a.bijker/">hier</a> vinden. </em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.socialevraagstukken.nl/site/2013/05/10/aantrekkelijk-wonen-in-de-leegte/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Solidariteit kun je het best aan mensen zelf overlaten</title>
		<link>http://www.socialevraagstukken.nl/site/2013/05/08/solidariteit-kun-je-het-best-aan-mensen-zelf-overlaten/</link>
		<comments>http://www.socialevraagstukken.nl/site/2013/05/08/solidariteit-kun-je-het-best-aan-mensen-zelf-overlaten/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 08 May 2013 05:00:58 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Fleur de Beaufort</dc:creator>
				<category><![CDATA[Assertieve burgers]]></category>
		<category><![CDATA[Sociale cohesie]]></category>
		<category><![CDATA[burgers]]></category>
		<category><![CDATA[collectief arrangement]]></category>
		<category><![CDATA[Fleur de Beaufort]]></category>
		<category><![CDATA[individuele verantwoordelijkheid]]></category>
		<category><![CDATA[initiatief]]></category>
		<category><![CDATA[kinderopvang]]></category>
		<category><![CDATA[liberalen]]></category>
		<category><![CDATA[overheid]]></category>
		<category><![CDATA[persoonsgebonden budget]]></category>
		<category><![CDATA[sociale rechtvaardigheid]]></category>
		<category><![CDATA[solidariteit]]></category>
		<category><![CDATA[tegenprestatie]]></category>
		<category><![CDATA[Teldersstichting]]></category>
		<category><![CDATA[verzorgingsstaat]]></category>
		<category><![CDATA[vrijheid]]></category>
		<category><![CDATA[vrijwillig]]></category>
		<category><![CDATA[VVD]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.socialevraagstukken.nl/site/?p=12265</guid>
		<description><![CDATA[Waar burgers elkaar in alle vrijheid opzoeken en verenigen, ontstaat solidariteit. Ook de overheid kan een vorm van saamhorigheid organiseren. Ze dient daarin echter veel terughoudender te zijn dan nu, anders ontneemt ze burgers elk initiatief om elkaar te ondersteunen.   Een van de vele negatieve gevolgen van de huidige crisis is dat de solidariteit onder [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Waar burgers elkaar in alle vrijheid opzoeken en verenigen, ontstaat solidariteit. Ook de overheid kan een vorm van saamhorigheid organiseren. Ze dient daarin echter veel terughoudender te zijn dan nu, anders ontneemt ze burgers elk initiatief om elkaar te ondersteunen.  <span id="more-12295"></span></strong></p>
<p>Een van de vele negatieve gevolgen van de huidige crisis is dat de solidariteit onder druk staat. Zo luidt althans de veelvuldig verkondigde mening in de media. Opmerkelijk is dat in de berichtgeving allerlei vormen van solidariteit lukraak door elkaar worden gebruikt; solidariteit tussen generaties, tussen burgers, tussen verschillende EU-lidstaten en saamhorigheid wereldwijd. Ook opvallend is dat vaak voorbijgegaan wordt aan de vraag door wie en hoe de solidariteit in de samenleving eigenlijk vormgegeven dient te worden.</p>
<h3>Bedilzucht overheid is funest voor directe solidariteit</h3>
<p>Waar staat solidariteit feitelijk voor? Grofweg kunnen twee vormen van solidariteit worden onderscheiden, een directe en indirecte. De directe variant krijgt gestalte in het private domein, tussen burgers onderling, wanneer ze op vrijwillige basis overeenkomsten sluiten en elkaar helpen. De indirecte vorm is meer het domein van de overheid. Via collectieve, verplichte arrangementen organiseert ze de sociale rechtvaardigheid binnen de samenleving en via internationale verdragen en ontwikkelingssamenwerking biedt ze steun aan de economische zwakkere landen in het eurogebied en daarbuiten.</p>
<p>Met de komst en de vervolgens forse uitbreiding van de verzorgingsstaat is in Nederland de nadruk verschoven van directe naar indirecte solidariteit. In de 19de eeuw waren mensen voor hulp nog vooral op elkaar en op private (kerkelijke) organisaties aangewezen. Geleidelijk echter zagen politici van verschillend politiek pluimage op het gebied van sociale wetgeving hier ook een taak voor de overheid weggelegd. Op de drempel van de 20ste eeuw werd het garanderen van een bestaansminimum voor mensen die buiten hun eigen schuld niet meer in hun dagelijkse behoeften konden voorzien daardoor een overheidstaak. Met een appel op sociale rechtvaardigheid werden in de loop de tijd steeds meer collectieve sociale voorzieningen in het leven geroepen. Het uiteindelijke gevolg was dat mensen voor vrijwel alles bij de overheid aanklopten en nauwelijks nog een beroep deden op hun omgeving. De overheid had immers overal een regeling of potje voor, betaald uit steeds hogere belastingen.</p>
<p>Liberalen onderschrijven ‘tot op zekere hoogte’ het belang van indirecte solidariteit. Vanuit die overtuiging gaven zij aan het einde van de 19de eeuw vol overtuiging de aanzet tot de eerste sociale wetgeving. Tegelijkertijd hebben liberalen zich steeds beducht getoond voor een overheid die van alles wil regelen en daarmee de individuele vrijheid, het eigen initiatief en de individuele verantwoordelijk geweld aandoet. De waakzaamheid voor een te grote overheid en een teveel aan indirecte solidariteit, komt voort uit het liberale mensbeeld dat ervan uitgaat dat mensen van nature sociale wezens zijn, die elkaar in alle vrijheid opzoeken, zich met elkaar verenigen en daar waar nodig elkaar ondersteunen.</p>
<p>Voor liberalen is het adagium dat de verbanden die mensen op vrijwillige basis met elkaar aangaan vele malen sterker zijn dan verbanden die hen van bovenaf aan worden opgelegd. Dat geldt ook voor solidariteit. Mensen die zich uit vrije keuze betrokken tonen met anderen uit hun veelal directe omgeving-zoals veelvuldig gebeurt- doen dit veel bewuster dan wanneer solidariteit via de overheid wordt opgelegd. Daar komt nog bij dat naarmate de afstand tussen mensen groter wordt, de directe solidariteit afneemt. Ze willen ter bestrijding van acute nood best wat geld overmaken naar een hulporganisatie, maar de handen uit de mouwen steken voor een ander, doen ze voornamelijk voor hun naasten.</p>
<h3>Bij indirecte solidariteit is kans op misbruik relatief groot</h3>
<p>De balans tussen directe en indirecte solidariteit is de laatste decennia als gevolg van de wildgroei aan verzorgingsstaatarrangementen te ver doorgeslagen richting indirecte solidariteit. Deze tendens is, ondanks de goede bedoelingen die achter deze collectieve arrangementen schuil gaan, desastreus voor de directe solidariteit tussen mensen in een samenleving. Waarom immers voor (tijdelijke) hulp bij de omgeving aankloppen als er ook een anoniem loket is waar hulp gratis verkrijgbaar is.</p>
<p>Sterker nog, waarom een gratis beroep op de directe omgeving doen, als de overheid een regeling heeft waarmee diezelfde hulp gesubsidieerd wordt. Neem bijvoorbeeld de bereidheid van grootouders om op hun kleinkinderen op te passen. Aanvankelijk gebeurde dit op vrijwillige basis in overleg tussen ouders en kinderen. Totdat de overheid een wettelijke regeling voor de tegemoetkoming in de kosten van de kinderopvang vaststelde. Toen gingen ook mensen die de opvang in hun eigen omgeving hadden geregeld, gebruik maken van de regeling en werd de onderlinge solidariteit effectief teniet gedaan.</p>
<p>Eenzelfde effect is opgetreden bij het Persoonsgebonden Budget (PGB). In beginsel een mooie regeling die mensen met een (tijdelijke) beperking in staat stelt zelfstandig in hun hulpvraag te voorzien. Echter, door zaken als huishoudelijke hulp en kleine hand- en spandiensten ook in aanmerking te laten komen voor financiering uit een PGB werd in toenemende mate het vanzelfsprekend klaarstaan voor elkaar volledig ondergraven. Waarom immers iets voor niets doen als de hulpvrager er budget voor kan claimen bij de overheid? Goed bedoelde overheidsmaatregelen gebaseerd op indirecte solidariteit kunnen met andere woorden een vernietigende uitwerking hebben op de directe solidariteit.</p>
<p>Mensen die solidariteit betrachten, verwachten niet meteen een tegenprestatie. Wel is er vaak de aanname dat wanneer de rollen zijn opgedraaid anderen ook voor hen klaarstaan. Deze wederkerigheid is op kleine schaal, individueel, veel beter invoelbaar en realiseerbaar dan op de grote schaal, collectief. Vanwege de schaal en de anonimiteit is het gevaar van misbruik bij indirecte solidariteit relatief groot. In het onderlinge contact tussen mensen is dat risico veel kleiner, omdat mensen elkaar kennen en elkaar op gedrag kunnen aanspreken.</p>
<p>Concluderend: liberalen voelen in beginsel meer voor de solidariteit die op vrijwillige basis tussen mensen onderling ontstaat. Ze erkennen nochtans dat er situaties zijn waar omwille van de sociale rechtvaardigheid de solidariteit beter via collectieve arrangementen kan worden georganiseerd. Daarbij moet overigens steeds zorgvuldig worden afgewogen of een collectieve regeling de directe solidariteit al dan niet schaadt en of mensen onderling het beoogde effect ook zelf en wellicht beter zouden kunnen bewerkstelligen.</p>
<h4><em>Fleur de Beaufort is wetenschappelijk medewerker bij de prof.mr. B.M. Teldersstichting, het wetenschappelijk bureau ten behoeve van het liberalisme en de VVD.</em></h4>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.socialevraagstukken.nl/site/2013/05/08/solidariteit-kun-je-het-best-aan-mensen-zelf-overlaten/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>
