Tegenprestatie maakt paria’s van bijstandsgerechtigden

Gemeenten werken hard aan een verordening die per 1 januari 2015 de tegenprestatie voor uitkeringsgerechtigden in goede banen moet leiden. Bijstandsgerechtigden worden daarmee weggezet als luie nietsnutten die maar beter gedwongen aan het werk gezet kunnen worden.

‘Voortvarend’ en ‘doortastend’ zijn woorden die in de aanloop naar Prinsjesdag veelvuldig vielen om de daadkracht van het kabinet-Rutte II te karakteriseren. De Participatiewet, inclusief de Wet Werk en Bijstand (WWB), valt ook onder de pièces de résistance van dit kabinet. Onderdeel van de decentralisatie van het sociale domein is de mogelijkheid voor gemeenten om bijstandsgerechtigden in ruil voor een uitkering te verplichten tot een tegenprestatie. Het was aanvankelijk de bedoeling van staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) om gemeenten te verplichten tot een verplichting. Onder druk van partijen in de Eerste Kamer, wier steun broodnodig was voor het aannemen van cruciale wetgeving, is die verplichting omgezet in de mogelijkheid om bijstandsgerechtigden tot een tegenprestatie te verplichten.

Een tegenprestatie is iets anders dan werken met een uitkering

Een tegenprestatie is iets anders dan werken met behoud van uitkering of andere instrumenten die werklozen paraat moeten maken of houden voor de arbeidsmarkt. De tegenprestatie mag reïntegratie niet in de weg staan, de duur en omvang moeten beperkt zijn en het werk moet passen bij de uitkeringsgerechtigde en te combineren zijn met zorgtaken voor gezinsleden. Het werk mag niet leiden tot verdringing van betaalde banen. Het gaat dus om werkzaamheden waar niemand loon voor over heeft. Over verdringing van bestaand vrijwilligerswerk wordt overigens niet gerept.

In ruim 400 Nederlandse gemeenten hebben ambtenaren de afgelopen maanden hard gewerkt aan een verordening voor het stellen van regels omtrent die tegenprestatie. Want die verordening is dan weer wel verplicht, ook in gemeenten die niets in de tegenprestatie zien. In nogal wat plaatsen is de ambtelijke creativiteit vooral ingezet om te voorkómen dat min of meer kansloze bijstandsgerechtigden gedwongen worden om takken te rapen in het bos, plantsoenen aan te harken, koffie rond te brengen of nietjes uit papieren dossiers te halen. Want om dat soort werk gaat het, blijkens de verkennende notitie Voor wat, hoort wat, waarin het ministerie van SZW in september 2013 wat houvast probeerde te geven aan lokale overheden die worstelen met de invulling van de tegenprestatie. In die vaagheid moet de rechter natuurlijk weer zorgen dat gemeenten binnen de lijntjes kleuren. De rechtbank in Breda bepaalde eerder al dat 32 uur per week te veel is voor een tegenprestatie.

Een knoet in handen van bestuurders

Al vanaf 1 januari 2012 mogen gemeenten bijstandsgerechtigden ‘onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden’ laten verrichten. De vakbonden FNV en CNV stelden de afgelopen jaren meldpunten in voor uitkeringsgerechtigden die ervaring hebben met verplichte werkzaamheden. Het leidde tot zwartboeken vol voorbeelden van verdringing van betaald werk en bezigheden die in de verste verte niets met de belangstelling, opleiding of capaciteiten van de betreffende persoon te maken hebben. Het instrument dreigt zo te verworden tot een knoet in de handen van bestuurders en ambtenaren die vinden dat die luie donders maar eens van de bank af moeten komen. En dat in een tijd waarin de werkloosheid historisch hoog is en het aantal vacatures extreem laag.

Door de verplichte verordening omtrent de tegenprestatie valt Nederland straks uiteen in gemeenten waar bijstandsgerechtigden als paria’s behandeld worden en gemeenten die hen met rust laten. Niemand zal bestrijden dat een deel van de bijstandsgerechtigden best een stimulans kan gebruiken om maatschappelijk actief te worden. Daar is ook niets tegen, zolang die werkzaamheden inderdaad nuttig zijn, bij de betreffende persoon passen, in vrijheid worden aanvaard en dus geen afgedwongen vrijwilligerswerk zijn.

Haagse Harry: ‘Ik voel me uitgebuit’

Maar ook zonder die zwartboeken wisten we al dat een tegenprestatie volkomen absurd kan uitpakken. Het bekendste voorbeeld is Haagse Harry, die op 12 juni 2013 in het Algemeen Dagblad werd opgevoerd. De toen 53-jarige Harry verloor in 2009 zijn baan als straatveger bij de gemeente Den Haag, als gevolg van bezuinigingen. Hij belandde in de bijstand en kreeg daar een ‘reïntegratietraject’ aangeboden: hij moest voor zijn uitkering met bezem en prikker de straat op. Na drie jaar werkloosheid was Harry weer straatveger, maar hij ontving wel 400 euro per maand minder, voor exact hetzelfde werk. ‘Ik voel me uitgebuit, als een slaaf’, zei de man tegen de AD-verslaggever.

Nu viel Haagse Harry nog onder een reïntegratietraject, maar we zullen de komende jaren zien hoe noodlijdende gemeenten proberen ‘hun’ uitkeringsgerechtigden tegenprestaties te laten verrichten waarvoor lokale overheden als gevolg van grote financiële tekorten geen geld meer hebben. Het is onder die omstandigheden immers niet zo moeilijk om als wethouder te beargumenteren dat hele wijken niet meer kunnen worden schoongemaakt als gevolg van noodgedwongen bezuinigingen, dat er echt geen geld meer is voor het personeel in de bibliotheek, de koffiejuffrouw in het stadhuis, de receptioniste in het verzorgingshuis en de chauffeur van de schoolbus. Als die situatie een jaar of wat heeft voortbestaan, kan die wethouder goed verdedigen dat het hier gaat om ‘additionele werkzaamheden’ waar niemand loon voor over heeft en die niet zouden gebeuren als er geen bijstandsgerechtigden voor werden ingezet. Dat gebeurt nu al hier en daar, vooruitlopend op de nieuwe Participatiewet.

Monsterlijke instrumenten

Het gedwongen verrichten van tegenprestaties in dezelfde gemeentehesjes waar jongeren met een taakstraf in lopen, het korten op uitkeringen van mensen die op een afspraak met de werkconsulent hun ID vergeten mee te brengen, een strikte sollicitatieplicht – het zijn in tijden van grote werkloosheid monsterlijke instrumenten, die geen ander effect hebben dan dat ze bijstandsgerechtigden een status van luie nietsnutten bezorgen. En diezelfde ‘paria’s’ moeten dan werk gaan doen waar niemand loon voor over heeft.

De tegenprestatie zou goede diensten kunnen bewijzen als de economie zó fors op stoom zou zijn, dat er geen betaalde of vrijwillige kandidaten meer zouden zijn voor het verrichten van maatschappelijk zinvol werk. Onder dergelijke omstandigheden kan het verrichten van een tegenprestatie voor ‘het granieten bestand’ onder uitkeringsgerechtigden een stimulans zijn om onder de mensen te komen, wat structuur in het leven aan te brengen, weer te ervaren hoe prettig het kan zijn om iets nuttigs te doen. Maar zelfs dan zijn bibliotheken, verzorgingshuizen, wijkbewoners en gemeentelijke diensten meer gebaat bij mensen die vrijwillig inhaken op het aanbod van de gemeente dan bij gedwongen vrijwilligers. Nog mooier zou het natuurlijk zijn als we gewoon een fatsoenlijk loon over zouden hebben voor die werkzaamheden.

Will Tinnemans is schrijver, dagvoorzitter en mediatrainer. Van zijn hand verscheen dit jaar bij Nieuw Amsterdam Uitgevers De kwetsbaren, een boek over verdringing en concurrentie aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Op 22 september vanaf 20.00 uur is hij in LUX Nijmegen moderator van een debat over de tegenprestatie, georganiseerd door Movisie, SpectrumElan, LCGW en LUX.

Reacties op dit artikel (8)

  1. Mensen die op die manier goedkope bijstandgerechtigden aan het werk zetten, – waardoor behoorlijk betaalde banen onderbetaalde banen worden – verdienen daar zelf een leuke boterham mee……
    Werkelozen-uitkering, in ruil voor werk. Je hebt dan werk, maar wordt “beloond” als werkeloze. Moet jij eens opletten, wie op die manier als WERKELOZENWERKGEVER (ahum?) duizenden onderbetaalden aan
    toch eigenlijk noodzakelijk werk krijgt. WERKVERSCHAFFER-WERKELOZEN-UITKERING-ONTVANGERS, bizar…. Voeg daarbij huurstijging en verschraling huurtoeslag. Volgende stap:
    In de rij staan bij de voedselbank: Volgende stap uithuiszetting, of is het al zover?

  2. Stel, er is een zeer grote groep uitkeringstrekkers die gewoon te lui is. Dat denk ik niet, maar stel dat het zo was. Die kun je misschien wel aan het werk krijgen. Als er geen banen zijn, dan creëren we wel nuttige arbeid om te verrichten. Dat is ongetwijfeld goed voor een mens. Beter dan thuis op de bank hangen.

    Het is echter absurd te denken dat dit geen klauwen vol met geld kost. We hebben het hier over mensen die niet zouden wíllen. Veel succes om die aan het werk te zetten. Rechtse politici doen net alsof zij de uitkeringstrekker wat terug laten doen, terwijl er in feite veel meer energie in gestopt wordt. Dan ligt de genoemde uitbuiting op de loer. Gemeenten moeten meer doen met minder geld, dat gaat op allerlei terreinen op, dus dan gaan ze de kantjes er van af lopen. Betaalde koffiejuffrouw eruit, werkloze komt koffie schenken. Daar schiet die koffiejuffrouw, de werkloze en de samenleving niets mee op.

  3. Als ik dit zo lees denk ik aan de prachtige uitzending van het programma Tegenlicht ‘Gratis geld’ over het basisinkomen. Hoeveel zinvoller en menswaarderend is dat als je kijkt naar dit Bijstandsverhaal. Laten we gauw eens serieus gaan nadenken over een onvoorwaardelijk basisinkomen. Zie hier de uitzending van Tegenlicht http://tegenlicht.vpro.nl/afleveringen/2014-2015/gratis-geld.html
    ik zou zeggen: Een basisinkomen is voorwaarde voor een echte participatiesamenleving.

  4. Wat ik tegen de gang van zaken heb, is dat er willekeur ontstaat. Het hangt straks helemaal af van hoe de pet bij elke gemeente staat, hoe er met bijstandsgerechtigden om gegaan wordt. In de gemeente waar ik woon, zijn ze overtuigd van de gedachte dat door mee te doen, iedereen beter af is. Zowel de bijstandsgerechtigde (en achterban), de gemeente en de gemeenschap. En ze weten ook dat dit tijd kost, in stapjes gaat en het beste werkt als je aansluit bij iemands wensen, talenten en mogelijkheden. Korten komt eigenlijk alleen voor als iemand echt bewezen heeft niets te willen. Maar in gemeenten in de buurt, gaat het weer met de botte bijl.

  5. Ik meen me te herinneren dat dit beleid er jaren geleden ook al was maar toen onder de noemer van work first, 10 weken werken bij vixia om in aanmerking te komen voor een bijstandsuitkering. Heb daar zelf aan mee moeten doen maar had al binnen 3 weken een andere baan dus komop als je maar wil kun je werk genoeg vinden

  6. beste Odil : het is dus volgens u eigen schuld dikke bult als iemand geen werk heeft en een beroep doet op wwb-uitkering, en dus een parasiet is?

  7. Odil: 120.000 vacatures en 600.000 werklozen.
    Kan u ik daarmee overtuigen dat er niet ‘werk genoeg’ is, zoals u stelt?

    Rekenen….

  8. Ik vind het niet meer dan normaal dat mensen met een uitkering toch ingezet worden in de maatschappij. Mijn man is 4 jaren werkeloos geweest. Niet omdat hij niet wilde werken. Nee, omdat hij 50+ was en hij te oud (lees: te duur) was voor veel werkgevers. Hij heeft echter al deze jaren niet stil gezeten. Hij had 2 banen als vrijwilliger (avond-, nacht- en weekenddiensten) en heeft zich om laten scholen. Nu eindelijk na al die jaren is er iemand die hem een kans wilde geven en werkt hij weer en geniet. Maar al die jaren is hij tussen de mensen gebleven en hing hij niet tot 12.00 uur ’s middags op de bank. Enthousiasme van het UWV was er niet, want eigenlijk mocht hij geen vrijwilligerswerk doen, omdat hij dan niet meer beschikbaar was voor werk. Gelukkig is dat nu anders. Ook kreeg hij totaal geen financiële hulp voor het omscholen. Gelukkig hadden we nog een paar centen over die we daar volledig aan gespendeerd hebben. Maar hoeveel mensen kunnen dat niet doen, omdat ze elk muntje moeten omkeren voordat ze het uitgeven? Schandalig!
    Onder vrijwilligerswerk verstaan wij een vorm van liefdadigheidswerk waarbij mensen die het moeilijk hebben worden geholpen. Geen werk wat voorheen een betaalde baan was. Dat is schandalig. Hier moeten mensen gewoon voor betaald worden. Waar haalt iemand de motivatie vandaan om zich dan elke keer weer naar zijn werk te slepen?
    Toch ben ik het er wel mee eens dat mensen met een uitkering iets moeten doen als tegenprestatie. Er zijn genoeg mensen die het wel prima vinden, de zogenoemde beroepswerkelozen. En echt…ze bestaan. Deze mensen moeten van de bank gesleurd worden. Deze mensen zorgen er ook voor dat alle werkelozen over één kam worden geschoren, want deze mensen komen altijd in beeld en daar maak ik me ook zo kwaad om.
    Conclusie: laat mensen met een uitkering iets doen voor de maatschappij, maar druk ze geen banen door de strot waar net iemand die daar wel salaris voor ontving voor ontslagen is. Er blijft genoeg vrijwilligerswerk over.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *