Erbij horen in Duindorp, is dat een spel van voorwaardelijke insluiting?

In de Haagse wijk Duindorp heerst veel onvrede. ‘Nieuwe’ bewoners krijgen het verwijt dat ze zich niet aanpassen aan de dorpse gewoonten. Andersom vinden ‘nieuwkomers’ dat de oorspronkelijke Duindorpers hen uitsluiten. Jurriaan Omlo onderzocht hoe het nu zit.

Eerst dit. Vandaag verscheen in NRC Handelsblad een interview met mij over mijn onderzoek In dialoog over sociale spanningen in Duindorp. [1] [2] Hoewel het onderzoek grotendeels goed wordt weergegeven wekt de krant de indruk dat het volgens mij ‘volkomen normaal’ zou zijn dat gevestigde Duindorpers mensen met een andere huidskleur uitmaken voor ‘zwarte bavianen’. Het zou een pikante bevinding zijn als dit daadwerkelijk een onderzoeksuitkomst zou zijn geweest.

In werkelijkheid ligt het genuanceerder. Op basis van interviews met diverse bewoners en professionals werkzaam in de wijk vond ik signalen dat racistisch taalgebruik zo genormaliseerd en vanzelfsprekend is dat het ook in de opvoeding wordt overgedragen aan kinderen. Het scheldwoord ‘zwarte baviaan’ is niet - zoals de NRC doet voorkomen - een scheldwoord dat veel gevestigde bewoners in de mond nemen. Dit scheldwoord is volgens een professional een keer gebruikt door twee kinderen richting een van hun klasgenoten.

Nuance over racisme

Zonder racisme en discriminatie te ontkennen of te bagatelliseren, is nuance en precisie in onderzoek naar deze maatschappelijk gevoelige materie van groot belang. Volgens veel bewoners en professionals maakt een minderheid van de bewoners zich schuldig aan racistisch en discriminerend gedrag. Enkele nieuwkomers met en zonder migratieachtergrond hebben het goed naar hun zin, voelen zich thuis en ervaren geen of relatief weinig spanningen. Andersom relativeren meerdere gevestigde bewoners de spanningen met nieuwkomers. Ze zeggen geen last van hen te ervaren en wijzen op positieve relaties met sommige nieuwkomers. Dit zijn vaak mensen die er volgens hen volwaardig bij horen en opgenomen zijn in Duindorp.

Er klinkt in de gesprekken met gevestigde Duindorpers dan ook veel onvrede over de neiging van journalisten en politici om hen te portretteren als racisten en asocialen. ‘De Duindorper’ is een gestigmatiseerde identiteit geworden en dat is niet zonder consequenties. Hoewel sommige bewoners aangeven er geen last van te hebben, wijzen anderen erop dat kinderen wel last hebben van heersende vooroordelen over Duindorpers. Ook bij het solliciteren naar een baan zouden stigma’s soms een struikelblok vormen.

Discriminatie en sociale spanningen zijn reële problemen

Dit alles betekent niet dat discriminatie en spanningen tussen verschillende bevolkingsgroepen geen reële problemen zijn in Duindorp. Niet voor niets besloot de gemeente Den Haag om onderzoek te laten doen naar spanningen in de wijk. Nadat een bewoner van Surinaamse afkomst zich kritisch uitliet over Zwarte Piet werd haar op verschillende manieren duidelijk gemaakt dat ze niet langer welkom was in Duindorp. En in de zomer van 2018 ontstond opnieuw onrust in de wijk rondom een bruiloft van Marokkaanse Nederlanders.

Het onderzoek laat zien dat veel bewoners en professionals aangeven dat discriminatie voorkomt in Duindorp. Nieuwkomers met een migratieachtergrond worden onder meer geconfronteerd met racistisch taalgebruik. Ook zouden zij getreiterd, weggepest en genegeerd worden. Soms ervaren mensen intimidatie of is er zelfs sprake van fysiek geweld. Professionals melden voorbeelden van racistische uitingen, zoals een bewoner die in zijn woning hakenkruizen aan de muur heeft hangen of kleine kinderen die white-power-tekens hadden gemaakt.

Sommige mensen zouden willen verhuizen als ‘donkere mensen’ naast hen zouden komen wonen. Vooral moslims en het dragen van een ‘hoofddoek’ en een ‘boerka’ worden geproblematiseerd. Verder zijn er voorbeelden genoemd waarbij mensen worden uitgescholden op basis van hun donkere huidskleur of geconfronteerd worden met vervelende etnische ‘grappen’ en vooroordelen.

Voorwaardelijke insluiting van nieuwkomers

Sociale insluiting van ‘nieuwe’ bewoners is volgens bewoners en professionals voorwaardelijk. ‘Gevestigden’ hechten er namelijk waarde aan dat ‘nieuwkomers’ zich aanpassen aan de cultuur in Duindorp, actief meedoen en betrokken zijn in de wijk. Diverse bewoners vinden dat de dorpse cultuur bedreigd wordt door de culturen en gewoontes van ‘nieuwe’ bewoners met en zonder migratieachtergrond. Ze zijn angstig voor een verlies of verandering van hun identiteit. Zij hekelen dat tradities als Zwarte Piet ‘afgepakt’ worden of plaats moeten maken voor andere gewoonten van ‘nieuwkomers’ in de wijk. Bovendien zouden veel van deze mensen zich niet mengen en onvoldoende participeren in de wijk (zie ook: [3]).

Verschillende ‘nieuwkomers’ zeggen dat zij juist hun best doen om gedag te zeggen en een praatje te maken, maar dat ze door sommige ‘gevestigde’ bewoners genegeerd worden. Dit neemt niet weg dat er tegelijkertijd een zekere weerstand bestaat onder sommige nieuwkomers om te integreren. Dat heeft voor een belangrijk deel te maken met gevoelens van irritatie over asociaal gedrag zoals vuil op straat gooien, agressief taalgebruik, geluidsoverlast, onbeschoft gedrag van kinderen en het niet-corrigeren daarvan door ouders. In een aantal gevallen hebben negatieve ervaringen ertoe geleid dat mensen verhuisd zijn naar een woning buiten Duindorp. Ook sturen ouders hun kinderen naar scholen buiten Duindorp hetgeen de toch al gescheiden leefwerelden nog verder doet verscherpen.

Hoop in bange dagen

De huidige coronacrisis biedt mogelijk kansen om de verbinding tussen verschillende bewonersgroepen te verbeteren nu zij geconfronteerd worden met een gezamenlijke vijand. In het publieke debat klinkt geregeld het geluid dat de coronacrisis het beste in mensen naar boven haalt. Mensen werken samen, helpen elkaar en zorgen voor elkaar.

Hoopgevend in dit verband is dat bewoners en professionals Duindorp omschrijven als een wijk met veel sociale samenhang, onderlinge zorgzaamheid en sociale steun. De grote uitdaging ligt in het stimuleren van positieve verbindingen tussen gevestigden en nieuwkomers zodat er ook meer cohesie tussen groepen kan ontstaan. Hoopgevend is ook dat verschillende mensen in dit onderzoek aangeven heil te zien in meer ontmoeting en dialoog tussen verschillende groepen bewoners. Zij veronderstellen dat dit bij zou dragen aan meer onderling begrip.

Tegelijkertijd is het belangrijk om er niet zonder meer uit te gaan dat een spontane opleving van solidariteit zich overal voordoet. Duindorp is bijvoorbeeld een wijk die naast sociale spanningen ook de nodige sociale problematiek kent. Denk onder meer aan armoede, eenzaamheid, verslavingen, jeugdoverlast, psychische problematiek en spanningen binnen gezinnen. De crisis zal (een deel van) deze problematiek doen verergeren. De vraag is in hoeverre bewoners die onder hevig stressvolle omstandigheden leven in staat zijn om verbindingen met anderen aan te gaan.

Wat Duindorp in ieder geval nodig heeft, is een bredere inzet van sociaal werk. Samen met bewoners zouden sociaal werkers maatschappelijke initiatieven kunnen opstarten gericht op het wegnemen en verlichten van sociale problemen en op het bevorderen van verbinding en solidariteit. Zodra de ‘anderhalve meter-samenleving’ georganiseerd kan worden, is het belangrijk om in te zetten op activiteiten die veel bewoners belangrijk, zinvol of gewoon plezierig vinden.[4] Zo kunnen bewoners ontdekken dat ze soms ook gedeelde interesses, belangen en uitdagingen hebben.

Jurriaan Omlo is onafhankelijk onderzoeker. Hij doet onderzoek naar sociale vraagstukken, zoals discriminatie, sociale spanningen in buurten, armoede en eenzaamheid.

 

Noten:

[1] NRC Handelsblad 7 mei 2020: https://www.nrc.nl/nieuws/2020/05/07/nieuwkomer-ben-je-in-duindorp-nog-na-tien-jaar-a3999065

[2] Omlo, J. (2020) In dialoog over sociale spanningen in Duindorp

[3] Wonderen, R. van & Kapel, M. van (2017) Nederlanders over etnisch-culturele diversiteit in de samenleving. Bezorgdheid en veerkracht. Utrecht: Kennisplatform Integratie en Samenleving.

[4] RMO (2006) Niet langer met de ruggen naar elkaar. Den Haag: Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling.

Welschen, S. (2014) Europe’s White Working Class Communities. Amsterdam: Open Society Foundations.

 

 

Foto copyright: Arnaud Roelofsz

Dit artikel is 2007 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (1)

  1. CITAAT:
    “ De Eilander beschouwt de immigrant uit de noordelijke provincies en van deze weer speciaal de Drentenaar ‘als oorzaak van de slechte naam van de buurt in de rest van de stad en ook van de verandering , die de vroeger zo gezellige en gemoedelijke buurt sinds de jaren voor de oorlog heeft ondergaan. De “boeren” zijn in hun ogen smerig, slordig, oneerlijk, niet kredietwaardig, zij kruipen op een kluitje, … zij zijn op de hogere steun in de stad afgekomen, enz, enz.
    Ook het beeld, dat de immigrant van de Eilander heeft , bleek niet overeen te komen met de door ons waargenomen realiteit. In grote lijnen weergegeven, hebben wij gezien dat de immigrant beschouwt als een ruziezoeker, die ruwe taal bezigt, vloekt en schelt, en brutaal is. De kinderen van de Eilanders zouden onopgevoed, te vrij, onbeleefd en ongehoorzaam zijn, terwijl de immigranten juist hadden gedacht dat stadse mensen zo netjes waren en dat zij nog veel zouden moeten leren, maar wat ze hier gezien en gehoord hebben, hadden zij in Drenthe nog nooit meegemaakt, enz,enz.
    Vastgesteld moet dus worden dat de Eilander en de immigrant elkaar over en weer niet in hun werkelijke, individuele en concrete gedaanten zien, maar dat er wederzijdse generaliserende stereotypen bestaan, die een aanmerkelijk ongunstiger beeld te zien geven en die klaarblijkelijk zijn opgebouwd uit irrationeel geselecteerd ervaringsmateriaal.”

    De oostelijke Eilanden en Funen, 1956, deel II, Band I, pp. 324 – 326.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *