Hoe zzp’ers in de zorg in een moreel mijnenveld terechtkwamen

De dilemma’s waar zzp’ers in de ouderenzorg tijdens de coronacrisis voor kwamen te staan, zijn de uitkomst van reeds bestaande maatschappelijke ongelijkheden. De pandemie maakt nog eens extra duidelijk dat we niet eindeloos door kunnen gaan met het uitputten van verzorgenden.

‘We zijn zorgverleners, maar we zijn ook moeders, we zijn ook kinderen van iemand, we zijn ook tantes, we zijn iemands nicht. Je doet het vanuit je hart, maar ook niet ten koste van je privé en je eigen leven. Je wilt je werk doen, je wilt je collega’s bijstaan, maar je wordt belemmerd omdat er geen veiligheid is. Als je de keus maakt om thuis te blijven, dan voel je je ook schuldig. Er zijn mensen die hulp nodig hebben. Ik hoor daar te staan. Maar als ik daar sta, dan heeft mijn kind het ook. En dan vraag ik me af: is dat het wel waard? Heel de tijd zit je zo heen en weer te denken.’

Dit is het dilemma van Shirma (pseudoniem), een 32-jarige Surinaams-Nederlandse moeder van een kind met astma tijdens de coronacrisis. Naast de zorg voor haar kind is zij ook mantelzorger voor haar moeder. Om haar betaalde en onbetaalde zorgtaken met elkaar te kunnen combineren koos ze enkele jaren geleden voor het zzp-schap. Sindsdien werkt ze als verzorgende in verschillende verpleeghuizen.

Shirma beschrijft hoe ze door het gebrek aan persoons beschermende middelen tijdens de Covid-19 pandemie in een moreel mijnenveld terechtkwam. Zij, en velen met haar, voelde zich gedwongen om te kiezen tussen het beschermen van de gezondheid van haar naasten en cliënten en haar eigen financiële situatie. En dan hebben we het nog niet eens gehad over haar eigen gezondheid, vaak de laatste prioriteit.

Pandemie zet bestaande dilemma’s van zorgprofessionals op scherp

De urgentie van deze dilemma’s werd zichtbaar in ons onderzoek ‘Gezond Zorgen’ naar ervaringen van zzp’ers in de ouderenzorg ten tijde van corona. De dilemma’s van zzp’ers waren niet slechts persoonlijke dilemma’s, maar zijn de uitkomst van maatschappelijke ongelijkheden tussen man en vrouw, tussen hoog en laagopgeleid en tussen wit en zwart. Ook waren ze niet voor alle zzp’ers even ontwrichtend, en juist daarin werden maatschappelijke ongelijkheden zichtbaar. Hun dilemma’s waren evenmin nieuw of slechts een resultaat van de pandemie.

Wij beargumenteren dat deze dilemma’s een direct gevolg zijn van maatschappelijke ontwikkelingen waarin zorgprofessionals steeds verder onder druk komen te staan. De pandemie heeft reeds bestaande – maar te vaak onzichtbare – dilemma’s van zorgprofessionals naar de oppervlakte gebracht, deze op scherp gezet en ongelijkheden verder versterkt.

ZZP-schap als nooduitgang

Ten eerste is het relevant om te begrijpen hoe Shirma’s dilemma gekleurd werd door haar keuze voor het zzp-schap. In de afgelopen jaren hebben we een forse toename gezien van (lager opgeleide) zorgprofessionals die hun dienstverband inruilen voor het zzp-schap (SoloPartners, 2019a).

In ons eigen onderzoek zien we dat de keuze om zzp’er te worden een directe reactie is op het (arbeidsmarkt-)beleid en de werkomstandigheden in de ouderenzorg, waarbij de gezondheid, financiële situatie en autonomie van zorgprofessionals steeds verder onder druk is komen te staan. De stemmen die betogen dat de exodus van zorgprofessionals naar het zzp-schap tegen deze achtergrond moet worden begrepen, klinken dan ook steeds luider (NRC, 2020; Trouw, 2020; V&VN, 2020; SoloPartners, 2019b).

Betaalde en onbetaalde zorg wordt gedaan door dezelfde mensen

Op de tweede plaats is Shirma niet toevalligerwijs zowel zorgprofessional als mantelzorger. Dit is een gevolg van toenemende genderongelijkheid door de transities in de zorg. Bezuinigingen in de ouderenzorg zijn gelegitimeerd door het overhevelen van betaalde naar onbetaalde zorg.

Het relatief hoge aantal zorgprofessionals dat ook mantelzorger is, duidt erop dat deze dubbele zorgverantwoordelijkheden veelal op dezelfde schouders terechtkomen. Dat zoveel zorgprofessionals tijdens de Covid-19 pandemie gebukt gaan onder de keuze tussen betaald zorgwerk en onbetaald zorgwerk, is dus ook een direct gevolg van dat beleid.

Hiërarchie tussen cure en care is niet neutraal

Ten derde is het niet toevallig dat Shirma als professional in de ouderenzorg voor dit dilemma komt te staan. Haar dilemma ontstaat omdat er, in haar eigen woorden, ‘geen veiligheid is’. De verdeling van beschermende middelen ging langs ouderwetse hiërarchieën in de zorg, waarbij de prioriteit lag bij de ziekenhuizen en de verpleeghuizen kampten met grote tekorten. Zzp’ers kregen de eerste tweeënhalve maand van de pandemie überhaupt geen toegang tot middelen van het Landelijk Consortium Hulpmiddelen. ‘Laten we eerlijk wezen, het is niet alleen een tekort, het is ook gewoon onverschilligheid’, zegt een andere zzp’er in ons onderzoek.

Deze hiërarchie tussen cure en care is niet neutraal, maar valt samen met andere maatschappelijke hiërarchieën, waarbij de hoog-technische, traditioneel mannelijke en witte disciplines op meer bescherming kunnen rekenen dan disciplines waarin de zorg veelal wordt verleend door lager opgeleide vrouwen van kleur zoals de ouderenzorg.

Hun beroepen zijn essentieel, maar zij zijn vervangbaar

Samenvattend, de Covid-19 pandemie is een sprint tijdens een marathon waarin we professionals in de ouderenzorg in toenemende mate uitputten door ze steeds meer zorgtaken te geven, onder slechte werkomstandigheden en waarin het gebrek aan bescherming en financiële middelen illustratief is voor het gebrek aan waardering.

Er wordt nog te vaak instrumenteel met medewerkers in de zorg omgegaan. Ze worden wegbezuinigd, teruggevraagd en vervolgens overvraagd (Duijs en Verdonk, 2019). Of zoals Kimberlé Crenshaw (2020) observeerde over professionals in de ‘frontlinie’ van de pandemie (vrij vertaald): ‘We beschouwen hun beroepen als essentieel, maar behandelen de medewerkers alsof ze vervangbaar zijn.’

Je kunt zorgwerk niet eindeloos uitputten

De stemmen van zorgmedewerkers, die jarenlang niet gehoord zijn, klinken nu steeds luider. Fraser & Jaeggi (2018) duiden dit als boundary struggles die ontstaan binnen het huidige neoliberale kapitalistische systeem. Het kapitalisme steunt op de verborgen aanname dat zorgwerk (ook wel: reproductieve arbeid) iets is waar je als samenleving uit kunt putten om de economie (en productieve arbeid) draaiende te houden zonder dat je daar iets voor terug hoeft te geven. Die aanname resoneert in het frame dat zorg geld kost: altijd te duur, te veel en kan het wat minder?

Zelden wordt zorgwerk geduid als iets wat ons als samenleving geld oplevert: als iets waar we van profiteren, wat de moeite waard is om in te investeren. Nog te weinig realiseren we ons dat je zorgwerk van mensen zoals Shirma niet eindeloos kunt uitputten. Als de coronacrisis ons iets – nog maar weer eens - duidelijk maakt, is het wel dat we zorgmedewerkers kwijtraken aan dit gebrek aan waardering (NOS.nl, 2020). En daar kan geen verwencadeau tegenop.

Saskia Duijs, Tineke Abma en Petra Verdonk werken bij de afdeling Ethiek, Recht en Humaniora van het Amsterdam UMC. Tineke Abma is tevens directeur van Leyden Academy on Vitality and Ageing.

 

Referenties

Fraser, N. & Jaeggi, R. (2018) Capitalism. A conversation in critical theory. Polity Press. Cambridge.

 

Foto: Georg Arthur Pflueger on Unsplash

Dit artikel is 2210 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (2)

  1. In bovenstaand artikel is een fors aantal trefwoorden uit verschillende hoeken en gaten in een potje gestopt, gehusseld en vervolgens in een vergiet leeggegoten, met het (ik vermoed voorbedacht en het eerder uitgevoerd onderzoek bestendigend) doel om drie brokstukken in het gatenmandje zichtbaar te laten zijn; te weten: investeren als oplossing voor uitputting van zorgwerk en gebrek aan waardering. Het trefwoord ‘investeren’ koppelen de auteurs aan geld uitgeven aan beschermende middelen en misschien ook wel aan de hoogte van de salariëring. Het trefwoord ‘uitputting van zorgwerk’ staat in het teken van het kostenbesparend verleggen van betaald zorgwerk naar onbetaald zorgwerk. En de persoonlijke situatie van Shirma is geduid als een moreel mijnenveld dat cirkelt rond acht trefwoorden: veiligheid, schuldgevoel, onbesmet blijven, hulp willen bieden, betaald werk, mantelzorg, onbetaald werk en moederschap. ‘Investeren’ wordt als de oplossing geponeerd. Deze trefwoorden tonen een breed scala aan onderlinge relaties en lege ruimten.
    Begrijpelijk is het dat de auteurs naar een vergiet hebben gegrepen om de warboel aan trefwoorden op een voor de auteurs inzichtelijke manier te ontvlechten. Maar laten we eens kijken naar de residuen in de lekpan? Wat gaat – als we niet oppassen – met behulp van het vergiet verloren?
    Is het uiterst complexe maatschappelijk probleem van Shirma waarin ten minste acht krachten op ervaringsniveau meespelen, niet een direct uitvloeisel van de neoliberale kapitalistische politiek?
    Is investeren niet een ander woord voor kosten, maar dan op een langere termijn, in de neoliberale kapitalistische verwachting dat de kosten break-even + een continuïteitsmarge, dus met winst, zullen worden terugverdiend?
    Is een geldoorlog met een geldoorlog te stoppen? Wat kunnen we op dit punt van eerst de financiële crisis en nu de pandemie leren?
    Is de neoliberale kapitalistische politiek niet intrinsiek pandemisch van aard voor collectieve goederen zoals gezondheidszorg en onderwijs?

    Gedrag van verantwoordelijken binnen de kongsi van politiek en neoliberalistisch kapitalisme is te beïnvloeden. Maar het alom geaccepteerde instrument van investeren heeft nog nooit een deuk in dat pakje boter geslagen. De aanpak € 3.000, – persoonlijk aan een dakloze geven om zelf zijn eigen leven te doen verbeteren, heeft wel een vette deuk teweeg gebracht in die levens. Als de maatschappij iets geeft, zou het goed kunnen zijn dat de maatschappij daar iets voor terugkrijgt. De organisatie van ‘reciprociteit’ vraagt echter om iets fundamenteel anders dan ‘investeren en waarderen’. Dat ook bij reciprociteit het welhaast ongelimiteerde verzamelvermogens van de neoliberale kapitalistische gedachtegoed op de loer ligt en bij diverse economische kopstukken al volledig is opgeslokt in rechtvaardigingen van winst en groei, zet aan tot het zoeken van moreel effectievere beïnvloedingsstrategieën dan investeren.

  2. Maar de voornaamste maatschappelijke ontwikkeling is de ‘vergrijzing’ van de samenleving die niet meer op een institutionele wijze kan worden opgelost. Kwantitatief, kwalitatief en financieel is de verzorging van de al die miljoenen verzorgden niet meer op te lossen.
    Er is een nieuwe kijk op maatschappelijke ouderenzorg nodig. Kinderen, vrienden en relaties zullen weer verantwoordelijk voor elkaar moeten worden. (Ouderen)zorg zal weer het ‘handwerk’ binnen eigen kring moeten worden net zoals het opvoeden van kinderen dat is.
    Hiermee kan kan het ‘kapitalistisch’ verdienmodel van al die zorginstellingen en ziektekosten verzekeraars ook van de baan.
    Het huidige zorgmodel in verzorgingstehuizen heeft ouderen kwalitatief nog zeer weinig te bieden. Hoeveel kinderen bezoeken hun ouders en andere familie nog in het verzorgingstehuis?
    Deze laatste groep zal opnieuw haar eigen verantwoordelijkheid moet nemen als ouders en familie hun lief is.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *