Op weg naar democratisch professionalisme?

Het team van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) dat zich bezig houdt met ‘Doe-democratie’ volgde de discussie Burgers nemen het over met belangstelling. En het ontwaart een speurtocht naar nieuwe, op democratische leest geschoeide bestuursvormen.

Doe-democratie is voor ons een krachtige ontwikkeling waarbij initiatiefnemers, maatschappelijke organisaties, bedrijven en overheden samen de transitie vormgeven. Al doende werken ze aan nieuwe rollen en verhoudingen terwijl overheden hun aansluitingsvermogen optimaliseren. De kracht van de samenleving houdt in dat mensen steeds meer het heft in eigen handen nemen. In de samenleving ontstaan initiatieven – van individuen of collectieven – die maatschappelijke en publieke vraagstukken en taken oppakken. Mensen geven zo steeds meer zelf vorm aan hun leven en leefomgeving.

De behoefte, wens en actie om vanuit eigen kracht ‘grip’ te hebben op de eigen leefomgeving is onder meer zichtbaar op het gebied van zorg, energie, groen, voedselvoorziening en bouwen. Het verlangen naar meer autonomie lijkt een tegenbeweging, een reactie op de grootschaligheid en onpersoonlijkheid van bestaande systemen. In deze omstandigheden past – ondersteunende – overheden vooral bescheidenheid bij mogelijke interventies in initiatieven uit de samenleving.

Wij zien initiatiefnemers met betrokkenheid en passie aan de slag gaan met maatschappelijke opgaven in wijk, regio, of zelfs landelijk. Tegelijkertijd proberen gemeenten abstracte begrippen als ‘faciliteren’ en ‘meebewegen’ in de praktijk te brengen. De overheid wil een gelijkwaardige partner zijn bij initiatieven in het maatschappelijke domein. Met andere woorden, wij constateren dat in de samenleving én bij de desbetreffende overheden de behoefte groeit om samen te werken aan maatschappelijke waardecreatie. De centrale bijdrage van het ministerie van Binnenlandse Zaken is het bijdragen aan meer ruimte voor initiatieven en het verbeteren van het aansluitingsvermogen van overheden (lokaal, provinciaal en landelijk). Overheidsparticipatie als sleutelwoord: aansluiten bij wat er in de samenleving gebeurt. Bij écht faciliteren kun je later zeggen: 'Dit is het beste project dat ik nooit heb opgezet!’

Een repertoire van verleiden, verbinden, experimenteren en inspireren

Dat lukt niet van de ene op de andere dag. Daarvoor is een cultuuromslag noodzakelijk bij alle betrokkenen. De zoektocht naar die nieuwe cultuur met bijpassende verhoudingen en werkwijzen is er één zonder alomvattend recept of gekend einddoel. Het is al doende leren; een lastig leerproces. Immers, voor veel overheden voelt het formuleren van regels, het aangaan van prestatie-afspraken of afsluiten van convenanten, vaak vertrouwder aan. Het is echter niet zo dat het vertrouwde repertoire opeens verdwijnt; wetten, regels en convenanten blijven belangrijk. Er komt een nieuw en aanvullend repertoire bij, met als belangrijke kenmerken verleiden, verbinden, experimenteren en inspireren.

Wij hebben dan ook met extra belangstelling kennis genomen van de bijdragen van Imrat Verhoeven en Jan Schrijver, waarin gereflecteerd werd op de gewenste rol van de Rijksoverheid, BZK in het bijzonder .

Vanuit BZK willen wij in alle bescheidenheid de ontwikkeling van de doe-democratie ondersteunen en bevorderen. Dat is een proces van vallen en opstaan, met succesverhalen, maar ook met complexe vraagstukken en soms pijnlijke dilemma’s. Alle aspecten worden daarbij serieus genomen en gedeeld, net zoals de opgedane kennis. Alles om de doe-democratie verder te brengen. Zoals eerder opgemerkt, past overheden bescheidenheid in de ontwikkeling van de doe-democratie. Echter, als team willen we toch een bijdrage leveren aan deze discussie op dit platform, die in het dossier Bewoners nemen het over mede door ons is geïnitieerd. Deze bijdrage volgt hieronder.

Burger als co-bestuurder en co-producent

In de nota Doe-democratie van 2013 sprak het kabinet zich uit voor een samenleving waarin burgerkracht een centralere positie inneemt. Vraag is wat dat nu in de praktijk betekent.

De afgelopen decennia werd de burger vooral gezien als kiezer en consument. Democratie was stembusgang eens in de vier jaar (burger-kiezer) en publieke dienstverlening in handen van de overheid (later – via privatisering – ook bij semi-publieke instellingen en bedrijven) (burger-consument). Burgers gaan zich evenwel steeds meer thuis voelen in nieuwe rollen van co-bestuurder en co-producent. Als co-bestuurder wordt agendavorming, beleidsontwikkeling en besluitvorming ter hand genomen. Burgers bepalen zelf welke maatschappelijke/publieke vraagstukken hun aandacht krijgen. Voorbeelden zijn de G1000 in Amersfoort of het opstellen van een buurtbegroting in Amsterdam-Oost.

Daarnaast nemen burgers als co-producent actief deel aan de productie van ‘publieke of maatschappelijk waarde’. De opkomst van lokale energiecoöperaties, zorgcoöperaties, ouderparticipatie-crèches en de zogeheten sociale ondernemingen passen hierbij. Deze zijn bijzonder omdat ze het particuliere én het collectieve belang willen behartigen. Een energiecoöperatie creëert publieke waarde doordat mensen met elkaar goedkope duurzame energie opwekken. Ook stimuleert zo’n initiatief het gemeenschapsgevoel en geeft binnen de coöperatie ruimte voor democratische betrokkenheid van de leden.

De doe-democratie geeft ruimte de rollen van co-bestuurder en van co-producent te ontwikkelen, rollen die door elkaar en in elkaar overlopen. Dit lijkt vooral relevant voor het lokale bestuur omdat hier maatschappelijke zelforganisatie tot stand komt. Daarbij is voor de overheid de rol weggelegd van innovatiemakelaar in de leefwereld van mensen en als ruimtemaker in de systeemwereld van overheden.

In de leefwereld willen wij vanuit BZK kennis delen, partijen verbinden en experimenten stimuleren en faciliteren. Concreet betekent dit dat geslaagde initiatieven een podium krijgen om passie en ideeën te verspreiden. Daarnaast worden verschillende intermediairs van het maatschappelijke initiatief gesteund, zoals Greenwish, Kracht in NL, NetDem en de Krachttoer. BZK wil bijdragen aan een adequate ondersteuningsstructuur zonder deze deel te maken van de systeemwereld.
In de systeemwereld wordt gepoogd knelpunten weg te nemen en gemeenten te helpen hun aansluitingsvermogen te vergroten. Bijvoorbeeld met het programma ‘Ruim op die regels’, in 2014 met Platform 31 gestart. Met de VNG als partner zijn verschillende leernetwerken ontwikkeld voor raadsleden, gemeentesecretarissen en wethouders.

BZK wil zelforganisatie niet in de weg staan, maar een klimaat scheppen dat gunstig is voor maatschappelijke initiatieven. Het credo: ‘gij zult participeren’ is niet de insteek. Zoals ook bij de promotie van Ivo Nienhuis naar voren kwam: zelforganisatie laat zich niet van bovenaf regisseren.

Onbevlekt maatschappelijk initiatief is niet het centrale doel

BZK heeft niet de pretentie dat initiatieven volledig los van de overheid staan en sluit aan bij de feitelijke constatering dat ‘Onbevlekt burgerschap’ zelden voorkomt of op zichzelf nastrevenswaardig is. Onbevlekt burgerschap is in onze ogen niet het doel. Het idee dat burgerinitiatieven en overheden gescheiden werelden zijn, moet juist verlaten worden. Beiden hebben een eigenstandige rol in het publieke domein. Er is eerder een onvermijdelijke samenwerking. Immers, vroeger of later komen ze elkaar tegen. Het kernpunt van de kabinetsnota Doe-democratie van 2013 en de Agenda Lokale Democratie van 2015 is, dat die (onvermijdelijke) samenwerking er een dient te zijn van gelijkwaardigheid (wat iets anders is dan gelijkheid).

De zinsnede uit de Agenda Lokale Democratie dat ‘…steeds meer burgers participeren (…) door zelf – zonder tussenkomst van de overheid – te acteren in het publieke domein’ zien we dan ook in het licht van die onvermijdelijke samenwerking . Het is daarbij duidelijk dat overheden hun taken op sommige beleidsgebieden willen herzien, in dat kader zal de ‘klassieke’ taakverdeling tussen markt, overheid en burger ter discussie komen te staan. Hoe een nieuwe taakverdeling moet worden, blijft vooralsnog een gezamenlijke zoektocht.

Zoals ook uit de publicatie van Van der Steen en anderen blijkt, is het niet op elk beleidsterrein zinvol of wenselijk ruimte te bieden aan maatschappelijk initiatief. Zo zal op het gebied van veiligheid en rechtshandhaving het geweldsmonopolie van de overheid niet snel worden vervangen door een burgerinitiatief, terwijl er op het beleidsterrein van ruimtelijke ordening, milieu en welzijn nog wel kansen liggen. Jan Jonker en Sjoerd Janssen noemen dit ‘contextuele ‘bricolage’, waarbij de overheid moet ‘doen wat gegeven de context en de ontwikkelingsfase van het project het beste lijkt’. Zoals opgemerkt: het oude repertoire verdwijnt niet, er komt een repertoire bij. Een moderne overheid moet haar repertoire situationeel inzetten, met maximaal maatschappelijk rendement. De Agenda Lokale Democratie en Agenda Stad zijn een open uitnodiging aan gemeenten en initiatiefnemers om samen, ook met de landelijke overheid, te zoeken maar nieuwe vormen van goed bestuur en inwoners-vertegenwoordiging met borging van de democratische waarden en waar maatschappelijke waardecreatie floreert.

Democratisch gehalte maatschappelijk initiatief

De oproep voor democratisch professionalisme wijst ook in die richting. Waar veel gemeenten nu aanhaken bij initiatiefnemers en deze waar mogelijk faciliteren en ondersteunen, is het nu zaak de nadruk te leggen op het democratisch gehalte ervan. Zeker wanneer er publieke middelen mee zijn gemoeid, is het aan de betrokken bestuurders en ambtenaren om de democratische principes te bewaken. Het gaat daarbij om bijvoorbeeld inclusie van alle belanghebbenden, openbaarheid en transparantie van besluiten en het inbouwen van checks & balances. Ambtenaren kunnen daarbij faciliteren door de systeemwereld inzichtelijk te maken en te wijzen op barrières of aandachtspunten en deze met flexibiliteit toe te passen.

Echter, er moet voor worden gewaakt dat alleen ‘doen’ soms voorbij kan gaan aan kernwaarden van onze democratische rechtsstaat. Hoe dit proces tot stand moet komen is niet in vastomlijnde procedures vast te leggen, ook hier is voor alle betrokkenen sprake van een zoektocht.

De democratic challenge, geïntroduceerd in de Agenda Lokale Democratie, is hiervoor een open uitnodiging. Hiermee worden alle partijen uitgedaagd een volgende stap te zetten in een speurtocht naar nieuwe, op democratische leest geschoeide bestuursvormen. Daarbij behoort experimenteren ook tot de mogelijkheden. Democratische waarden zijn daartegen bestand én democratie is niet voor bange mensen. Zie het als een stoomcursus democratisch professionalisme.

Team Doe-democratie van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Noten:

Kabinetsnota Doe-democratie, BZK, Den Haag, juli 2013.
Van eerste overheid naar eerst de burger, jaarbericht Denktank VNG, Den Haag, november 2013.
Leren door doen, overheidsparticipatie in een energieke samenleving, Van der Steen e.a., 2014.
Imrat Verhoeven, Jan Schrijver, Sociale Vraagstukken, 24 januari en 7 februari 2015.
Zie ook www.doedemocratie.net
Ivo Nienhuis, Sociale Vraagstukken, 19 januari 2015.
Tonkens en Duyvendak, Sociale Vraagstukken, 17 januari 2015
Vitale lokale democratie: richting en ruimte voor verandering, BZK, Den Haag, 5 januari 2015
Jan Jonker en Sjoerd Janssen, Sociale Vraagstukken, 3 februari 2015

Dit artikel is 983 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (1)

  1. Misschien een aanvulling of vraag op dit stuk. In dit stuk geeft BZK een inkijkje in hoe zij haar positie-rol bepaalt ten opzichte van ´nieuwe´ vormen van maatschappelijk initiatief die mede de transitie vormgeven. Oftewel een beschrijving van ´hoe gaan we om met dingen die niet van ons komen en waar het handboek geen hoofdstuk aan besteedt?`

    Er komen echt leuke dingen voorbij, zoals de overheid ziet haar rol als die van coach om inclusie van alle belanghebbenden, openbaarheid en transparantie van besluiten en het inbouwen van checks & balances in initiatieven te borgen. Of de rol op zich te nemen van innovatiemakelaar in de leefwereld van mensen en ruimtemaker in de systeemwereld van overheden. Naast de standaard set aan gereedschapskist van de overheid komt er een nieuw en aanvullend repertoire bij, met als belangrijke kenmerken verleiden, verbinden, experimenteren en inspireren.

    Wow! Maar ook makkelijk. Want het gaat over iets wat buiten de standaard om gaat en ook nog eens over een beweging zonder kritieke massa. Kijk ik naar het sociale domein waarbinnen ik me dagelijks beweeg, dan wordt veruit de hoofdmoot aan initiatieven om maatschappelijke en publieke vraagstukken en taken op te pakken, gedragen door organisaties, bedrijven en (semi-overheids)instellingen. En daar geldt een totaal andere ´doe-democratie’. Vanuit die organisaties, maar ook het handelingsrepertoire wat de overheid daar tegenover stelt.

    Het spel (en de spelregels) tussen deze kernpartners in het proces van transitie en kanteling is vaak mijlen ver verwijderd van inclusie, openbaarheid, transparantie en checks & balances. 95% van het resultaat verloopt via onder meer schimmige constructies, keiharde marktwetten, toeval, connecties, uitsluiting van belanghebbenden, wil of onwil en levert soms dito nieuwe initiatieven op.

    Kijkend vanuit het perspectief dat er gekanteld moet worden en we een transitie willen vormgeven, zou ik het juist interessant vinden als BZK met diezelfde frisse blik kijkt naar nieuwe cultuur en handelingsrepertoire als het om die hoofdmoot gaat.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *