Pillen verschuiven prestatienormen

Steeds meer studenten grijpen naar prestatieverbeterende middelen om deadlines te halen of ’s nachts  door te kunnen werken. Ook in de advocatuur en de muziekwereld is het slikken van prestatieverbeteraars alsmaar normaler geworden. Zorgt deze doping er niet voor dat de prestatienorm in de maatschappij steeds verder verschuift?

Sommige mensen zullen beweren dat als iets wetenschappelijk of medisch mogelijk is, er automatisch gebruik van gemaakt zal worden. In dit tijdsgewricht ligt de nadruk steeds meer op competitie en zelfredzaamheid. Maar de maatschappij heeft hier ook een morele verantwoordelijkheid in. Moeten we het wel normaal vinden dat grote groepen mensen zich wenden tot medicatie om naar de norm te kunnen presteren?

Steeds meer studenten grijpen naar pillen voor een concentratie-boost

Het aantal studenten dat gebruikmaakt van zogeheten cognitieve verbeteringsmiddelen groeit. Medicatie voor cognitieve dysfuncties als ADHD, ADD en Shiftwork Sleep Intolerance (SSI), lijkt in sommige gevallen ook bij ‘normale’ mensen een effect te hebben op bepaalde cognitieve vaardigheden. De concentratie, creativiteit, alertheid, focus en het associatief vermogen verbeteren met Ritalin, Adderall en Modafinil.

Medicalisering van normale persoonskarakteristieken

De diagnoses ADD en ADHD worden te vaak gesteld. Iedereen lijkt zich het makkelijkst te voelen bij de medicalisering van het slecht presterende kind: ouders omarmen diagnostiek omdat het probleem niet aan de opvoeding ligt, de docent omdat het niet aan falend onderwijs ligt, en het kind zelf omdat het niet zijn of haar schuld is.

Maar de diagnose van deze syndromen staat onder kritiek: worden hier niet normale variaties in persoonskarakteristieken gemedicaliseerd, terwijl de eigenlijke problematiek eerder elders te vinden zou kunnen zijn? In bijvoorbeeld de toenemende werkdruk in het onderwijs of de invloed van iPhones en sociale media op onze cognitieve vermogens.

De verlokking van instant intelligentie draagt risico’s in zich

Daarbij is de normalisering van medicijngebruik in onderwijscontexten niet zonder controverse. Moeten we ons niet dezelfde vraag stellen bij off label gebruik (gebruik voor een indicatie, toepassing of patiëntengroep waarvoor een medicijn niet is geregistreerd) van dit soort middelen? Zou de onderwijscontext niet op de student moeten worden aangepast in plaats van dat de student wordt aangepast aan die context?

Door de tegenwoordige druk op studenten om op tijd af te studeren is de belofte van een instant concentratiemiddel erg verlokkelijk. Er wordt dan ook gretig gebruik van gemaakt. Middelen als cafeïne hebben, zij het marginale, positieve cognitieve effecten, maar niemand zal veel bezwaar maken tegen het drinken van koffie. Recreatief of strategisch gebruik van Ritalin en andere cognitieve verbeteraars is echter niet zonder risico.

Je wordt er niet slimmer van, maar mogelijk wel depressief en angstig

Ritalin werkt bij mensen zonder cognitieve disbalans weliswaar opwekkend en concentratie verhogend, maar het leidt ook tot nervositeit en slapeloosheid, vermindert de eetlust, remt de groei bij jonge kinderen en kan in sommige gevallen leiden tot depressie. Het gebruik van Adderall kent soortgelijke bijeffecten. Modafinil reguleert het slaapritme, maar ook dit middel kan leiden tot angsten en depressie.

Daarbij is het de vraag of deze middelen echt werken: al zijn er lichte verbeteringen in concentratievermogen te vinden, slimmer word je er niet van. En het effect op concentratie is weinig duurzaam. Tegelijk romantiseren we middelen die in het verleden werden gebruikt om prestaties te verhogen: de impressionisten dronken vaak absint, en Goethe rookte marihuana om zijn creatieve vermogens te verhogen.

Bovennormaal functioneren, wordt zo de norm

Onder musici worden op grote schaal bètablokkers geslikt om de zenuwen tijdens belangrijke optredens, audities en concerten te remmen. Eerlijkheid is hierbij geen criterium. Dit ligt echter anders voor het gebruik van prestatiedrugs door studenten. Hier speelt een discussie over eerlijkheid, indirecte dwang en maatschappelijke druk wel een rol.

Als studenten in toenemende mate medicatie nemen, off label, voor het vergroten van hun concentratie tijdens het studeren, verandert daarmee niet automatisch de norm voor iedereen? Wat eerst bovennormaal functioneren was, wordt erdoor immers genormaliseerd. We dienen ons maatschappijbreed af te vragen hoe wenselijk dit is.

Moeten we niet gewoon accepteren wie we zijn?

Hoe kunnen we het individu beschermen tegen collectieve druk? En hoe waarborgen we een veilige werk- en studieomgeving? Moeten we niet gewoon accepteren wie we zijn en genoegen nemen met niet altijd de hoogste prestaties? Nu lijkt de neiging te overheersen om mensen aan te passen op de ideale samenleving: iedereen moet in gezonde competitie met alle anderen het beste van en in zichzelf nastreven. Optimale prestatie tijdens een studietraject hoort hierbij.

Laurens Landeweerd is filosoof bij het Institute for Science in Society van de Radboud Universiteit.

Foto: McLevn (Flickr Creative Commons)