Rellende jongeren zijn van ons allemaal

Rellende jongeren wegzetten als vreemde, ‘losgeslagen idioten’, zoals premier Rutte deze zomer deed, is kortzichtig en werkt niet. We moeten ons serieus verhouden tot hun belevingswereld en sociale context, betoogt Femke Kaulingfreks.

Het was een verhitte zomer, de zomer van 2020. In Den Haag draaiden groepjes jongeren na maanden van gedwongen thuis zitten en dagen van tropische temperaturen buiten de brandkranen open. Wat eerst nog leek op een gezellig openbaar waterballet ontaardde in relletjes waarbij de politie met stenen en vuurwerk werd bekogeld.

In de daarop volgende dagen sloeg de onrust over naar Utrecht. Geert Wilders was er snel bij om de ‘criminele Marokkanen’ de schuld te geven[1]. Zo’n duiding van de zomerse onrust als ‘Marokkanen-probleem’ gaat eraan voorbij dat open brandkranen ook al tot opstootjes leidden toen er nog niet of nauwelijks jongeren met Marokkaanse roots in de Haagse volkswijken woonden.

De beelden van de open brandkranen in Den Haag deden mij denken aan een serie zwart-wit foto’s die de New York Times vorige zomer publiceerde, van vergelijkbare taferelen in The Big Apple[2]. De eerste beschrijvingen dateren van mei 1904, en laten zien dat ‘oplopende temperaturen en gemoederen’ al heel lang samengaan in wijken waar de bewoners geen geld hebben voor verre zomervakanties en de relatie tussen jeugd en politie sowieso gespannen is.

De roep om een harde aanpak doet aan Trump denken

De politieke roep om een harde aanpak in navolging van de rellen deed me ook aan Amerika denken. Premier Rutte sprak van ‘compleet zinloos, onacceptabel gedrag’ van ‘losgeslagen tuig waarvan de ouders niet ingrijpen’[3]en Wilders vroeg zich af waarom het leger niet werd ingezet. Hun reacties passen in lijn van een ‘law and order’-retoriek die in de VS al sinds eind jaren zestig gebezigd wordt; eerst door Nixon, nu door Trump.

De geschiedenis van rellen in Amerika laat echter zien dat reacties achteraf in de vorm van hard, gemilitariseerd politieoptreden, of het leggen van de schuld bij de ouders van jonge relschoppers, sociale tegenstellingen juist versterkt. De huidige Black Lives Matter-protesten tonen aan dat het Amerikaanse vertrouwen in de overheid in het algemeen en de politie in het bijzonder zich op een historisch dieptepunt bevindt.

Willen we hier niet dezelfde kant opgaan, dan is het zaak om ons niet te laten verleiden tot het gemakzuchtig wegzetten van relschoppers als vreemde, ‘losgeslagen idioten’, maar ons serieus te verhouden tot hun belevingswereld en sociale context. Die sociale context maakt onderdeel uit van onze samenleving en is ons dus minder ‘vreemd’ dan we wellicht zouden willen toegeven.

Rutte keek bewust niet naar de oorzaken

Premier Rutte koos er juist voor om zich niet serieus tot de oorzaken van de rellen te verhouden: ‘Dit is gewoon idioot gedrag, waar ik geen verklaringen voor ga zoeken. Het hoort gewoon te stoppen.’[4] Dat is kortzichtig, want een reactie op ongeregeldheden zal altijd te laat komen als niet vroegtijdig gesignaleerd wordt wat er broeit in bepaalde wijken. De afhoudende reactie van Rutte getuigt bovendien van desinteresse voor datgene wat jongeren in wijken als de Schilderswijk en Kanaleneiland beweegt en illustreert daarmee precies het gebrek aan representatie door de overheid dat deze jongeren ervaren. Rutte wijst naar hun ouders, maar neemt niet zijn eigen verantwoordelijkheid voor deze jongeren.

Jongeren benoemden zelf naast hun verveling in een lange, door coronamaatregelen ingeperkte zomer, ook frustraties over racisme en machtsmisbruik van de politie[5]. Een jongen uit Kanaleneiland zei: ‘In deze wijk is er echt veel racisme. … Op school, de agenten. En ja, aan wie ga je dan je problemen uiten? Dan doe je het buiten. Zo is het gebeurd in Den Haag, maar ook hier, snap je.’[6]

Vooral in de Schilderswijk in Den Haag is de relatie tussen jongeren en politie al jaren verstoord en blijven er berichten opduiken over racistische opmerkingen en disproportioneel handelen van agenten. Daar komt nog bij dat er de afgelopen maanden veel coronaboetes zijn uitgedeeld aan jongeren die hun tijd op straat doorbrachten toen de scholen gesloten waren en bijbaantjes wegvielen. Juist jongeren die toch al weinig te verliezen denken te hebben in deze tijd, kunnen in een rel hun kans schoon zien om openlijk een rekening te vereffenen met de autoriteiten waar zij zich door weggezet voelen als tweederangs burger.

Juist wél aansluiting zoeken bij belevingswereld van jongeren

Om voortekenen van rellen vroegtijdig te kunnen signaleren en ongeregeldheden te voorkomen moeten we juist wél moeite doen om aansluiting te vinden bij de belevingswereld van jongeren. Dat is precies wat jongerenwerker Ibrahim uit Amersfoort deed. Toen het op 17 augustus ook in Amersfoort uit de hand dreigde te lopen ging hij samen met collega’s, buurtbewoners én politie de straat op om jongeren tot kalmte te manen. Deze aanpak lijkt voor de hand liggend, maar in veel wijken wordt weinig geïnvesteerd in contacten met jongeren op straat.[7]

Bij Radio 1 zei Ibrahim dat hij geen heil ziet in de harde aanpak die politici bepleiten: ‘Dat is een aanpak die er voor zorgt dat het in de toekomst nog erger wordt. We moeten juist in gesprek gaan met de jongeren, kijken naar wat beweegt ze, wat motiveert ze, en waar kunnen wij een rol spelen in de samenleving? Dat kan van hogerhand zijn, maar het kan ook de buren zijn, bij wijze van. Waar kunnen wij een rol spelen voor onze toekomst, van onze jeugd. Het gaat om ónze jeugd.’[8]

Wat wel werkt

Jongerenwerkers zoals Ibrahim eigenen zich de problemen die jongeren ervaren in de wijk toe, in plaats van zich afzijdig te houden. Daarmee laten ze zien dat ze zich verantwoordelijk voor hen voelen. Juist die pro-actieve en betrokken houding helpt om jongeren bij te sturen als dat nodig is. Het werkt als er op straat voetbalcoaches, ambulante jongerenwerkers én wijkagenten zichtbaar aanwezig zijn die jongeren op een positief-constructieve manier en vanuit een persoonlijke relatie kunnen aanspreken op hun gedrag.

Ook is het belangrijk om juist nu in te zetten op duurzame activiteitenprogramma’s, talentontwikkeling en het creëren van kansen op het gebied van werk en opleiding. Veel jongeren die al een weinig rooskleurig toekomstperspectief hadden kijken nu door de economische en sociale gevolgen van de coronacrisis nog minder vooruit. De bereidheid om samen te investeren in een toekomst voor àlle jongeren, ook de herrieschoppers uit onze volkswijken, is nu meer nodig dan ooit om maatschappelijke onrust te voorkomen.

Femke Kaulingfreks is lector Jeugd en Samenleving aan Hogeschool Inholland.

 

Noten:

[1] Zie: https://twitter.com/geertwilderspvv/status/1294516487420510209?s=20

[2] Zie: https://www.nytimes.com/2019/08/19/nyregion/fire-hydrants-new-york-vintage-photos.html

[3] Zie: https://www.gids.tv/video/243988/mark-rutte-reageert-op-rellen-utrecht-en-den-haag-het-is-losgeslagen-tuig-video

[4] Zie: https://www.gids.tv/video/243988/mark-rutte-reageert-op-rellen-utrecht-en-den-haag-het-is-losgeslagen-tuig-video

[5] In verschillende filmpjes gaven jongeren uit de Schilderswijk aan dat de rellen volgens hen niet begonnen waren met het openen van de brandkranen, maar met de opmerking van een agent die werd gefilmd terwijl hij trots zei ‘ik heb een grote neger geslagen’. Zie: https://www.youtube.com/watch?v=eQjWYxiMRJk en https://dekanttekening.nl/columns/de-schilderswijkrellen-afdoen-als-kat-en-muisspel-is-te-onschuldig/.

[6] Zie: https://www.youtube.com/watch?v=0Q1XEMOauEs

[7] Zie: https://www.youtube.com/watch?v=0Q1XEMOauEs

[8] Zie: https://www.nporadio1.nl/nos-radio-1-journaal/onderwerpen/63494-2020-08-19-wat-kunnen-jongerenwerkers-doen-bij-rellen-in-de-wijk

 

Foto: Bas Bogers (Straatfotografie.com)