SOCIALE PRAKTIJK Ontbijt op het Columbusplein: steeds weer uitnodigen

Hoe verbind je als aanstaande professional moeilijk bereikbare groepen als allochtone vrouwen met elkaar? Student Willeke Binnendijk doet verslag uit Amsterdam-west. ‘Geen norm opleggende interventies voor mij.’

Het is kwart voor negen in de ochtend. Ik zet koffie en dek de tafel. De ochtendstilte wordt doorbroken als er een aantal vrouwen binnenkomen. Ze praten luidruchtig en lopen gelijk door naar de keuken. Daar bakken ze pannenkoekjes en eitjes en er wordt een grote pot Marokkaanse thee gezet. Eén van de vrouwen komt naar me toe en laat haar thuisgebakken koekjes zien. Even twijfel ik of ze een grapje maakt,  deze koekjes zien er heel professioneel gebakken uit. We praten over de week en hoe het met de familie en kinderen gaat. Dan meldt één van de vrouwen dat ze iemand heeft uitgenodigd. Er komt een pedagoog van het ouder-kind centrum aanschuiven. Ik ben blij dat de vrouw het initiatief neemt om een thema te bespreken en zelf iemand uit te nodigen.

Even later komen er nog meer vrouwen binnen en de ontbijttafel wordt steeds voller; er staan allerlei Marokkaanse, Sri-Lankaanse en Afrikaanse hapjes. Dan gaan we allemaal aan tafel en praten we over opvoedvraagstukken. De vrouwen zijn erg geïnteresseerd in de informatie die de pedagoog geeft. Er wordt open gesproken over lastige situaties en gezamenlijk naar oplossingen gezocht.

Een jaar geleden: hoe het begon

Een jaar geleden ben ik met drie andere studenten in de Columbuspleinbuurt in Amsterdam West komen wonen. We zijn voor minimaal anderhalf jaar ingezet door Academie van de Stad om te werken aan de leefbaarheid en om het contact met bewoners te verbeteren. Door lokale welzijnsorganisaties werden we met open armen ontvangen. Volgens hen kampte de buurt met talloze problemen. Zo werd er al enige tijd opgetreden tegen hangjeugd. Verder liep het contact met de bewoners moeizaam; die zouden passief zijn, geen verantwoordelijkheid nemen en hun kinderen dikwijls aan de straat overlaten.

Het leek erop dat iedereen in mijn buurt iets verkeerd deed of een probleem had.

Keuzes maken

En ja, wat dan? Ik wilde iets doen in mijn buurt. Maar om nou linea recta te helpen met vanuit beleid georiënteerde interventies om de burger te activeren en weer op het rechte pad te zetten? Ik voelde er weinig voor. Ik bedoel, hoe kun je nou zo problemen te lijf gaan, als je de mensen en hun leefwereld niet volledig kent?

Bovendien, ik zou mezelf ook niet een norm op laten leggen door een ander, dus waarom zouden mijn buurtgenoten dat dan wel doen? Kortom geen norm opleggende interventies voor mij dus ook niet door mij.

Wat dan wel? We hadden behoefte aan een gesprek met de bewoners. We wilden weten hoe écht met hen ging en wat hen bezighield.

Van teleurstelling naar uitnodigen

Vol goede moed gingen we de buurt in – in de hoop dat de bewoners met ons wilden praten. Allereerst benaderden we de moeders van de schoolkinderen, omdat we benieuwd waren naar wat hen dagelijks motiveert. En omdat we leerden dat zij een stuwende kracht zijn in het gezin. Om 8 uur in de ochtend zetten we de koffie klaar in onze ruimte aan het Columbusplein. We spraken de moeders aan op het schoolplein en nodigden hen uit. Dat was best even wennen want het liep niet gesmeerd. Sommigen zeiden dat ze weinig tijd hadden, anderen zouden over een kwartiertje aanhaken. We deden ons best maar in de eerste weken was het geen succes. Vervolgens raakten we teleurgesteld omdat onze goede bedoelingen niet het gewenste resultaat hadden. We spraken erover in ons team en kwamen tot de conclusie dat teleurstelling ons niet zou helpen: daar was niemand bij gebaat. Het had misschien tijd nodig om een vertrouwensband op te bouwen, en we besloten door te gaan met uitnodigen. Daarom verbleven we regelmatig op het plein. We knoopten opnieuw gesprekken aan en soms benaderden we de moeders door bijvoorbeeld een grote schildering met kinderen te maken. We wilden zo laten zien dat we echt open stonden voor hen.

Uitnodigen werd ons codewoord. We bouwden door onze aanwezigheid langzaam het vertrouwen op en na verloop van tijd hadden we steeds meer goede gesprekken: over het leven in de buurt, over culturele verschillen, over stigmatiserende denkbeelden, enzovoort. Toen kwamen we er ook achter waarom het tijd kostte om contact te maken met bewoners. Zo vertelden meerdere moeders dat zij wel eens bang waren voor de gevolgen wanneer zij in gesprek gingen met hulpverleners. Sommige vrouwen spraken we één keer, anderen regelmatiger. Ons netwerk groeide langzaam en we kregen een beeld van de vrouwen in onze buurt – die overigens onderling sterk verschilden.

Toch waren er vaak twee gemene delers: Een niet-Nederlandse achtergrond en een taalbarrière om te overbruggen.

Ontmoeting als basis

Door de gesprekken merkten we dat er in de buurt behoefte was aan ontmoeting. De vrouwen gaven aan dat zij het belangrijk vinden om elkaar buitenshuis te ontmoeten en we leerden dat voor hen het gesprek over dagelijkse zaken nodig was om tot een diepere conversatie te komen. Daarom gingen we door met de laagdrempelige samenkomsten. We bespraken wat er op dat moment leefde. Soms was dat de ontwikkeling van het kind en soms spraken we naar aanleiding van een gebeurtenis. De ene keer belanden we in een serieus gesprek en op andere momenten hadden we vooral veel lol. Na verloop van tijd vroeg een deelnemer of we samen het nieuws konden volgen, omdat zij daar moeite mee had. Zo hebben we een tijdje gezamenlijk de krant gelezen.

Na de zomervakantie zijn we gestart met het ontbijt en zijn we actiever geworden met het leggen van nieuwe verbindingen. We geloofden dat het belangrijk was om elkaar, over de grenzen van de eigen groep, beter te leren kennen. Daarnaast wilden we dat onze ontbijtochtend toegankelijk was voor alle vrouwen uit de buurt. Daarom nodigden we vrouwen uit verschillende sociale kringen uit en stelden hen voor aan elkaar. Dit ging gepaard met wat onzekerheid en soms werden onderlinge verschillen erg duidelijk. Toch was de uitwisseling van verschillende gerechten en het samen eten een verbindende kracht. Na verloop van tijd kwamen er heel uiteenlopende vrouwen over de vloer en begon men bij afwezigheid naar elkaar te vragen.

Nieuwe contacten

De ontbijtochtend zorgde bij een aantal vrouwen voor nieuwe contacten in de buurt. Zo kwam ik op straat met een buurman in gesprek over onze activiteiten. Hij vertelde daarop dat zijn Sri-Lankaanse buurvrouw weinig contacten had. We vroegen hem om haar aan ons voor  te stellen en nodigden haar persoonlijk uit om mee te eten. Het begin verliep wat stroef maar na een keer of twee ging het beter. En nu geniet ze van haar nieuwe contacten en wordt ze uitgenodigd bij andere vrouwen thuis.

Op een andere ochtend was er een Spaanstalige vrouw waarmee we slecht konden communiceren door de taalbarrière. Toen ze wat vaker aansloot bij de groep kwam ze in gesprek met een Marokkaanse die vloeiend Spaans bleek te spreken. Door deze verbinding werd het voor de Spaanstalige makkelijker om mee te doen.

De resultaten van dit project zitten naar mijn idee dus in de kleine successen in het onderlinge contact. De voorzichtige verbindingen tussen buurtgenoten die elkaar normaliter niet zouden aanspreken. Voor mij als beginnend professional voelt dat niet altijd groots genoeg. Maar toch: misschien zit verandering in kleine dingen.

Geleerde lessen

Ik neem als beginnende professional in ieder geval flink wat geleerde lessen mee. Bijvoorbeeld het opbouwen van contacten tussen mensen ontzettend veel tijd en aandacht kost en niet zonder slag of stoot gaat. En dat ik als professional dan afstand moet kunnen nemen van mijn eigen verwachtingen en teleurstellingen; zodat ik open kan staan voor wat gezegd wordt, of juist niet gezegd wordt.

Het belangrijkste is de aandacht voor het positieve. Dit is naar mijn idee een voorwaarde voor verandering. Als je alleen maar naar problemen kijkt dan wordt je blind voor de menselijke krachten, terwijl je daar juist op moet bouwen.

Willeke Binnendijk  is student CMV aan de Hogeschool van Amsterdam [check] zet zich via de studenten organisatie Academie van de Stad in voor een ‘Springlevende Wijk’. Wil je meer weten over dit project? Bezoek dan de website voor meer informatie. www.academievandestad.nl