Coronaberichten uit de samenleving

‘De discipline om op tijd te stoppen helpt me hier doorheen’

Hoe bewaar je als bevlogen professional in deze tijd de balans tussen werk en privé? Jaap Tholenaar werkt als consulent bij MEE West-Brabant. In het epicentrum van de coronacrisis ondersteunt hij mensen met een beperking. Met vallen en opstaan heeft hij een modus gevonden.

‘In het zwaar getroffen Breda ondersteun ik ruim vijftig mensen, veelal met een licht verstandelijke beperking. Vaak gaat het gepaard met verslavingsproblemen en schulden. Met ongeveer de helft heb ik intensief contact, hen zie ik normaal gesproken twee tot drie keer per week. Dat kan nu niet meer.

‘De eerste week van het thuiswerken heb ik slechte nachten gehad. Ik droomde over mijn cliënten en werd elk uur wakker. Alles hakt er harder in nu. Om een aantal cliënten maak ik me grote zorgen. Er zitten kwetsbare jongeren bij, veel hebben een zwakke gezondheid. Ze begrijpen de maatregelen niet allemaal even goed. Natuurlijk kunnen we videobellen en dat doen we ook veel. Maar het klopje op de schouder, naast iemand op de bank gaan zitten, dat is een groot gemis nu.

‘Op zich is het efficiënt werken vanuit huis. Ik hou tijd over omdat ik niet in de auto van de een naar de ander hoef. Daardoor kan ik cliënten waar ik me de meeste zorgen om maak extra vaak bellen. Toch ben ik door het thuiswerken sneller vermoeid dan normaal, dat is een vreemde gewaarwording. In de loop van de middag ben ik echt afgemat.

‘Dit hou ik zo niet vol, realiseerde ik me. Daarom stop ik nu elke dag strikt om kwart voor vijf. Ik kleed me om en ga hardlopen. Die vaste structuur en de zelfdiscipline om op tijd te stoppen helpen me door deze periode heen. Normaal verzet ik mijn zinnen door de autoritjes tussen de cliënten. Nu maak ik mijn hoofd leeg tijdens het rondje door de polder.’

 

Hits: 385

Hoe voorkomen we schulden onder jongeren?

Willem Zevenhuizen is jongerenwerker bij MET Heerhugowaard. Normaal is hij veel in de wijk, om contacten te onderhouden en nieuwe contacten te leggen, maar nu alleen om de vinger aan de pols te houden en werkend vanuit de richtlijnen van het RIVM. Hoe vervult hij deze sociale functie nu het ontmoeten van anderen wordt afgeraden?

Willem: ‘Met veel jongeren onderhoud ik ook contact via de app, dat is nu handig. De eerste week kreeg ik gelijk een hele rits met vragen: Mogen we nog naar buiten? Zijn we nu vrij nu de scholen dicht zijn? Wat betekent het aflasten van de centrale examens? Welke rechten heb ik met mijn bijbaantje?’

‘Met name over die laatste vraag maak ik me ook wel zorgen. Dat de jongeren die al weinig te besteden hebben, in de schulden komen. Een aantal van hen verdient aardig wat met een bijbaantje, maar daarvan betalen ze onder andere hun zorgverzekering,  hun mobiele abonnement en een deel van de boodschappen voor de rest van het gezin. De uitkering die ze als ‘thuiswonende’ via de overheid kunnen krijgen is lager dan wat ze verdienen. Hierop ben ik me nu aan het inlezen, op hoe we schulden kunnen voorkomen.’

‘Verder denk ik met collega’s na over hoe wat we de jongeren kunnen bieden om thuis actief te blijven. De laatste maanden maakte een aantal jongeren bijvoorbeeld rapmuziek in het jongerencentrum en dat namen ze daar in een kleine studio op. Via een vlog leg ik uit met welke programma’s je thuis muziek op kunt nemen.’

‘Die vlog verspreid ik dan onder de jongens die dat leuk zouden kunnen vinden en ik kreeg goede reacties. Dit soort digitale vormen zijn voor mij nog nieuw, maar het is interessant om hiermee te experimenteren. En ik vind het een mooie ontwikkeling dat we over dit soort nieuwe vormen meer uitwisselen met jongerenwerkers en opbouwwerkers uit andere gemeenten.’

Hits: 433

‘Ik wil wel thuiswerken, maar ik heb geen thuis.’

Hans van Dalfsen, Hoofdredacteur Z! – de Amsterdamse straatkrant: ‘De verkoop is ingestort. Per drie weken verkopen we een stuk of 10.000 kranten en ik geloof dat we de 5000 voor de krant die nu uit is, niet gaan halen. Mensen kunnen niet goed inschatten wat de risico’s van het besmettingsgevaar is, maar bij dakloze mensen schatten ze dat risico nog net wat hoger in en kopen ze de krant voor de zekerheid niet. We hadden zelfs een verontwaardigde klant aan de lijn die zei: “Waarom laten jullie de verkopers nog voor de supermarkt staan?”’

‘Het is niet zo dat de verkopers bij ons in dienst zijn, we hebben contact met zo’n honderdveertig verkopers en daarvan kopen elke maand zo’n honderd verkopers kranten bij ons in. Ze werken als een soort ZZP’ers, of eigenlijk ZZD’ers (Zelfstandigen Zonder Dak, red.). De filiaalhouders van de supermarkten hebben een belangrijke stem in wat wel en niet kan en verder doen de verkopers hun werk zoals zij dat goed achten.’

‘Het is een bont gezelschap en het is lastig te zeggen, wat de daling van de verkoop precies voor hen betekent. Veel Z!-verkopers hebben al van alles achter de rug. Ze hebben eerder een lege maag of een koude nacht gehad. Het zijn geen klagers. Tegelijkertijd verkopen ze de Z! natuurlijk omdat ze dat beetje geld heel goed kunnen gebruiken en omdat de sociale kant van het verkopen belangrijk voor hen is en omdat zij daar talent voor hebben. Een goede Z!-verkoper bouwt een klantenkring op en houdt dat in de lucht. Dat laatste is nu lastig. Voor de inkomsten willen we extra aandacht vragen voor de mogelijkheid om te doneren met de slogan: “Ik wil wel thuiswerken, maar ik heb geen thuis.”’

‘Aanstaande vrijdag verschijnt de nieuwe krant, in een lagere oplage en ongedateerd, zodat we hem langer door kunnen laten lopen. Het is onzeker of we in de toekomst nog een nieuwe krant kunnen maken.’

Hits: 236

Flatbingo en andere inventiviteit

Cecile Custers is community builder in Nieuwegein. Haar werk is door de verspreiding van het coronavirus aanzienlijk veranderd. ‘Gewoonlijk ben ik veel buiten, bij een pipowagen en nodig ik mensen uit voor een kopje koffie of thee. Tijdens het opdrinken daarvan praat ik met hen over het weer, wat ze bezighoudt en welke droom ze hebben. Dat is nu niet mogelijk. Het contact verloopt nu vooral via de telefoon en whatsapp. Ook maken bewoners kaarten voor buurtgenoten, om hen daarmee een hart onder riem te steken.’

‘Anders is ook dat ik nu voornamelijk contact heb met mensen die ik al ken. Van hen heb ik tenslotte de contactgegevens. Om toch andere, nog onbekende buurtbewoners te bereiken, heeft het team – waarvan ik deel uitmaak – flyers gemaakt en die in de buurt opgehangen, bij flats, supermarkten en het gezondheidscentrum. Op de flyer staat dat als mensen een idee hebben voor een online activiteit, hulp nodig hebben of willen bieden, ze contact met ons kunnen opnemen.’

‘Wat mij de afgelopen tijd opvalt, is de enorme inventiviteit. Een vorige week geplande bingomiddag kon niet doorgaan vanwege het gevaar van besmetting. Vervolgens stelde een buurtbewoner voor om “flatbingo” te organiseren waarbij alle flatbewoners vanaf hun balkon meespelen terwijl een spelleider beneden aan de flat met een roeptoeter de getallen opnoemt. Geweldig idee, maar of het ooit uitgevoerd wordt? De kans bestaat immers dat de bewoners die niet aan de bingo deelnemen over geluidsoverlast zullen gaan klagen.’

‘Flatbingo, zingen en musicerende mensen vanaf balkons: het maakt eigenlijk niet zoveel uit wat mensen verzinnen. Het gaat er vooral om dat ze dingen samen doen. En blijven doen, ook nadat het coronavirus is bedwongen.’

‘Vooral dankzij de whatsapp-gesprekken blijken er nieuwe verbindingen tussen bewoners te ontstaan. Het kan best zo zijn dat mijn collega’s en ik – als deze crisis achter de rug is – net zo veel van de whatapp en andere sociale media gebruik blijven maken, om mensen die er niet bij kunnen of willen zijn, toch te betrekken bij activiteiten en de buurt.’

Hits: 90

Creatief met corona in het woon-zorgcentrum

Malu de Wit, coördinerend begeleider bij Philadelphia Zorg, is vrijdagavond 20 maart om half zes nog bezig met haar verslag over de afgelopen week. Normaal eindigt haar werkdag om half vier.

‘De drukte begon al op donderdag 12 maart, we hadden net de laatste buurtlunch achter de rug en luisterden samen met de bewoners naar de persconferentie van premier Rutte. Toen werd duidelijk dat we ook hier op het ontmoetingscentrum in de Cornelis Outshoornstraat anders moesten gaan werken.’

‘Ik werk op een locatie waar mensen “gespikkeld” wonen, ouderen én mensen met een verstandelijke beperking wonen er door elkaar. Onderaan in het appartementengebouw is een bewonersrestaurant en een ruimte voor dagbesteding. Verschillende zorg- en welzijnsorganisaties werken er nauw samen om onder meer ontmoetingen tussen bewoners en buurt te organiseren.’

‘Om besmetting met het corona-virus te voorkomen, hielden we de deelnemers van de dagbesteding en de bewoners in de ontmoetingsruimte eerst van elkaar gescheiden. Ouderen aan de ene kant, bewoners met een verstandelijke beperking aan de andere kant. Dat was best lastig om voor elkaar te krijgen. Er zijn mensen die het waarom van de scheiding gewoonweg niet kúnnen begrijpen, en voortdurend van de ene naar de andere kant liepen. Maandag een week terug zijn de dagbesteding en de ontmoetingsruimte helemaal op slot gegaan.’

‘Er is een goed contact tussen onze locatie en de buurt. Zelfs nu we afstand van elkaar moeten nemen, komen buurtbewoners met mooie ideeën waar we straks na afloop van de crisis op kunnen voortbouwen. Bijzonder was het idee van een buurtbewoner om gezamenlijk een corona-expositie te maken. Om de nieuwe ideeën die de crisis ook met zich mee brengt, zei ze, een creatieve vertaling te geven. Om bewoners en mensen met een verstandelijke beperking niet in een isolement te laten vallen, is mijn organisatie – Philadelphia – inmiddels ook een Youtubekanaal gestart.’

‘Een ander mooi resultaat is dat wij – professionals – korter en efficiënter overleggen. Dat heeft er mee te maken dat we dat nu noodgedwongen vooral digitaal doen. Die ervaring kan ons straks, als alles weer normaal is, zeker van pas komen.’

Hits: 362

‘Veel minder reuring in de verpleeginstelling’

Ed Gersen (50 jaar, coördinerend verpleegkundige bij verzorgingsinstelling Brentano): ‘Bij onze vestiging wonen eenentwintig dementerende mensen. Ja, die kun je niet een dagje laten zitten, het werk gaat gewoon door. Ik werk voor de helft van de tijd als coördinator, en voor de andere helft aan het bed. Daar help ik vooral in de complexe zorg, van mensen met angststoornissen of mensen die een beetje agressief kunnen worden bijvoorbeeld.’

‘Deze eerste dagen gingen redelijk goed. We werken met kwetsbare ouderen, dus we zijn altijd al heel bewust bezig met handhygiëne en andere hygiënevoorschriften. Fysiek contact met de bewoners kunnen we niet vermijden. Gelukkig hebben we nu nog een schone organisatie, we hebben geen besmette bewoners, en het management heeft de bezoekregels aangescherpt om dat hopelijk zo te houden.’

‘Vanaf nu mogen onze bewoners maximaal een bezoeker per dag ontvangen en alleen in hun appartement. Het idee was eerst om het bezoek helemaal te verbieden, maar dat leek het management toch geen goed idee. De impact is te groot. Het is heel moeilijk uit te leggen aan onze bewoners en praktisch komen daar allemaal dingen bij kijken. Er zijn bijvoorbeeld families die zelf de was doen voor hun familielid dat bij ons woont. Als wij dat opeens moeten gaan doen, zou je heel snel alle kleding moeten merken zodat die niet kwijtraakt. Om maar iets te noemen.’

‘Naast de maatregel voor minder bezoek zijn sinds maandag alle activiteiten gestopt. We hebben geen gym, muziek en kerkdiensten meer en het restaurant is gesloten voor mensen uit de buurt en uit de aanleunwoningen. Alleen de bewoners mogen er nog eten, op anderhalve meter uit elkaar en daar houden ze zich niet echt aan, maar goed, ze delen ook een gemeenschappelijke woonkamer. Verder komen de fysiotherapeut, kapper en pedicure in ieder geval tot 6 april niet meer.’

‘Er is veel minder reuring, er heerst een soort weekend flow, omdat we in de weekenden minder activiteiten hebben. We merken wel dat sommige bewoners hun energie niet kwijt kunnen en zich vervelen of het op elkaar gaan zitten afreageren, maar dat is logisch. Verder is de sfeer niet angstig en zijn collega’s heel zorgzaam naar elkaar en herinneren ze elkaar aan nieuwe voorschriften.’

‘Maar als collega’s onder elkaar zijn we ook wel bezorgd natuurlijk. Vandaag wilde ik nieuwe paracetamol bij de apotheek bestellen en die hadden nog maar één doosje. Dat sturen ze nu op. We kunnen nog een weekje vooruit en de apotheek gaat er voor ons achteraan, maar dat zijn van die onzekere dingen waarvan je hoopt dat ze goed gaan.’

 

Hits: 55

Twijfel en hoop bij opbouwwerkers

In de slipstream van de corona-crisis ontstaan talloze initiatieven om ouderen helpen, vereenzaming te voorkomen en thuisonderwijs te ondersteunen. Opbouwwerker Joop Hofman juicht dat toe, maar hij wijst erop dat dit tevens de vraag oproept ‘wat het opbouwwerk nog toe te voegen heeft nu de samenleving zelf van alles oppakt.’

Rond de vraag naar het bestaansrecht van het opbouwwerk organiseerde Krachtproef – een kennisplatform van opbouwwerkers en communitybuilders – een onlineoverleg, waarvoor zich binnen een dag meer dan 100 belangstellenden aanmeldden. Hofman is voorzitter van Krachtproef.

Op de agenda van het overleg stonden drie vragen: kunnen opbouwwerkers de deur net zo goed achter zich dicht doen? Of moeten we de straat op? En wat te doen ná de corona-crisis?  

Hofman vertelt dat uit het overleg een verhaal van twijfel en hoop tevoorschijn kwam. ‘Hoop door de mooie dingen die in buurten en wijken ontstaan, twijfel of de rest van de wereld – gelet op al die initiatieven – nog wel op het opbouwwerk zit te wachten.’

‘Het merendeel van de deelnemers aan het onlinegesprek vindt dat het opbouwwerk zijn bestaansrecht kan legitimeren als het initiatieven met elkaar weet te verbinden. Dat het ervoor zorgt dat bijvoorbeeld de kerk afstemt met sportvereniging en burgerinitiatieven zodat partijen dingen niet dubbel doen.’

‘Daarnaast werd opgemerkt dat opbouwwerk niet kan volstaan met mailen en telefoneren. Jongerenwerkers bijvoorbeeld moeten jongeren op straat opzoeken en aanspreken. Om hen te vragen of het nu wel zo verstandig is dat ze met zijn tienen bij elkaar staan. Je kunt dat een vorm van normstelling noemen.’

‘Er is heel veel online aanbod – bijvoorbeeld om gezamenlijk koffie te drinken – maar dat is niet de oplossing. Er moet ook emotionele nabijheid zijn. Buurtbewoners gaan niet digitaal koffiedrinken tenzij er mensen aan meedoen die ze al kennen. Ontmoetingen organiseren – een kerntaak van het opbouwwerk- blijft kortom nodig.’

‘Wat tijdens deze crisis eveneens van groot belang blijkt, is dat het opbouwwerk moet blijven inspelen op de inzet van vrijwilligers. ‘Dat staat nu, maar moet ook straks hoog op de agenda staan.’

 

 

Hits: 61

‘In eerste instantie was ik overdonderd. Ik volgde het nieuws intensief.’

Bertha den Oudsten (89 jaar, woont in Soest)

‘In eerste instantie was ik overdonderd. Ik volgde het nieuws intensief en keek alle uitzendingen waarin aanwijzingen werden gegeven. Alles keek en las ik. En opeens voelde ik me gevangen in angst en eenzaamheid. Heel gek. Vrijdagmorgen zou een kennis langskomen, ik had hem willen afzeggen, vanwege het virus, maar ik kreeg hem niet te pakken en ik dacht, ik zie wel. Dat was mijn fout. Hij had een enorme bos bloemen mee en ging, toen ik niet opendeed, bij de buren aanbellen, die vervolgens bij mij bleven aanbellen. Het leidde gelijk tot paniek in de flat.

“Nee, nee, ik laat niemand binnen!” dacht ik. Dat is ook niet goed achteraf, maar ik zat in een soort angstbastion. Ik denk dat het het nieuws was. Dat het me teveel werd. Uiteindelijk heb ik mezelf eruit gepraat, ik dacht aan de zin: ‘Ach mijn hart is verward, leer het op Uw lichte hoge rijk zich richten.’

Aan het geloof had ik steun en aan een stukje van Remco Campert over dat het leven nu binnen in kleine kring is en buiten, waar de natuur alweer uitloopt. Buiten gaat het gewoon door en binnen leg je een Scrabbeltje, schrijft hij, “maar niet het woord ‘dood’, dat levert te weinig punten op.” Daar moest ik om glimlachen.

Mijn dochters zeggen: “Kijk vanavond nou maar even niet naar het nieuws,” maar ik geloof dat ik dat niet kan laten. Ik probeer het alleen niet te zwaar te nemen. Morgen komt een van mijn dochters en dan gaan we op een meter van elkaar wandelen. Naar de kippen, ik heb nog wat brood. Vanochtend was een andere dochter langs met de boodschappen en die had handschoentjes aan zodat ze niets in huis zou aanraken. Verder komt de schoonmaakster misschien niet en de kapper heb ik afgezegd, maar we zien wel hoe dat gaat. Bij mekaar heb ik zo drie keer per week iemand die langskomt, dus ik denk: “Tel je zegeningen Bertha!”’

Vanochtend dacht ik: ‘Laat de verbondenheid in afwezigheid aanwezig blijven,’ dat vond ik een mooie. Ik heb geen whatsapp of computer, maar ik voel dat er naar me omgekeken wordt. Wat eraan komt zal niet altijd meevallen, maar samen zullen we het wel redden.’

Hits: 1

‘Een drukmiddel mag je in deze noodsituatie wel gebruiken, vind ik’

In Assen sluiten de energieleveranciers Essent, Greenchoise, Vattenfall, Energiedirect voorlopig niemand van energie af. Een opmerkelijke toezegging naar aanleiding van een tweet door Ed Schut, vrijwillig coördinator bij Humanitas Thuisadministratie in de Drentse hoofdstad.

Schut (75) is na een werkzaam leven als maatschappelijk werker en provinciaal beleidsadviseur Zorg & Welzijn alweer enige jaren actief als vrijwilliger voor Humanitas. Hij begeleidt samen met twee collega’s  een groep van 25 vrijwilligers die Assenaren ondersteunt bij financiële en administratieve problemen.

De aanleiding voor zijn tweet naar de energiebedrijven was een intakegesprek bij iemand die zijn energie eindafrekening niet kon betalen. Afsluiting dreigde. ‘We hebben het hier over iemand die werkt tegen een minimumloon. Een van onze uitvoerende vrijwilligers is de volgende dag met cliënt gaan kijken wat er te doen viel, om afsluiting te voorkomen.’

‘Probleem opgelost zou je denken maar de dagen erna bleef de zaak me bezighouden. Dat het eigenlijk te gek is dat mensen tijdens deze corona-crisis van energie worden afgesloten. De regering vraagt ons om zoveel mogelijk thuis te blijven en alleen de hoogstnodige boodschappen te doen. Maar waar bewaar je de verse groenten en andere bederfelijke waar dan in? In de koelkast toch? Maar dan heb je wel stroom nodig.’

‘Daar komt nog bij dat we te horen hebben gekregen dat we face to face contacten zoveel mogelijk moeten vermijden. Hulpverlenen mag alleen nog maar telefonisch.’

‘Die twee dingen bij elkaar – afsluiting van stroom terwijl je geacht wordt zoveel mogelijk thuis te blijven en de bijna feitelijke onmogelijkheid voor hulpverleners om mensen te bezoeken – brachten mij op het idee om via twitter een oproep te doen aan energieleveranciers om mensen nu niet af te sluiten. Ik heb gekozen voor twitter omdat dat betekent dat de leveranciers welhaast met de billen bloot moeten. Een drukmiddel mag je in deze noodsituatie wel gebruiken, vind ik.’

De actie van Schut is succesvol: vier energieleveranciers hebben beloofd voorlopig niet tot afsluiting over te gaan en ook geen incassokosten in rekening te brengen. Schut: ‘Mooi die afspraak, maar het zou nog beter zijn als die afspraak landelijk, door het koepelorgaan van energiebedrijven wordt overgenomen.’

Hits: 1