De verhuizing van de verzorgingsstaat

mirjam de rijk 222 lastiger aanpassen aan het budget dan bij de Wmo. Bij de Wmo is het de gemeente die bepaalt of iemand voor zorg in aanmerking komt; bij de jeugdzorg gebeurt dat voor het grootste deel door huisartsen en door justitie. Gemeenten hebben daardoor weinig invloed op de aard en de kosten van de jeugdzorg, maar stellen wel het budget ervoor vast. Een structuur die leidt tot wachtlijsten en tot tekorten bij zowel jeugdzorginstellingen als bij gemeenten. Het combineren van een grootscheepse bezuiniging met een grote stelselverandering is bestuurlijk gezien een veelbeproefd recept. De bezuiniging kan dan gepresenteerd worden als een effi- ciencyslag die voortkomt uit een andere manier van organiseren; de stelselherziening. Bovendien hoeft degene die voorheen aan het stuur stond en tot de kortingen besloot de bezuinigingen niet zelf waar te maken. De opstelling van gemeenten ten opzichte van de decentrali- saties is steeds enigszins ambivalent geweest. Gemeenten zijn blij met de uitbreiding van het takenpakket, maar ze zijn niet blij met de bijbehorende bezuiniging. Waar de landelijke fracties van partijen sterk van mening verschillen over de wenselijkheid van verschil in voorzieningen tussen gemeenten (gemeenten mogen immers zelf bepalen wat ze aanbieden en aan wie), waren gemeen- telijke fracties in de aanloop naar 2015 vrijwel raadsbreed enthou- siast over de decentralisaties. Het ‘blij dat wij er straks over gaan, wij doen het beter dan het Rijk’ overheerste. Eigen bijdragen Naast de verandering van recht naar voorziening en dus gunst, biedt ook het vragen van eigen bijdragen gemeenten de mogelijk- heid om de vraag naar hulp en ondersteuning te beperken. De eigen bijdragen die gemeenten in rekening mogen brengen, zijn veel hoger dan de eigen bijdragen van de vroegere awbz . De ei-

RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=