De verhuizing van de verzorgingsstaat
zorg en geld 221 Al met al zorgden genoemde drie elementen − de overheid voelde zich verantwoordelijker voor de kosten van de care dan van de cure , bezuinigen op de cure ligt gevoeliger, en de inter- nationaal gezien hoge care -kosten − ervoor dat de bezuinigingen in sterke mate terechtkwamen bij de care . Lastiger is het om te verklaren waarom, binnen de care , vooral de Wmo en de jeugd- zorg de afgelopen jaren geld moesten inleveren. Het belangrijk- ste inhoudelijke idee achter de zorghervorming is immers dat mensen langer zelfstandig en thuis zouden moeten blijven wonen. Wie dan juist bezuinigt op alles wat het thuis wonen ondersteunt, moet een bijzonder verhaal hebben. De totale korting van het Rijk op het Wmo-budget is zo’n 20 procent, op de jeugdzorg 15 procent. Dat bijzondere verhaal is het decentraliseren naar de gemeenten. Gemeenten zouden, omdat zij ‘dichterbij’ zijn, maatwerk kunnen leveren en de gemeentelijke sociale wijkteams zouden veel goed- koper kunnen werken dan de voorheen specialistische en verkoker- de zorg (zie hoofdstuk 2 ). Belangrijker dan ‘dichtbij’ en ‘ontkokerd’, als het om het bewerkstelligen van de bezuinigingen gaat, is echter een ander element van de zorghervorming: de verandering van recht naar voorziening . In de vroegere awbz , die de langdurige zorg en ondersteuning regelde, konden zorgbehoevenden aanspraak maken op een recht; in de nieuwe Wmo is de zorg en ondersteu- ning een zogeheten voorziening en betreft het daarmee een gunst . Dat geeft de gemeenten de ruimte om te bezuinigen: gemeenten mogen grotendeels zelf bepalen wat ze aanbieden en aan wie. Waar voorheen de behoefte of vraag bepaalde hoeveel er aan de awbz werd uitgegeven, is het vooraf vastgestelde budget nu leidend. Op grond van een uitgebreide enquête onder gemeenten over de finan- ciering van het sociale domein ( 358 van de 390 gemeenten vul- den de enquête in) constateert het ministerie van Binnenlandse Zaken dat ‘het beschikbare budget de omvang van de lastenraming bepaalt’ ( bzk 2017 ). Overigens kunnen gemeenten bij de Jeugdwet de vraag veel
RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=