De verhuizing van de verzorgingsstaat
mirjam de rijk 224 Maar Ieder(in) is bang dat gemeenten voorzieningen die nu nog ‘maatwerk’ heten vanaf 2019 ‘algemene voorziening’ gaan noemen, omdat ze daarvoor nog wel eigen bijdragen mogen vragen. De grens tussen die twee categorieën is niet hard vastgelegd. De Vereni- ging van Nederlandse Gemeenten ( vng ) lobbyt tegen het kabinets- besluit, omdat gemeenten bang zijn voor een toenemende vraag naar Wmo-zorg als de eigen bijdragen sterk verlaagd worden. Het Rijk compenseert de gemeenten wel voor de misgelopen inkom- sten, maar niet voor de mogelijke extra zorgvraag die ontstaat. Toereikend? Alle gemeenten samen ontvangen jaarlijks zo’n 12,5 miljard euro voor de Wmo en de Jeugdwet xiv . Een groot deel daarvan is nu nog specifiek benoemd als ‘integratie-uitkering sociaal domein’, maar vanaf 2019 maakt het deel uit van het algemene gemeente- fonds (op een paar uitzonderingen na, zoals het geld voor begeleid wonen). Het huidige geld is overigens niet ‘geoormerkt’, oftewel gemeenten mogen het ook nu al aan andere dingen besteden, als ze willen. Maar vanaf 2019 kunnen gemeenteraden bijvoorbeeld niet meer zien hoeveel hun gemeente voor het sociale domein krijgt. De afgelopen jaren is er veel te doen geweest over de vraag of gemeenten het geld dat ze krijgen ook werkelijk uitgeven aan het sociale domein. Van de toen nog 13,8 miljard die gemeenten in 2015 kregen voor maatschappelijke ondersteuning en jeugdzorg bleef 1,2 miljard op de plank liggen, constateerde het cbs ( 2016 ). Uit hetzelfde onderzoek bleek dat gemeenten juist tekortkwamen op werk en inkomen ( 400 miljoen). Het Sociaal en Cultureel Planbureau ( scp ) kwam later weliswaar op een kleiner bedrag van 360 miljoen ( scp 2016 ), maar het overschot maakte de financiële onderhandelingspositie van gemeenten ten opzichte van het Rijk
RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=