De verhuizing van de verzorgingsstaat

evelien tonkens en thomas kampen 40 fende ouders en jeugdigen en hun sociale netwerk. Besluiten over de zorgtoedeling worden dus dichter bij de dagelijkse (opvoed)- praktijk belegd. (Amsterdam 2013b: 27 ) Om situationele kennis voorrang te geven, moeten professionals hun klinische blik afleren en dichter bij de cliënt komen. Tegen- over de klinische blik vanaf een deskundige afstand staat de al- ledaagse kijk op de nabije omgeving. Deze alledaagse kijk maakt het mogelijk om problemen buiten het domein van deskundigen te houden: Kleine problemen blijven klein. Iedere ouder of beroepskracht die intensief met kinderen werkt, maakt zich weleens zorgen over het gedrag of de (lichamelijke) ontwikkeling van een kind. We willen dat vragen stellen normaal wordt en dat je met vragen ook snel bij iemand terecht kunt: een andere ouder, een leer- kracht of, als het wat ingewikkelder is, een zorgprofessional, maar dan een ‘expert van het gewone leven.’ Dichtbij, in de directe omgeving. Zo willen we werken aan een sterke pedagogische omgeving. (Amsterdam 2013b: 17) Buiten het bereik van deskundigen houden, heet in beleid ook ‘ontzorgen en normaliseren’. Het dichtbij organiseren van de zorg biedt naar ons idee ook de beste garantie om zo veel mogelijk in te zetten op ontzorgen en normaliseren. Er zijn immers geen ‘etiketjes’ meer nodig om on- dersteuning te krijgen en de zorgprofessional is veel meer onder- deel van het sociaal netwerk, dus zal ook meer geneigd zijn die bij de oplossing te betrekken. (Amsterdam 2013b: 7 ) De professional als ‘expert van het gewone leven’ heeft een alle- daagse kijk (‘het gewone’), die bovendien breed en integraal is

RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=