De verhuizing van de verzorgingsstaat

femmianne bredewold en loes verplanke 82 ment uit een observatie van een keukentafelgesprek illustreert dit: Op de vraag of haar moeder (bij wie de alleenstaande hulpvraag- ster met haar baby inwoont) misschien iets kan betekenen, vertelt de hulpvrager dat haar moeder een drankprobleem heeft en onberekenbaar is. Als ze te veel gedronken heeft wordt ze heel boos. Ook is haar moeder een borderliner, vervolgt ze, en ze heeft een depressie. Dan verdwijnt ze vaak een tijdje. ( p50-o ) In een ander geval antwoordt een oude man op de vraag of hij voor mantelzorg een beroep kan doen op zijn sociale contacten: ‘Ik heb twee mantelzorgers gehad, maar die hebben een ton van mijn rekening gehaald en nu zijn ze ervandoor.’ ( p85-o ) Over weer een andere casus vertelt een geïnterviewde sociaal werker: ‘Die vrouw waar ik vanochtend op af moest, die heeft echt vanaf haar jeugd nare dingen meegemaakt met mannen. Daardoor heeft ze een afkeer gekregen van mensen in het algemeen, ze vertrouwt niemand meer. Ze wil ook absoluut geen hulp van iemand uit haar omgeving en ook een maatje in het kader van elkaar steunen zou bij haar niet werken.’ ( p5-pi ) Sommige mensen zijn teleurgesteld geraakt door hoe naasten op hun problemen reageerden en willen daarom niets meer aan die- genen vragen. Zo legt een moeder van een meisje met ernstige gedragsproblematiek uit dat ze haar kind niet wil toevertrouwen aan de zorg van mensen die het probleem bagatelliseren: ‘Mijn buurvrouw vindt het allemaal onzin. Ze zegt: “Jij kan gewoon je kind niet opvoeden.” En mijn schoonmoeder is ook zo. Die zegt doodleuk: “Die diagnose bestaat niet, jullie gaan

RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=