De verhuizing van de verzorgingsstaat
ik blijf een kwetsbaar mens met een kwetsbaar netwerk 81 112 gebeld. Maar die zeiden: “Voor pijn komen we niet.” Toen heeft hij de dokter van de Huisartsenpost gebeld. Die kwam wel en toen moest ik met de ambulance naar het ziekenhuis.’ ( p1-cl ) Sommige hulpbehoevende mensen hebben wel kinderen of vrienden die in principe graag van alles voor ze zouden willen doen, ware het niet dat ze zo ver weg wonen of zo’n druk leven hebben met werk en opgroeiende kinderen. In de woorden van deze sociaal werker: ‘Je merkt dat veel sociale netwerken weinig tijd hebben. Dan ver- eenzamen mensen eigenlijk omdat hun sociale netwerk een eigen leven heeft met werk, kinderen en bezigheden.’ (p48-pi) Bij de keukentafelgesprekken en in de interviews met cliënten zien we dit ook terug: ‘Bij het wijkteam weten ze wel hoe mijn familie in elkaar zit. Ik ben de enige die hier woont. Mijn zus en mijn ouders wonen hier ver vandaan. En mijn ouders werken ook nog allebei.’ ( p31-ci) Wmo-consulent: ‘ En sociale contacten. Heeft u kinderen?’ Die heeft de vrouw niet. Wmo-consulent: ‘En broers en zussen?’ De vrouw: ‘Die zitten allemaal in het buitenland.’ ‘Daar heeft u dus niets aan’ , concludeert de Wmo-consulent. (p59-o) Problematisch netwerk Soms hebben mensen wel sociale contacten maar willen ze daar geen beroep op doen omdat ze er door eerdere slechte ervaringen geen vertrouwen meer in hebben. Ze zijn dan bijvoorbeeld opge- groeid in onstabiele problematische gezinnen of zijn verwikkeld geraakt in complexe relaties met ‘foute’ partners. Het volgende frag-
RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=