De verhuizing van de verzorgingsstaat
femmianne bredewold en loes verplanke 86 serveerde begeleidingsgesprekken kwam het ter sprake. Soms pro- beren ze om mensen die problemen hebben aan elkaar te koppelen, zoals bij een bewoner met een Marokkaanse achtergrond die we in dit onderzoek volgden. De bewoner vertelt dat ze dolgraag vrien- dinnen in de buurt zou hebben. De sociaal werker van het wijk- team heeft geprobeerd om haar in contact te brengen met andere Marokkaanse vrouwen. In een interview vertelt de bewoner: ‘Zij heeft echt haar best voor mij gedaan en iemand gevonden. Maar het klikte gewoon niet.’ (p20-ic) De sociaal werker probeerde daarna om haar te stimuleren naar het wijkcentrum te gaan, zodat ze daar andere mensen kon ontmoeten, maar dat leidde evenmin tot iets. Het verwijzen naar zelfhulpgroepen, buurtcentra en koffie- clubjes in de wijk komen we vaker tegen bij mensen met weinig sociale contacten. In het volgende begeleidingsgesprek vraagt het wijkteamlid of mevrouw misschien wil aansluiten bij een vrou- wengroep in het wijkcentrum, zodat ze daar contacten kan op- doen. Dat loopt helaas niet goed: ‘Ja, maar de vorige keer was ik toch bij die kerstbijeenkomst waar je me voor had uitgenodigd. Weet je nog? Toen had ik contact met een hele aardige vrouw en die wilde mij wel helpen. Beetje helpen bij de huishouding omdat ik nu minder huishoudelijke ondersteuning krijg. We hadden leuk gepraat en telefoonnum- mers uitgewisseld, maar vervolgens laat ze niets meer van zich horen. Dat is toch gek! Ik heb haar nog gebeld, maar ze pakt niet op. Dat doe je toch niet? Ik ben vroeger administratief mede- werkster geweest en ik ben heel punctueel. Dan denk ik toch: afspraak is afspraak. Je kan toch even appen of bellen als je niet kan of niet wil? Ik zit er dan over te piekeren, waarom laat ze niets van zich horen?’ (p92-o) Deze pogingen om eenzame mensen aan elkaar te koppelen zijn vrijwel nooit succesvol op de wat langere termijn, zo zagen we
RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=