De verhuizing van de verzorgingsstaat
ik blijf een kwetsbaar mens met een kwetsbaar netwerk 87 in ons onderzoek. Vaak omdat het om mensen gaat die sowieso al moeite hebben om contacten aan te gaan en te onderhouden. Ze ontberen soms sociale vaardigheden en dan moet je maar ge- luk hebben dat het goed gaat zonder begeleiding. Want tijd om mensen te helpen contact te onderhouden met elkaar hebben de wijkteamleden niet. Een van hen zegt daarover: ‘Je kan niet eens de tijd nemen om goed te verkennen wat iemands vraag is. Het moet allemaal snel afgewerkt worden om wachtlijsten tegen te gaan. Samenwerken met het netwerk kost tijd en die ontbreekt echt.’ (p119-o) We zien dus dat hoewel professionals het een goed idee vinden om sociale contacten aan te spreken, ze dit in de praktijk nauwe- lijks doen. De mensen die aankloppen bij het sociale wijkteam zijn niet de meest ‘zelfredzame’ mensen en de mogelijkheden van hun netwerk zijn zo beperkt dat ze ondanks wat lichte aanmoedi- gingen (af en toe mensen naar elkaar verwijzen of doorverwijzen naar groepjes van eenzame mensen) al vlot moeten concluderen dat hier niet veel te halen valt. Een professional zegt daarover: ‘Dan kom ik wel aan met: “Maak eens een praatje met je buur- vrouw, dat is een leuke vrouw.” Maar dan krijg ik te horen: “Nee, mijn buurvrouw is stom.” Dan zeg ik: “Ja, oké. En heb je dan wel familie?” Dan zegt hij dat hij die niet heeft en ook niet hoeft. Tja, denk ik dan bij mezelf: wie ben ik dan om te zeggen: “Nee, jij moet nu naar je buurvrouw gaan”?’ (p17-pi) En een andere professional die tegen de grenzen van het netwerk aan loopt: ‘Ik denk dat soms wel wordt overschat dat het netwerk alles zou kunnen oplossen samen met de cliënt. Soms hebben mensen
RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=