De verhuizing van de verzorgingsstaat

femmianne bredewold en loes verplanke 90 Een van de dochters zegt dat haar moeder het moeilijk vindt om hen te belasten. Ze werken allebei fulltime en hebben het druk, maar voor hen is het geen probleem om dit te doen, het voelt niet als last. (p146-o) En een oudere vrouw die hulpbehoevend is geworden, zegt: ‘De situatie is gewoon onhandig geworden. Dat ik van mijn dochter afhankelijk ben, dat is niet de bedoeling.’ (p63-o) Ouderen die lichamelijke verzorging nodig hebben, verzetten zich tegen al te intieme handelingen door familieleden. Ze vinden hulp bij de toiletgang en bij douchen of wassen te intiem om aan hun familie te vragen. Een fragment uit een keukentafelgesprek: De vrouw vertelt aan de professional dat haar man haar eerst moest tillen en als ze naar de wc moest, moest ze eigenlijk op de po. Maar dat vindt haar man vies, dus ‘daar kan ik hem niet mee opzadelen’. Dan hield ze het op en kreeg ze pijn. Op een bepaald moment kon ze niet eens meer plassen. (p204-o) We hebben vaker gezien dat familieleden bepaalde zorg niet wil- len uitvoeren of stoppen met zorgen omdat het de relatie aantast: De vrouw: ‘Mijn zus deed de administratie en andere dingen voor mij, maar gisteren heeft ze besloten ermee te stoppen, want ze wilde geen “mantelzorger” meer zijn, maar weer gewoon “zus” worden. Dat heeft mij veel pijn gedaan.’ Interviewer: ‘ Dus uw zus vond dat ze niet meer “zus” kon zijn omdat ze ook die mantelzorgtaken voor u had?’ De vrouw: ‘Ja dat, maar ook omdat de gemeente zoveel van hen verwacht… [stilte] …al mijn zusters zijn gewoon overspannen, omdat ze zoveel voor mijn moeder moeten zorgen.’ (p25-ci)

RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=