De verhuizing van de verzorgingsstaat

femmianne bredewold en loes verplanke 92 de band die ik met haar heb heel erg aan. Ik had het gevoel dat zij hier meer als hulpverlener over de vloer kwam dan als mijn moeder. Met die gedachte heb ik hulp van de ribw [Regionale Instelling voor Beschermende Woonvormen, red.] gevraagd. Ik vind het fijn dat de ribw er is om die zorg van mijn moeder te vervangen, omdat dat voor mij gewoon een heel onnatuurlijke relatie met haar opleverde.’ (p11-ci) Een andere jonge man met psychiatrische problematiek zegt in ditzelfde groepsinterview dat hij ook professionele zorg heeft ge- vraagd om de balans in zijn relaties intact te houden: ‘Wat ik zo fijn vind bij de ribw is dat het professionals zijn, dat je weet dat hoe heftig je verhalen ook zijn, dat je het gewoon kwijt kan bij hen en dat ze het niet meenemen naar huis, want het is hun werk. (…) Als het iemand uit je eigen netwerk is, ga ik me druk maken over diegene, of het niet te veel is. Dat heb je gewoon niet bij professionals.’ (p11-ci) En tijdens een keukentafelgesprek legt een oudere vrouw aan de professional uit waarom ze haar zus niet om hulp vraagt: Professional: ‘Dus begrijp ik het goed, dat u zegt dat u de ver- standhouding met uw zus goed wilt houden en dat u haar daarom niet vraagt om mee te gaan naar het ziekenhuis?’ Mevrouw: ‘Ja, daar ben ik toch te zelfstandig voor. Dan doe ik liever een keer wat leuks met haar. Daarom doe ik ook een beroep op de gemeente, dat zíj mij helpen.’ (p209-o) Familierelaties hebben hun eigen geschiedenis en veel zorgbe- hoevenden zeggen dat een beroep op ondersteuning begrepen moet worden in relatie tot die geschiedenis. Sommige zorgbehoe- venden koesteren de liefde binnen familierelaties en vrezen of

RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=