De verhuizing van de verzorgingsstaat
ik blijf een kwetsbaar mens met een kwetsbaar netwerk 93 ondervinden dat het beroep op hulp concurreert met die liefde. Anderen willen geen beroep doen op hun familie omdat deze al zoveel voor hen doet. Ze willen niet nog meer vragen. Vriendschappen onder druk Ook in vriendschapsrelaties vinden mensen vragen om zorg en hulp vaak minder gepast, vooral wanneer mensen al langere tijd kwetsbaar zijn en het toch al moeilijk is om vriendschappen aan te gaan en te onderhouden. Gelijkwaardigheid blijkt een belang- rijke voorwaarde voor vriendschap; hulpvragers koesteren dat als een precair evenwicht. Een beroep op hulp van vrienden ervaren zij daarom al snel als een bedreiging, en dat wordt extra lastig als mensen zich ook nog schamen dat zij hulp nodig hebben. Een man met psychiatrische problematiek vertelt het volgende: ‘Ik zou mensen hier niet in huis halen om te helpen [bij het huishouden]. Dat is in eerste instantie veel te beschamend. (…) En vrienden, ja die wil ik niet te veel lastigvallen met mijn situatie hè. Want ja, ik schaamme ook wel. Kijk, ik ben 38 . Ik heb geen baan. Ik woon in een flat in een van de slechtste buurten van deze stad. Ik moet bij het handje worden geno- men door de begeleiding. Dat is toch man-onwaardig.’ (p4-ci) Een andere man met psychiatrische problematiek die ook vrien- den heeft zonder psychiatrische problematiek legt uit waarom hij zijn vrienden niet wil belasten: Man: ‘Ik heb voornamelijk contacten en vrienden buiten de psychiatrie die juist midden in het leven staan, en dat vind ik ontzettend waardevol. Maar je moet heel erg oppassen dat je daar een juiste balans in bewaart in wat je van die mensen vraagt; zij moeten niet voor je gaan zorgen.’ Interviewer: ‘ Kun je daar iets meer over vertellen?’
RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=