De verhuizing van de verzorgingsstaat

femmianne bredewold en loes verplanke 96 We zien in het voorgaande dat hulpbehoevenden hun familie- leden, vrienden en buren vaak willen vrijwaren van het geven van (meer) hulp en zorg. Ze zijn bang dat afhankelijkheid hun relaties op een negatieve manier beïnvloedt omdat het tot onge- lijkwaardigheid in het contact zou leiden. Ze koesteren de band die ze met hen hebben en willen de juiste balans bewaren in de relatie met hun familieleden, buren en vrienden. Hoe vaak wordt het netwerk ingezet? Hoewel professionals het een goed idee vinden om sociale con- tacten aan te spreken, komt er in de praktijk niet veel van terecht. Hulpvragers ontberen sterke of nog inzetbare sociale contacten of willen hun relaties beschermen. Professionals leggen zich hierbij neer; tegen de wil van de zorgbehoevende de familie, vrienden of buren aanspreken om te helpen, komt volgens hen het hulp- proces niet ten goede. Het resultaat is dat hoewel beleidsmakers de mond vol hebben van ‘eigen kracht’ en hulp door naasten en professionals hier in principe ook achter staan, die laatsten in werkelijkheid weinig beleidsvolgend zijn. Bij de door ons geob- serveerde keukentafelgesprekken is slechts in 3 van de 66 geval- len de uitkomst van het keukentafelgesprek dat een naaste iets gaat doen voor de hulpvrager; één keer is iemand gevraagd kleine klusjes te doen en twee keer wordt een sociaal contact gevraagd om mee te denken met het ‘oplossen’ van problemen van hulp- vragers. In de meeste gevallen verkent de professional wel of een familielid, vriend of buur iets kan doen, maar komt het vanwege alle hiervoor genoemde redenen niet tot een concreet verzoek aan iemand. Van de 51 keukentafelgesprekken waarbij het net- werk wel ter sprake kwam maar niet daadwerkelijk gevraagd is iets te doen, leken daar slechts in vier gevallen geen aanneme- lijke redenen voor (zie kader hieronder).

RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=