De verhuizing van de verzorgingsstaat

ik blijf een kwetsbaar mens met een kwetsbaar netwerk 95 speciaal iets te doen hoor. En ik ga ook niet aan mijn buurman vragen of hij hier gaat schoonmaken of zo. Het is toch mijn troep! Nee dat doe ik niet. Mijn moeder kan ik misschien nog wel vragen, die heeft het ook aangeboden, maar mijn buurman… nee.’ (p130-o) Ondersteuning door buren wordt soms bewust afgehouden omdat buren fysiek nabij zijn en je ze daardoor regelmatig tegenkomt. Mensen willen het contact graag goed houden. Wmo-consulent: ‘Heb je nog goed contact met die buurvrouw?’ Meneer legt moeizaam uit dat het contact op een laag pitje staat, omdat hij bang is dat het anders mis kan gaan tussen hem en de buurvrouw. Een andere professional door wie de man al ondersteund wordt, vult aan: ‘Je zei tegen mij dat je bang was voor onderlinge prikkels en spanningen toch?’ ‘Ja’, bevestigt meneer. (p192-o) Bovendien hebben buren soms zelf ook problemen. Dit zagen we vaak in de wijken die lager dan gemiddeld scoren op sociaal-econo- mische indicatoren (inkomen, werk, opleiding). Daar wonen meer mensen die moeilijkheden hebben, en dan willen hulpvragers geen beroep op hen doen: Sociaal werker: ‘ En wat je buren betreft? Zou je die om hulp kunnen vragen?’ Jongeman: ‘Hahaha, nou als je weet wie er hier allemaal in de flat wonen zou je die vraag niet stellen. Ik heb hier boven me iemand wonen die is knettergek. Die wordt ook begeleid door de ribw . Die schreeuwt de hele dag superhard mee met de muziek. Rammstein en zo. Nou zo iemand wil ik hier niet over de vloer hebben. En verder in deze flat? Hier wil je je buren niet zomaar binnenlaten! Er woont hier heel wat crimineel gespuis.’ (p4-ci)

RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=