TSV 3 - najaar 2020

18 Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken NAJAAR 2020 nummer 3 T e midden van stedelijke hitte-eilanden ligt in het hart van Den Haag De Verademing , een kolossaal sportpark gerealiseerd op een oude vuilstort. Rijk, arm, hip en superdivers Den Haag wonen eromheen. Geloofd en geprezen zijn de stadsmakers die nog niet eens zo lang geleden deze groene long hebben gerealiseerd; nu zou dat kansloos zijn in de steeds kostbaarder en zeldzamer wordende binnenstedelijke ruimte. Het is een scripted place , want de tijd is voorbij dat je met gemeentegras, rozebottelstruiken en een klimrek een park inricht. Op het ontwerp van het park is lang gestudeerd. Toch kwam het leven er maar niet in. Bruisend stadsleven laat zich niet altijd afdwingen aan de tekentafel. Waar de grote Haagse stadsparken elders bloeiden, lag dit relatief nieuwe park als stilte-eiland te schitteren. Verbeteringen werden in het oorspronkelijke ontwerp aangebracht, maar het bleek onvoldoende. Het probleem was de loca- tie. Want van wie is die? Van de bewoners uit de Haagse Schilderswijk, het steeds hippere Regentesse- en Valken- boskwartier of mogelijk uit het Zeeheldenkwartier waar huizenprijzen alle records breken? En toen bliezen corona en de mooie lente en (na)zomer op ongekende wijze leven in De Verademing . Iedereen wilde er ineens naartoe, niet alleen de wijkbewoners zonder tuin. Waren de vrouwen er in de meerderheid? Het leek er vaak op. Het is bekend: vrouwen/meisjes zijn de otters van de stadsecologie – waar otters zwemmen, is het water schoon; parken waar meisjes en vrouwen graag komen, zijn veilig. Ik zag vrouwen in kleurrijke runner-outfits, groepjes vrouwen in djellaba’s joggend of wandelend met sportieve sneakers of met vriendinnen kletsend aan picknicktafels. Ik zag de verschillende yoga- klasjes op de Haagse gazons, boksschool Haagse Directe die buiten voor binnen had verwisseld en waarvan veel meisjes lid bleken te zijn. Ik zag de stelletjes die na het avondeten er een gewoonte van hadden gemaakt om nog een ommetje te maken en de praatlopers opgesloten in hun digitale bubbel: in hun eentje wandelend en tege- lijk pratend in hun mobiele telefoon. Tussen al die verschillende sportende, spelende en klet- sende groepjes zag ik maar weinig interacties. Zijn ze er eigenlijk wel? Ja, zegt antropologe Susanne Wessendorf. Ze spreekt van commonplace diversity . De kern ervan is beleefde afstandelijkheid. Het is leven en laten leven, maar lichte overbruggende contacten zijn er wel dege- lijk. Zo beschrijft ze een verjaardagspartijtje van haar dochter in een Londens parkje waar ook een groepje bezoekers met piercings en tattoos én zingende Polen aanwezig zijn. Een van de ‘tattoos’ heeft haar huisdier – een python! – meegenomen. Haar dochtertje krijgt een Poolse lekkernij, de kinderen mogen de python aaien en een tattoo die van zijn fiets is gevallen, krijgt een desin- fecterend middeltje van iemand van het kinderpartijtje. Zelf woon ik in Rotterdam ook aan ‘een verademing’, aan een buurtparkje eveneens ingeklemd tussen stukjes arme en rijke wijk. Ik deed er ongeveer dezelfde obser- vaties als in Den Haag, maar hier zag ik ook de mannen: de basketballende studenten, de Eritrese mannen in het gras, de vaders met hun jonge kinderen bij de klim- toestellen, de oudere Kaapverdiaanse mannen op de zitbanken. En ik zag de kleine ontmoetingen. Een python bleek er niet voor nodig, wel een slackline die iemand tussen twee bomen spant, een voetbal van een vader of zomaar een hartelijke uitnodigende groet. Zo blijken onze eilandjes toch in verbinding met elkaar te kunnen staan, al is het maar visueel. Dat is het overheersende gevoel als ik als beroepsvoyeur ’s avonds de gordijnen sluit en ik uitkijkend over mijn parkje nog net zie hoe een van mijn buurtbewoners volgens afspraak de hekken van het parkje dichtmaakt. COLUMN Radboud Engbersen Expert sociaal domein bij Movisie Parkobservaties ten tijde van corona ‘Leven en laten leven, met lichte overbruggende contacten’

RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=