TSV 3 - najaar 2020

Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken NAJAAR 2020 nummer 3 53 opgezocht. De polariserende strategie is dus een actieve en aanvallende reactie waarbij personen op deman of vrouw spelen. Deze strategie kan gepaard gaanmet zowel verbale als fysieke agressie. Andere voorbeelden van polariseren zijn sneren, irriteren, wraak nemen, dreigen en intimide- ren. Deze strategie kwamonder de respondenten bedui- dendminder voor. Steun zoeken De respondenten vertellen dat ze ook sociale, emotionele en praktische steun zoeken bij anderen. Informele steun zoeken zij vooral bij hun partner, familieleden en vrienden. Bij anderen zoeken en vinden zij troost, begrip, herkenning en inspiratie hoe ze ermee omkunnen gaan. Soms zoeken mensen formele steun bij professionals, bijvoorbeeld bij de politie of binnen het onderwijs. Hierover zijn de respon- denten vaak teleurgesteld. Soms krijgenmensen geen hulp, ervaren ze een slechte service of een gebrek aan veiligheid omhun verhaal te doen. Respondenten zoeken daarom vaker informele steun; een bevinding die ook een andere studie geldt (Omlo & Butter 2020). Verder zoeken sommi- gen steun, troost en inspiratie in hun geloof. Zorgelijk is dat de studie laat zien dat respondenten er in meerdere opzichten vaak alleen voor staan. Uitzonde- ringen daargelaten, ervaren respondenten geregeld dat anderen hun ervaringen niet alleen niet serieus nemen, maar dat omstanders niet ingrijpen. Sterker nog: soms lachen omstanders mee, doen zemeemet het gedrag van de dader of ‘geven ze zelfs nog een trap na’. Deze ervaringen zorgen ervoor dat mensen bij voorbaat niet rekenen op hulp en steun van anderen. Ze benadrukken daaromhet belang van veerkracht en assertiviteit omvoor zichzelf te kunnen opkomen. Anderen De respondenten ervaren bovendien een taboe in het benoemen van persoonlijk ervaren discriminatie of stig- matisering. Er heerst een discours van ontkenning, baga- tellisering en relativering. Slachtoffers krijgen te horen dat ‘het maar een grapje was’, dat het ‘niet zo bedoeld was’, dat ze niet moeten ‘overdrijven’ of dat ze het ‘uitvergroten’, er ‘niet zo zwaar aanmoeten tillen’, ‘evenmoeten dimmen’ en ‘normaal moeten doen’. Ze zouden ‘niet neutraal kunnen oordelen’, ‘overdreven emotioneel’ reageren en het ‘slacht- offer uithangen’. Een respondent zegt dat anderemensen letterlijk bepalen hoe slachtoffers moeten reageren en wat ze wel en niet mogen voelen. Ze krijgt onder meer te horen dat ze het ‘vooral gezelligmoet houden’ en het ‘niet te persoonlijk moet opvatten’ als opmerkingen als grap zijn bedoeld. Zelf noemt ze het ‘gezellig racisme’. Gezelligheid is een normdie niet door anderen ondermijndmag worden. Slachtoffers mogen niet boos reageren of felle emoties tonen, maar de verwachting van de ander is dat zemeedoen aan het ‘gezelligheidsspel’ of tenminste op een ‘bedeesde, kalme en terughoudendemanier’ reageren. Ondersteuning De uitkomsten van dit onderzoek hebben verschillende maatschappelijke implicaties. Een daarvan is dat het belangrijk is dat er meer beleidsaandacht komt voor de ondersteuning van slachtoffers in het omgaanmet discri- minatie, zeker zolang dit nog een structureel probleem vormt. Waar sommigemensen tot op zekere hoogte een weg hebben weten te vinden omnegatieve gevolgen van discriminatie en stigmatisering redelijk tot goed te beperken, geldt dit zeker niet voor iedereen. Investeren in veerkracht en assertiviteit kanmogelijk helpen omde negatieve gevolgen van ervaringenmet discriminatie (tijdelijk) te verlichten. Zo blijkt uit een evaluatieonderzoek dat een training gericht op het omgaanmet discriminatie resulteert inmeer bewustwording, inzicht, een gevoel van controle, zelfvertrouwen, weerbaarheid en een doelge- richte omgangmet discriminatie (Omlo 2017). Trainingen Dit betekent uitdrukkelijk niet dat er een eenzijdige nadrukmoet komen te liggen op het ondersteunen van potentiële slachtoffers en slachtoffers, laat staan dat de verantwoordelijkheid voor het oplossen van discriminatie bij hen wordt gelegd. De invloed van individuenmoet niet overschat worden. Zij kunnenmet hunmanier van reage- ren de negatieve gevolgen van discriminatie voor henzelf soms verzachten, maar een substantiëlemaatschappelijke verandering teweegbrengen, blijft ingewikkeld. Van groot maatschappelijk belang is daaromonder andere het trainen van leerkrachten, politieagenten, jongeren- werkers en andere sociaal werkers in het herkennen van discriminatie en stigmatisering, het voorkomen ervan en het oefenenmet verschillendemanieren om in te grijpen en slachtoffers te ondersteunen. Denk verder aan interventies gericht op het activeren van omstanders en het trainen van burgers in het omgaanmet vooroordelen. Kortom, het voorkomen en bestrijden van discriminatie is en blijft een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Jurriaan Omlo is onafhankelijk onderzoeker. Hij doet onderzoek naar sociale vraagstukken, zoals discriminatie, sociale spanningen in buurten, armoede en eenzaamheid. De resultaten uit het hier beschreven onderzoek zijn nader uitgewerkt in het boek Verzetten, vermijden, of veranderen? Reageren op discriminatie en stigmatisering . Het is de eerste uitgave in een Art.1-reeks. Bronnen • Bouabid, A., De Marokkanenpaniek. Een geïntegreerde morele paniekbe- nadering van het stigma ‘Marokkaan’ in Nederland. Boom Criminologie, 2018   • Charkaoui, N., Racisme. Over wonden en veerkracht . Antwerpen: Epo, 2019 • Omlo, J., Evaluatie training ‘Reageren op discrimineren’. Den Haag: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 2017 • Omlo, J., Verzetten, vermijden of veranderen? Reageren op discriminatie en stigmatisering. Rotterdam: Art1. & Radar, 2020 • Omlo, J. & E. Butter, ‘Utrecht is ook mijn stad!’ Cijfers en verhalen over discriminatie en stigmatisering van moslims in Utrecht. Een verkennende studie. Utrecht/Amsterdam: Bureau Omlo/Ewoud Butter, 2020  Mensenvertellendat ze ook sociale, emotionele en praktische steunzoeken

RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=