TSV 3 - najaar 2020

52 Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken NAJAAR 2020 nummer 3 voorkomen: als je in een net pak niet onrechtvaardig behandeld wordt en in een trainingspak wel, moet jemaar gewoon een pak dragen. De verantwoordelijkheid voor het discriminatieprobleemverschuift zo naar de slachtoffers. De neiging van sommige respondenten tot overcompen- satie komt soms ook voort uit de behoefte een positieve bijdrage te willen leveren aan de beeldvorming over ‘hun’ etnische of religieuze gemeenschap. Dat is een zware en vermoeiende last die respondenten soms als een aantas- ting van hun vrijheid ervaren. Het leidt ertoe dat stigma’s bij sommige respondenten op bijna obsessieve wijze hun gedachten en gedrag beheersen. Bij voorbaat anticiperen ze opmogelijke discriminatie en stigmatisering en proberen zemet het nodige kunst- en vliegwerk te ‘bewijzen’ niet verdacht te zijn, dat ze ‘nette’ burgers zijn. Daarmee leggen ze zichzelf een enorme druk op, omdat het impliceert dat ze onder geen bedingmogen falen en tekortschieten, zoals Nazir hier treffend verwoordt: Ik wil vooroordelen niet bevestigenmet mijn reactie. Ik heb mijn hele leven al met het stigma te maken. Ik wil er iets aan doen door het tegendeel te laten zien, door me goed te gedragen. Als je je auto scheef parkeert, denk je: laat ik hem tochmaar recht zetten als Marokkaan. Ik let heel erg opmijn gedrag als ik eenwinkel in loop: niet te lang in een hoekje blijven staan en geen producten achter mijn rug houden. Dat is echt niet gezond hoor. Het is heel raar dat ik daar constant mee bezig ben. Je zegt constant tegen jezelf: houd ermee op, niet doen, en: niemand let op je. Het voelt alsof je psychotisch aan het worden bent. (Nazir) Verbinden Veel respondenten blijken echter ook na discriminerende en stigmatiserende ervaringen in staat te zijn omeen verbindende strategie toe te passen. Dit houdt in dat mensen toenadering zoeken tot de ander, de relatiemet de ander in stand proberen te houden of te verbeteren. Deze strategie kenmerkt zich door een kalme, rustige en vrien- delijkemanier van reageren. Zij proberen zich in te leven, stellen zich behulpzaamop, benoemen gemeenschappe- lijkheden en proberen via een dialoog de verbindingmet de ander aan te gaan. Of ze proberen via humor op een luch- tige en vriendelijkemanier te verbinden, het ijs te breken en een gesprek op gang te brengen. Achter deze verbindende copingstrategie schuilt veerkracht en emotionele intelligen- tie. In het volgende citaat zien we bijvoorbeeld hoe Farida, arts van beroep, zich begripvol opstelt, vooral tegenover de oudere generatie voor wie het verre van vanzelfsprekend is dat een jonge vrouwmet een hoofddoek een arts kan zijn: Meestal zoek ik naar wat ikmet patiënten gemeen heb. (…) Zo kun je mensen vanmening doen veranderen. (…) Ik had een keer een heel oude Nederlandse man als patiënt. Hij keek mij echt aan alsof hij een alien zag. (…) Ik kan niet aanmijn buitenkant laten zien dat ik Nederlands ben zonder iets te zeggen. Ik heb geen blauwe ogen en blond haar. Dus op het moment dat ik de kans krijg omdat wel duidelijk te maken dan doe ik dat, want non-verbaal kan ik dat niet. Ik deed het niet ommijzelf te beschermen, maar omhem zich op zijn gemak te laten voelen: je kan je verhaal bij mij kwijt. Ik snap je wel. Ik voelde mij niet bedreigd. Ik zag dat hij in de war was: is dit noumijn dokter? Dat snap ik ook wel. Ik ben ook niet de dokter die hij kent. In zijn tijd waren er geen jonge meidenmet een hoofddoek. Ik kon het mij heel goed inden- ken. (Farida) Confronteren Daarnaast komt in veel verhalen naar voren hoemensen vooroordelen van de ander hebben kunnen ontkrachten. Meerdere keren is verteld hoe de persoon die discrimi- neerde of stigmatiseerde excuses aanbood, toegaf dat er een fout is begaan of gevoelens van schaamte ontwikkelde na geconfronteerd te wordenmet bepaalde uitspraken. Dergelijke uitkomsten zijn het gevolg van confronterende copingstrategieën. In deze strategie confronterenmensen door op een zelfbewuste en assertievemanier het gedrag van de ander te veroordelen, in discussie te gaan of door zelfverzekerd hun plek als volwaardig burger in de Neder- landse samenleving op te eisen. Verschillende responden- ten vertellen hoe zemet ‘feiten’ en ‘sterke onderbouwingen’ de discriminerende of stigmatiserende interactie ‘onscha- delijk’ kunnenmaken. Sommige respondenten passen een hervormende strategie toe door opmaatschappelijk niveau te strijden voor gelijke rechten enmeer inclusie. Sommige respondenten kiezen er hierbij voor omactivistisch te handelen. Hun activisme kan zich zowel richten op het veranderen van de samenleving en haar instituties als op de empowerment van verschil- lende etnische gemeenschappen. Anderen delen het idealisme van de activisten, maar verkiezen diplomatiek handelen vanuit de overtuiging dat dit strategischmeer oplevert. Deze respondenten willen graag bijdragen aan duurzame veranderingen en geven aan dat dit vraagt om een geduldige aanpak. Polariseren Soms resulteren discriminatie-ervaringen en daarmee gepaard gaande emoties in polariserende copingstra- tegieën. In plaats van toenadering te zoeken, zoals bij de verbindende strategie het geval is, is het doel hier eerder het verscherpen van de verschillen, het domine- ren van de ander, het belachelijkmaken van de ander en het ondermijnen van de opvattingen van de ander. In plaats van het conflict te vermijden, wordt het juist Sommigemensenverbergen zelfshun islamitische identiteit Eenpolariserende strategie kwam beduidendminder voor ONDERZOEK

RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=