TSV 3 - najaar 2020

Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken NAJAAR 2020 nummer 3 9 Daar is na een tijdje wel over doorgepraat, maar de huisbezoeken blevenminimaal; alleen in crisisgevallen. Maar hoe signaleer je een crisis? Ouders kunnen kinderen met blauwe plekken letterlijk buiten beeld houden.’ Van Eck : ‘Ergens snap ik het wel; dit soort beslissingen zijn ingewikkelde, ethische afwegingen. Jemoet verschillende belan- genmeenemen: die van de cliënt, de orga- nisatie, de professional, demaatschappij…’ Zwijnenburg : ‘Maar zo’n besluit van de gemeente Rotterdamdoet toch totaal geen recht aan de verschillende belangen? Je zal maar een kind in een gezinmet huiselijk geweld in coronatijd zijn! Inmijn ogen heeft de gemeente alleen aan eventuele gezondheidsschade en bijbehorende kosten van hunmedewerkers in de wijk- teams gedacht. Nu nog steeds gebeuren daar dingen dieme verbazen: ik weet dat er professionals in Rotterdamzijn die niet tot de risicogroep behoren, die zeggen: “Ik werk alleenmaar vanuit huis.” Hoelang gaat de gemeente dat nog accepteren?’ In het begin van de crisis formuleerden verschillende gemeenten dus verschillende richtlijnen voor het handelen van sociaal werkers. Wat vonden jullie daarvan? Van Eck : ‘Ik vind vooral dat de richtlijnen te top-down bedacht werden. Dat wil je eigenlijk voorkomen. De regering bestempelde sociaal werkers vrij snel tot de cruciale beroepsgroep, maar ik heb het idee dat veel lokale beleidsmakers niet precies weten wat we doen. Ze denken niet aan de ingewikkelde afwegingen die we elke dagmaken, ze weten niet dat ik ook hoogopgeleidemensen ondersteun. Vanuit de afwegingen die we al elke dagmaken, zouden we goed kunnenmeedenken over de richtlijnen.’ Zwijnenburg : ‘Die verschillen tussen gemeenten zeggen ook iets over onze beroepsgroep. We zijn niet zo sterk verenigd. Er zijn veel verschillende vormen van sociaal werk en dat maakt het lastig om te zeggen: “Zo willen we het en zo gaan we het allemaal doen!”Maar daardoor nemen beleidsmakers onze expertise inderdaad te weinigmee. Het is ondenk- baar dat wijkagenten te horen krijgen dat ze alleen nogmaar mogen beeldbellen, het is voor iedereen duidelijk dat dit voor hen niet werkt.’ Zijn er op dit moment richtlijnen die jullie zouden veranderen? Zwijnenburg : ‘Dat het laatste advies om toch thuis te blijven werken door demeeste welzijnsorganisaties wordt overgenomen, daar snap ik eigenlijk niets van. Samen- werkenmet collega’s is zo belangrijk om ons vak goed uit te voeren. Dat kun je niet op afstand organiseren. Of is dat bij jou niet zo, Marcel? Dat je na een lastig huisbezoek bij een collega langsloopt om te sparren? Je belt tochminder snel een collega op.’ Van Eck : ‘Ja, tuurlijk, zo gaat dat. Dit ben ik helemaal met je eens. De teamoverleggen gaan digitaal wel door, maar die zijn van mindere kwaliteit. We bereiken niet de verdieping die we normaal gesproken bereiken, terwijl we juist nu extra ingewik- kelde casussen hebben. Als we stellen dat wij een beroep hebben dat van cruciaal belang is omdat we kwetsbaremensen helpen, danmoeten we dat beroep ook zo goedmogelijk kunnen uitvoeren. Regel- matig face-to-face overleggen en samen beslissen, hoort daarbij, maar we laten ons de landelijkemaatregelen te veel aanleu- nen. Mensen staan wel al met elkaar in de rij bij de Efteling, maar als we niet op loca- tiemogen werken, accepteren we dat.’ Zijn er onderdelen van het werk die digitaal wel beter gaan? Zwijnenburg : ‘In een van de eerste weken van de crisis heb ik een spoedbijeenkomst via Zoomgeorganiseerd waarop zesenze- ventig ouderenwerkers uit heel Nederland aanwezig waren. Dat werkte heel goed en daarna heb ik regelmatigmet collega’s uit andere delen van het land overlegd.’ Van Eck : ‘De afgelopenmaanden is het aantal webinars enorm toegenomen. Dat vond ik wel winst. Ik heb een aantal heel interessante viaMovisie gevolgd. Mijn kennisniveau is omhooggegaan!’ En het contact met cliënten, kan dat door beeldbellen vervangen worden? Zwijnenburg : ‘GGZ Nederland lijkt het uitgangspunt te hanteren dat beeldbellen net zo goed werkt als face-to-face-contact, maar iedereen weet dat dat niet waar is. In het contact dat wemet demeestemensen hebben, hebben we al onze zintuigen nodig. De stapel aanmaningen die iemand naast de tafel heeft liggen, die krijg je niet in beeld. Hoe iemand ruikt, hoe iemands kinderen op iemand reageren; dat krijg je allemaal niet mee.’ Van Eck : ‘Een collega vanme zei dat zij nu veel beter zicht had op het aantal laaggelet- terde en digibete cliënten dat zij heeft. Dat is eigenlijk het enige wat je via beeldbellen enmailcontact goed kunt signaleren, de rest niet.’ Wat verwachten jullie voor de komende maanden? Wat is nodig? Van Eck : ‘Ik verwacht dat er op het gebied van schulden een hele hoop vragen zullen komen. Er is een groepmensen die het nu nog uitzit, maar straks aan de bel trekt. Het aantal aanvragen voor uitkeringen is enorm toegenomen en de verwachting is dat de werkloosheid alleenmaar zal stijgen. Wemoeten onze signalerende rol goed pakken en hierover vast in gesprek gaanmet gemeenten. Hoe gaan we al die vragen straks opvangen? Hoe kunnen we anticiperen op goede processen en te lange wachttijden voorkomen? Ons beroep zou de komendemaanden weleens nog crucialer kunnen worden.’ Evelien Vos is redacteur van socialevraagstukken.nl. ‘Wat ik echt niks vind, is als er volledig voormensen beslotenwordt’ Marcel van Eck Jenny Zwijnenburg

RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=