De verhuizing van de verzorgingsstaat
jan willem duyvendak en evelien tonkens 8 geving onderling sterk met elkaar verbonden voelen. De tweede belofte van nabijheid is dan ook dat het aandeel van de informele hulp zal toenemen. De langdurige zorg zou zich daarom op lo- kale schaal moeten organiseren: een verzorgingsstad of -dorp in plaats van een verzorgingsstaat. Deze nieuwe, lokale verzorging berust op een ander soort solidariteit, namelijk met nabijen en bekenden, in plaats van de anonieme solidariteit van de verzor- gingsstaat. De belofte, maar ook de opdracht vanuit het beleid, is dat mensen in die nabijheid veel meer voor elkaar zullen over- hebben. Dat ze opofferingsgezinder zullen zijn, door concrete hulp te verlenen aan hun naasten in plaats van door anonieme belastingen en premies te betalen. Het is een verschuiving van passieve naar actieve solidariteit, in de woorden van Margo Trap- penburg ( 2009 ). En dus ook een verschuiving van nationale, ano- nieme solidariteit naar lokale, persoonlijke solidariteit. Je geeft zorg aan de mensen om wie je geeft . Solidariteit in eigen kring, vanuit de gedachte dat burgers minder bereid zouden zijn om aan anonieme anderen te geven, of in ieder geval niet van zins zijn om steeds meer te geven aan steeds meer anonieme anderen die ook nog eens in toenemende mate ‘anders’ zijn. Op landelijk ni- veau zouden door onder meer migratie en vergrijzing niet alleen de uitgaven voor zorg gaan stijgen, ook zou de bereidwilligheid om financieel bij te dragen aan zorg en hulp voor anonieme an- deren navenant afnemen. De regering zei het in 2005 zo: ‘Vergrij- zing, vraagstukken van culturele integratie, individualisering en steeds minder werkenden ten opzichte van het aantal van hen (deels) afhankelijken (…) vragen om een nieuwe balans in ver- antwoordelijkheden’, waardoor ‘het sociale kapitaal gekoesterd’ moet worden en ‘zelfs versterkt’, en ‘voorkomen moet worden dat bovenstaande ontwikkelingen leiden tot onaanvaardbare en onbetaalbare druk op de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten’ (Tweede Kamer 2005: 2 ).
RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=