De verhuizing van de verzorgingsstaat

thomas kampen, vicky hölsgens en evelien tonkens 102 zorginstellingen in beeld. Dit nieuwe beleid vereist een emotionele omslag bij mensen. Bij de opbouw en uitbouw van de verzorgingsstaat mochten bur- gers trots zijn op het feit dat de overheid relaties in enige tot ster- ke mate ontlastte van zorgtaken. Die boodschap is omgedraaid: nu worden zij geacht blij te zijn met hulp van naasten, en naas- ten mogen trots zijn die hulp te geven. Professionals beginnen het gesprek hierover vaak met het zoe- ken naar en expliciteren van die huiselijke warmte, zagen we in hoofdstuk 3 . Hier onderzoeken we in hoeverre en op welke wijze de professional vervolgens de emoties die daarbij een rol spelen in een door het beleid gewenste richting van huiselijke, informele zorg beweegt − of juist in tegengestelde richting, als vorm van ver- zet tegen beleid. Het feit dat er niet veel openlijk protest is tegen het beleid terwijl de steun onder de Nederlandse bevolking matig is (zie hoofdstuk 1 ), doet vermoeden dat het emotiemanagement aan de keukentafel effectief is. Maar is dat ook zo? Emotiemanagement We gebruiken het theoretisch kader van de Amerikaanse socio- loog Arlie Hochschild ( 2003 ) om te laten zien hoe verantwoor- delijkheid en zorgzaamheid aan de keukentafel besproken wor- den en welke rol emotiemanagement speelt bij het uitvoeren van of weerstand bieden aan beleid. Hochschild laat zien hoe we reflexief omgaan met onze emoties. Ze betoogt dat mensen emoties boetseren om te voldoen aan sociaal gedeelde regels die bepalen hoe we ons moeten voelen. Ze noemt dit proces ‘emotie- management’. Volgens Hochschild interpreteren we onze gevoe- lens en werken we actief aan onze emoties. Gevoelens worden bemiddeld door normatief geladen reflectie (Tonkens 2012: 196 ). Met haar onderzoek naar emotiemanagement maakt Hoch-

RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=