De verhuizing van de verzorgingsstaat
thomas kampen, vicky hölsgens en evelien tonkens 106 in hun ogen verantwoordelijkheid en zelfstandigheid laten zien. Met complimenten maken zij duidelijk dat cliënten zich trots mogen voelen. Dat gebeurt tijdens een keukentafelgesprek over individuele begeleiding tussen een ex-gedetineerde met agressie- problemen, zijn begeleider en een wijkteamlid. Het wijkteamlid prijst de ex-gedetineerde uitbundig als hij aangeeft dat hij zijn le- ven weer op de rit wil krijgen. ‘Leven op de rit, wat betekent dat? Hulp, structuur, ritme?’ vraagt het wijkteamlid. Meneer antwoordt: ‘Ik ben 36 jaar. Ik woon bij mijn moeder in huis. Dit schiet niet op zo, hè!’ ‘Volwassen worden dus eigenlijk?’ ‘Ja ja, zoiets. De manier dat ik doe, dat is verkeerd.’ ‘Nou, je hebt de eerste stap al gezet! Chapeau! Je mag wel een feestje vieren! Gefeliciteerd! Goed van je!’ zegt het wijkteamlid uitbundig. De man reageert een beetje bedremmeld: ‘Uh, dankjewel.’ (p197-o) Zelfstandigheid van thuiswonende ouderen is ook een reden voor complimenten. In lijn met het beleid rekenen professionals tot die zelfstandigheid ook het accepteren van hulp van naasten. In een gesprek over de herindicatie van huishoudelijke hulp na het overlijden van de echtgenoot, prijst de professional de wijze waarop de vrouw de kwestie heeft opgelost dat zij niet meer in staat is te strijken. In antwoord op de vraag of zij haar eigen was strijkt, zegt de vrouw: ‘Strijken niet, soms doet de hulp dat, maar meestal de dochter.’ ‘Dat heeft u netjes opgelost’, zegt de consulent. ‘Ja, men bedenkt van alles’, antwoordt de vrouw. De consulent besluit: ‘Het gaat toch om uw zelfstandigheid, dat is het allerbelangrijkst.’ (p61-o)
RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=