De verhuizing van de verzorgingsstaat
thomas kampen, vicky hölsgens en evelien tonkens 108 Professionals prijzen niet alleen de hulpvragers om het vragen en accepteren van hulp; ze prijzen ook de hulpgevers. Bijvoor- beeld tijdens een keukentafelgesprek met een oudere vrouw met alzheimer. Haar twee dochters, die ook aanwezig zijn, hebben een schema gemaakt om de zorg voor hun moeder te verdelen. De consulent informeert naar de taken en spreekt daarop zijn waardering uit voor de behulpzaamheid van de kinderen. ‘Wat doet u allemaal?’ vraagt de professional aan de dochters. Deze sommen op: contact onderhouden, boodschappen, de was, maaltijden, naar de tandarts. Professional tegen de vrouw: ‘Betrokken, goeie kinderen.’ (p52-o) De professional richt zich tot de kinderen en prijst hen uitvoerig: ‘Toen ik las hoe goed u voorbereid bent − dat is niet altijd het geval − en ik zie hoe netjes het appartement is, dan weet ik dat voor alles wordt gezorgd. Mijn complimenten aan u, voor hoe goed u de zorg rond uw moeder organiseert.’ (p52-o) De professional geeft extra gewicht aan zijn compliment door te benadrukken ‘dat [het] niet altijd het geval [is]’. Prijzen van hulpgevers zien we overigens niet alleen aan de keukentafel maar ook in de communicatie van gemeenten naar burgers. Gemeenten hebben als officiële taak om mantelzorgers jaarlijks een blijk van waardering te verstrekken. Gemeenten zijn vrij om te bepalen hoe zij dat doen. Het prijzen van mantelzor- gers is niet alleen een kwestie van erkenning; het stelt ook een voorbeeld voor andere burgers. De boodschap is dat zowel geven als ontvangen van informele zorg een prettige ervaring is, geïllus- treerd met foto’s van gelukkige ouderen, geflankeerd door jongeren die hen lachend bij de arm nemen of voortduwen in een rolstoel.
RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=