De verhuizing van de verzorgingsstaat

thomas kampen, vicky hölsgens en evelien tonkens 112 Wijkteamlid: ‘Wat is uw belangrijkste vraag?’ De vrouw: ‘Ik wil iets doen. Een dagactiviteit− geen onzin, zoals enveloppen vouwen.’ ‘Bij voorkeur betaald’, veronderstelt het wijkteamlid. ‘Nou, als ik mezelf eerst moet bewijzen, is dat prima. Ik wil gewoon iets doen, dan heb ik minder kans op een terugval’, legt de vrouw uit. Het wijkteamlid reageert enthousiast: ‘Ja, dat is heel goed dat je dat zegt. Dat willen we niet. Laten we proberen uw casemanager van de sociale dienst opnieuw telefonisch te bereiken.’ (p137-o) De professional laat de vrees voor een terugval die de cliënt uit- drukt buiten beschouwing, en richt zich op de oplossing in de lijn van het huidige beleid van verantwoordelijkheid nemen. In het volgende voorbeeld vraagt een ​mevrouw om ondersteu- ning aan huis, na haar terugkeer uit de revalidatie vanwege een gebroken heup. Ze voegt eraan toe dat ze niet snel hulp vraagt, omdat ze bang is dat ze gezond overkomt en daarom geen hulp krijgt. De consulent buigt de angst echter om naar een positief gevoel over het nemen van verantwoordelijkheid: ‘Ik moet er ook bij vertellen dat ik een type ben dat niet heel erg klaagt. Daar heb ik ook voor op mijn vingers gekregen in het revalidatiecentrum. Dat ik me beter voordeed dan ik was. Maar ik kan me niet erger voordoen dan ik ben.’ Consulent: ‘Nee, maar dat hoeft ook niet.’ ‘Nee, weet ik, maar ik denk snel: hou je mond maar’, legt de vrouw uit. Consulent: ‘Maar het is ook goed dat u in eerste instantie denkt: “ik los het zelf op”. Tot op zekere hoogte natuurlijk.’ (p200-o) De professional gebruikt een morele interpretatieregel om de vraag- verlegenheid van mevrouw te herinterpreteren als het nemen van verantwoordelijkheid. Daar prijst hij haar vervolgens voor.

RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=