De verhuizing van de verzorgingsstaat
thomas kampen, vicky hölsgens en evelien tonkens 116 huishouden valt, en vervolgt zijn inventarisatie: ‘En koken?’ ‘Dat doe ik’, zegt de man. ‘En schoonmaken?’ De man zegt dat hij dat ook doet. ‘Goed’, zegt de consulent. ‘Nou...’, protesteert de man. De consulent zegt streng: ‘Het gaat om wat u zelf kunt doen en met de hulp van anderen. Het is niet langer: ik heb een probleem en de gemeente lost het op.’ (p202-o) De consulent formuleert een historische interpretatieregel met de opmerking: ‘Het is niet langer: ik heb een probleem en de ge- meente lost het op.’ Deze vergelijking met vroeger appelleert aan schuldgevoel over verzuim van het nemen van verantwoordelijk- heid voor een eigen huishouden. Het benoemen van de interpre- tatieregel maakt duidelijk dat tegenwoordig een schuldgevoel passend is bij de gedachte dat de gemeente jouw probleem oplost. Bij eerdergenoemde vormen van emotiemanagement domi- neert de huiselijke wereld in de argumenten die professionals geven om mensen tot onderlinge zorg te bewegen. Zij gebruiken daarbij overwegend morele interpretatieregels: onderlinge zorg is iets om trots op te zijn en afhankelijk zijn van zorg van familie is niets om je voor te schamen. In het laatste voorbeeld probeert de consulent dit ook (‘Goed’), maar dit heeft niet het gewenste ef- fect. Daarop contrasteert de consulent de nu geldende, huiselijke logica scherp met de civiele wereld van voorheen. De consulent doet dit door een karikatuur van de civiele wereld te maken (‘Ik heb een probleem en de gemeente lost het op’). Wij beoordelen dit als beleidsvolgend emotiemanagement, omdat hierin duidelijk de beleidsretoriek doorklinkt die zelfredzaamheid eveneens lijnrecht tegenover overheidssteun plaatst. We observeerden echter ook het tegenovergestelde van beleidsvolgend emotiemanagement.
RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=