De verhuizing van de verzorgingsstaat
thomas kampen, vicky hölsgens en evelien tonkens 118 ding omdat haar zoon zichzelf zal overschatten: ‘Hij [gaat] zeggen dat hij dat niet hoeft te hebben.’ Het wijkteamlid is het daarmee eens, want zij kent de zoon ook. Ze verwoordt de zorgen nog iets stelliger en urgenter door eraan toe te voegen dat ‘het anders al- leen maar stress zal veroorzaken en dat de zaken verder zullen es- caleren’. De nieuwe definitie van de situatie gaat gepaard met een nieuwe interpretatieregel. Het wijkteamlid vergelijkt de situatie met hoe dingen kunnen worden om bezorgdheid te wekken, en presenteert daarmee wat wij een ‘prospectieve gevoelsregel’ noe- men (Kampen & Tonkens 2018 ): de huidige situatie afzetten te- gen een mogelijke toekomst. In dit geval geeft dat afzetten reden tot zorg. Het wijkteamlid oordeelt dat professionele zorg moet worden voortgezet en dat het huidige beleid dit belemmert, dus besluit ze af te wijken van het beleid door de vragenlijst samen met de moeder in te vullen. Als professionals zorg willen bieden die binnen de grenzen van beleid onmogelijk is, roepen zij vaak eerst een ‘opportune’ emotie op die de zorgvraag wel legitimeert. Soms zetten professi- onals het probleem een beetje aan opdat de beoogde oplossing in lijn is met het beleid. Dat zagen we bijvoorbeeld tijdens een ge- sprek met een echtpaar over de aanvraag van een rolstoel voor de 53-jarige echtgenoot met niet-aangeboren hersenletsel. Volgens de regels moet hij voor dagelijks gebruik aangewezen zijn op een rolstoel om kans te maken op het door hem gewenste type. Het echtpaar blijft echter bescheiden. Dat leidt tot lichte wanhoop bij de consulent. Tijdens het invullen van de Zelfredzaamheid- Matrix probeert hij eerst de man zelf zijn zorgen kenbaar te laten maken. ‘Wat vindt u van uw zelfredzaamheid?’ vraagt de consulent. ‘Ik denk dat ik veel kan doen, ik ben mobiel’, antwoordt de man. (p86-o)
RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=