De verhuizing van de verzorgingsstaat
thomas kampen, vicky hölsgens en evelien tonkens 120 De man gaat verder: ‘Dan lig ik wat, dan eet ik wat, dan lig ik wat.’ De begeleider zegt dat hij de man vaker om twaalf uur in pyjama treft, ‘en dan drink je pils’. De man gaat verder: ‘Af en toe een jointje, een pilsje, speel ik gitaar, kijk ik horrorfilms. Ik ga me vooral niet druk maken.’ ‘Het blijft niet bij een pilsje of een jointje’, zegt de begeleider. De man verzucht: ‘Ik sta nutteloos op.’ (p99-o) De invloed van hulpverleners op het verloop van keukentafelge- sprekken onderstreept het belang van cliëntondersteuning tijdens indicatiestellingen. De wijkteamleden en consulenten zijn zich ook zeer bewust van de invloed die zulke ondersteuners kunnen hebben. Maar ondersteuning gaat tegen het beleid in, want dat gaat uit van praten met in plaats van praten over cliënten. Even later gaat de man uit voorgaand voorbeeld een sigaret roken en als hij daarvan terugkomt, vraagt de consulent: ‘Waar heb je hulp bij nodig?’ De man antwoordt: ‘Huishoudelijke dingen.’ De consulent reageert: ‘Die dingen kun je zelf oplossen.’ De begeleider hervat de opsomming: ‘Post, telefoontjes.’ De consulent onderbreekt hem: ‘Ik wil het hem zelf horen zeggen.’ Tot slot nog een voorbeeld van een persoonlijk begeleider die door zorgen op tafel te leggen het belang van de herindicatie voor zijn cliënt onderstreept. In dit geval laat de consulent zich over- tuigen: ‘Zijn er nog dingen die de begeleider doet?’ vraagt de consulent. De cliënt zegt van niet. De begeleider zegt daarop: ‘Stel, ze krijgt binnenkort een woning, dan komen er ook veel vragen op haar af: hoe ze dat allemaal geregeld moet krijgen. Dan ligt het op de loer: als ze alleen is, is
RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=