De verhuizing van de verzorgingsstaat

thomas kampen, vicky hölsgens en evelien tonkens 122 om die verschillen er zijn. Professionals die meegaan in het beleid hebben meestal een achtergrond van werken in een meer bureaucratische setting, zo- als in de juridische dienstverlening of op een gemeentelijke af- deling, en hebben daardoor minder ervaring met inschatten hoe reëel de zorgen van cliënten zijn en zijn geneigd tot meer strikte toepassing van bureaucratische regels. Professionals die zich tegen het beleid verzetten, hebben vaker een zorgachtergrond. Ze zijn bijvoorbeeld opgeleid als jeugdhulp- verlener, wijkverpleegkundige, ergotherapeut, maatschappe-lijk werker of gezinscoach. De ergotherapeut denkt bijvoorbeeld op basis van ervaring, professionele training en expertise dat de man in de nabije toekomst een rolstoel nodig heeft. Wanneer profes- sionals denken dat ze de situatie beter kunnen inschatten dan de cliënt, zijn ze vaak bekend met de ziekten van de cliënten (autis- me en een hersenaandoening) en de overschatting die met deze ziekten gepaard gaat. Zij handelen naar de verwachting dat cliën- ten misschien niet de hulp krijgen die ze nodig hebben als ze de Zelfredzaamheid-Matrix zelf invullen. Reflectie: tekorten De centrale vraag van dit hoofdstuk is: In hoeverre en op welke wij- ze bewegen professionals emoties in een door het beleid gewenste of tegengestelde richting? Wij hebben laten zien dat professionals het eerste regelmatig doen door gewenst gedrag en gepaste emoties te prijzen en voor te leven. Emoties die niet in overeenstemming zijn met het beleid, zoals schaamte voor afhankelijkheid van naas- ten en bezorgdheid om tekortschietende zorg, worden omgebogen naar trots dat je dat toch maar doet (en dus het liefst zou blijven doen). Soms worden er door de professional ook nog niet door de cliënt geuite maar wel wenselijke emoties benoemd.

RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=