De verhuizing van de verzorgingsstaat

femmianne bredewold, loes verplanke & evelien tonkens 136 dat vond hij moeilijk om toe te geven en iedereen voelde wel wat. Het is heel fijn als het gewoon bespreekbaar gemaakt wordt en het met elkaar gedeeld kan worden. Dat geeft veel rust en ruimte bij mensen, zowel bij de klant als bij het netwerk, want ze lopen tegen hetzelfde aan.’ ( p13 ) Ten vijfde kan een netwerk praktische hulp bieden, zo geven pro- fessionals aan: ‘Zo ook bij een meisje, een jonge moeder, waar de drollen op de grond lagen en het naar urine stonk en waar een kind van ander- half rondliep. (…) We hebben toen een Eigen Kracht-conferentie ingezet. Uiteindelijk waren er ook vrienden aanwezig, uiteinde- lijk twintig mensen uit het eigen netwerk. (…) Er was toevallig een familielid dat heel goed met computers was. (...) Er was ook een vriendin van haar die één keer in de week met haar ging eten thuis en de week doornemen. En er was een andere vriendin die toevallig een juridische opleiding had gedaan en die ging met haar schulden inventariseren, een budgetplan maken en beta- lingsregelingen treffen met de schuldeisers en de woningcorpo- raties.’ ( p10 ) Door het netwerk erbij te betrekken, overwint de cliënt, ten zes- de, vraagverlegenheid en vervalt bij de naasten schroom om hulp aan te bieden. De naasten, die tot dan toe met lede ogen moesten toezien terwijl ze graag wilden helpen, krijgen de kans om ein- delijk hulp te bieden. In de twee cursussen die we hebben geob- serveerd, is dit een centrale boodschap. De cursusleider vertelt bijvoorbeeld over een meedenkbijeenkomst in een huis waar het een enorme rommel was. Er waren ook kinderen: ‘Waarom doen zij niets in de situatie? dacht ik nog. Zij kunnen toch ook helpen de rommel om het huis heen op te ruimen? Op

RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=