De verhuizing van de verzorgingsstaat

tussen begrip en vernedering 139 dat als er geen hulpverlener is, mensen zelf in actie komen en het netwerk waarschijnlijk ook tot actie overgaat. Wat doen die hulpverleners dan nog in hun baan, als ze blijk- baar van zichzelf vinden dat ze slechts in de weg lopen? Deze vraag werd tot onze verbazing niet gesteld bij de trainingen en evenmin dienden sociale professionals hun ontslag in. Wel zagen we ver- schillende keren dat professionals hun eigen bijdrage overbodig of zelfs belemmerend noemden. Professionals moeten afleren om te interveniëren en problemen op te lossen, is een centrale bood- schap tijdens de cursussen. Professionals nemen deze boodschap over en geven zichzelf zelfs op hun kop als ze toch gaan helpen: ‘Wij zitten toch te vaak in het oude patroon, het oplossings- gerichte, dat moeten we gaan loslaten. (…) Je moet echt je hulp- verleningsgedachte loslaten. Sommige anderen zeiden: ja maar de veiligheid van de cliënt komt zo in het geding. Maar ik zei: ja maar dit is wel de gedachte vanuit snv .’ ( po , cursusdag 2 snv ) Cursusleider: ‘Wat heb je geleerd tot nu toe?’ Professional: ‘Meer bij cliënten neerleggen. Meer achterover- leunen om cliënten in beweging te brengen. Maatschappelijk werkers zijn toch te veel geneigd alles zelf op te pakken.’ ( po , cursusdag 3 snv ) De professionals lijken geneigd om resultaten van inzet van naas- ten hoe dan ook positief te duiden. Zelfs als er bijna niemand naar een meedenkbijeenkomst komt, wordt het als een succes gezien. Een cursusleider vertelt bijvoorbeeld dat er naar een netwerkbij- eenkomst twaalf mensen zouden komen: ‘Ze [de cliënt] had niet gevraagd om te bevestigen dat ze zouden komen. Uiteindelijk kwam er maar één iemand. Ik dacht: o jee, dit is echt mislukt! Maar later dacht ik: nee, dit is niet mislukt. Eén iemand die komt is ook positief. Het was haar dochter die

RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=