De verhuizing van de verzorgingsstaat
femmianne bredewold, loes verplanke & evelien tonkens 142 Dochter: ‘Het zet alles wel veel meer in perspectief, want in zulk soort gesprekken is het meestal: Oké, je wilt hulp, nou wat gaat er allemaal verkeerd, dan gaan we eens even bespreken wat voor hulp je kan krijgen. Het focust zich altijd op het verkeerde, op het negatieve, zeg maar, en waar je in vastloopt. Het voordeel was nu dat er ook een keer gevraagd wordt: Wat gaat al goed? Dat je ook een keertje trots kan zeggen: Hee maar hier zijn we al vooruit- gegaan en hier zijn we al mee bezig geweest! Dat je niet het idee hebt dat je alleen maar aan het falen bent.’ Bovendien vinden ze het prettig dat snv de problemen verheldert en gericht is op het oplossen daarvan. Vader: ‘Dit was meer positief praktijkgericht. Daar kan ik gewoon veel meer mee. Dat andere [hij doelt op Riagg-hulp die ze in het verleden wel eens hebben gehad] ging altijd over wat er verkeerd gaat en hoe het had gemoeten. Je komt daar geen steek verder mee.’ Daarnaast vinden ze dat de meedenkbijeenkomst ervoor heeft gezorgd dat bestaande banden met mensen uit hun netwerk zijn verstevigd. Ze gingen de schaamte voorbij en deelden hun verhaal met mensen die ze vertrouwen. Deze mensen staan nu dichter bij hen en ze hebben hun vertrouwen niet beschaamd: Dochter: ‘ We zouden een nieuwe afspraak maken voor zoveel tijd later, maar dat is er niet meer van gekomen. Maar we hebben nog wel los van elkaar contact gehad met al die mensen. Die vragen nu ook: “Hoe gaat dit nu?” Dat is nu veel opener.’ Moeder: ‘Ik ben ook blij dat wij het opengegooid hebben. Ik vind het fijn dat zij iets meer van ons af weten dat je dat een beetje delen kan. Anders waren we door gaan modderen en ik heb nu het gevoel dat er wel meer van mijn schouders af is, dat ik het niet meer allemaal zelf hoef op te lossen.’
RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=