De verhuizing van de verzorgingsstaat
tussen begrip en vernedering 143 De genodigden vragen nadien vaker hoe het gaat thuis, of ieder- een het nog kan volhouden en of moeder nog wel genoeg haar zorgen deelt. Een ander positief verhaal is dat van Juul en Mark (casus 4 ), een stel van midden twintig met een zoontje van zes maanden. Sinds een maand weten ze dat Mark kanker heeft en mogelijk nog maar vier maanden te leven heeft. Mark is een onverzekerde alleen- verdienende zelfstandige, nu wegens ziekte zonder inkomen. Een hulpverlener van het sociale wijkteam regelde meteen professi- onele hulp: thuiszorg voor Mark, en hulp bij het opruimen, op- knappen en verkopen van het huis. Ze organiseerde ook snel een ‘meedenkbijeenkomst’, waar heel veel familie en vrienden aan- wezig waren. Sommigen boden al praktische hulp; de ‘meedenk- bijeenkomst’ hielp om die hulp beter te structureren. Bovendien maakte de meedenkbijeenkomst het makkelijker om hulp te aanvaarden. Mark: ‘Het is wel een beetje raar als je in één keer van zelfstandig ondernemer naar “hee-geef-me-hulp” gaat. Maar het is wel makkelijker als je echt officieel zo’n meeting doet. Iedereen kreeg heel duidelijk voor ogen waarom er hulp nodig was. Ik vond het daarna makkelijker om hulp te aanvaarden.’ Juul: ‘Het is gewoon handiger ommensen allemaal in één kamer te hebben, want het is ook heel vermoeiend om iedereen maar elke keer te moeten bellen en iedereen wil dan altijd weten hoe het gaat en zo. Als je met z’n allen in één kamer zit is het echt makkelijker om iets voor elkaar te krijgen. Mensen denken dan inderdaad meer mee en gaan onderling die taken verdelen. Dat is het grote voordeel.’ Mark en Juul ervoeren de meedenkbijeenkomst ook als een mo-
RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=