De verhuizing van de verzorgingsstaat

femmianne bredewold, loes verplanke & evelien tonkens 144 gelijkheid om mensen de gelegenheid te geven om iets te doen. Veel mensen willen helpen omdat er zich zo’n grote tragedie vol- trekt in hun leven, maar ze weten niet goed hoe. De meedenkbij- eenkomst hielp hen om die hulp vorm te geven. Vernedering Er zijn echter ook situaties waarin snv heel anders uitpakt dan hiervoor beschreven. Bijvoorbeeld in het geval van Kim, samen- wonend met Henk, die zich tot het wijkteam richtte met een vraag voor opvang voor haar dochtertje Lisa met gedragsproble- men om zichzelf wat te ontlasten (casus 1 ). Kim werkt een paar uur in de week en verder zorgt ze voor haar drie kinderen in de leeftijd van 2 tot 10 jaar, Henk heeft een voltijdbaan. Tijdens het gesprek met hulpverlener Astrid komen ook andere problemen ter sprake: Kim voelt zich overbelast en heeft burn-outklachten, het huishouden ‘is een drama bij mij’, het huis moet opgeknapt maar daar is geen tijd en geen geld voor. Kim en Henk staan wel open voor een meedenkbijeenkomst. Samen bespreken ze wie er wel en niet bij moeten zijn. Haar drie broers wil Kim er beslist niet bij hebben; haar schoonvader wel, maar die heeft ernstige gezondheidsklachten. Tijdens de meedenkbijeenkomst zijn er twee broers van Henk en is Kims vriendin Sjaan aanwezig. Eerst komt een deskundige uit- leg geven over de gedragsproblematiek van dochter Lisa. Vervolgens gaan de aanwezigen zonder hulpverlener in gesprek. Zwager Har- men maakt meteen duidelijk dat hij niet zelf gaat helpen: ‘Mijn insteek voor vanavond is eigenlijk: ik wil wel meedenken over het plan, maar jullie moeten het zelf uitvoeren, want straks staan we hier drie weken te klussen.’ Beide zwagers uiten kritiek op Kim: ze haalt zich te veel op de hals,

RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=