De verhuizing van de verzorgingsstaat
femmianne bredewold, loes verplanke & evelien tonkens 146 weg te doen, in plaats van een nieuwe kat erbij halen.’ Kim verdedigt zich nog door te zeggen dat ze ‘best veel dieren heb- ben gehad die we weg hebben gedaan hoor’. Harmen zegt: ‘Ja maar je had ze ook niet kunnen nemen.’ Nu komt Henk in het geweer om Kim toch een beetje te verdedigen. Ze wilde eerst een konijn, zegt hij, ‘en toen heeft ze toch gekozen voor een kat want dat is minder werk’. Sjaan sluit zich nu min of meer bij deze diagnose aan, niet door Kim direct aan te vallen maar door te vertellen dat ze vroeger ook zo was als Kim: ‘Vroeger had ik ook heel veel ideeën in mijn hoofd, maar ik voerde ze niet echt uit, kwam niet verder met de ideeën. Toen moest ik ze opschrijven van mijn moeder en dat hielp wel, want dan kan je veel beter bedenken of het een goed idee is of niet.’ Zwager Titus beaamt: ‘Nou ik snap het wel hoor, daar niet van. Ik zit zelf ook zo in elkaar, maar zelf heb ik geen dieren of kin- deren, dus die hebben er dan geen last van.’ Als Harmen dan nog een keer aan Kim vraagt wat zij nodig heeft, antwoordt niet zij- zelf maar Henk op deze vraag door lachend te zeggen: ‘Nou ik weet wel wat ik nodig heb, een vrouw met minder ideeën!’ Ook zegt hij dat hij meer tijd en energie nodig heeft om te klussen aan het huis. Maar dat lukt niet goed, want Kim stoort hem vaak daarbij. Kim reageert verbaasd: ‘Je hebt nooit gezegd dat het ver- velend is dat ik je stoor.’ De diagnose is duidelijk: Kims chaotische denken en doen is het probleem. De oplossing wordt: orde aanbrengen. Er moet structuur komen: een dagritme, schema’s op de muur met wat er wanneer moet gebeuren, en pictogrammen voor de kinderen. Als Titus vraagt of dit is wat ze van deze avond verwacht hadden, en of ze nu tevreden zijn, zegt Kim:
RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=