De verhuizing van de verzorgingsstaat

femmianne bredewold, loes verplanke & evelien tonkens 148 op de bijeenkomst en vertelt dat er veel is veranderd: dat ze Henk bijvoorbeeld niet meer stoort als hij klust. Kim vertelt echter ook dat ze de meedenkbijeenkomst heeft ervaren als een verhoor, vooral door de wijze waarop haar zwager Harmen zich opstelde: Kim: ‘Hoe mijn zwager deed daar heb ik heel veel spanning van gehad die avond. Daar heb ik wel een tijdje van wakker gelegen hoor. Ik was heel gespannen daarna. (…) Ik had het gevoel dat het een verhoor was zeg maar. Dat gevoel kreeg ik. Ik moest met een oplossing aankomen. Ik dacht van ja, had ik dat geweten, dan had ik je niet ingeroepen.’ Het maken van een schema is nooit gelukt; er kwam steeds wat tussen. De pictogrammen voor de kinderen zijn er wel. ‘Alleen, ik moet nog steeds klittenband hebben om ze op te hangen.’ En: ‘Het probleem dat we eigenlijk in eerste instantie meldden, dat is er niet mee opgelost. Daar zitten we nu de laatste tijd mee.’ Ze hebben nu weer een afspraak met het sociale wijkteam. Nog steeds met de vraag voor opvang voor Lisa. Een tweede casus (casus 2 ) die eveneens anders verloopt dan gehoopt, gaat over alleenstaande moeder Ank met een zoon en twee dochters, onder wie de 12 -jarige Peter met een stoornis in het autistisch spectrum en uitbehandeld bij de ggz. De sociaal- psychiatrisch verpleegkundige Juul heeft het sociale wijkteam be- naderd, vanuit het idee Peter meer sociale vaardigheden te laten aanleren zodat hij beter contact krijgt met leeftijdsgenootjes. Wijkteamlid John, moeder Ank en Juul zijn het snel eens: een Autismehuis voor Peter zou goed zijn. Daarna gaat het gesprek over op Ank − ze zegt dat ze zich eenzaam voelt, weinig inkomen heeft en rouwt om het verlies van een vriendin die onlangs zelf- moord heeft gepleegd. Ank wordt zichtbaar verlegen van de ge- boden aandacht en wuift het wat weg. Daarop zegt John: ‘Ik vind

RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=