De verhuizing van de verzorgingsstaat

tussen begrip en vernedering 149 het belangrijk om het in samenhang te bekijken. Als het met u goed gaat, gaat het met Peter ook goed.’ Een volgend gesprek is met zoon Peter erbij, die zelf contacten niet zo belangrijk vindt maar toch bereid is om naar het Autis- mehuis te gaan. John stuurt tijdens dat gesprek aan op een snv - traject, vooral vanwege de problemen van Ank. De onderzoeker gaat vlak voor de eerste snv -bijeenkomst bij Ank langs. Ze is neerslachtig en zegt dat ze zichzelf van de brug wil gooien. Ze kan met niemand over haar problemen praten, want ze heeft geen vrienden en geen contact met familie. De huisarts heeft haar verwezen naar de poh-ggz (praktijkondersteuner huisarts - geestelijke gezondheidszorg). Kort na dit gesprek organiseert John een gesprek met Ank en haar kinderen om te inventariseren waaraan ze willen werken. Peter wil graag meer contact met zijn opa en oma en zijn vader en hij wil meer spelletjes doen thuis. Dochter Karin wil graag haar vader weer zien, ze wenst een nieuwe playstation en een grotere kamer. Dochter Marloes vindt het wel goed zoals het nu is. Ank wil rust aan haar hoofd, ze wil meer tijd voor zichzelf zodat ze kan ontspannen. Ze wil ook minder mopperen. Daarna inventa- riseert John wie er zou kunnen meedenken bij het vervullen van al deze wensen. Dat blijkt lastig te zijn: John: ‘Zijn er nog andere mensen die we kunnen uitnodigen?’ Ank: ‘Nee ik heb helemaal niemand verder…’ John: ‘Maar daar kunnen we dan toch samen over nadenken wie je allemaal nog kent?’ Ank: ‘Ja maar ik ken helemaal niemand!’ John vraagt scherp: ‘Sta je er wel voor open om een plan te maken?’ Hij vervolgt: ‘Want ook voor de kinderen is het wel fijn om in kaart te brengen wie er belangrijk zijn voor hen.’

RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=