De verhuizing van de verzorgingsstaat
tussen begrip en vernedering 151 Maar wat is dan je verlangen? Jullie hadden het bijvoorbeeld over vaker samen een wandeling maken?’ Na afloop zegt John tegen de onderzoeker dat het probleem vol- gens hem bij de moeder ligt: zij is weinig flexibel, staat niet open voor een meedenkbijeenkomst en kan moeilijk omgaan met ver- anderingen. Waarschijnlijk heeft zij ook autisme, dat heeft ze zelf ook al eens gezegd. John bespreekt dit korte tijd later met Ank en die wil daar wel eens over praten met de praktijkondersteuner van de huisarts. Weer een paar weken later bezoekt de onderzoe- ker Ank nogmaals. Ank heeft uiteindelijk toch de ouders van een van de vriendjes gebeld om te vragen of ze af en toe op haar zoon- tje willen passen. Zonder succes. Ank: ‘Ze draaiden er een klein beetje omheen. En dan voel ik me eigenlijk alweer schuldig dat ik het ze gevraagd heb.’ Ze heeft zich ook laten testen op autisme, maar dat had ze toch niet. Intussen heeft ze een nieuwe liefde. Hij heeft vergevorderde kanker. Ze verzorgt hem, gaat mee naar het ziekenhuis, laat zijn hond uit. Hij maakt het eten, biedt een luisterend oor en ze maken grapjes samen. ‘Lekker zeuren over de vervelende dingen in het leven’, zegt Ank. Zo helpen ze elkaar een beetje verder op basis van gelijkwaardigheid. Desgevraagd zegt John tegen de onderzoeker dat hij meer had moeten doen om toch te kijken of er geen mensen zijn die iets kunnen betekenen. Hij heeft het idee dat als hij meer had doorge- zet hij het gezin wel verder had kunnen helpen. Voorwaarden Wat verklaart nu dat er in de voorbeelden van Ank en haar kin- deren en van Kim en Henk geen hulp en begrip komt en het oor- spronkelijke probleem niet is opgelost, terwijl de casussen van de familie Meijer en van Juul en Mark wel positief uitpakken?
RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=