De verhuizing van de verzorgingsstaat

marc hoijtink 168 casusniveau toch vooral druk bezig waren met het organiseren van overheidshulp, zoals gespecialiseerde psychologische hulp, schuldhulpverlening of opvoedingsondersteuning. In de diepte- interviews over de casussen vertelden professionals over hun mo- tieven daartoe, bijvoorbeeld omdat zij door de vele crisissituaties niet aan het eigen netwerk toekwamen, omdat ze de problematiek te zwaar vonden om het over te laten aan het eigen netwerk, om- dat ze het eigen netwerk juist als destructief beoordeelden, omdat het netwerk al overbelast was, omdat mensen zich schaamden of omdat ze helemaal geen netwerk hadden. Argumenten die profes- sionals in andere gemeenten ook blijken te noemen, zoals hoofd- stuk 6 laat zien. Professionals werkten echter voor een gemeentelijk beleids- programma dat ‘nieuw voor oud’ als motto had. ‘Nieuw’ stond voor het idee om ‘veel meer het netwerk van mensen en gezinnen in te schakelen en zo weer in hun eigen kracht te brengen, en de mensen zelf hun oplossingen te laten bedenken’, zoals een amb- tenaar het verwoordde. ‘Stoppen met die betutteling. (…) Niet zelf bedenken wat een oplossing is voor een gezin of een huis- houden. Luister nou eens goed naar wat mensen te zeggen heb- ben.’ ‘Nieuw’ suggereerde ook een impliciete gedeelde overeen- stemming over ‘oud’, namelijk dat sociaal werkers met hun pro- fessionele interventies eerder verantwoordelijkheid van mensen hadden afgenomen. ‘Nieuw’ veronderstelde, anders gezegd, dat er nog een hele wereld te winnen viel in hun manier van omgaan met mensen en gezinnen. Kameleonnen Sommige sociaal werkers kregen als gevolg van het ‘nieuw voor oud’-motto het gevoel dat zij vooral een goede hulpverlener wa- ren als zij het netwerk van mensen en gezinnen betrokken bij

RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=