De verhuizing van de verzorgingsstaat

afstand nemen van nabijheid 183 het bijna niet mogelijk is een alternatief te bedenken dat niet bij voorbaat in het defensief is. Kritiek daarop druist in tegen een emancipatieproces dat tegenwoordig algemeen is omarmd. Dat verklaart, zo stelt De Brabander ( 2014: 159 ), ‘wellicht waarom kritiek op zelfredzaamheid als onmogelijk en politiek incorrect wordt ervaren’. Je luid en duidelijk uitspreken tegen meer zelf- redzaamheid, eigen kracht en verantwoordelijkheid betekent dat je als professional al snel iets uit te leggen hebt. Een ‘nieuwe’ pro- fessional worden, betekent in eerste instantie toch vooral jezelf openlijk bekeren tot de verhuiselijking van zorg en ondersteu- ning. Impliciet betekent deze ‘bekering’ ook meedoen in het en- thousiasme van de nieuwe hoop op een toekomst waarin sociaal werkers onbenut potentieel aan vermogens bij mensen en hun netwerken aanboren. Het motto ‘nieuw voor oud’ in de casus van dit hoofdstuk maakt kritiek op de verhuiselijking van zorg en on- dersteuning extra ingewikkeld, omdat ‘oud’ impliciet appelleert aan professionals die mensen en gezinnen afhankelijk maken van de verzorgingsstaat, en dat is wat in ‘nieuw’ juist bestreden wordt. Ten tweede staat het gevoel van sociaal werkers dat de ver- huiselijking van de zorg ‘overal is’ open verzet in de weg, want als ‘het overal is’ dan krijgt verzet daartegen voor professionals zoiets als vechten tegen de bierkaai. Bovendien, als ‘het overal is’, waar en aan wie de kritiek dan precies te adresseren? De ver- huiselijking van de zorg heeft voor sociaal werkers geen duide- lijk gezicht, omdat er ten tijde van het veldwerk zo verpletterend veel gezichten waren. Heel concrete mensen, zoals trainers, amb- tenaren, deskundigen die optraden op lokale congressen, publi- cisten in vakbladen, politici of collega-professionals. Maar ook meer anoniem: van posters tot instrumenten als de zrm , van ge- dichten tot competentieprofielen, van nieuwe methoden die zij in trainingen aanleerden tot ‘rare rode tabellen’ waarmee zij te maken kregen.

RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=